Ad Valvas 1994-1995 - pagina 569
AD VALVAS 29 MEI 1995
PAGINA 5
De laatste zinnen van Schenkeveld Hoogleraar Griekse taal en cultuur neemt afscheid van de VU Toen prof.dr D.M Schenkeveld twaalf jaar oud was las hij al Griekse en Latijnse mythen en sagen In Nederlandse vertaling. In de vijfde klas van het gymnasium besloot hij klassieke talen te gaan studeren, na eerst nog even nagedacht te hebben over een studie rechten. Afgelopen vrijdag nam hij als de vierde hoogleraar Griekse taal en cultuur sinds op oprichting van de vu afscheid om met emeritaat te gaan. Dirk de Hoog Schenkevelds vader en broers en zusters waren ook al naar het gymnasium gegaan, dus het zat in de famihe. "Ik was een echte alfa en zeer geïnteresseerd in de klassieke talen op het gymnasium. Vooral die Griekse lettertekens mtrigeerden me. Dat ze er zo anders uitzagen dan onze letters. Daardoor heb ik vanaf het begin een voorkeur voor Grieks boven Latijn gehad. Maar als je klassieke talen gaat studeren, moet je allebei de talen doen. Dat is nog steeds zo", legt Schenkeveld uit. Op school vond hij het vertalen leuk. "Het is een soort wiskunde, een enorme training in logisch denken om die Griekse zinnen te deconstrueren. De taal heeft tenslotte een heel andere structuur dan de onze." Maar Schenkevelds grote passie ligt niet bij het vertalen op zich. "Achter die letters gaat een hele gedachtenwereld schuil. Dat is, het boeiende van de bestudering van de Griekse literatuur." Daarbij gaat het Schenkeveld niet om wegdromen in een ver verleden. "De invloed van de Griekse klassieken op de geschiedenis en de huidige tijd is enorm. Soms zie je bewondering, maar soms zet men zich ook af tegen ideeën uit de oudheid. Maar de invloed is nooit helemaal weg. Tot in de vonge eeuw stond het classicisme sterk in de belangstelling. Dat is wat losgelaten de afgelopen honderd jaar, maar allerlei thema's en problemen die de Grieken aansneden, blijven actueel. Elk jaar worden er m Nederland zeker vijf Griekse tragedies opgevoerd." De doorwerking van de Griekse oudheid in moderne tijden inspireerde Schenkeveld om zijn oratie in 1971 te wijden aan toneelstukken van Sophocles tot Claus over de roemruchte Koning Oedipus. Toen Schenkeveld in 1952 klassieke talen aan de vu kwam studeren, was dat nog de grootste afdeling binnen de
letterenfaculteit. En dat terwijl hij met slechts vier jaargenoten van start ging. Die aantallen eerstejaars hepen op tot tegen de twintig rond 1970. "De grote omslag kwam toen een gymnasium-alfa diploma niet meer verplicht was voor het volgen van een studie binnen de letterenfaculteit. Er kwamen steeds meer studenten geschiedenis, Nederlands en moderne talen als Engels", verhaalt Schenkeveld. De instroom bi) Grieks en Latijn ging achteruit. In 1968 waren er landelijk nog 643 studenten oude talen. Dat aantal zakte tot 150 in 1985 en in 1990 waren er zelfs nog maar 54 over. Daarvan kwamen er zes naar de vu. De anderen konden terecht aan de UVA. Leiden. Groningen of Nijmegen. Volgens Schenkeveld is de inzinking gekomen met de invoering van de Mammoetwet, eind jaren zestig. "Alle vakken op het gymnasium werden gelijkgesteld en voor het eindexamenpakket konden de leerlingen zelf hun vakken kiezen. De klassieke talen vielen vaak af Steeds meer scholengemeenschappen hieven bovendien hun gymnasiumafdeling op.
Fuseren? Maar gelukkig is de aandacht weer wat aan het verschuiven. De zelfstandige gymnasia staan weer in de belangstelling en om scholieren te trekken starten brede schoolgemeenschappen weer gymnasiumopleidingen. Het aantal studenten klassieke talen neemt wat toe. Landelijk ligt het aantal eerstejaars nu rond de honderd. De vu is altijd de kleinste afdeling geweest met een aandeel van zes a tien procent." Door de dalende instroom van studenten laait al twintig jaar lang regelmatig de discussie op over het samenvoegen of opheffen van opleidingen klassieke talen. Schenkeveld wordt er een beetje moe van, maar ook fel. "Dat is natuurlijk wel een heel erg makkelijke aanpak. Maar mensen die voor fuseren pleiten, weten vaak weinig van de feitelijke situ-
Classicus prof.dr D.IVi Schenkeveld: 'Laat ik dan tot hiertoe gesproken hebben'
atie. Aan de vu bijvoorbeeld geven we veel onderwijs aan andere opleidingen binnen de faculteit. Denk aan oudheidkunde en woord en beeld. Als je de klassieke talen opheft hier, gaat het over drie hele formatieplaatsen. Maar je hebt weer mensen nodig om dat andere onderwijs te geven, dus je bespaart bijna niets. Die discussie moet maar eens afgelopen zijn." "Klassieke talen en culturen is gewoon een basisvoorziening die een algemene universiteit nodig heeft, net als wijsbegeerte. Bovendien komen afgestudeerden met een lerarenbevoegdheid makkelijk aan het werk. Er dreigt zelfs een tekort aan leerkrachten Latijn en Grieks. Dat positieve arbeidsmarkt perspectief kunnen veel andere studierichtingen niet bieden." Volgens Schenkeveld hebben de classici na al die eeuwen nog voldoende wetenschappelijk onderzoek te doen. "Nu en dan zijn er nog ontdekkingen die een nieuw licht werpen op ons vakgebied. Zo'n vijftig jaar geleden bijvoorbeeld zijn op Kreta gevonden kleitabletten
ontcijferd. Daaruit bleek dat vroeger op het eiland ook al Grieks werd gesproken. Daarmee is de oorsprong van de taal een paar eeuwen eerder te dateren. Ook zijn in Egypte papyri gevonden met daarop tot nu toe onbekende Griekse taalfiragmenten. Daar kurmen wetenschappers wereldwijd nog jaren mee aan de slag."
Liber amicorum Schenkeveld noemt nog een voorbeeld van vernieuwing. "Zo'n vijftig jaar geleden kwamen de eerste ideeën in omloop dat Homerus de Ilias en de Odyssee niet achter een tafeltje heeft zitten schrijven, maar dat het verhalen waren die rondtrekkende dichters doorvertelden. Nu is zo'n opvatting niet vreemd meer binnen de wetenschap, maat vijftig jaar geleden was je een ketter als je zoiets verkondigde." Bij zijn afscheid, afgelopen vnjdag, kreeg Schenkeveld het eerste exemplaar overhandigd van liber amiconim, waarin de teksten van een vorig jaar gehouden symposium zijn samengebracht. Zelf
Sidney AVC/VU
gaf hij een afscheidscollege, getiteld 'De laatste zinnen'. Dit was mede een knipoog naar een lezing met de titel 'de eerste zinnen' die hij ooit hield toen hij rector van de universiteit was, nadat de toenmalige rector prof.mr J. de Ruiter onverwacht minister werd. In zijn afscheidscollege legt hij uit dat een welgekozen slotzin pas na verloop van eeuwen door de Griekse schrijvers geïntroduceerd is. De mooiste slotzin had hij natuurlijk tot het einde bewaard. Het is een aangepast citaat van Xenophon. "Laat ik dan tot hiertoe gesproken hebben. Aan het vervolg zullen zeker anderen aandacht geven." Greek Literary Theory after Aristotle, a collection of papers in honour of D M. Schenkeveld, onder redactie van J G J Abbenes, S.R Slings and I Siuiter VU uitgeverij, Amsterdam 1995, ƒ75,, ISBN 905383365X
'Onderzoek doen is ook werk' Aio-overleg keert zich tegen plannen voor invoering 'beurspromovendi' De bestuurders van de vu overwegen om beginnende onderzoekers niet langer In dienst te nemen, maar een beurs te geven. De 'assistentonderzoeker In opleiding' (aio) zou daarbij vervangen kunnen worden door een 'beurspromovendus'. De aio's, verenigd in het aiooverleg - zijn niet erg enthousiast over de plannen. J. Bijl/J. van Saane/J. Cloos Afgelopen week heeft het college van bestuur (CVB) een notitie, aan de ondernemingsraad gestuurd, waarin staat dat zij overweegt een beursstelsel voor promovendi in te voeren. Het plan van een beurssysteem zoals dat door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (vsNu) en de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in elkaar is gezet, betekent een volledige degradatie van de positie van de promovendus. De regeling bevat met nadruk geen elementen van een arbeidsovereenkomst. De beurs zal maximaal de hoogte van het inkomen van een aio zijn. Daarnaast komen alle secundaire arbeidsvoorwaarden te vervallen. Dus geen wachtgeld, zwangerschapsverlof of uitstel wegens ziekte meer. Als reden voor de invoering van zo'n beursstelsel wordt
aangevoerd dat het aio-stelsel te duur en niet flexibel genoeg is. Het aio-overleg betrevirt het voorstel van het cvB ten zeerste. Er is namelijk een rapport bij het CvB ingediend op basis van een enquête (gehouden onder vu-promovendi) dat allerlei alternatieven en suggesties voor verbetering van het huidige aio-stelsel biedt. Het is duidelijk dat dit rapport niet serieus genomen wordt. De vraag is of het huidige aio-stelsel werkelijk zo duur en star is als het CVB beweert. De (schijn)argumenten die worden gebruikt om dit nieuwe systeem door te voeren, kunnen als volgt weerlegd worden. Het beurssysteem gaat ervan uit dat onderzoek doen geen werk verrichten is. Voor de promovendus betekent het dat er geen ervaringsjaren worden opgebouwd. Bovendien gaat de promovendus er - hoe is het nog mogelijk? -
financieel op achteruit. De voornaamste bezuiniging voor de universiteiten is de afschaffing van het wachtgeld, dat in het huidige systeem na afloop van de vier jaar wordt uitgekeerd indien de promovendus nog geen passende baan heeft gevonden. Dit jaar bleek overigens al dat de uitgaven aan wachtgeld veel lager uitgevallen zijn dan geraamd was (zie Ad Valvas van 18 mei). De universiteiten onttrekken zich in feite aan hun verantwoordelijkheid, omdat ze de kosten voor de werkloze promovendus doorschuiven naar sociale zaken. Bovendien komt er een nieuwe kostenpost bij. De nieuwe promovendi mogen geen onderwijs geven, wat samen met de reeds ingeplande bezuinigingen en ontslagen een nadelig effect op de onderwijscapaciteit zal hebben. De FTE'S (voltijds formatieplaatsen) onderwijs, die vrijkomen zullen aangevuld moeten worden met mensen, die meer geld krijgen dan de huidige promovendi. De starheid van het huidige aio-stelsel is geen reden voor een nieuw stelsel. Meer aandacht voor tussentijdse beoordelingen, betere begeleiding en betere afstemming van het aantal aio's op de arbeidsmarkt zijn alternatieven om het huidige systeem flexibeler te maken. Het huidige aio-stelsel is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Een voorbeeld
van deze verbetering is het toegenomen aanbod aio-cursussen. Het ziet er nu echter naar uit dat het aan de kant wordt gezet voor een minstens zo wankel beurssysteem, terwijl het bestaande aio-stelsel net zijn kinderziektes is ontgroeid. Eén van de argumenten uit de notitie van het cvB is de stelling dat onderwijs
Opinie geven een belemmering is voor het onderzoek. Dit punt is als vraag aan de orde gekomen in de enquête, die het aio-overleg vu vorig jaar onder de huidige promovendi heeft gehouden. Slechts vijftien procent echter vond dat het geven van onderwijs te veel tijd kost. Als ander argument wordt aangevoerd dat in het huidige stelsel het doen van promotie-onderzoek moeilijk te combineren is met een baan (!) of de verzorging van kinderen. Zonder zwanger-
schapsverlof, ouderschapsverlof èn met een lager salaris zal de toekomstige beurspromovendus echter elke gedachte aan kinderen wel uit het hoofd bannen. De invoering van het beursstelsel kan gemakkelijk leiden tot een lagere kwaliteit van het onderzoek. Er zijn namelijk twee scenario's mogelijk. Het eerste is dat het aantal promovendi niet afneemt. Dit heeft tot gevolg dat het aantal gepromoveerden dat zonder omscholing niet bemiddelbaar is voor de arbeidsmarkt, hoog blijft. Het tweede scenario houdt in dat kwalitatief goede mensen hun heil elders gaan zoeken, waar ze een beter salaris ontvangen. Dit heeft uiteraard allerlei ongewenste ge, volgen voor de kwaliteit van het onderzoek. Uit de enquête, blijkt dat 62 procent van de aio's voor een andere baan zou kiezen, dan voor een "onderzoeksbaan" als student. Het tweede scenario lijkt daarmee zeer reëel. Het aio-overleg is erg teleurgesteld dat onze bruikbare adviezen en ideeën (vooralsnog) ongebruikt terzijde worden geschoven. We zien deze verarming van het promotie-onderzoek met lede ogen tegemoet. Janet Bijl, Joke van Saane, Jacqueline Cloos zitten in het aiooverleg van de VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's