Ad Valvas 1994-1995 - pagina 241
PERSONEELSKATERN
AD VALVAS 8 DECEMBER 1994
PAGINA 9
Faculteiten zien fusies niet zitten Gemengde reacties op rapport Rijnconsult
»
"Een algehele clustering van facultei ten is wat mij betreft een heilloze weg. Ten eerste werkt een faculteit als Schei kunde binnen een eigen wetenschappe lijke discipline. Ik vrees dat wij de aan sluiting op die discipline verliezen als we opgaan in een groter geheel. Bovendien ben ik bang voor een toename van de bureaucratie. De onderwijscommissie van één gefuseerde bètafaculteit zou zich bijvoorbeeld met een heel breed terrein bezig moeten houden, variërend van veldwerk bij biologie tot theoreti sche natuurkunde. Dat gaat natuurlijk niet, zodat er weer subcommissies nodig zijn." Decaan prof dr G. Somsen van de fa culteit scheikunde ziet weinig heil in een onderzoek naar de mogelijkheid om fa culteiten samen te voegen, een van de belangrijkste aanbevelingen uit het zo genaamde Rapport Rijnconsult. Dit rap port, dat een paar maanden geleden ver scheen, bevat de conclusies van het ge lijknamige organisatieadviesbureau uit een onderzoek naar de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de vu. Rijnconsult kwam met drie belangrijke suggesties. De adviseurs stelden voor om een onderzoek te houden naar de mogelijkheden van fusies tussen facul teiten en om in ieder geval de 'beheers organisaties' van die faculteiten het fi nanciële beheer, de administratie en dergelijke samen te voegen. Bovendien vonden ze dat de centrale diensten, zoals personeelszaken en de gebouwen dienst, een scheiding aan moeten bren gen tussen het bedenken van beleid en de uitvoering daarvan.
Oude koek Het college van bestuur wil de komen de maanden met de faculteiten en dien sten over het rapport overleggen. Naar verwachting zal dat overleg heel wat voeten in aarde hebben. Het rapport is namelijk niet overal goed gevallen. Een aantal faculteiten hebben in het college van decanen, het overlegorgaan van de facultaire bestuursvoorzitters en de rec tor magnificus, stevige kritiek geuit: ze vonden het rapport oppervlakkig, slecht geschreven en 'oude koek'. Het onderzoeken van faculteitenfusies is bijvoorbeeld "voor ons als bèta's zo oud als de weg naar Rome", aldus Som sen. "In het verleden is al nagedacht over een fusie tussen de bèta's. En we kwamen er toen op uit dat het weinig zinvol is. Wat mij betreft is dat nog zo." Hij is niet de enige die weinig heil ziet in fusies tussen faculteiten. Decaan prof dr S. Griffioen van Wijsbegeerte: "Ik voorzie vooral moeilijkheden voor de externe vertegenwoordiging van een gefuseerde faculteit. Je krijgt dan de si tuatie dat een decaan uit een andere dis cipline naar de wijsbegeertevergaderin gen van de Vereniging van Samenwer kende Nederlandse Universiteiten moet, of omgekeerd dat ik met de ker ken over theologie moet gaan overleg gen. Dat werkt niet." De decaan van de filosofen is veel po sitiever over de tweede aanbeveling van
Rijnconsult: het samenvoegen van het beheer van verschillende faculteiten. Wijsbegeerte en Godgeleerdheid zijn daar al in de jaren tachtig mee begon nen. Griffioen: "De beide faculteiten waren eigenlijk te klein om afzonderlijk goed te kunnen beheren. Met een kleine organisatie krijg je bijvoorbeeld het pro bleem dat mensen bij ziekte moeilijk te vervangen zijn, zodat secretariaten on bereikbaar worden. Vandaar dat we al lang geleden samen zijn gaan werken. Inmiddels zijn we zover dat een groot deel van het beheer gezamenlijk wordt gedaan. We hebben ook maar één secre tarisbeheerder voor beide faculteiten." Deze beheerder, drs P. van O osten, is wel te spreken over de samenvoeging. "Het heeft allerlei voordelen: het facul teitsbureau is beter bezet, we hebben een gemeenschappelijke informatiebalie voor studenten kurmen openen, we or ganiseren samen activiteiten voor het Studium Generale en de facultaire per soneelscommissies kunnen gezamenlijk vergaderen. Het financiële beheer gaat ook soepeler door de grotere schaal, al zijn er op dat punt nog wel moeilijkhe den. De faculteiten krijgen steeds meer tot taak om zelf het financiële manage ment te doen. Daarvoor moet je goede financiële mensen aan kunnen stellen, en die zijn duur." Van O osten constateert wel dat geza menlijk beheer consequenties heeft voor
de secretarisbeheerders van de facultei ten: hun vergaderlast wordt bijvoor beeld hoger. Tot zijn verbazing komt de positie van de beheerder in het rapport echter niet aan de orde. "Ik vind dat vreemd: een flink deel van het rapport is gewijd is aan het verbeteren van het fa cultaire management door het samen voegen van beheerstaken, maar de eerst verantwoordelijke voor het beheer, de secretaris, blijft buiten beschouwing." Fusies tussen facultaire beheersafde lingen lijken op meer instemming te kunnen rekenen dan een algehele sa menvoeging van faculteiten. Decaan Somsen van Scheikunde is er ook wel voor te porren. "Ik wil samenwerken als iedereen daar profijt van heeft. Ik zie daar best mogelijkheden voor. Wij heb ben bijvoorbeeld dringend iemand nodig die als contactpersoon voor de ge bouwendienst optreedt om door te geven wat er in de laboratoria nodig is. Scheikunde is zelf te klein om zo iemand aan te stellen, maar samen met bijvoor beeld Natuurkunde en Biologie zou het wel kunnen."
Clusters C. Jonker, hoofd van de dienst perso neelszaken, vindt de aanbeveling om het facultaire beheer te verbeteren zelfs de belangrijkste verdienste van de advi seurs van Rijnconsult. "De omstandig heden zijn voor een universiteit tegen woordig zo moeilijk dat we het ons niet meer kunnen veroorloven om te kleine faculteiten, die niet goed gemanaged kunnen worden, voort te laten bestaan. Ik ben er dan ook van harte voor dat in ieder geval beheerstaken samen worden gedaan. Alleen in grotere eenheden kun je naast secretarissen een goede staf be talen, die een faculteitsbestuur afdoende terzijde kan staan bij het beleid." Liever nog ziet Jonker faculteiten hele maal fuseren: "Uiteindelijk werkt het
Het personeelskatern is begin 1994
Defensief Dr M. de Bolster, voorzitter van de on dernemingsraad, kan het eigenlijk niet zo veel schelen wat er nu precies met de organisatie van de faculteiten gebeurt. "Volgens mij moet je gewoon kijken naar wat het handigst is voor de primai re taken: onderwijs en onderzoek. Als studenten en onderzoekers baat hebben bij een faculteitenfusie, in welke vorm dan ook, wat let ons dan?" De bezwaren van de decanen vindt hij 'gevoelsargumenten'. "Ik ken die gelui den wel: in discussies over fusies uit het verleden klonken ze ook. Ik vond en vind die argumenten over het eigen ge zicht niet zo overtuigend. Het is een beetje defensief: we hebben een clubje en dat willen we houden. Wat mij be treft mag alles overhoop, als de universi teit als geheel er maar voordeel van heeft en als er een fatsoenlijk sociaal beleid wordt gevoerd." Zowel Jonker als De Bolster zijn rede lijk te spreken over het rapport; meer in ieder geval dan de decanen. De Bolster: "In grote lijnen vind ik het wel aardig. Ik maak me in ieder geval veel meer zorgen over de overheidsbezuinigingen dan over dit rapport. Het enige wat ik echt mis, is aandacht voor de medezeggen schap van het personeel." Jonker heeft wel zijn aarzelingen over
de derde aanbeveling, het scheiden van het beleid en de uitvoering bij de centra le diensten. "Het wordt uit het rapport niet duidelijk hoe dat zou moeten, maar ik stel me voor dat je één geïntegreerde staf creëert, waar mensen uit alle huidi ge diensten in zitten. Die staf adviseert dan het college van bestuur. De uitvoe ring van het beleid laat je vervolgens over aan een soort dienstverlenende units. Het voordeel van een dergelijke constructie kan zijn dat het college wat meer dan misschien nu het geval is inte grale adviezen krijgt, waarin beleidsas pecten op verschillende terreinen zijn meegenomen. Ik denk echter dat een versterking van de samenwerking tussen de huidige diensten hetzelfde resultaat kan hebben." Hij waarschuwt ook voor de organisa torische perikelen van een scheiding tus sen beleid en uitvoering: "De Leidse universiteit en de UVA zijn met dit soort operaties bezig. Voor zover ik het kan overzien leveren die vooralsnog vooral eindeloos veel gedoe op: er ontstaan tal loze bureaucratische achterhoedege vechten. Tegelijkertijd ligt het eigenlijke werk van de staf jarenlang stil." Ook De Bolster is niet zo te spreken over deze aanbeveling: "Je moet niet zo maar gaan schieten op de diensten. Ik heb niet de indruk dat ze slecht fiinctio neren. Ik zie daarom het nut van een scheiding tussen beleid en uitvoering niet, vooral niet als het gevolg is dat de uitvoering van taken bij faculteiten te rechtkomt. Ik vind het huidige universi taire management beter dan het facul taire: het college van bestuur denkt veel meer dan de faculteiten vooruit. Ik ben daarom, hoe de diensten ook georgani seerd worden, een warm voorstander van een krachtige centrale regie."
é
Door hun secretariaten te fuseren, hebben Filosofie en Theologie nu een gezamenlijke balie waar studenten ter echt kunnen met vragen
f''^f!tfi.f},
NICO Bomk - AVC/VU
Salarisstroken anders
Personeelskatern Ad Valvas voorlopig voortgezet Ook in 1995 zal maandelijks een personeelskatern in Ad Valvas ver schijnen. Tijdens de overlegverga dering tussen de ondernemings raad (O R) en het college van be stuur op 23 november ging de raad akkoord met een voorstel om vol gend jaar geld beschikbaar te stel len voor het katern. Dit betekent dat het ten minste tot eind 1995 kan verschijnen.
toch het best als de ondersteunende staf binnen één faculteit zit en niet voor meerdere faculteiten werkt: de staf moet de processen binnen hun eenheid kun nen volgen en dat is lastig als ze voor verschillende faculteiten werken. Je moet er wel voor waken dat de facultei ten na de fusies na al te groot zijn. In Nijmegen hadden ze op een gegeven moment drie clusters van faculteiten over. Dat werden een soort miniuniver siteitjes, waardoor de staf te ver van de werkvloer afkwam te staan."
van start gegaan als een samenwer kingsverband tussen Ad Valvas, de dienst personeelszaken en de onderne mingsraad van de vu. Aanleiding voor het project was de constatenng dat het vupersoneel door Ad Valvas onvol doende geïnformeerd werd over het personeelsbeleid van de universiteit en over ontwikkelingen binnen de univer sitaire gemeenschap die voor medewer kers van belang zijn. Een andere reden was de wettelijke informatieplicht van de OR, die zijn achterban geregeld op de hoogte moet houden van de activitei ten.
In het voorjaar van 1995 zal een uit gebreid lezersonderzoek onder het imi versitaire personeel gehouden worden, om te bepalen wat het personeel van het katern vindt. Naar verwachting wordt dan onder meer een enquête onder een groot aantal lezers verspreid. Afhankelijk van het oordeel zullen het college van bestuur, de ondernemings raad en de redactie besluiten of, en zo ja in welke vorm, het katern na 1995 zal voortbestaan.
Vanaf januari zullen de salarisstro ken van vumedewerkers er totaal anders uitzien. De bestaande pen sioenpremie en de vereveningsbij drage verdwijnen. Daarvoor in de plaats komen een premie voor ou derdoms en nabestaandenpensi oen, een premie voor de aanvullen de WAO verzekering en een VUT premie. Deze verandering heeft twee rede nen. De VUT krijgt een apart fonds nu wordt ze uit de bestaande pensioenpre mie betaald en daarom ook een apar te premie. De aanvullende WAD gaat in
1995 officieel van start, en krijgt daar om ook een eigen premie. Bovendien zullen er in de toekomst op de salarisstrook een WAO , een ww en een Ziektewetpremie te zien zijn. Deze premies zijn bedoeld om werkne mers te laten wennen aan het feit dat ze in 1996 onder dezelfde sociale verzeke ringen gaan vallen als de marktsector. De invoering van de premies wordt ge compenseerd door een verhoging van het bruto salaris. De veranderingen zullen gevolgen hebben voor het netto inkomen. Die zijn nu nog niet bekend. Ze komen in het volgende personeelskatern aan de orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's