Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 327

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 327

9 minuten leestijd

AD VALVAS 2 FEBRUARI 1 9 9 5

PAGINA

11

Het tanende gezag van de wetenschap Massamediale prostitutie heeft imago van universiteit aangetast De universiteiten hebben veel van hun aanzien verloren. Waar men eens met ontzag over de verheven Alma Mater sprak, daar praat men nu over de universiteit als kennisfabriek. En ais de fabriek niet efficiënt draait, dreigen reorganisaties en bezuinigingen. Willem Koops, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de vu, bijt de spits af van een serie opiniestukken over het imagoprobleem van de universiteit in de politiek.

Willem Koops Het IS niet meer zo dat een uitspraak, omdat die door een beoefenaar van de wetenschap gedaan wordt meer gewicht in de schaal legt dan die van een ander. En dat stemt iedet weldenkend mens tevreden. Want autoriteitsargumenten zijn in ons westerse democratische denken niet acceptabel. Zelf werd ik met dat inzicht voortdurend geconfronteerd, toen ik alweer dertig jaar geleden als student-assistent werkzaam was bij de researchgroep van de afdeling ontwikkelingsneurologie van het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Deze groep stond onder de stimulerende leiding van de uit Oostenrijk afkomstige geleerde Hemz Prechtl, internationaal erkende grondlegger van de ontwikkelingsneurologie. Deze hoogleraar huisde in het grootste vertrek van de barak waarin deze beroemde researchgroep gevestigd was, en achter de zetel waarop hij placht te zitten stond in grote zwarte letters op een witte muur geschreven dat in de wetenschap autoriteit niet telt. Helaas kan ik niet meer achterhalen welk klassiek citaat het was. Het zou Leonardo's uitspraak Dove si grada non è vera scientia (Waar men schreeuwt is geen ware wetenschap) hebben kunnen zijn. Het aardige was dat ik meteen ook geconfronteerd werd met de moeilijkheid beginselen in praktijk te brengen. Want ik kan me weliswaar niet hennneren dat Prechtl schreeuwde, maar stemverheffmg en dreigende mtonatie, en een direct of indirect beroep op de eigen (inderdaad indrukwekkende) status om de argumenten kracht bij te zetten, kwamen regelmatig voor.

werd, steevast te horen krijgen dat hij bezwaarlijk gelijk kan krijgen aangezien hij geen goed onderzoeker is. Dat hij vrijwel nooit wordt bijgevallen door positief beoordeelden komt doordat dezen niet wensen dat welke kritiek dan ook tot wijziging van de beoordelmg zal leiden. We kunnen lang doorgaan met het aanvoeren van vele afschuwwekkende voorbeelden van onwetenschappelijk argumenteren in wetenschappelijke kring. We kunnen ook nuchter constateren dat binnen de universiteit het moderne politieke en beleidsdenken zich een plaats heeft verworven, die het moeilijk maakt voor beoefenaars van de wetenschap voortdurend de gereglementeerde, objectiverende redeneerstijl aan te houden die passend is voor het wetenschappelijk denken.

Belangenstrijd Er is dus veel belangenstrijd en die is niet gunstig voor de objectiviteit. Ik ben echter van mening dat die wetenschapsbeoefenaren daaraan toch niet mogen toegeven, omdat ze op termijn daarmee hun geloofwaardigheid ondermijnen. Met die geloofwaardigheid is het buiten de universiteit toch al niet meer zo florissant gesteld. Dat is deels te wijten aan de zichtbare verdeeldheid van de beoefenaren van de wetenschap, maar deels ook aan cultuurhistorische ontwikkelingen, waardoor de betekenis van geleerdheid verandert. Zo is het informatie-aanbod waarmee wij te maken hebben drastisch veranderd, en wel des te

ingrijpender naarmate we verder in de geschiedenis voortschrijden. Ik heb zelf geen onderzoek op dit gebied gedaan, maar ontieen het volgende aan een mooi hoofdstuk, ooit door mijn collega Van Meel uit Tilburg voor een door mij geredigeerd handboek over mijn vak, de ontwikkelingspsychologie, geschreven. Het ging over de culturele invloeden op informatieverwerking door kmderen. Een door mij aangehangen ontwikkelingspsychologisch principe luidt: wat voor kinderen geldt, geldt ook voor volwassenen. Het is daarom nuttig Van Meels betoog hier kort weer te geven. In de eerste plaats kuimen we zeggen dat het informatiepakket een explosieve toename heeft doorgemaakt en nog steeds doormaakt. Zo kon ik onlangs besluiten al mijn gidsen met adressen, telefoonnummers en e-mail nummers weg te gooien, aangezien ik na jaren drammen eindelijk op het 'campus computernet' van de vu ben aangesloten en dus een overmaat aan mformatie over mijn collegae in alle werelddelen probleemloos via internet kan opsporen. Verder is er sprake van versnelling en verkorting van de informatie. Ik verwijs voor voorbeelden graag naar Van Meel en voeg er, ter bepaling van de gedachten, nog aan toe dat wij tegenwoordig in staat zijn te klagen over traagheid van computers die over sommige taken fracties van seconden langer doen dan we eerder of elders hebben ervaren. Het meest karakteristiek voor de veranderingen in het informatieaanbod, waarmee we dagelijks hebben te maken, is misschien nog wel de toenemen'SgM^MtfMMg3tf'»ViM'WtMMffl»*'II!'!gW«iMigwjiil"i!ggiiilM

Inmiddels zijn in het dagelijkse academische wetenschapsbedrijf een aantal mechanismen ingeslopen die op de keper beschouwd, op gespannen voet staan met het mooie beginsel dat autoriteitsargumenten in de wetenschap geen plaats hebben. Zo is het bijvoorbeeld gewoon geworden dat het gewicht van iemands wetenschappelijke bevmdingen, redeneringen en conclusies niet wordt afgemeten aan de kwaliteit van het door hem of haar geschrevene of gesprokene, maar aan de status van het wetenschappelijk tijdschrift waarin een en ander gepubliceerd is. In mi)n vak bijvoorbeeld wordt iets wat je in het Nederlands hebt opgeschreven vrijwel niet geleden, noch serieus genomen, maar een vertaalde bie in een Amerikaans 'top-tijdschrift' levert uiet alleen creditpoints op die de toegang openen tot chique wetenschappelijke gezelschappen als onderzoekscholen en andere fraaie beleidsinstrumentele creaties, maar garandeert bovendien het soort aanzien dat nodig is om subsidies te werven voor wetenschappelijk onderzoek. Bovenal is het publiceren in de media met de juiste status ook het beste wapen tegen uit bezuinigingsnood voortvloeiende ophefFmgsdreiging.

Generaliseren Ik beweer met dat dit in alle opzichten verkeerd is; ik heb er dan ook tot nu toe loyaal en actief aan meegewerkt om volgens dit soort criteria grootscheepse evaluaties uit te voeren ten behoeve van de invoering van de Voorwaardelijke Financienng, de nog lopende procedures rond de onderzoekscholen en de onderzoeksvisitaties. Inmiddels echter is gaan blijken dat de gehanteerde criteria zozeer aan het generaliseren zijn dat ze gemakkelijk gaan werken als autoriteitsargumenten en daardoor de wetenschappelijke discussie ernstig gaan belemmeren. Wie heeft gepubliceerd in de juiste media heeft belangrijkere inzichten dan iemand die m lager geplaatste organen terecht kwam, en naar iemand die helemaal mets publiceerde, wordt vaak in het geheel niet meer geluisterd, ongeacht de kwaliteit van zijn argumenten. Veel van het moois dat ik in mijn wetenschappelijke opleiding uit de jaren zestig leerde, bijvoorbeeld dat niets zo democratisch is als de wetenschappelijke discussie, omdat elk argument gewogen wordt naar zijn intrinsieke kwaliteit en gewicht en niet naar de kenmerken van de spreker, lijkt als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Vooral m de beoordelmgssfeer, zoals in het kader van de recente visitaties, zijn nare voorbeelden te vinden. Zo kan iemand die redelijke, ook wetenschappelijk steekhoudende kritiek heeft op beoordelingscriteria en/of procedures waarvan hij het slachtoffer

de bereikbaarheid van informatie. Op de tv, video, en computerschermen die men in elk huis in dit land kan vinden, is moeiteloos mformatie te vinden die vroeger meer opslagruimte voor boeken en archiefmateriaal zou hebben vereist dan m de meeste huizen beschikbaar is. De interessantste passages uit het genoemde hoofdstuk van Van Meel zijn die waarin hij de gevolgen schetst van de veranderingen m het mformatie-aanbod, zoals die met name ook door de beschikbaarheid van de informatica worden veroorzaakt. Deze passages cirkelen rond de statusvermindering van de persoonlijke drager van kennis. Immers als voor iedereen alle informatie beschikbaar IS, dan nivelleert het statusverschil tussen de geinformeerden en onge'informeerden. Dat schept in beginsel een sfeer waarin zelfs minachting voor kennis op de loer ligt en van waaruit het in ieder geval voor de hand ligt eruditie en ervaringskennis en misschien ook gebrek aan respect voor ouderen, niet meer belangrijk of zelfs achterhaald te achten. En daarmee vervalt ook het respect voor de geleerde, zoals die eeuwenlang primair werd gedefinieerd: als een erudiete deskundige met zeer veel ervaring en wijsheid. Het veelvuldige optreden van geleerden voor radio en tv werkte averechts: het bevestigt de publieke toegankelijkheid van informatie.

Principe Deze wijzigingen verdragen zich wonderwel met het begmsel dat het universitair onderwijs in dit ' land zo ernstig in financiële problemen heeft gebracht: "geinformeerdheid is niet meer een exclusief bezit van enkelen, maar een democratisch recht van allen" (Van Meel). Ik haast mij er aan toe te voegen dat ik dit principe onderschrijf. Maar het probleem is dat ten gevolge ervan het gevaar bestaat van minachting voor informatie in het algemeen, van wat informatie-inflatie genoemd kan worden. Bij de door Van Meel geschetste ontwikkelingsgang past de situatie waarin de oudere hoogleraar een beetje meewarig wordt bekeken, omdat hij met in staat is de moderne mformatica zo efficiënt te gebruiken als de jongeren om hem heen. Hierbij past dat we minstens zo veel vertrouwen hebben in degene die vaardig is m het hanteren van de technieken die toegang tot informatie verschaffen dan in degenen die erudiet en ervaren zijn. Zo kunnen we ook begrijpen dat geleerden steeds jonger op leidinggevende posten worden benoemd en dat wetenschap steeds technischer en gespecialiseerder wordt ten koste van de synthese, die rijpe, erudiete en afgewogen oordelen vereist. Hoewel ik niet zonder meer de juist beschreven ontwikkelingen betreur, zijn er wel ernstige risico's, die uitmonden in verlies aan gezag van de wetenschap in het algemeen. Want waar informatie-inflatie optreedt en waar wetenschapsbeoefenaren niet zonder autoriteitsargumenten en belangenstrijd kunnen opereren, daar is weinig goeds te verwachten, ook niet van de publieke opinie en dus niet van politici. De beoefenaren van de wetenschap zullen dan ook hard moeten werken aan hun imago. En dat doen ze het best door politiek en beleid aan de beroepsgroepen over te laten die daarvoor zijn, en door zichzelf te concentreren op hun wetenschappelijke arbeid. Gezag van de wetenschap zal op termijn niet blijken af te hangen van de vlotte babbel en de ogenschijnlijke beleidsrelevantie, maar van de degelijkheid en de deugdelijkheid van het doorwrochte wetenschappelijke werk, zelfs ongeacht het orgaan waarin het gepubliceerd is. Laat er nog een plaats in deze cultuur overblijven, waar denken vnjheid kent - vrijheid die berust op de intrinsieke, wetenschappelijke kwaliteit van de argumenten en niet op autoriteitsargutnenten, ook niet die van het wetenschappelijk establishment. In het contact met de buitenwereld zal opnieuw terughoudende gedisciplineerdheid en bescheidenheid de degelijkheid van de wetenschapsbeoefenaar moeten tjfperen, om de geloofwaardigheid, die door massamediale prostitutie verloren is ge- ~ gaan, te herwinnen. Willem Koops IS hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Faculteit Psychologie en Pedagogiek van de VU

IWIWWIWWilllIfl*Mlll>IMli U MBüWWMiWiMlB

WllWIIWIWWWWWiillllwiiWI'» Bas van der Schot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 327

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's