Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 345

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 345

9 minuten leestijd

AD VALVAS 9 FEBRUARI 1995

PAGINA 13

IJshockey is ijshockey' Studenten in Amsterdam beginnen eigen vereniging in Jaap Edenhal Sport op het ijs blijft in Nederland meestal beperkt tot 'rondjes linksom'. Dat het ook anders kan, bewijst de pas twee maanden oude studenten-ijshockeyvereniging Thor. "Tijdens de wedstrijd gaat het er soms ruig aan toe", beaamt initiatiefnemer Ties Top. "Maar daarna sta je gewoon met je tegenstander een pilsje te drinken."

Peter Boerman

Een stevige body-check, een fikse ruzie of een flitsende doelpoging; ongetwijfeld geen sport zo spectaculair als ijshockey. Toch heeft de sport in Nederland nooit echt voet aan de grond gekregen. In Amsterdam was het tot voor kort zelfs helemaal onmogelijk om de ijshockeystick te hanteren. De Jaap Edenbaan, de enige hoofdstedelijke binnenbaan, was jarenlang in verbouwing, zodat ijshockeyende studenten hun heil ergens anders moesten zoeken. Tot twee maanden geleden, want toen ging studentenijshockeyclub Thor van start. De vereniging is een initiatief van Ties Top, economiestudent van de UVA. "Ik speelde vorig jaar nog studentenijshockey in Groningen", legt hij uit. "Toen ik dit jaar naar Amsterdam kwam, vond ik het nogal raar dat ik hier niet kon spelen. Dit is toch de grote stad, dacht ik. Twee maanden geleden, toen net de binnenbaan weer open ging, heb ik daarom overal briefjes opgehangen met de vraag of er meer studenten interesse hadden in ijshockey." Naast dertig aanmeldingen in twee maanden (waaronder vier meisjes) kreeg Top ook respons van de ASS, de overkoepelende studentensportvereniging van de Universiteit van Amsterdam. Deze bleek bereid financieel bij te springen. Daardoor kon de contributie beperkt blijven tot tweehonderd gulden per jaar. "We spelen tegen negen andere studententeams door het hele land heen", ver-

il

telt Top. Thuiswedstrijden zitten er dit jaar voor Thor nog niet in. Ze kunnen voorlopig alleen 's ochtends vroeg op de Jaap Edenbaan terecht. "En dat kun je die studenten uit de andere steden niet aandoen", meent Top. Thor heeft echter de toezegging dat met ingang van het volgende studiejaar ook 's avonds ruimte voor hen beschikbaar is in de schaatshal. De eerste twee wedstrijden van Thor zitten er al op. Zowel tegen Groningen

als Leiden werd behoorlijk verloren. Top kan er nog om lachen. "Probleem is nu dat we iedereen aannemen. Bij burger-ijshockeyverenigingen kom je over het algemeen niet binnen als je minder dan zeven jaar gespeeld hebt, maar bij ons is dat anders. En we zijn natuurlijk nog maar net begonnen." Ondanks het besef dat ijshockeyverenigingen in Nederland per definitie klein zijn, heeft Thor grootse plannen. "De drempel voor ijshockey is vrij hoog", beseft ook Mare Maas, de eerste uvAstudent die reageerde op de oproep van Top en nu trainer van de club. "Je moet vrij goed kunnen schaatsen, de kleding is tamelijk duur en de sport is nogal fysiek. Dat schrikt wel eqns mensen af. Maar aan de andere kant is het ook de kracht van de sport. IJshockey is ijshockey." Een blik op de training van de studen-

Op de ochtendtraining van Tlior gaat het er soms ruig aan toe

ten van Thor leert wat Maas bedoelt. Op een tijdstip dat Amsterdam nog slaapt en op de buitenbaan slechts een enkeling reeds zijn trouwe rondjes maakt, is het binnen al een drukte van belang. Aan de ene kant van de baan bestoken zo'n vijf man en een enkele dame in zwarte shirts de keeper in het kleine goaltje met een regen van pucks. Af en toe knalt er iemand hard tegen de boarding. Aan de andere kant wordt op het achteruitschaatsen getraind, een vaardigheid die de meeste Nederlanders, gewend aan hun rondjes linksom, nauwelijks beheersen.

"Het leuke aan studentenijshockey is de gave sfeer", vertelt Ties Top, met overtuiging. "Tijdens de wedstrijd gaat het er soms agressief aan toe, maar later kun je met je tegenstander toch gewoon een pilsje drinken." Het enige meisje dat op het vroege uur de training van Thor bijwoont, is Deirdre O'Leary. Ze is Canadese van oorsprong, zit tussen haar PhD en masters in en is nu voor vier maanden als onderzoeksassistente werkzaam bij de faculteit aardwetenschappen van de vu. "In Canada is ijshockey eigenlijk een heel rustige sport, een uitermate ge-

Bram de Hollander

schikte sport voor ladies", vertelt ze, en passant een paar fikse vooroordelen onderuit halend. Ze begint te lachen: "Wij vinden veldhockey een ruige sport. Maar bij ons mag je dan ook alleen op het hoogste niveau bij de mannen bodychecken en slap-shots spelen. Hier doet iedereen dat." Het schrikt haar niet af. "O/ï, «o", lacht ze van onder haar helm. ''We're having lots of fun!" Meer weten of lid worden'? Kom naar de training dinsen donderdag 8.30 tot 10.00 of bel Ties Top: 020 6625319'

VU-kamerkoor zingt Requiem van Duruflé v\cV. Roodenburg

Sopraan Paula de Wit soleert in Triade

Jean van Lingen

Theo Verbey (1959) behoort tot de laatste lichting van Nederlandse componisten Marco Borggreve

VU-kamerorkest speelt Triade van Theo Verbey De liefhebbers van kamermuziek komen deze maand aardig aan hun trekken. Een week na het vu-kamerkoor dat aanstaande zaterdag in de Nicolaaskerk optreedt, geeft het kamerorkest van de Vrije Universiteit een uitvoering. Ook dit keer wordt het concert te Amsterdam voorafgegaan door een optreden in de provincie, en wel in Nunspeet. Op het programma staan twee concert-aria's van Mozart en Van Beethoven - met sopraan Paula de Wit als soliste -, de 'Eerste Serenade' van Brahms en als première het orkestwerk 'Triade' van Theo Verbey. Aangezien de namen Mozart, Beethoven en Brahms wat bekender klinken dan Verbey, even wat meer informatie over de 'Triade'. Theo Verbey (1959)

behoort tot de laatste lichting van Nederlandse componisten, die aansluiting zoekt bij de klassieke traditie. Als uit-

Cultuur gangspunt voor zijn 'Triade' nam hij de 'Praagse symfonie' van Mozart. Hij bewerkte zijn voorbeeld echter zodanig, dat zelfs Mozart zelf het niet meer zou herkennen. Verbey valt daarom ook niet te vergelijken met componisten van het herkauwende genre André Rieux, want de 'Triade' is een origineel stuk dat als een hommage aan Mozart

beschouwd kan worden. De bezetting van ruim twintig solo-strijkers, tien blazers en slagwerk maakt de compositie bovendien zowel ritmisch als harmonisch complexer dan zijn oorsprong. 'Triade' beleefde in 1992 een eerste uitvoering, maar eind vorig jaar bewerkte Verbey het stuk nogal ingrijpend. Hij voegde onder andere een langzame inleiding toe - een duidelijke verwijzing naar de 'Praagse symfonie'. De uitvoering door het vu-kamerorkest is dus de première van de bewerking van een bewerking. (DR) VU-kamerorkest onder leiding van Daan Admiraal speelt Verbey, Van Beethoven, Mozart en Brahms Soliste Paula de Wit (sopraan). Zaterdag 18 februari 20.15 uur in de Waalse Kerk, Walenpleintje Amsterdam Toegang ƒ15,-/ ƒ12,50

Het vu-kamerkoor, dat aanstaande zaterdag stukken van Duruflé, Kodaly en Part in de Nicolaaskerk ten gehore brengt, vierde afgelopen zondag zijn twintigjarig bestaan met een bescheiden reünie op Uilenstede. Al in 1968 nam een aantal leden van het grote vukoor het initiatief tot een kamerkoor, om de wat minder voor de hand liggende klassieke muziek voor kleinere bezetting te spelen. Dit gezelschap viel echter na enkele jaren uiteen. In 1976 werd het kamerkoor nieuw leven ingeblazen en kreeg het een eigen bestuur. Sindsdien heeft het uit gemiddeld twintig kelen bestaande koor zijn bestaansrecht ruimschoots bewezen met uitvoeringen van zeer divers werk, van Middeleeuws tot eigentijds en in stijl variërend van musical tot Stravinsky. Of, om de Nederlandse componisten niet te vergeten, van Sweelinck tot Andriessen. Ruim vijfjaar was Sam ten Velden dirigent van zowel het grootkoor als het kamerkoor. Sinds 1991 wordt het kamerkoor geleid door Boudewijn Jansen. Dat kerkelijke muziek regelmatig op het repertoire verschijnt, zal gezien de traditie van de vocale muziek geen verbazing wekken. Ook voor het komende concert staat muziek op het programma die, ondanks zijn twintigste eeuwse karakter, voortkomt uit de Middeleeuwse liturgie. Uitgevoerd worden de 'Missa Brevis' van Kodaly, het 'Magnificat' van Part en het 'Requiem' van Duruflé. Organist Wim Dijkstra soleert in de 'Missa brevis' en in het 'Requiem'. Hij verzorgt bovendien enkele intermezzo's tussen de koorwerken door. Mezzosopraan Bemadette Bouthoom is als soliste in het 'Requiem' te horen. Na een concert op vrijdag in Schagen zingt het kamerkoor op zaterdag 11 februari in de Nicolaaskerk bij het Centraal Station te Amsterdam. Zoltan Kodaly (1882-1967), een van de componisten van wie werk te horen

is, werd geboren in het huidige Slowakije en ging op zijn achttiende naar Boedapest om cello en compositie te studeren. Net als zijn vriend Béla Bartók liet hij zich inspireren door de '' / volksmuziek. In 1906 schreef Kodaly zelfs een proefschrift over de Strofenbouw in Hongaarse volksliederen. Terwijl Bartók zich vooral op de ritmische aspecten richtte, concentreerde Kodaly zich op de melodie. In zijn 'Missa Brevis' worden typisch Hongaarse volksmuziekklanken afgewisseld met oorspronkelijk gregoriaanse melodieën. De 'Missa Brevis' werd overigens in 1991 al door het grote vu-koor uitgevoerd. Het 'Magnificat' van Arvo Part is een kort a capella-stuk. Blijkbaar zo kort dat het niet eens op het affiche vermeld staat. Part werd in 1935 geboren in Estland en studeerde aan het conservatorium van Tallinn. In 1980 emigreerde hij naar het Westen, om zich te onttrekken aan de dwang van het door de Sovjet-autoriteiten opgelegde socialistisch realisme. In zijn werk combineert Part een seriële manier van componeren met een religieus bewogen eenvoud. Dit resulteert in een new ageachtige sfeer, die bijdraagt aan de populariteit van zijn muziek. Maurice Duruflé (1902-1986) compo'' ' neerde zijn 'Requiem' in 1947 voor koor en groot orkest, maar schreef later een versie voor koor en orgel. Vooral door zijn drang naar perfectie bleef het oeuvre van Duruflé beperkt van omvang. Het 'Requiem' geldt als een geslaagde poging om muziek van zijn leermeester Debussy te vertalen naar Middeleeuwse kerktoonladders en staat genoteerd als een van de hoogtepunten van de hedendaagse koormuziek. VU-kamerkoor onder leiding van Boudewijn Jansen zingt Duruflé, Kodély en Part Solisten Wim Dijkstra (orgel) en Bernadette Bouthoorn (mezzo-sopraan) Zaterdag 11 februan 20 00 uur in de Nicolaaskerk, Pnns Hendrikkade 73 (bij CS) Amsterdam Toegang ƒ15,-/ ƒ12,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 345

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's