Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 346

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 346

8 minuten leestijd

AD VALVAS 9 FEBRUARI 1995

PAGINA 14

aak jezelf

Stageplaats in veel gevallen opstap naar een mooie baan Liesbeth Klumper "Een paar jaar geleden wilden de docenten hier niets met het bedrijfsleven te maken hebben. Omgekeerd was dat ook zo. Mensen uit het bedrijfsleven zagen niets in letterenstudenten. Maar toen ze eenmaal een paar studenten over de vloer gehad hadden, zijn zij van mening veranderd. En de docenten zijn er ook anders over gaan denken", vertelt Olga Jukema die de stages regelt voor letterenstudenten. Maar ook bij studenten waren stages in het bedrijfsleven niet populair. Vooral onder geschiedenisstudenten was 'bedrijfsleven' een vies woord, herinnert Jukema zich. "Als zij al stage wilden lopen, dan moest het bij de overheid zijn." In de acht jaar dat zij de stages coördineert, is die houding veranderd. "Zij zijn nu sterker geneigd om naar buiten te kijken. Dat heeft alles te maken met de houding van de docenten: die brengen dat over." Ook binnen de faculteit wiskunde en informatica werd een tijdlang vreemd tegen die stages aangekeken. D e jonge studierichting bedrijfswiskunde en informatica (BWi) heeft echter vanaf het begin, vijf jaar geleden, een verplichte stageperiode in het curriculum. Stagecoördinator Tinie Veenstra was jaren docent in Nijenrode, een instituut waar heel anders tegen het bedrijfsleven wordt aangekeken. "Een universitaire stage past niet in de Nederlandse mentaliteit. D e universiteit is hier nog steeds een ivoren toren. In de Verenigde Staten is een hoogleraar trots op zijn prestaties in grote bedrijven. Wij als Nederlanders zijn misschien wat calvinistisch: het 'bedrijfsleven' is nog steeds een 'vies' woord, het past niet in het traditionele universitaire plaatje. Maar er is niks mis met zo'n stage, zolang je als universiteit maar vasthoudt aan je eigen kwaliteitseisen."

Goedkoop Voor studenten Bwi is een stage van minimaal vier maanden verplicht. Het is het laatste deel van de studie. D e traditionele afstudeerscriptie hoeven de bedrijfswiskundigen in spe niet te maken, h u n stageverslag heeft die plaats ingenomen. Het kwalitatieve niveau van de stage is dan ook erg belangrijk, benadrukt Veenstra. "Dat is bij ons belangrijker dan bij talenstudies. Onze studenten maken geen scriptie maar schrijven een stageverslag, daarom moet die stage aan hoge eisen vol-

doen." Veenstra wijst af en toe dan ook stages af, als die te makkelijk lijken. En soms moet de student een aanvullend literatuuronderzoek doen om aan het vereiste niveau te komen. Bovendien let zij goed op de aard van het werk dat de studenten wacht. Als zij vermoedt dat een informatica-student in een bedrijf als goedkope programmeur zal worden gebruikt, krijgt het betreffende bedrijf een beleefde afwijzing. T o c h is het niveau van een stage van tevoren niet altijd even goed in te schatten, weet Veenstra uit ervaring. • - -< -F

'•'Tr':'!'

^?:

stage-coördinatrice Tinie Veenstra: 'Het 'bedrijfs-leven' is voor sommigen nog steeds een 'vies' woord' Peter Woiters - Avc/vu

"Als binnen het bedrijf de stagebegeleider ziek wordt of vertrekt, of als er een reorganisatie gaande is, dan kan de stagiair in de verdrukking komen. Maar dat zijn allemaal zaken die je vooraf niet weet. Er blijven altijd onzekerheden." Veenstra is aangesteld om studenten bedrijfswiskunde en informatica aan een stageplaats te helpen. Zij bemiddelt niet alleen, maar helpt de studenten ook bij het opstellen van de sollicitatiebrief en het curriculum vitae, zij bereidt ze voor op het gesprek en zorgt ervoor dat de presentatie van de studenten naar behoren is. D e laatste tijd kloppen er steeds vaker informaticastudenten bij Veenstra aan, met het verzoek ook voor hen een stageplaats te vinden. Voor die informaticastudenten is een stage niet verplicht. "Zij kiezen er vrijwillig voor in de hoop er een baan aan over te houden", vertelt Veenstra. "Daarnaast speelt die stagevergoeding een rol, als je met je studie bent uitgelopen en je het verder zelf moet financieren, dan is die zevenhonderd gulden per maand mooi meegenomen. En veel studenten zijn de universiteit gewoon zat. Die willen een tijdje de praktijk in." Diezelfde ervaring heeft Olga Jukema met de letterenstudenten, voor wie een stage geen verplicht onderdeel is. "Zij willen kennismaken met de praktische kant van het vak, waar zij alleen nog maar theoretisch mee bezig zijn geweest. Ik krijg als motivatie voor een stage van studenten vaak te horen: 'Dit vak leek me leuk, maar is het dat ook?' Bovendien spelen werkervaring en contacten opdoen een grote rol. E n sommigen hebben de illusie dat zo'n stage iets oplevert voor h u n eindscriptie. Die mensen kan ik meteen uit de droom helpen, want dat gebeurt zelden of nooit." . Voor studenten algemene letteren is de stage verplicht. En net als bij bedrijfswiskunde is er voor gekozen de stage het laatste onderdeel van de studie te laten zijn. "Anders komt die scriptie nooit meer af', weet Jukema. "Als zij eenmaal de praktijk zijn in geweest, dan is het erg moeilijk om je nog op te sluiten in je kamer en heel gedisciplineerd aan het schrijven te gaan." Jukema bemiddelt in eerste instantie voor studenten die verplicht stage moeten lopen. Daarnaast doet zij haar uiterste best om ook studenten die zich vrijwillig voor een stage melden, aan een plaats te helpen. "Studenten die

naast h u n letterenstudie economische vakken volgen, kan ik vrij makkelijk plaatsen. Voor bedrijven is die combinatie interessant. Ook voor non-profitinstellingen en dat realiseren studenten zich nog onvoldoende. Verder probeer ik stages te vinden op het gebied van h u n hobby, dan hebben ze een streepje voor." Volgens Jukema zijn bijna alle stages inhoudelijk geschikt voor universitaire studenten. Het probleem is dat studenten zélf stageplaatsen afwijzen. Zo is het uitvoeren van een lezersonderzoek onder letterenstudenten niet erg populair. Het is te theoretisch. Studenten willen juist graag meelopen in het bedrijf "Aan de andere kant weet ik van stageplaatsen waar de smdenten als goedkope arbeidskrachten worden gebruikt. D a n kan ik wel zeggen 'Dat mag niet', maar de stagiaires hebben het er naar h u n zin. Het is een gewilde slavernij. En eerlijk gezegd: ik zou het ook doen. Het is moeilijk om alleen met je doctoraal aan de slag te komen. Werkervaring is belangrijk en ik zeg altijd: maak jezelf onmisbaar."

Succesformule Daarmee geeft zij een deel van haar succesformule prijs. Want ongeveer dertig procent van de studenten algemene letteren, voor wie stage dus een verplicht onderdeel is, weet zich onmisbaar te maken en houdt aan de stage een baan over. "Er zijn foefjes om je onmisbaarheid aan te tonen", vertelt Jukema. "Als ik bijvoorbeeld iemand heb geplaatst die ergens een personeelsblad heeft opgezet, dan is het handig om aan het eind van de stage binnen het bedrijf het belang te benadrukken van een goede interne communicatie. Als je dat dan kunt onderbouwen met een enquête onder het personeel waaruit blijkt dat zij het blad graag lazen, dan vergroot je de kans dat zo'n blad blijft bestaan. En dan ligt het voor de hand dat er voor die stagiair een baan uitrolt." Een aantal van de stageplaatsen haalt Jukema via afgestudeerden binnen. Ook schrijft zij kamers van koophandel en ambassades aan en doet ze af en toe een mailing de deur uit, waarna zij opbelt met de vraag of zij eens langs mag komen. Aan afgestudeerden heeft Tinie Veenstra van bedrijfswiskunde en mformatica nog niet zoveel. De afgestudeerden van

deze jonge studierichting zijn nog op de vingers van één hand te tellen. Zij doet haar contacten op bij bijvoorbeeld conferenties en via-via. Een belangrijke bron van stageplaatsen vormen de hoogleraren die niet full-time aan de universiteit zijn verbonden en die een hoofdbaan in het bedrijfsleven hebben. Heel anders gaat het toe bij culturele antropologie. Vroeger bestond een kwart van de studie uit 'veldwerk', zeg maar stage. D e stageperiode is inmiddels teruggebracht tot minimaal vier maanden. T o t voor kort had stagecoördinator Jos van der Klei projecten in Senegal en Marokko klaar liggen. Met de bezuinigingen zijn die plekken goeddeels gesneuveld. "Studenten kurmen er nog wel naar toe," vertelt Van der Klei, "maar ze moeten het ter plekke zelf uitzoeken. Ook de supervisie bestaat tegenwoordig uit lokale mensen. Tachtig procent van onze studenten gaat voor veldwerk nog naar het buitenland. D e rest blijft hier, bij Ontwikkelingssamenwerking of bij musea. Maar degenen die naar het buitenland gaan, staan er ter plekke eigenlijk alleen voor." Voor antropologen levert een stage maar hoogst zelden een baan op. Van der Klei is er niet rouwig om. In tegenstelling tot zijn collega's van bedrijfswiskunde en algemene letteren ziet hij niets in een stageplaats bij een toekomstige werkgever. "Je studententijd is de enige periode in je leven dat je echt onafhankelijk onderzoek kunt doen. Het is de enige keer dat je kunt schelden. Later moet je je vooral conformeren. D e universiteit is een school geworden. Wij hebben een studierichting cultuur organisatie en management. Die is sterk op het bedrijfsleven gericht en die trekt veel studenten. Daar zie je dat studenten, als ze al stage lopen, heel strategisch hun plek zoeken. Zo gaat de onafhankelijke positie van de universiteit verloren. Ik vind stages erg belangrijk, maar het argument 'werkervaring opdoen' wantrouw ik. Want in opdracht van wie doen ze dan werkervaring op? E n wat blijft er dan over van het idee dat studenten h u n kennis onafhankelijk in de praktijk kunnen brengen? Wat er nu als stage over de toonbank gaat, daarvan vraag ik me af: is dat nou de bedoeling?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 346

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's