Ad Valvas 1994-1995 - pagina 541
AD VALVAS 11 MEI 1995
PAGINA 13
Een fabeltje: pilletje slikken en hopakee Volgens Ivan Wolffers biedt prozac meer hoop voor farmaceutische industrie dan voor neerslachtigen Ivan Wolffers, medicus aan de vu en romancier, schreef een gedegen boek over prozac, het wondermiddel dat vooral tot miraculeuze winsten leidt in de farmaceutische industrie. Om neerslachtig van te worden. Selma Schepel
Hoe prettig het is als een wetenschapper ook literaire kwaliteiten heeft, bewijst Ivan Wolffers weer eens in Verlossing op recept, een beschouwing over 'Prozac en het geloof in medicijnen' waarin hij de plotselinge wereldwijde populariteit van het anti-depressivum prozac analyseert. Zo'n boekje doet pleiten om aan wetenschappers voortaan ook de eis te stellen, naast goed onderzoek doen en goed onderwijs geven, ook goed te ktmnen schrijven. Hier hèp een gewoon mens nog eens wat aan. Waarom zouden wetenschappers
slechts in dor jargon vanuit ivoren torens naar elkaar moeten seinen? Waarom niet ook kennis naar het volk gebracht? Zeker in het geval van een populaire volks-drug als prozac is dat van groot belang. 'Alles wat u eigenlijk over prozac had willen weten', had ook de naam kunnen zijn van het boek. Want, blijkt uit Wolffers' boek, over prozac wordt eindeloos gebabbeld, terwijl het merendeel van dat babbelen tendentieuze flauwekul omvat. Prozac is een pil uit de tamelijk jeugdige familie der anti-depressiva, medicijnen die kunnen ingrijpen in de stemming van een persoon doordat ze bepaalde neurochemische processen m
het zenuwstelsel beïnvloeden; een psychisch probleem mechanisch bestrijden. De ontdekking van zulke middelen gaf in de jaren vijftig een prettige revolutie: voortaan geen langdurig en duur liggen op divans bij psychiaters, maar een schone, snelle, goedkope oplossing via een pil. De oude discussie of geestelijke ellende door aanleg, dus biologisch, bepaald is, dan wel ontstaat door omstandigheden en ervaringen - nature versus nurture nam weer een wending. Negentiende eeuwse zielkundigen waren overtuigd van de biologische oorzaak, zozeer zelfs dat fysiognomie uitsluitsel gaf of iemand slecht en gek was, of niet. Wee degene met een laag voorhoofd of doorlopende wenkbrauwen. Freud en Jung brachten verandering in dit denken: een mens wordt grotendeels gekneed door uitwendige factoren, en kan dus ook genezen worden door hem dit in te laten zien. Tegenwoordig ligt de waarheid een beetje in het midden - na tragische uitschieters als de nazi-ideologie die alles biologisch verklaarde, en de 'affaire Buikhuizen', een wetenschapper die volledig geruïneerd werd omdat hij het ondanks dit oorlogstrauma waagde ook maar een snippertje biologie te willen onderzoeken bij crimineel gedrag. Maar een pil die het lichaam bewerkt opdat de geest zich prettiger voelt mag nu weer helemaal, en hoe. Wolffers beschrijft duidelijk waarom prozac een rage heeft kunnen worden. En daar wordt de lezer niet vrolijk van. Niet alleen is de geest door een pil te beïnvloeden, reclame van fabrikanten, aandacht van media, gekwaak van deskundigen en quasi-deskundigen en goedgebekte leken kunnen het ook.
Gekwaak
fözac
In meéiclinen
De geschiedenis van het succes van prozac maakt somber over wat er in de toekomst nog meer mogelijk is, bij een verbond van marketing, belanghebbers, media en een gat in de markt. Want prozac kwam precies op tijd. De moderne westerling heeft geen zin meer om jaren in therapie te gaan, en ook de afhankelijkheid van iemand die jouw psyche doorgrondt, is te langdradig en bovendien niet strelend omdat je psychisch mets mankeert. Je bent gewoon depressief omdat je hersens een stofje te veel of te weinig produceren. Dus wat is er logischer en plezieriger dan even langs de huisarts te gaan voor een pilletje om dat te reguleren en hopakee: het leven lacht je weer toe. Wolffers brengt echter een aantal schrikbarende feiten aan het licht. Prozac IS niet zo nieuw en uniek. Het werkt zelfs iets minder dan de eerste generatie anti-depressiva, terwijl het duurder is en een niet te bagatelliseren hoeveelheid bijverschijnselen heeft: van hart-, lever- en nieraandoeningen tot impotentie bij mannen en oversekstheid bij vrouwen. Hij toont als medisch antropoloog ook overtuigend aan hoe prozac het onvermogen van de medische stand blootlegt. De westerse mens wil niet alleen mechanistisch van zijn kwalen afgeholpen worden, hij wil ook betovering. Vroeger was een arts hier een soort tovenaar. In zijn witte jas, vanaf zijn voetstuk, beschikte hij over leven en dood.
Wolffers: 'De westerse mens wil niet alleen mechanistisch van zijn kwalen afgeholpen worden, hij wil ook betovering' Nico Bomk - AVC/VU
Maar nu hij een gewone man of vrouw is geworden, is het element van magie weggevallen. Artsen kunnen of durven nog te weinig te spelen met het gegeven dat patiënten toch snakken naar meer dan recht-toe-recht-aan behandeling. Daarom heeft prozac onder meer ook zo'n succes gekregen: de promotie geschiedde door een charismatisch verkondiger van een soort nieuw geloof, die de neerslachtigen hoop gaf. Vervolgens getuigden gelukkige gebruikers in kranten en talkshows van hun nieuwe leven. Er verschenen ook felle tegenstanders: prozac zou tot agressie en doodslag aanzetten. Maar wonderlijk genoeg bevorderde dat de populariteit. Het was het bewijs dat het middel echt werkte.
Niet vrolijk. Wolffers laat alle voor- en tegenpleiters van het middel de revue passeren. En nogmaals: daar wordt een mens niet vrolijk van. Dat mensen het tot psychiater brengen, betekent nog niet dat wat ze over zo'n middel zeggen één verstandig woord bevat. Wat depressiviteit precies is, hoe diagnoses gesteld worden; het blijkt een rommeltje en volkomen afhankelijk van wie je toevallig treft en in het bijzonder in welk land, in welke cultuur je vertoeft. Want dat de prozac-rage een cultureel-maatschappelijk fenomeen is, maakt de antropoloog in Wolffers op een spannende manier duidelijk. Ook gaat hij in op het financiële belang, het marktsucces. De cijfers over hoe
artsen zich bij hun voorschrijfgedrag laten beïnvloeden door reclame van fabrikanten zijn schokkend. Er staan ook een paar alinea's in die de vu zich aan mag trekken. Fabrikanten zijn zeer gul in het financieren van onderzoek als dat biomedisch van karakter is. De onderzoeker moet even de merknaam van het medicijn laten vallen in zijn verslag en kan dan zijn gang gaan. Maar vrijwel niemand is geïnteresseerd in financiering van onderzoek naar de cultureel maatschappelijke factoren bij medicijngebruik, waar dit boek juist zo indringend de invloed van toont: "Zelfs binnen mijn eigen universiteit voer ik een sdort guerrilla-strijd, en dan nog wel met het instituut voor Extra Muraal Geneeskundig Onderzoek, omdat men alleen het belang van suikerwaarden, elektrocardiogrammen en bloeddruk schijnt te zien. Het feit dat het in de gezondheidszorg uiteindelijk om mensen gaat en dat we hun gedrag zouden moeten bestuderen, blijkt voor universitaire onderzoeksinstituten niet aantrekkelijk te zijn." Wolffers, I Verlossing op recent, prozac en het geloof in medicijnen, Amsterdam, uitgeverij Contact, 1995, 159 biz, ISBN 90 254 1162 2, ƒ24,90
'Laat TNO concurreren met universiteit' Gedwongen winkelnering bij T N O moet verdwijnen, volgens Adviesraad Frank Steenkamp
Het landelijke, door de overheid betaalde instituut voor Technisch en Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) is te beschermd. Dat vindt de Adviesraad voor Wetenschapsen Technologiebeleid (AWT).
De 'doelsubsidies' van bijna honderd miljoen gulden die de overheid exclusief voor TNO uittrekt, moeten inzet van open concurrentie worden. Ook universiteiten - vooral de TU's en Wageningen - horen dan bij de gegadigden.
De adviesraad vindt de bevoorrechte positie van TNO, dat zestig jaar geleden is opgericht om het bedrijfsleven te versterken, historisch wel verklaarbaar. De laatste jaren hebben zich echter ook andere door de overheid gesubsidieerde onderzoeksinstellingen - waaronder de universiteiten - op de markt van onderzoek voor het bedrijfsleven begeven. Die verdienen volgens de AWT een gelijkwaardige behandeling. Dat betekent dat alleen een 'basissubsidie' van de overheid exclusief voor TNO bestemd blijft. De huidige situatie, waarin verschillende ministeries een post 'doelfinanciering TNO' hebben die ze alleen bij dit
instituut mogen besteden, is volgens de adviesraad achterhaald. Een departement moet vrij zijn om, op basis van een eigen onderzoekbeleid, zijn geld daar te besteden waar men denkt het beste geholpen te worden. Gedwongen winkelnering past daar niet bij.
Voorrechten De adviesraad wil "zo direct mogelijke contacten tussen vraag en aanbod" van onderzoek. Om die reden vindt ze dat de doelsubsidie die TNO nu van Economische Zaken krijgt, zelfs het beste omgezet kan worden in "subsidies aan bedrijven" die onderzoek willen uitbesteden. Die bedrijven moeten dan uiter-
aard kunnen kiezen tussen TNO en andere kennisaanbieders, zoals de grote technologische instituten en de universiteiten. Het A\XT-advies gaat overigens lijnrecht in tegen de commissie-Blankert die onlangs vanuit het bedrijfsleven koos voor handhaving van de voorrechten van TNO. De Raad vindt het voor de effectiviteit van het onderzoek juist van groot belang dat 'vraagfinanciering' centraal komt te staan. De klant is koning. Tenslotte toont de adviesraad zich ook zeer kritisch over de plannen van TNO met de 'basissubsidie' die de instelling van de overheid krijgt. Ze vindt dat in een aanvulling op het recente strate-
gisch plan van TNO beter aangegeven moet worden, aan welke thema's dit geld besteed wordt. Alleen dan is er politieke discussie over deze prionteiten mogelijk. Bovendien waarschuwt de raad dat de basissubsidie in elk geval met besteed mag worden aan ondersteuning van opdrachtonderzoek. In dat geval is immers sprake van oneerlijke concurrentie met anderen. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's