Ad Valvas 1994-1995 - pagina 275
ADVALVAS 12 JANUARI 1995
PAGINA 7
Dertien kikkers Hf
I
HUfi^
^0fl^
^^^^
S^^SÊk
I ^ i r HH^ KB B '^S^ S^ M j ^ ^ j ^ ^^^^
^B8^ Hg^^
Tien jaar moeizaam samenwerkende universiteiten In de wandelgangen wordt de tienjarige VSNU nog wel eens de VNSU genoemd: de Vereniging van NietSamenwerkende Universiteiten. Want daadkrachtig een gezamenlijk standpunt innemen, is er zelden bij. Een onvermijdelijke tekortkoming, vinden de universiteiten zelf. Ze hebben nu eenmaal verschillende belangen. Al zou meer eensgezindheid soms geen kwaad kunnen. het voor de bewindsman aan de andere kant van de tafel makkelijker om door te gaan op de inge slagen weg. Dat gold ook voor mij als staatssecre taris." Vèèr alles moeten de universiteiten voorkomen dat ze tegen elkaar uit worden gespeeld, meent Cohen. "Je kunt beter wat water bij de wijn doen en de gelederen gesloten houden. Of de universi teiten het nu leuk vinden of niet: de politiek blijft de komende jaren beslissen over het grootste deel van hun budget." Brinkman is met optimistisch: "Universiteiten staan van nature met de rug naar elkaar toe. Het zijn cultureelanarchistische instellingen. En te genover de politiek staan ze zeer cynisch. Het uni versitaire milieu is ongeschikt voor een effectieve lobby. Ik weet van mezelf dat ik ook heel arrogant over Kamerleden praat. Dat is nu eenmaal onze houding. Maar daar maken de politici het ook naar. Ze weten echt niet waar ze het over heb ben."
Pieter Evelein
Voormalig staatssecretaris Cohen, nu weer rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg: "Als de afgelopen periode iets heeft aangetoond, dan is het dat de universiteiten wel degelijk een vuist kunnen maken als zij zich eensgezmd opstellen. Door met elkaar, samen met hogescholen en stu denten, consequent te blijven roepen dat die be zuiniging van vijfhonderd miljoen gulden gewoon met kon, zijn ze er uiteindelijk toch in geslaagd dat de Tweede Kamer anders over die bezuiniging IS gaan denken. Maar het gedoe met de intentie verklaring deed dat weer teniet. Toen was het ge daan met de eenheid, en daardoor ook met het succes." Het gebrek aan onderlinge overeenstemming loopt als een rode draad door het tienjarig bestaan van de Vereniging van Samenwerkende Neder landse Universiteiten, de VSNU. Niet zelden komt de koepelorganisatie over als een club die weimg meer kan dan dwars liggen. Steeds als minister Ritzen een hartstochtelijk pleidooi houdt voor beter onderwijs, reageert de vsNU zwaar beledigd: "Maar de universiteiten zijn daar voortdurend mee bezig!" Talloze hoogleraren geven intussen toe dat onderwijs slechts door een enkeling werke lijk belangrijk wordt gevonden. Als het aankomt op het formuleren van een eigen visie, blijft de vsNU vaak steken in vage, omslach tige formuleringen. Op zulke momenten lijkt het er verdacht veel op dat de universiteiten niet weten wat zij dan wèl willen. De universiteiten mogen dan samen de vsNU vormen, zij identifice ren zich niet graag met het in Utrecht zetelende bureau onder leiding van directeur F. van Eijkem. Eerder beschouwen ze de vsNtJ als een noodzake lijk kwaad. Liefst zouden ze hun zaakjes in hun eentje met de minister van Onderwijs regelen, ei genwijs als elk van de veertien universiteitsbestu ren (mclusief de Open Universiteit) nu eenmaal per definitie is. De angst dat hun eigen belang lijdt onder dat van de groep is levensgroot. Echter, om zaken te doen met de minister moeten ze nu een maal vaak samen optreden.
Succesnummers
Besluiten Een illustratie van de onderlinge achterdocht is de slepende discussie over de besluitvorming binnen de VSNU. Lange tijd waren tal van veiligheidsklep pen mgebouwd. De eis van unanimiteit bijvoor beeld. Het heeft drie jaar geduurd voordat men het eens werd dat, m een beperkt aantal gevallen, ook een meerderheid een besluit kan nemen. Bij de voorganger van de vsNU, de Academische Raad, was het overigens nog een graadje erger. Daar moesten de universitaire bestuurders zich bijvoorbeeld strikt houden het standpunt dat hun universiteitsraad hun had opgelegd. Voor eigen initiatief was geen millimeter ruimte. De ambivalente houding tegenover de vsNU is on vermijdelijk, denkt drs H.J. Brinkman, voorzitter van het college van bestuur van de vu. Als het be lang van het wetenschappelijk onderwijs en onder zoek op het spel staat, is het handig om met elkaar af te spreken hoe dat maximaal kan worden behar tigd. De VSNU is daarvoor een bruikbaar platform. Gaat het echter om verdelmgsvragen, dan valt het front birmen de kortste keren uit elkaar. Vers m het geheugen ligt nog het gekibbel over de verlen ging van de technische studies. Toen duidelijk werd dat staatssecretans Cohen de meeste TUstu dies er een vijfde jaar bij wilde geven, stonden de algemene universiteiten op hun achterste benen: dan moesten ook hun bètaopleidingen meer tijd krijgen! "De universiteiten hebben lange tijd in de situatie verkeerd dat de minister van Onderwijs de boven meester was, en zij de zetbaasjes", verklaart Brink man. "Dat dwong de vsNU in de rol van een orga nisatie die optrad namens alle universiteiten. Maar dat is natuurlijk niet de werkelijkheid. Zo is het in het bedrijfsleven ook niet geregeld. Binnen de VSNU bestaan diverse subculturen, clubjes van universiteiten met een gezamenlijk belang dat af wijkt van het totaalbelang. De technische universi teiten bijvoorbeeld, of de klassieke." Dat vsNUvoorzitter W. van Lieshout bij zijn aan treden in 1991 uitriep dat het beeld van een 'krui wagen vol kikkers' nu eens moest plaatsmaken voor 'roeiers in één boot', ontlokt Brinkman dan ook een veelbetekenend lachje. In feite zijn de
;?5|fiVjjF>^2£."
't'f^lK'y-l^ y^ i-il***T>^ f
Voorzitter W. van Lieshout: VSNU omvormen van 'Itruiwagen vol itilciters' tot 'roeiers in é é n boot' Bram de Hollander
universiteiten het er over eens dat ze het vaak niet met elkaar eens zijn. "Neem Amsterdam. Op de Vrije Universiteit heerst een totaal andere cultuur dan op de Universiteit van Amsterdam. Gevers (de voorzitter van het college van bestuur van de UVA) is een heel ander type bestuurder dan ik. Zoiets uit zich ook binnen de vsNU. Dat kan niet anders."
Geruzie Gevel s beaamt dat. Zelfs binnen de subculturen lopen de meningen volgens hem echter vaak nog uiteen. Najaar 1992 vormden de vier klassieke universiteiten (in Leiden, Utrecht, Amsterdam en Groningen) met de KUNijmegen een front tegen vier 'kleintjes' (in Tilburg, Rotterdam, Twente en Maastricht), toen mmister Ritzen de kleine broer tjes dertig miljoen gulden extra wilde geven. Ook in de strijd om nieuwe opleidingen en studenten staan de dertien instellingen elkaar echter naar het leven. Utrecht en Groningen trachtten elkaar bij voorbeeld hardhandig pootje te lichten bij de ves tiging van de derde faculteit tandheelkimde. Logisch, vinden Gevers en Brinkman. Dat derge lijk geruzie vreemd is of verkeerd, is een stempel dat buitenstaanders erop drukken. Zij willen de VSNU een rol toedichten die de vereniging "nu eenmaal niet kan vervullen". Gevers: "Alleen als voor allen duidelijk is dat de universiteiten een ge zamenlijk belang hebben, kan de vsNU optreden als één front."
Maar dan nog blijft het lastig. Voorzitter Van Lieshout onderhandelde in december met minis ter Ritzen over een geheel herzien pakket bezuini gingen op het hoger onderwijs. Tijdens de onder handelingen over de intentieverklanng mformeer de hij de universiteiten, waarvan een groot aantal direct bezwaar maakte tegen de verhoging van het collegegeld. Onder druk gezet door Ritzen gmg Van Lieshout echter toch akkoord en zette zijn handtekening. "Van Lieshout = vsNU = de tmiver siteiten", interpreteerden de media. Toen de uni versiteiten drie dagen later, onder druk van de stu denten, 'nee' zeiden, was het land natuurlijk te klein", blikt Brinkman terug. "Terwijl de werke lijkheid was dat Van Lieshout de intentieverkla ring op persoonlijke titel had ondertekend met de toezegging dat hij het stuk met een positief advies zou voorleggen aan de universiteiten. En die zei den op maandag hetzelfde als ze intern al eerder hadden gedaan, namelijk dat ze geen voorstander van zo'n verhoging van het collegegeld waren."
Geroininel Dat mag juist zijn, tegelijkertijd werd door het ge rommel met de intentieverklaring duidelijk dat een handvol universiteiten de verhoging van het collegegeld wel steunde. Een niet onprettige bij komstigheid voor minister Ritzen, zoals zijn voor malig staatssecretaris Cohen duidelijk maakt: "Als de imiversiteiten niet op één lijn zitten, zoals des tijds bij de verlenging van de technische studies, is
En zo lijkt de waarde van de VSNU toch weer zeer beperkt. Lijkt, benadrukt Brinkman. Er zijn vol gens hem genoeg voorbeelden van succesnum mers. Alleen vielen die veel minder op. Evenals andere bestuurders denkt Brinkman daar bij allereerst aan de kwaliteitszorg van onderwijs. Sinds 1990 wordt al het universitair onderwijs be oordeeld door externe commissies. Deze visitaties worden gecoördineerd door het bureau van de VSNU en spelen een belangrijke rol in de maat schappelijke verantwoordmg, die gekoppeld is aan het geld dat de overheid in het hoger onderwijs steekt. Gaan de imiversiteiten we! netjes om met het belastinggeld van de Nederlandse burger? Vooral voor zulke vormen van service is de VSNU dienstig, vinden Gevers en Brinkman, en soms zelfs onmisbaar. Brinkman noemt de arbeidsvoor waarden. De universiteiten krijgen daar steeds meer zeggenschap over. In plaats van de minister, komen zij zelf met de vakbonden om de tafel te zitten om een CAO af te sluiten. Voor de rijksuni versiteiten is dat een novum. De VSNU heeft daar om een speciale medewerker aangetrokken, die namens die universiteiten mag gaan onderhande len over een soort kaderCAO, die per universiteit verder kan worden ingevuld. Dat is beter dan dat elke universiteit zelf het wiel weer uitvmdt, vindt Brinkman. Onder de oppervlakte boekt de VSNU regelmatig een heel ander soort succes. Als geen ander slagen de universiteiten erin ongewenste interventie door 'buitenstaanders' te voorkomen, of te minimalise ren. Zo wilde minister Ritzen begin 1990 25 mil joen gulden onderzoeksgeld overhevelen naar on derzoeksorganisatie NWO. Na een effectieve lobby achter de schermen trok Ritzen het plan echter schielijk in. Ook in de zaak van de 'tsijklussende hoogleraren' hielden de universiteiten het initiatief tenslotte in eigen hand. Ze mochten zelf een ge dragscode opstellen. Volgens die code mogen zij elk hun eigen regeling ontwerpen. De mmister 'houdt toezicht'. M et eikaars bemoeizucht hebben de universiteiten grote moeite. Maar als de bui tenwereld dreigt in te grijpen laten de gelederen zich soms toch nog sluiten. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's