Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 171

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 171

10 minuten leestijd

Huisartsen blunderen met diagnose dementie Alleen bij duidelijke behoefte aan hulp wordt ziekte herkend "Vaak is liet natte vingerwerk", oordeelt drs A. Wind over de manier waarop huisartsen vaststellen of een patiënt aan het dementeren is. Basisarts Wind promoveert morgen op een onderzoek naar de diagnostiek bij dementie in de huisartspraktijk. De onderzoekster stelt vast dat juiste diagnose nogal eens wordt gemist: bijna de helft van de demente bejaarden wordt niet als zodanig herkend. Het omgekeerde komt nog vaker voor: mensen krijgen het predikaat 'dement' terwijl zij dat niet zijn. Liesbeth Ktumper "Moeder is de laatste tijd zo vergeetachtig. Zij laat 's nachts het gas branden en verstuurt brieven zonder bij het adres een huisnummer te vermelden." Een bezorgde zoon die met deze mededeling bij de huisarts van zijn moeder komt, loopt grote kans dat er meteen aan dementie wordt gedacht. Vaak stellen huisartsen deze diagnose zodra het dagelijks functioneren minder goed gaat en er behoefte is aan gezinshulp. Maar volgens internationaal erkende normen hoeft er dan niet altijd sprake te zijn van dementie. Het kan een tijdelijke inzinking zijn. "Huisartsen letten te veel op het dagelijks functioneren, op de zelfredzaamheid", zegt onderzoekster Wind. "Zij kijken bijvoorbeeld of mensen nog alleen de stad in kunnen en of zi) hun pillen op tijd nemen. Als dat niet meer goed gaat en er hulp moet komen, is de diagnose al snel: 'dement'. Maar dat is vaak niet juist." Annet Wind werkte de laatste jaren bij het Amstelproject, de Amsterdam study of the elderly, waarbinnen de vakgroep psychiatrie van de vu een langlopend onderzoek doet naar de snelheid van geestelijke aftakeling en de vroege symptomen van dementie. D e onderzoeksgroep selecteerde uit dertig huisartspraktijken ruim vierduizend proefpersonen voor het Amstel-project. Het onderzoek van Wind besloeg 475 Amsterdamse bejaarden; allemaal mensen die minder goed scoorden op een test naar cognitieve vermogens. Zij volgde een deel van hen vier jaar. Zo kreeg zij een goed beeld van het verloop van hun achteruitgang. "Ik verzamelde twee dagen per week gegevens. D a n ging ik bij die ouderen op bezoek. D e rest van de tijd verwerkte ik de gegevens in mijn onderzoek."

Symptomen De promovenda beoordeelde de diagnoses van de huisartsen bij dementie, bekeek hoe zij ertoe waren gekomen en testte richdijnen die de diagnostisering moeten verbeteren. Want juist huisartsen zijn in de positie om in een vroeg stadium symptomen van dementie te herkennen. Zij kennen de patiënten vaak al lang en kunnen dus veranderingen in hun functioneren opmerken. Zij kunnen tijdens een bezoek de situatie in huis beoordelen en kennen meestal de

Artsen bestempelen ouderen vaak ten onrechte als 'dement' Bram de Hollande

familieleden. Bovendien zit de huisarts als een spin in het web van de zorg. Hij of zij heeft immers ook contacten met andere hulpverleners, zoals fysiotherapeuten en maatschappelijk werkenden. Wetenschappers gebruiken internationaal een aantal criteria bij het vaststellen van dementie. Vergeetachtigheid is daar maar één van. Moeite met abstract denken is een andere maatstaf, net als problemen met het inschatten van situaties. Daarnaast spelen zaken een rol als moeite hebben met praten, met het oppakken van voorwerpen en met het niet meer herkennen van voorwerpen. Formeel is het juist om alleen op basis van deze criteria een diagnose te stellen. Wind heeft echter haar bedenkingen. Het bekijken van de ontwikkeling van de klachten is essentieel voor het stellen van een goede diagnose, meent zij, en daarom is het onjuist om de diagnose op één moment te stellen. Pas als er na bijvoorbeeld een halfjaar spra-' ke is van achteruitgang, komt dementie in beeld. "Ik kwam eens bij een heel gesoigneerde meneer in Zuid", herinnert Wind zich. "Wij voerden een adequaat gesprek en er was niks aan de hand. T o e n wij bij de kapstok kwamen, zag ik 'm twijfelen: hij herkende mijn jas niet meer. Ik dacht nog: 'Dit zou weleens een vroeg symptoom kunnen zijn.' T o e n ik een jaar later terugkwam bleek dat ook te kloppen. Hij was duidelijk achteruit gegaan. Uiteindelijk komt hij, net als alle andere dementen, in een verpleeghuis terecht. Triest is dat." Nederlandse huisartsen slaan de plank

nogal eens mis als het gaat om het vaststellen van dementie, concludeert Wind. Van de 475 bejaarden die zij betrok bij haar onderzoek, werden er 25 dement genoemd zonder het daadwerkelijk te zijn. Maar behalve dat huisartsen bejaarden te veel beoordelen op h u n zelfredzaamheid en zo tot de voorbarige conclusie komen dat er sprake is van dementie, missen de huisartsen ook regelmatig de juiste diagnose als er wel sprake is van dementie. Wind diagnostiseerde zelf met behulp van een internationaal erkende norm, de zogenaamde Cambridge Mental Disorders of the Elderly Examination. Deze zogenaamde Camdexnorm is volgens haar goed. Ze vergeleek haar uitkomsten met de oordelen van de huisartsen. Van de 475 deelnemers aan het onderzoek waren er volgens de Camdexnorm 48 dement. De huisartsen kwamen maar bij 25 van hen tot die diagnose. Bij 23 ouderen werd de diagnose dus gemist. "Het bleek dat het missen van de juiste diagnose vooral voorkwam bij bejaarden die zeiden het alleen nog goed te redden. Mensen die geen behoefte aan hulp hebben, worden regelmatig verkeerd gediagnostiseerd", zegt Wind. "Ook degenen die voor iets heel anders op het spreekuur komen, worden vaak niet als dement herkend. Dan is de huisarts kennelijk te veel gericht op die actuele klacht." Wind vindt het begrijpelijk dat artsen moeite hebben met het stellen van de juiste diagnose als het om patiënten gaat die zij weinig zien. "Dat is logisch.

want juist bij degenen die soms jaren de spreekkamer niet binnenkomen is het moeilijk om in te schatten of zij achteruit gaan en hoe hard dat dan gaat."

B r e d e blik Basisarts Wind formuleert zorgvuldig als ter sprake komt hoe de huisartsen hun werk beter zouden kunnen doen. "Volgens de huisartsgeneeskunde doen zij het niet slecht. Zij reageren uiteindelijk op een hulpvraag, laten wat simpel bloedonderzoek uitvoeren, meten zelf de bloeddruk en kijken hart en longen na. Maar de meesten zijn geneigd om te veel aan die gegevens vast te houden. Dat is makkelijk want cijfers zijn grijpbaar. Zij moeten echter alerter zijn op veranderingen in het functioneren en met een brede blik kijken wanneer ouderen op hun spreekuur komen." Uit Winds onderzoek blijkt dat er meestal geen behoorlijk gesprek tussen arts en patiënt wordt gevoerd bij het vermoeden van dementie. Bij zo'n inschattings- oftewel anamnesegesprek wordt de patiënt slechts in een derde van de gevallen naar de voorgeschiedenis van de ziekte gevraagd. Wind: "Het is ook slecht gesteld met de heteroanamnese, waarbij familieleden gevraagd wordt naar h u n ervaringen met de ontwikkeling van de ziekte. Zo'n gesprek vindt slechts in 58 procent van de gevallen plaats, maar eigenlijk moet dat natuurlijk altijd gebeuren." Ook de houding van artsen tijdens huisbezoeken kan beter, vindt Wind. "Als bij een voorheen accurate bejaarde de tuin er ineens slordig bij hgt en de

wc smerig is, dan moet er toch een lampje gaan branden. Huisartsen moeten leren bewuster om zich heen te kijken en moeten met gerichte vragen erachter proberen te komen wat er aan de hand is." Wind heeft uit een bestaande vragenlijst vier vragen geselecteerd die het de huisarts makkelijker moeten maken om tot een juiste diagnose te komen. Zo moeten zij de patiënt vragen naar de d a m m , de dag van de week, naar het adres van de patiënt en naar de naam van de huidige premier. Bhjft de bejaarde het antwoord op één van de vragen schuldig, dan zou het heel goed kunnen dat er sprake is dementie. Vooral voor de omgeving is het van belang dat in een vroeg stadium duidelijk wordt wat er met vader of moeder aan de hand is. Wind: "Je kunt ze uideggen waar de achterdocht van h u n ouder vandaan komt en je kunt omgangsadviezen geven. Over het algemeen zijn demente bejaarden onbezorgd, maar heel gevoelig. Eén verkeerd woord is genoeg om hun humeur te doen omslaan. Maar met aanrakingen en met een goed gebruik van je stem kun je veel bereiken. Het is belangrijk dat de verzorgers dat weten, want die mensen hebben het zwaar, heel zwaar."

Gaststudenten gedwongen tot dubbele verzekering Buitenlandse universiteiten weigeren particulier verzekerde gaststudenten Wil Thijssen/UK Particulier v e r z e k e r d e studenten blijken in h e t b u i t e n l a n d s o m s g e e n rechten te h e b b e n . O m d a t veel b u i tenlandse u n i v e r s i t e i t e n alleen h e t verzekeringsbewijs v a n h e t z i e k e n fonds a c c e p t e r e n , w o r d t d e p a r t i c u lier verzekerden r e g e l m a t i g d e t o e gang tot d e colleges g e w e i g e r d . Het zal je maar gebeuren dat je in het buitenland gaat studeren en niet tot de jWniversiteit wordt toegelaten, omdat je ^ e n formulier niet bij je hebt. Of erger ï i o g ; dat je om deze reden geen recht blijkt te hebben op onderdak. Dat is Jiet geval bij verschillende Nederlandse

I

studenten in Italië, Duitsland en Frankrijk. Wat is het probleem? Studenten die een periode in een lidstaat van de Europese Unie (EU) studeren, moeten kunnen aantonen dat zij staan ingeschreven bij een ziekenfonds. Daarvoor krijgen ze een zogenaamd E l i 1-formulier. Particulier verzekerde studenten krijgen echter een ander bewijsstuk, met als gevolg dat sommige universiteiten weigeren hen toe te laten. Nederland is namelijk een van de weinige landen waar je je particulier kunt verzekeren. En onbekend maakt onbemind. Sommige studenten besluiten, noodgedwongen, zich ook in het gastland te verzekeren. Inschrijving bij de Franse ^securité sociale is in sommige gevallen

bijvoorbeeld nodig, omdat Nederlandse studenten anders geen woonadres, geen inschrijving aan de universiteit, geen pas voor het openbaar vervoer en uiteindelijk geen verblijfsvergunning krijgen. D e noodgreep kost de gemiddelde student wel 1065 Franc, waarmee men dubbel is verzekerd. O m studenten voor de extra kosten te behoeden, heeft de Nuffic, de instantie die Erasmusbeurzen verdeelt, onlangs aan alle instellingen voor hoger onderwijs in Nederland een waarschuwende brief gestuurd. Studenten worden daarin met klem verzocht om bij particuliere ziektekostenverzekeraars aan te dringen op afgifte van een E l i 1-formulier. De particuliere verzekeringsmaatschappijen ergeren zich aan deze voorlich-

ting, omdat zij het formulier niet mogen en ook niet kunnen verstrekken. Volgens Rie van het Hof, juridisch adviseur van de Europese Commissie inzake EU-recht, is er geen oplossing voor dit probleem. "Het verblijfsrecht voor studenten is bepaald in een EU-nchtlijn die landen zelf nader moeten invullen. Maar het weigeren van particulier verzekerde studenten, eenvoudig omdat sommige landen niet met dit systeem bekend zijn, is niet wettig. Ik raad de studenten aan om een klacht in te dienen bij de Europese Commissie." Zelf zal Van het Hof het probleem aankaarten in de Europese Commissie en bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport, omdat renteniers en gepensioneerde Nederlanders die in het

buitenland gaan wonen in principe hetzelfde kan overkomen. Ook Peter Diez, beleidsmedewerker van het ministerie van Justitie, raadt de gedupeerde studenten aan om in beroep te gaan. Vrijdag vier november zal hij het probleem in Brussel voorleggen aan zijn buitenlandse collega's. "Meer kan ik niet doen", zegt de jurist. "Het is vervelend. De studenten zullen zichzelf moeten redden, totdat er een oplossing voorhanden is. D e wetgeving is hier duidelijk te kort door de bocht gegaan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 171

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's