Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 433

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 433

9 minuten leestijd

AD VALVAS 2 3 M M R T 1 9 9 5

PAGINA 7

2 5 0 soorten gif op rij Handboek maakt keuze uit bestrijdingsmiddelen eenvoudiger Ruim vier jaar is er aan gewerkt, maar nu ligt liet er dan eindelijk: het 'Handboek Bestrijdingsmiddelen'. Gisteren werd de encyclopedie in het Haagse Nieuwspoort gepresenteerd. De risico's van bestrijdingsmiddelen voor het milieu zijn daarmee voor het eerst voor iedereen toegankelijk gemaakt. Peter Boerman Jaarlijks wordt in ons land tussen de veertig en vijftig duizend ton aan bestrijdingsmiddelen gebruikt, waarvan ongeveer de helft in de land- en tuinbouw wordt weggespoten. Gemeten naar gebruik zijn wij daarmee wereldkampioen. Het aanbod van bestrijdingsmiddelen is eveneens riant. T o c h is er maar weinig bekend over de precieze (bij)werkingen van de verschillende middelen. " D e behoefte aan een overzicht van alle in Nederland toegestane bestrijdingsmiddelen en h u n effecten op het milieu was dan ook groot", vertelt eco-toxicoloog drs J.P. van Rijn, tegenwoordig verbonden aan het centrum voor algemene vorming van de bètafaculteiten van de vu en coauteur van het gisteren gepresenteerde Handboek Bestrijdingsmiddelen. Het idee voor het vuistdikke handboek ontstond bij de centrale wetenschapswinkel van de vu. De wetenschapswinkel ontdekte de behoefte aan het boek, doordat ze veelvuldig benaderd werd door maatschappelijke organisaties met vragen over bestrijdingsmiddelen. Nadat de wetenschapswinkel twee dunne boekjes gemaakt had, gaf het milieuministerie VROM te kennen wel brood te zien in de uitgave van een meer omvangrijk overzicht van de in Nederland verkrijgbare middelen. N a de toezegging van financiering door VROM vond de wetenschapswinkel drie mensen bereid om het karwei te klaren: biologiehoogleraar prof dr N . M . van Straalen, dr Jaap Willems, die zojuist gepromoveerd was op popularisering van wetenschap en drs J.P. van Rijn, een nog niet zo heel lang geleden aan de vu afgestudeerde ecotoxicologe. "Tijdens het project heb ik de indruk gekregen dat vrij veel mensen zaten te wachten op het boek", vertelt Van Rijn enthousiast. " D e materie is erg complex. Onze doelgroepen missen vaak de deskundigheid om de middelen te bekijken en te vergelijken. Daarin hebben wij ze met dit boek tegemoet willen komen." Bestrijdingsmiddelen zijn in Nederland onderworpen aan een toelatingsregime. Wie met een bepaald middel op de markt wil komen, moet eerst toestemming van de overheid vragen. Die toestemming is alleen te krijgen als je een toelatingsdossier invult, waarin onder meer gegevens staan over de schade die het middel teweeg kan brengen in de namur. T o t voor kort waren deze toela-

tingsdossiers echter volledig gesloten. Als deze situatie zo gebleven was, was uitgave van het boek nooit mogelijk geweest. Maar, gelukkig voor de auteurs, besloot de overheid enige jaren geleden samenvattingen van de dossiers openbaar te maken in de vorm van zogenaamde 'milieu-fiches'. Deze fiches hebben een belangrijke bijdrage aan de totstandkoming van het boek geleverd.

Milieurisico's "Het Handboek bestaat eigenlijk uit twee delen", legt Van Rijn uit. "Het meest belangrijke deel is de encyclopedie, waarin het gebruik en de (milieu)effecten van alle, ruim 250, in Nederland toegelaten bestrijdingsmiddelen beschreven staan." De stoffen zijn ingedeeld naar toepassingsgebied in de landbouw en alfabetisch gerangschikt. Van elk middel wordt onder meer beschreven hoe het chemisch is samengesteld, wat de verschillende milieurisico's zijn voor vogels, voor insekten, voor planten, hoe vluchtig en giftig het middel is en hoe groot de 'omzettingsproduktie' is. Dat maakt het handboek onmisbaar voor iedereen die met bestrijdingsmiddelen te maken heeft. "Onze doelgroep is in de eerste plaats niet de boeren zelf', vertelt Van Rijn. "Niet omdat die het niet zouden begrijpen of omdat het niet belangrijk voor hen zou zijn, maar omdat het daarvoor te veel praktische beschrijving mist. Wil je zo'n encyclopedie voor boeren geschikt maken, zul je er meer technische

informatie aan moeten toevoegen; hoe je het middel moet spuiten bijvoorbeeld, welke spuitwagens je het beste kunt gebruiken, enzovoort. D a n heb je een andere invalshoek nodig." In plaats van op de boeren richt het Handboek zich met name op drie groepen: milieu-organisaties, landbouwvoorlichters en lokale overheden. "Ik ben tijdens het project regelmatig gebeld door gemeenteraadsleden", vertelt Van Rijn geamuseerd. "Lokale overheden hebben behoefte aan de informatie, omdat ze vaak te maken hebben met calamiteiten. Vissterfte en dergelijke. Voor de studiedag hebben we dan ook speciaal Ed Nijpels uitgenodigd; niet in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Raad voor het Milieubeheer, maar juist als burgemeester." Het encyclopedische deel van het handboek laat zich lezen als een Michelingids voor bestrijdingsmiddelen. "Milieugegevens hebben één groot voordeel", meent Van Rijn. "Van de fabrikanten van de bestrijdingsmiddelen wordt geëist dat ze alle mogelijke schade testen. D a t zorgt ervoor dat je kunt beschikken over een enorme, gestandaardiseerde dataset." Hoewel het handboek consumentvriendelijk geschreven is, maakt het geen keuze tussen middel A of B als 'beste koop'. "Dat moeten de gebruikers zelf maar uitmaken. Verschillende gebruikers hechten natuurlijk ook verschillende belangen aan bepaalde milieu-efiecten. Een boer kan het bijvoorbeeld heel

erg vinden dat een bepaald middel giftig is voor vogels, als hij zelf ook kippen houdt. Maar een andere boer zal weer andere beweegredenen hebben." Het eerste deel van het boek, door Van Rijn geschreven, vult het encyclopedische deel aan met drie hoofdstukken over het verschijnsel bestrijdingsmiddelen an sich. 'Mensen moeten weten waar het gebruik van bestrijdingsmiddelen toe kan leiden, hoe ze er mee om moeten gaan, wat de maatschappelijke consequenties daarvan zijn, hoe de overheid erover denkt; dat soort dingen." Eén van de problemen die daarbij aan de orde komt, is het dilemma tussen economie en milieu. "Een spuitvrije zone aan de slootkant is bijvoorbeeld voor het milieu een goede oplossing, omdat er dan veel minder bestrijdingsmiddelen in de sloot terecht komen. Maar zo'n zone kost de boeren wel veel geld. Ze moeten dan delen van h u n grond ongebruikt laten." Twee jaar geleden lieten de auteurs van het handboek al een voorpublikatie het licht zien, waarin 58 bestrijdingsmiddelen beschreven waren. Voornaamste kritiek van hoogleraar miUeukunde aan de UVA Lucas Reijnders, die die publikatie toen voor Ad Valvas besprak, was het gemis aan een beschrijving van de humane risico's: de gevaren die de middelen hebben voor de menselijke gezondheid. Dit probleem hebben de auteurs met de volledige uitgave van nu niet kunnen ondervangen. "Daarvoor was onze informatie ontoereikend",

weet Van Rijn. D e ecotoxicologe, die voordat ze aan de v u begon een jaar gewerkt heeft bij de Christelijke BoerenTuindersbond, ziet zelf nog wel meer punten die in het boek onderbelicht zijn. " D e indirecte effecten van bestrijdingsmiddelen zijn bijvoorbeeld moeilijk te meten. Een herbicide, een bestrijdingsmiddel voor onkruid, zorgt voor minder planten en kan daardoor ook effect hebben op het aantal vlinders. D a t soort effecten hebben wij echter niet kunnen meenemen." Ook lange-termijneffecten komen onvoldoende aan bod, weet de co-auteur van het Handboek. Ondanks deze manco's is ze toch overtuigd van de impact van het boek. "Vertegenwoordigers van onze drie doelgroepen hebben gedurende de hele periode dat we aan het boek gewerkt hebben een begeleidingscommissie gevormd, die commentaar op de voortgang gaf. D a t heb ik als heel prettig ervaren. Enerzijds werkt het heel stimulerend o m goede feed back te krijgen. Anderzijds werkt het ook sterk legitimerend. Ik voel me, nu er met een groep over nagedacht is, een stuk zekerder over de inhoud van het boek." straalen, N M van Willems, J Van Rijn, J P Handboek Bestrijdingsmiddelen, Amsterdam, VU-uitgeverij, 1995, ISBN-9a5383-177-0. Prijs circa ƒ100,-

Muizebotten in de ruimte worden poreuzer Coen van Basten D a t zijn o n d e r z o e k e n m e t p i j p b e e n tjes v a n m u i z e n w e r d e n u i t g e v o e r d in z o w e l e e n s p a c e s h u t t l e als in e e n Russische onbemande capsule, v i n d t hij 'wel g r a p p i g ' . V a n d a a g ( d o n d e r d a g ) p r o m o v e e r t J. v a n L o o n a a n d e v u o p zijn proefschrift over d e i n v l o e d v a n z w a a r t e k r a c h t o p skeletweefsel.

De botten van dr Van Loon worden gelanceerd

"Als je je botten veel gebruikt, zoals tennissers dat doen, dan heb je een relatief verhoogde botdichtheid", vertelt Van Loon, die zijn promotieonderzoek deed bij de vakgroep orale celbiologie van de faculteit tandheelkunde. M o menteel is hij werkzaam in het bedrijfsleven. "Bij oude en bedlegerige mensen

die h u n botten niet gebruiken, zie je een verminderde botdichtheid. D e beenderen worden brozer." "Hoe bepalen botaanmakende cellen, osteoblasten, en botafbrekende cellen, osteoclasten, nu wanneer zij bot moeten aanmaken of afbreken? M e t deze vraag houden we ons al heel lang bezig en hopen we in de komende decennia duidelijkheid over te krijgen. Als je het antwoord op deze vraag weet, zou je bijvoorbeeld therapeutische middelen en farmaceutische produkten kunnen ontwikkelen om het botverlies bij oude mensen te reduceren." Astronauten gebruiken h u n botten ook niet", vergelijkt Van Loon. "Want in de ruimte is er gewichtloosheid. D e verminderde botmassa van astronauten is het effect van verminderde gewichtsbelasting. Maar dan hebben we de veran-

deringen in de psychologische stresshormonen buiten beschouwing gelaten. Die kunnen namelijk ook een negatieve invloed hebben op de botmassa." D e gewichtsbelasting moet dus gescheiden worden van de hormonale factoren. "Dat doe je door gebruik te maken van weefselkweektechnieken", legt Van Loon uit. "Je neemt een pijpbeentje uit een beest en kweekt dat in een bakje. Het weefsel is uit het dier genomen en hormonen spelen geen rol meer. Vervolgens kijk je wat de gevolgen zijn van de gewichtloosheid op dat botje in de ruimte." Onder gewichtloosheid constateert Van Loon bij de muizebeentjes een verminderde botdichtheid. "Deze resultaten suggereren dat verminderde botdichtheid bij astronauten ten dele een gevolg

is van de verminderde gewichtsbelasting." Dat astronauten poreuze botten krijgen, vindt Van Loon niet zo'n punt. "Zij weten dat. Kiezen voor zo'n beroep." Maar een broze-botten-patiënt iemand met osteoporose - is een ander verhaal. "Miljoenen oudere mensen krijgen ongewild poreuze botten met allerlei klachten van dien. Als we daar iets aan zouden kuimen doen, is dat toch geweldig?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 433

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's