Ad Valvas 1994-1995 - pagina 207
»VALVAS 24 NOVEMBER 1994
PAGINA 9
lemocratisering netwerken komt maar langzaam op gang [tudenten en onderwijs achterop bij toegang tot elektronische snelweg raast een netwerlt- en Iformatie-revolutie door et lioger onderwijs. Het srsoneel bij veel Lculteiten snuffelt aan jrjdeo-conferencing' en lereidwijde multimediaatabases. Toch merkt de oorsnee-student er nog teinig van. Hoe zit het met |ie kloof tussen voor- en chterhoede? En wanneer egint de democratisering an het net? Frank Steenkamp Jie zich nog niets kon voorstellen bij foorden als Internet, World Wide f eb, elektronische bibliotheek of de feloften van de multimedia kon zich éze week in de RAI laten bekeren, laar toonden de netwerkers van het oger onderwijs (SURF) en de grote bibliotheken (PICA) ter gelegenheid van un landelijke congres h u n kunsten, f olgens de organisatie ging het o m het ieusje van de zalm. Want Nederland ^opt mee in de voorhoede van de comaterdienstverlening. O m dat te kunien tonen, was in de RAI in twee dagen pn fors netwerk opgebouwd van tienpllen pc's en werkstations met demonxatie-opstellingen uit alle hoeken van iet land. En omdat de expositie het daperkeer wel eens kon vergroten, was elfs op zondag nog de transatlantische erbinding voor suRFnet verdubbeld tot j Megabit - het equivalent van honder|en A4tjes tekst per seconde. Val doe je met die verkeerscapaciteit? lis demonstratie waren de plenaire lengen hve via Internet op video te volien - zodat tot in Alaska het plechtige ^erlands van heren als Nuis en collevoorzitter Brinkman van de v u kon loorklinken. Maar er was meer: vanIchter het toetsenbord vielen razendnel hele boekwerken, verzamelingen unstwerken, chemische formules en een bomen-databank te raadplegen. 1 "len kon een nieuw mazZ-programma fa.' d^^rasmus-universiteit bewonde|£n, A'aarin moeiteloos ook geluid en
bewegend beeld mee te sturen zijn. Wat de expositie domineerde, waren de vele mooie plaatjes die op het beeldscherm werden getoverd. Ook de wereld van de wetenschappelijke informatie-voorziening lijkt steeds meer in de ban van een eigen wereldwijde beeldcultuur, ontsloten door het 'WorldWide-Web'. "Sinds we het WEB hebben, is mijn leven een stuk makkelijker geworden", vertelt suRF-directeur d r G.J. de Graaf. Het is zijn taak om bestuurders duidelijk te maken dat de computer-infrastructuur zijn geld waard is. " E n dat is nu eenvoudig. Je kunt het eindelijk voor iedereen zichtbaar maken. E r zijn mooie programma's waarmee je maar op trefwoorden hoeft te klikken om wereldwijd elk soort informatie te ontsluiten." Volgens D e Graaf wordt het net zo aantrekkelijk voor disciplines die er toe nu toe weinig aan hadden.
Pj/i^xi.'^s
Achterstand In werkelijkheid blijkt pas een klein deel van de minstens 250.000 pc-gebruikers in het hoger onderwijs van de netwerkbeloften te profiteren. Er zijn forse verschillen tussen de instellingen. Grote delen van de Universiteit van Amsterdam zitten nog helemaal niet op het netwerk. In Utrecht en Delft krijgt een duizendtal personeelsleden intussen elke maand 70 toch 80 duizend mailtjes. Maar het grootst is de achterstand van de studenten. Terwijl de portier van het rekencentrum wereldwijd toegang heeft tot multimedia-spelletjes, beschikt de grote meerderheid van de studenten nog niet over een eenvoudige elektronische postbus. Ook in h u n onderwijs wordt nog weinig gebruik gemaakt van courseware, al of niet via het netwerk aangeboden. Bijna nergens kun je zelfs nog via het netwerk het tentamenrooster, je eigen studievoortgang, of het aantal onvoldoendes voor een bepaald tentamen bekijken. "Aan die achterstandspositie wil SURF
een eind maken", schreef de organisatie dit jaar dapper in de nota De democratisering van het netwerk. Er wordt jaarlijks een miljoen gestoken in enkele 'diffusie-projecten'. Zo beschikken studenten in Tilburg en bij enkele faculteiten bij de T U ' S , in Utrecht en in Groningen op de campus over een mailbox met meer of minder faciliteiten. E n in Nijmegen en Wageningen is geëxperimenteerd om via de kabel-televisie een goedkope en snelle
Congres over computernetwerken voor het hoger onderwijs in de RAI verbinding met de universiteit te leggen. Ook de hogescholen van Rotterdam en Zeeland hebben op kleine schaal 'huismail' opgezet. Maar de School voor de Journalistiek in Utrecht durft zijn studenten niet op het net toe te laten: m e n is bang dat ze de tentamen-administratie zullen kraken - en mist kennelijk de know how om dat te voorkomen. D e aantallen aansluitingen voor studenten zijn al met al nog bescheiden. E n van huis uit verbinding leggen is al helemaal zeldzaam. "Ach, wetenschappers bedienen altijd eerst zichzelf', zegt suRF-directeur D e Graaf. E n dat vind ik ook niet verkeerd". Zijn organisatie vindt wel dat
het n u tijd wordt o m ook studenten o p grote schaal toegang te bieden. Maar zelf kan SURF daar weinig aan doen: het IS een beleidskwestie voor de instellingen. E n die krabben zich nog achter de oren over de kosten- en beveiligingsproblemen die een vertienvoudiging van het aantal netwerkaansluitingen oplevert. Twente en Wageningen lijken n u als eerste een serieuze start te maken met het aanbieden van thuis-toegang op het netwerk aan in principe alle studenten. "En ik denk", aldus D e Graaf, "dat over een paar jaar geen enkele imiversiteit of hogeschool zich meer kan permitteren o m studenten géén thuisverbindmg te bieden."
Bram de Hollander
D e volgende stap zal zijn, dat studenten om goed onderhouden informatiediensten zullen vragen. E n ook daaraan schort het op dit moment nog wel eens. D e TU Delft steek liever vele miljoenen in verbeterde bibliotheek-ontsluiting dan in een goed Campus-Wide Information System (cwis). E n elders blijkt soms dat goed opgebouwde, eenvoudige 'gopher-diensten' na een jaar steeds meer verouderde gegevens gaan bevatten. Want de voorhoede van hobbyisten werpt zich liever op nieuwere snufjes zoals 'World-wide-web' en multimedia. (HOP)
19e-eeuwse liberalen lieten overheid actief ingrijpen' aissez-faire ideologie speelde in de praktijk geen rol e voornamelijk liberale kabinetten uit de vorige eeuw ebben, tegen de liberale ideologie in, een actief verheidsbeleid gevoerd. Ze vonden het streven naar ociale en politieke eenwording van de samenleving elangrijker dan het principe dat de overheid zich zo min ogelijk met de maatschappij moet bemoeien. Tot deze onclusie komt dr R.H. van der Voort in zijn proefschrift verheidsbeleid en overheidsfinanciën in Nederland 850-1913'. Jan-JaapHeij /an der Voort onderzocht in zijn proefchrift hoe actief de overheid was in de eriode tussen 1850 en de Eerste W e eldoorlog. Bovendien ging hij na hoeeel invloed de liberale ideologie van taatsonthouding - laissez faire - had op et handelen van de overheid in die aren. e overheid bemoeide zich in de vorige euw veel intensiever met de samenleing dan veelal verondersteld wordt, zo lijkt uit Van der Voorts analyse van 's ands openbare financiën. D e rijks- en emeentelijke uitgaven en inkomsten amen namen tussen 1850 en 1913 terktoe. In 1913 had de overheid ijna 4,5 keer zoveel inkomsten en uitavendanin 1850. et name de gemeenten waren voor eze groei verantwoordelijk. Zij begonen zich, vooral na 1880, bezig te honen met de energie- en watervoorzie-
ning van h u n burgers en richtten nutsbednjven op om die goederen te leveren. Bovendien gingen ze zich actiever bemoeien met het lager- en middelbaar onderwijs. H e t rijk werd ook actiever, maar minder dan de lokale overheden. Het gevolg was dat het aandeel van het Rijk in de totale uitgaven daalde, van tachtig procent m 1850 naar 65 procent in 1913. Uit deze groeiende rol van de overheid zou de conclusie getrokken kunnen worden dat liberale politici weinig invloed hadden. Zij waren immers degenen die laissez faire predikten: ze meenden dat de samenleving zoveel mogelijk zichzelf moest ordenen, zonder staatsingrijpen. Deze conclusie klopt niet, aldus Van der Voort. D e liberalen hadden wel degelijk invloed, maar handelden niet naar h u n ideologie. In de praktijk activeerden juist de liberalen de overheid. Ze meenden namelijk dat alleen een
overheid die zich meer bemoeide met de interne problemen van Nederland de sociale eenheid van het land kon bevorderen. H e t koningschap, dat voor de Thorbeckes grondwet van 1848 de belangrijkste machtsfactor m de Nederlandse politiek was, had die bemoeienis nagelaten. H e t Huis van Oranje hield zich meer bezig met buitenlandse zaken, bijvoorbeeld de oorlog van 1830 met Belgié. Door deze politiek bleven de sociale tegenstellingen, zoals de grote welvaartsverschillen, in Nederland zelf onopgelost. N a 1848 wilden de liberalen die tegenstellingen verminderen. Van der Voort heeft het liberale streven naar eenheid op een drietal terreinen van overheidsbeleid aangetroffen: het onderwijs, de verdeling van de nationale welvaart en de infrastructuur. In het onderwijs was het doel van de liberalen vooral het bereiken van "eenheid van taal, normen en waarden", aldus de promovendus. H e t sterk versnipperde onderwijs van voor 1850 kon die eenheid niet bewerkstelligen. D e liberale kabinetten zetten daarom openbare scholen op en dwongen de particuliere, veelal religieuze, scholen om onderwijs te geven dat vergelijkbaar was met het openbare. D e liberalen ondervonden daarbij nogal wat tegenwerking uit confessionele hoek. Katholieken en protestanten zagen onderwijs als een belangrijk middel o m de emancipatie van de eigen bevolkingsgroep te bevorderen en verzetten zich tegen de overname van het on-
derwijs door de overheid. Ze wilden h u n eigen - 'bijzonder' - onderwijs blijven verzorgen. Dit verzet werd beloond met overheidssteun voor het confessionele onderwijs. D e overheid moest de gemeenten, die veelal de uitvoering van het onderwijs voor h u n rekening namen, financieel ondersteunen. D e confessionelen konden daardoor ook steun voor hun onderwijs eisen en de eigen scholen in stand houden. Ook deze scholen moesten echter aan de overheidsnormen voor het onderwijs voldoen. Ze waren nog wel bijzonder, maar weken in de praktijk niet veel af van het openbare onderwijs. Van der Voort concludeert daarom dat de liberalen met h u n streven naar eenheid in het onderwijs redelijk succesvol zijn geweest.
Armenzorg Een vergelijkbare tegenstelling tussen liberalen en confessionelen treft hij aan in (delen van) het welvaartsbeleid. Op dit terrein waren de confessionelen succesvoller, stelt hij vast. D e confessionelen wilden bijvoorbeeld de armenzorg zoveel mogelijk buiten de greep van de overheid houden, omdat de kerken, die van oudsher voor de armen zorgden, bij een te grote overheidsbemoeienis geen zieltjes meer konden winnen. D e liberalen daarentegen wilden liever een nationale, uniforme regeling voor armenzorg. D e confessionelen wonnen deze strijd, ook al omdat de liberalen zich niet erg inspanden. "De rijksoverheid had niet veel belang bij armen-
zorg", aldus Van der Voort. D e liberalen konden er daarom wel mee leven dat particulieren haar op zich namen. Op andere onderdelen van het welvaartsbeleid boekten de liberale kabinetten wel successen. Een voorbeeld is de invoering van een inkomstenbelasting voor iedereen, die bedoeld was om de belastingdruk eerlijker te verdelen. Die successen waren echter te danken aan het feit dat de confessionelen het met de liberalen eens waren. Ook over het infrastructuurbeleid konden de partijen het wel eens worden. H e t was bijvoorbeeld voor iedereen duidelijk dat de overheid verantwoordelijk moest zijn voor het aanleggen van spoor- en waterwegen, omdat dat voor particulieren niet rendabel was. Al met al concludeert Van der Voort dat de liberale politici redelijk succesvol waren in h u n eenheidsstreven, zij het dat ze soms concessies moesten doen aan confessionele tegenkrachten. Bovendien moesten ze concessies doen aan hun eigen ideologie. Zonder staatsingrijpen kon Nederland geen eenheid worden. E n dus lieten de liberalen de overheid een grotere rol in de samenleving spelen. Deze concessie kostte in de praktijk weinig moeite, aldus van der Voort: "De liberalen bleken in veel gevallen met veel waarde te hechten aan staatsonthouding."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's