Ad Valvas 1994-1995 - pagina 435
ADVALVAS 23MAART1995
PAGINA 9
waarheid over verloren tijden Tien jaar oudheidkunde gevierd met reeks lezingen
Alexander, profeet of profiteur? Rond het midden van de tweede eeuw na Christus spelen zich in het stadje Abonouteichos, gelegen aan de Zwarte Zee in wat tegenwoordig Turkije heet, opvallende gebeurtenissen af. In een tempel van de god Apollo in een stad aan de Bosporus zijn teksten gevonden, waarin de aankondiging staat dat de god van de geneeskunde Asclepius, nog heden ten dage bekend van het slangensymbool van artsen, zich in het stadje aan de Zwarte Zee zal gaan vestigen. Al gauw circuleren ook geruchten over de komst van een profeet van de god met de naam Alexander. De burgers van Abonouteichos nemen het zekere voor het onzekere en beginnen een tempel te bouwen voor de verwachte komst van Asclepius. Op een goede dag keert, na jaren elders gewoond te hebben, een voormalig inwoner terug, Alexander genaamd. Op het marktplein predikt hij in vervoering de komst van j^de nieuwe god. Zowaar tovert hij op de Ijouwplaats van de tempel een slangenei tevoorschijn waar luttele minuten later de god uit tevoorschijn kruipt. Alexander trekt zich met de pasgeboren god een paar dagen terug m een huis, terwijl de verhalen over de wonderbaarlijke uitkomst van de profetie overal in de omgeving de ronde doen. Na een paar dagen treedt de nieuwe god met zijn profeet in het openbaar, maar doet dat wel in een donkere ruimte waar nauwelijks daglicht binnendringt. De slangengod blijkt in enkele dagen uitgegroeid te zijn tot een reusachtig beest, dat opvallende menselijke gelaatstrekken vertoont, zoals grote oren. Ook blijkt de slang te kunnen spreken. Zijn profeet Alexander vertelt de vol verbazing toegestroomde toeschouwers dat de god de naam Glycon draagt, wat zoveel betekent als lief, mild of vriendelijk. Al snel ontpopt Glycon zich tot een belangrijk orakel. Bezoekers, die van heinde en verre toestromen, kunnen vragen m een verzegelde envelop inleveren, waarna ze de volgende dag antwoord knjgen zonder dat het zegel verbroken is. De god krijgt allerlei kwesties voor-
gelegd, maar vooral problemen over ziekte en kinderloosheid komen vaak aan de orde. De roem van het orakel verspreidt zich door het hele gebied en dringt zelf door tot in de hoofdstad Rome van het keizerrijk waar ook het gebied rond de Zwarte Zee deel van uitmaakte. De profeet Alexander die steeds meer gezien wordt als een godenzoon, deelt in de roem. Zozeer zelfs dat een vooraanstaand senator met zijn dochter trouwt.
Windeieren Het orakel legt hem overigens geen windeieren. Voor een bezoek aan de god neemt de profeet dankbaar flinke entreeprijzen in ontvangst. Overigens zorgt de god voor toenemende welvaart in het stadje dat een echte bedevaartplaats is geworden. Beeldjes van de god en munten waarop de slangengod staat afgebeeld, verspreiden zich door het hele gebied langs de Zwarte Zee. Maar niet iedereen is erg onder de indruk van de god en zijn profeet Alexander, die omstreeks het jaar 170 overlijdt. De schrijver Lucianus, een jongere tijdgenoot van Alexander, publiceert jaren na de dood van de profeet een boek onder de titel Alexander of de leugenprofeet. Lucianus portretteert de profeet als een uiterst gewiekste bedrieger en charlatan. De vermeende profeet zou de teksten waarin de komst van de nieuwe god naar het stadje aan de Zwarte Zee stond aangekondigd, zelf in de betreffende tempel hebben verstopt op zo'n manier dat ze wel gevonden moesten worden. Ook het slangenei zou Alexander zelf 's nachts hebben klaargelegd. De reusachtige slang die een paar dagen na de geboorte de god Glycon verbeeldde, heeft Alexander uit Macedonië geïmporteerd. De menselijke trekjes heeft de profeet weten te vervaardigen door een linnen kapje op de slangekop te plaatsen dat met bijna onzichtbare draden kon worden bewogen. En de stem van de slang kwam tot stand dankzij een ingenieus buizenstelsel in de tempel. Bovendien kende Alexander een procédé om verzegelde bneven te ope-
nen zonder het zegel te beschadigen. De schrijver Lucianus beweert bovendien dat Alexander flmk verdiende aan het uitbaten van het orakel. Hij zou per jaar bedragen tot wel 75.000 drachmen, oftewel het jaarsalaris van tweehonderdvijftig legioensoldat-en, hebben binnengehaald. Behalve van boerenbedrog en grof winstbejag beschuldigt Lucianus de profeet ook van seksueel wangedrag. Alexander zou zijn vingers niet van de koorknaapjes van de god hebben kunnen afhouden. En Lucianus suggereert dat de activiteiten van de profeet ook niet geheel vreemd waren aan het feit dat sommige vrouwen die de god raadpleegden in verband met vruchtbaarheidsproblemen, na terugkeer in hun woonplaatsen zwanger bleken. Ondanks de vernietigende publikatie blijft de god Glycon nog jarenlang in een groot gebied populair. Zeker tot in de derde eeuw werden munten met zijn afbeelding geslagen.
Manipulatie Dr J.J. Flinterman, docent oude geschiedenis aan de vu die de lezing over de leugenprofeet hield, vind de vraag of Alexander nu zo'n groot bedrieger was als Lucianus beweert niet zo interessant. "Alexander was èf een oprechte religieuze vernieuwer óf een uitzonderlijke bekwame bedrieger èf, en dat lijkt me het meest waarschijnhjk, hij was een figuur die een zekere mate van manipulatie in dienst stelde van het besef een geroepene te zijn. Belangrijker is het, dimkt me, te constateren dat hij met zijn optreden inspeelde op een duidelijke behoefte. In de hele Griekse wereld maakten in de tweede eeuw van onze jaartelling orakels een revival door. En hetzelfde geldt voor de cultus van de genezende god Asclepius: de vestiging van een orakel bij een nieuwe manifestatie van Asclepius past dus perfect in de belangrijke trends in het religieuze leven van deze periode." (DdH) De integrale lezing van Rmterman zal verschijnen in het lijdschnft Spiegel Histonael
De sprekende slangengod Glycon werd door zijn profeet Alexander ingefluisterd Bron: Iconographicum Mythologiae Classicae
Odyssee misschien uit andere tijd dan Ilias Dirk de Hoog
De Ilias en de Odyssee van de Griekse dichter Homerus, die in de achtste eeuw voor Christus zou hebben geleefd, werden vroeger vooral als prachtige literaire werken gezien. De bijdragen van de epische gedichten aan de historische wetenschap werden eeuwenlang van nul en generlei waarde geacht. Daar kwam echter plotsklaps een einde aan, toen eind vorige eeuw Heinrich Schliemann in het westen van Turkije de puinhopen van een oude stad opgroef. Die puinhopen konden goed het Troje van Homerus zijn. Historische vondsten van vazen, harnassen en andere gebruiksvoorwerpen kwamen akelig precies overeen met detailbeschrijvingen uit de Ilias. Ook werden resten blootgelegd van de thuisbasis uit de Ilias, Mycene. Resten die wederom aardig overeenkwamen met de homerische verhalen. De euforie was groot. De vondsten toonden ondubbelzinnig aan dat de Ilias en de Odyssee weldegelijk betrekking hadden op het Griekse verleden. Toen de resten van de strijd om Troje boven de grond waren gekomen, gingen archeologen op zoek naar sporen uit het verhaal van Odysseus, de held
die volgens Homerus na de slag om Troje tien jaar lang over zee zwierf voordat hij thuis aankwam. Dat thuis zou gelegen zijn op het Griekse eiland Ithaka, waar honderd edelen rond het paleis van Penelope, de vrouw van Odysseus, rondhingen in de hoop met haar te trouwen in de veronderstelling dat de heer des huizes in de strijd was gebleven.
Honderd varkens Een zekere Dörpfeld, die geholpen had bij de opgravingen van Troje, meende het eiland Ithaka gevonden te hebben. Maar zijn bevindingen zetten een grote domper op het historisch onderzoek. "Zijn verkenningen op Ithaka gaven aan dat het eiland simpelweg veel te klein was om het hele homerische gezelschap te kunnen bevatten", legt dr D.G. Yntema van het archeologisch instituut de uitkomsten van het oudheidkundig onderzoek van de vu uit. "Tientallen edelen kun je er niet kwijt. En als je er ook de ruim honderd varkens op zet die Odysseus' trouwe vriend en varkenshoeder Eumaios er hoedde, dan is het eiland zo goed als vol. Laat staan dat er nog gewone burgers bij kunnen. Nauwkeurig topografisch onderzoek leerde bovendien dat er op het eiland geen enkele
locatie was die de ruïnes van een groot of zelfs maar een klein paleisje kon herbergen. "Op Ithaka had nooit en te nimmer een paleis van Odysseus gestaan." Ook naspeuringen op andere eilanden wezen niet op het bestaan van een ander Ithaka. Kon daarmee het verhaal over Odysseus en de geloofwaardigheid van de auteur Homerus weer terug op de vuilnisbelt van de geschiedenis? Lang zag het daar naar uit. Maar Yntema komt met een gewaagde uitweg uit het dilemma dat enerzijds sommige zaken historisch wel lijken te kloppen bij Homerus, maar anderzijds ook weer niet. In de eerste plaats moet de vraag worden beantwoord of Homerus zelf wel bestaan heeft als schrijver. De teksten zijn namelijk pas twee eeuwen na de tijd dat Homerus geleefd zou hebben, op schrift gesteld en bovendien speelt de oorlog rond Troje weer eeuwen voor de geboorte van Homerus. In de Griekse traditie zijn de verhalen en gedichten van de ene generatie barden doorverteld aan de andere. Sommige elementen blijven daarbij tot in detail bewaard, maar nieuwe verhalen en gebeurtenissen worden in de verhalen ingebouwd, stelt Yntema. Ih de tijdspanne tussen het ontstaan van de
verhalen en het op schrift stellen ervan, een periode van zes eeuwen, veranderde de Griekse samenleving dramatisch. In de twaalfde eeuw voor Christus bestond een sterke stedelijke structuur met grote vorstendommen aan het hoofd. Die waren gevestigd in paleizen die steden op zich waren en waarin misschien wel vierduizend mensen woonden.
Ijzertijd De verhalen in de Ilias en Odyssee bevatten veel details over deze paleiscultuur, die volgens opgravingen ook rond 1200 voor Christus daadwerkelijk heeft bestaan. Maar de Griekse cultuur raakte in een diepe crisis en de paleizen en steden raakten in verval. De bevolking organiseerde zich in kleine familieclans van hooguit vijfhonderd zielen en leefde een soort boerenbestaan. Deze periode van 1000 tot 700 voor Chnstus heet ook wel de Griekse Ijzertijd. Als nu de honderd 'edelen' uit de Odyssee in werkeHjkheid geen paleisheren maar familie-oudsten waren, en het 'paleis' van Odysseus een boerenhoeve, dan blijken volgens Yntema een heleboel zaken ineens weer te kloppen met historische gegevens. Alleen leefde Odysseus niet in de twaalf-
de eeuw voor Christus in de paleizentijd, maar eeuwen later in het ijzeren tijdperk. Daarvoor heeft Ytema nog een aanwijzing. Door de teloorgang van het Griekse rijk is de kermis over de zeevaart verloren gegaan. Rond 700 voor Christus begiimen de Grieken weer vanuit het westen de zee te verkennen. En de rondzwervingen van Odysseus lijken sterk op zeemansverhalen van ontdekkingsreizigers. Yntema concludeert ten slotte: "Alles bij elkaar is de Odyssee vooral rijk aan beelden en impressies uit de Ijzertijd. Dit epos lijkt verrassend veel op het verhaal van een stamhoofd dat zich in die tijd aan een riskante handelsonderneming richting Middellandse Zee waagt, zijn schip en zijn bemanning verliest, toch nog thuis weet te komen, maar daar zijn positie en zijn vrouw overgenomen ziet door anderen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's