Ad Valvas 1994-1995 - pagina 594
ADVALVAS 8 JUNI 1995
PAGINA 16
Eén jaar ketchup
Henk van der Steen (links): 'De grootste lol is dan natuurlijk als er een natte spons in het gezicht van een rechter terecht komt'
Bram de Hollander
Theatersporters laten elkaar nooit afgaan'
Elsbeth Vernout
Een grafisch ontwerper, een architecte en een putjesschepper liggen in hun graf. Opeens gaat één van de drie doodskisten open en de architecte komt tot leven. Met krakende stem verhaalt ze over de tijd toen ze nog leefde. Dan is het de beurt aan de putjesschepper, die zich ook uit zijn kist omhoog werkt. Als derde verrijst Henk van der Steen (26), werkzaam bij Personeelszaken van de vu, uit zijn laatste rustplaats. Het is de bedoeling van deze theatersportscène dat de drie zombies er, zonder overleg, al spelend achter komen wat hun overlijden met elkaar te maken heeft. En dat binnen een beperkte tijd. Theatersport is een door de Canadees Keith Johnstone ontwikkelde vorm van improvisatietheater, die uitgaat van de grondregel dat je gewoon op het toneel gaat staan en doet wat er in je opkomt.
Geen van tevoren ingestudeerde teksten, niks geregisseerd samenspel: theatersporters verzinnen ter plekke hoe een scène eruit gaat zien. Het spannende daarbij is het dat het nooit zeker is wat de medespelers gaan doen: het vertrouwen in elkaar moet daarom groot zijn. Dinsdagavond is de vaste theatersportavond van Henk. In een kleme, zwarte pijpela in het Spielerij-complex aan de Rozengracht oefent hij nu sinds anderhalf jaar elke week met acht medespelers. "De trainingen zijn gericht op het ontwikkelen van reactievermogen, samenspel en onginaliteit", vertelt Henk. "Maar.er wordt vooral veel gelachen." 'Bunny-bunny-bunny' is deze avond het eerste, met veel hilanteit gepaard gaande, spel om het reactievermogen aan te scherpen. Lachend Veranderen Henk en zijn medespelers m konijnen, met de handen als oren aan het hoofd. Na de warming-up begint lerares Caroline, zelf begenadigd theatersporter.
met het opzetten van enkele spelen. Eén ervan is het 'zappen': een speler neemt een denkbeeldige afstandsbediening in de hand en zapt vier andere spelers afwisselend naar de televisiegenres western, koffietijd en science fiction. Vol overtuiging storten de theatersporters zich in het spel. Vloeiend laten ze wild-west taferelen, compleet met denkbeeldig ronddraaiende pistolen, overgaan in de blikkerige robots uit een science-fiction film. Het spel vereist concentratie en een goeie timing, een laserpistool uit een ruimteschip kan de volgende seconde ineens een lasso uit een cowboyfilm zijn. Theatersport wordt steeds populairder, niet in de laatste plaats door het ingebouwde wedstrijdelement. In september 1995 wordt in de bovenzaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam zelfs gedurende een week een internationaal Theatersportfestival gehouden. De Theatersport Vereniging Amsterdam (TVA) bestaat nu uit negentig leden, waarvan er zo'n vijftig ook in wedstrijdverband actief zijn. Verder bestaan er theater-sportverenigingen door het hele land, die elkaar tijdens wedstrijden uitdagen in verschillende disciplines. Het is de bedoeling, legt Henk uit, dat gedurende zo'n wedstrijd twee teams van vier spelers zo goed en origineel mogelijk verschillende scènes spelen. Grondlegger van theatersport Johnstone heeft daartoe verschillende spelen ontwikkeld met tot de verbeelding sprekende titels als het 'emotionele verjaardagsfeestje', waarbij vier keer van emotie wordt gewisseld en 'the morning after', waarbij twee spelers er na een nacht flink doorzakken achter moeten komen met wie ze in bed liggen. De jury, bestaande uit in toga gehulde rechters, bepaalt na afloop van een scène welk team het beste was in inhoud en techniek. Het bijzondere van deze theatersportwedstrijden is volgens Henk dat het publiek actief mee doet. "De publieke inbreng is essentieel. Wij vragen bijvoorbeeld aan de toeschouwers: geef ons de reden voor een feestje. Je knjgt dan vaak de vreemdste reacties, laatst nep iemand hierop: 'een scheiding'. Het publiek is creatief en vaak nog leuker dan de spelers zelf." Voor de voorstel-
ling krijgen de toeschouwers rozen en natte sponzen uitgedeeld. Door die tijdens de scènes op het toneel te gooien, kunnen ze hun goed- of afkeuring laten blijken. "De grootste lol is dan natuurlijk als er een natte spons in het gezicht van een rechter terechtkomt", aldus Henk. Volgens de vu-medewerker hoef je niet bovenmatig veel fantasie te hebben om de vorm van improvisatietheater te kimnen beoefenen. "Het leuke van theatersport vind ik dat iedereen het kan, als je maar lef hebt. Onze groep bestaat uit zeer uiteenlopende types, variërend van een verpleegkundige tot een elektrotechnisch ingenieur. Bij het samenspel is het belangrijk dat je goed naar je medespelers luistert en accepteert wat zij je aanreiken. Als een speler vraagt: 'Ga je mee naar het park' moet je dus geen 'nee' zeggen, want dan blokkeer je een scène." Een nadeel van het improvisatietheater lijkt dat alle scènes die worden gespeeld eenmalig zijn en, hoe goed ze ook zijn, nooit meer worden herhaald. Henk is er niet echt rouwig om. "Dat vluchtige karakter geeft theatersport iets bijzonders, ledere scène die je het publiek voorschotelt, is de première en tevens de laatste voorstelling." Een paar vaardigheden die Henk bij theatersport heeft opgedaan, kan hij
ook in zijn werk goed gebruiken. Sinds september van dit jaar werkt hij, na een studie Personeel Wetenschappen in Tilburg, bij Personeelszaken van de vu. "Ik heb nu totaal geen moeite meer met het spreken voor groepen. Ook merk ik dat ik door theatersport sneller kan denken bij het zoeken naar creatieve oplossingen. Het verschil is alleen dat ik op de vu binnen de gebaande paden moet blijven, terwijl het bij theatersport niet gek genoeg kan zijn." De grote angst van iedere toneelspeler, een totale black-out op het podium terwijl het publiek verwachtingsvol toekijkt, speelt Henk geen parten. "Onder theatersporters geldt de stille wet dat je elkaar niet laat afgaan. Als er niets in je opkomt, moet je vertrouwen op je medespelers." Als voorbeeld noemt Henk een scène die hij laatst moest spelen tijdens een wedstrijd naar aanleiding van een titel uit het publiek. "De titel voor de scène was 'zweven boven mijn graf. Ik kon niets anders verzinnen dan dood op de grond te gaan liggen. Dat deed ik, maar er gebeurde niets. Mijn redding was een andere speler die om me heen begon te vliegen."
"Toch heb ik er altijd op gehamerd om de slakken met respect te behandelen" (VU-hoogleraar dr J.Joosse over zijn proefdieren in de Volkskrant van 20 meij.l.)
j P r ^ \4iY^^öa^^aan we G Q een platie^roïiA van jebui^je Ynaken...
Fobieën, obsessies, ik ga er niet voor naar de psychiater. Als ze het dagelijks leven niet onmogelijk maken, koester ik ze juist. Motnenteel focus ik geheel op prijsvragen. Nou ja geheel? Elke dag doe ik aan één prijsvraag mee. MoeUijk is dat niet: altijd is er wel een cola die lekkerder smaakt door de kans op een wereldreis, of een middeijstandsverenigiag die jubileert en een barbecue te winnen geeft. Tientallen reclamebureautjes moeten de kost verdienen met die o zo originele prijsvragen: bedenk een slagzin, los de puzzel op, geef antwoord op drie vragen. En u maakt kans op. Buiten hoofdprijzen als reisjes naar Disneyland of Hawaï, interesseert het m e eigenlijk niet wat er te winnen valt. Van alles heb ik al gewonnen, om aan kennissen cadeau te doen: een cd van Willeke Alberti, twee museumjaarkaarten, een avondje schouwburg, een jaar lang ketchup, een kilo gehakt. En een reisje naar Brussel met de helikopter heen, twee dagen in 't Hilton en met het vliegtuig terug. Zoiets consumeer ik natuurlijk wel zelf, wat alle voorafgaande flauwekul-inspanning goedmaakt. Zeker omdat oplossingen insturen ongeveer 180 gidden per jaar kost: 'elke dag . een postzegel van 70 of 80 cent. Een stomme bezigheid is het, m a a r iets minder stom dat naar televisiespelletjes kijken, waarbij je zelf niets kunt winnen. Is er eens geen middenstandsactie, dan los ik de puzzels van kranten op. Niet van elke willekeurige krant. Ik heb de zakken post bij De Telegraaf wel eens gezien. De kans dat iemand iets wint met puzzels in Ad Valvas of vergelijkbare kleine bladen is enorm veel groter. Maar het bUjfl moeilijk om kansberekening los te laten op dit thema. Gewoon elke dag één prijsvraag is het beste. De aanhouder wint. SELMA SCHEPEL Op de ochtend van de tweede /|JU>_ \ mei om 11.22 uur r%mm ^as het dan zo ver. De kanariegele helikopter steeg op van het dak van het vuziekenhuis om in actie te komen bij een verkeersongeluk op de A-8. Twee minuten daarvoor ging de alarmbel af en acht minuten na het opstijgen landde de heli langs de snelweg. Hoe het optreden van het trauma-team ter plekke verliep, vermeldt Op de hoogte het personeelsblad van het vu-ziekenhuis, helaas niet. Wel dat de helikopter, een experiment van
F4
het ziekenhuis samen met de ANWB, de
eerste week nog twintig keer uitrukte. Ook vermeldt het blad trots dat, met de mgebruikname van het landingsplatform bovenop de nieuwe intensive caretoren, de vu als enige ziekenhuis in Nederland een helidek heeft dat per de lift te bereiken is. Patiënten kunnen dus ook snel vanuit de helikopter het ziekenhuis worden binnengebracht. Als alles goed gaat tenminste. Bij de officiële ingebruikname van de landingsplaats bleef de lift namelijk op de derde verdieping steken, zodat de genodigden verder de trap moesten nemen naar de twaalfde verdieping. In de nabije toekomst zal de heli ook het Leids Academisch Ziekenhuis aandoen, volgens het aldaar verschijnende blad Cicero. Daarin staat dat het goed organiseren van hulp aan verkeersslachtoffers, onder meer met de helikopter, het aantal doden met een kwart kan doen dalen. Bovendien kan door snel en ter plaatse ingrijpen van het traumateam vaker worden voorkomen dat na een ongeluk ernstige handicaps optreden. Dit kan de gezondheidszorg jaarlijks vijfhonderd miljoen gulden besparen. Dat maakt de investering van honderd miljoen gulden zeker de moeite waard, aldus Cicero. Waarom gebeurt het dan niet? Bijvoorbeeld omdat omwonenden tot het uiterste procedeerden tegen de geluidsoverlast van de heli bij de vu. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's