Ad Valvas 1994-1995 - pagina 209
De muur viel naar het oosten [itvoerder 'Ostpolitik' van de voormalige BRD, Egon Bahr, geeft Kuyperlezing Vijfjaar geleden viel de myur. Op de stydïedag "Vijfjaar na die Wende', gisteren op de vu gehouden, werd door vier geschiedkundigen teru^ebiild en vooryitgekeken. "Het is ny zaak de in het Westen opgebouwde statjilltelt zo ver mogeiijk naar iïet Oosten uit te boywen", zet hoofdspreker Egon Bahr, die de Kuypervoordracht verzorgde.
I
Peter Boerman
Het IS nu, vijfjaar nadat de muur gevallen IS, precies 25 jaar geleden dat bondskanselier Willy Brandt de Duitse Qstpohtik introduceerde, die sindsdien verhoudingen van de Bondsrepuiiek ten opzichte van de DDR heeft belald. Een van de belangrijkste archi|cten en uitvoerders van die Ostpolitik s Egon Bahr, al vijftien jaar beurslid van de sociaal-democratische 'D, de op één na grootste partij in Duitsland. Gistermiddag hield Bahr in de aula van de vu de jaarlijkse Kuj^ervoordracht. Hl) besteedde daarbij vooral aandacht aan de rol van het verenigde Duitsland in het nieuwe, onstabiele spanningsveld met de Europese Unie, de Verenigde Staten, de Navo en de landen van het voormalige Warschaupact. Daags voor zijn lezing toont Bahr zich ti)uens een telefonisch interview niet bijster enthousiast over het idee van de chiisten-democratische CDU-pohticus ^chauble om een 'kern-Europa' te vormen met Duitsland, de Beneluxlanden, iranknjk en Italië; de 'oude kern' van d|e Europese gemeenschap. "Dat idee acht ik niet werkzaam, omdat het een asjtal andere landen min of meer buitei isluit waar nu intensief mee wordt samengewerkt. Als je het hebt over integiatie kan en mag dat mijns inziens nooit gebeuren." e sociaal-democraat, die diverse mistersposten bekleed heeft, ziet zelf eer in uitbreiding van de Europese "Het is eerst een geweldige uitdaa g om de landen die nu voor de deur staan, de Scandinavische landen en Oostenrijk, binnen te halen. Maar
daarna volgt pas de echte uitdaging: uitbreiding van de Europese Unie naar het oosten. Het is zaak de stabiliteit die wij m West-Europa bereikt hebben zo ver mogelijk naar het oosten uit te bouwen."
Supermacht Er is in de hele wereld na het uiteenvallen van de Sovjetimie nog maar één supermacht over, denkt Bahr: de Verenigde Staten. Duitsland is volgens hem, zelfs na de eenwording, echt niet onder de noemer 'supermacht' te kwalificeren. "Een echte supermacht heeft zowel militair als economisch veel te betekenen. En militair gezien is de rol van Duitsland natuurlijk maar heel bescheiden. Dat moet ook zo blijven, geloof ik. Duitsland moet een eigen plaats hebben binnen de Navo. Zelfs als je het alleen economisch bekijkt, is Duitsland mijns inziens trouwens geen supermacht te noemen. De interne problemen van na de eenwording - massale werkloosheid, grote inkomensverschillen, crimmaliteit - zijn daarvoor nog te groot. De rol van Duitsland moet zodoende zeker niet overschat worden." Voor zover de verhouding tussen de Verenigde Staten en Duitsland na de eenwording moeizamer is geworden, gelooft Bahr dat Duitsland daarin geen rol gehad heeft. "Dat is aan de Verenigde Staten", zegt hij kortaf De politieke partij van Bahr, de SPD, verloor vorige maand nipt de Duitse verkiezingen van de grote rivaal het CDU. Dat had tot gevolg dat Helmut Kohl voor de vierde keer tot bondskanselier gekozen werd. Bahr klinkt echter niet erg aangeslagen na dit toch ook voor hem waarschijnlijk teleurstellende
resultaat. "Kohl heeft nu een erg krappe meerderheid. Het zou best kunnen dat er tijdens zijn nu net begonnen ambtsperiode een Kanzlerwechsel plaatsvindt. De opvolger zou dan mogelijk iemand van de SPD zijn." Mocht er de komende jaren inderdaad sprake zijn van een kanselierswisselmg ten gunste van de sociaal-democraten, dan verwacht Bahr niet dat dit van grote invloed zal zijn op de buitenlandse politiek van de Bondsrepubliek. De SPD en de CDU staan wat de buitenlandse politiek betreft grotendeels dezelfde lijn voor, ondanks meningsverschillen over bijvoorbeeld het 'kern-Europa'. En over de Navo. "Ik ben tegen uitbreiding van de Navo. Die uitbreiding geeft namelijk geen antwoord op de vraag hoe het nu verder moet met Wit-Rusland en de Oekraïne; de Baltische staten." Bahr, sinds tien jaar directeur van het 'Instimt für Friedensforschung und Sicherheitspolitik' van de universiteit van Hamburg, sprak gisteren onder meer over de geschiedenis en de ontwikkeling van de Westduitse Ostpolitik en de eenwording. Van daaruit trok hij ook een lijn naar de huidige situatie. "Wat we nu nodig hebben, is de stabiliteit uitbreiden naar het oosten", becommentarieert hij aan de telefoon. "Dat is onmogelijk als we Rusland buitensluiten. Daarom ben ik voor de ontwikkeling van wat ik 'zekerheidsstructuren' noem. Ik denk dan niet alleen aan Rusland, maar ook aan de Baltische staten; Oekraïne en Wit-Rusland."
Economisch falen In de ochtenduren voorafgaand aan de Kuypervoordracht van Egon Bahr was het de beurt aan twee Nederlandse geschiedkundigen om het falen van de Deutsche Democratische Republik in economisch èn in politiek opzicht te bespreken. De aan de universiteiten van Groningen en Utrecht verbonden hoogleraar Wielenga en de van de vu afkomstige prof.dr van Paridon kwamen daarbij afzonderlijk op het katheder van de aula terecht. Helemaal te scheiden waren beide lezingen echter niet. Van Pandon voorafgaand aan zijn lezing: "Ik ben geneigd te zeggen dat het economisch falen van de DDR funest is geweest voor de politiek. De economische teruggang heeft mijns inziens voor de omwenteling gezorgd. De politiek moest wel overstag." De 38-jarige Wielenga mocht de spits afbijten door het politieke falen van de
DDR aan de kaak te stellen. Hij stond niet alleen stil bij een aantal 'witte plekken' in de Oostduitse geschiedenis, maar besteedde ook aandacht aan het zelfbeeld van de DDR en de perceptie van de Oostduitse staat in het Westen. Van Paridon gaf in zijn lezing, die hij de titel 'Wie een muur bouwt voor een ander' meegaf, aan dat volgens hem de DDR al vanaf begin jaren zeventig 'boven zijn stand' leefde. "Doordat de regering de burgers tevreden wilde stellen om de politieke rust te bewaren, kwamen de totale bestedingen hoger uit dan wat de DDR zelf produceerde. Dat moest echter wel betaald worden. De buitenlandse schuldenlast van de DDR nam daarom steeds verder toe. Eind jaren zeventig waren er al tekenen van een crisis zichtbaar, maar het duurde nog tot ver in de jaren tachtig voordat er een explosie kwam."
Ineenstorting De rol van de Bondsrepubliek bij de ineenstorting van de DDR is volgens Van Paridon beperkt geweest. "De Oostduitsers zagen op televisie natuurlijk wel wat consumptiemogelijkheden van de Westduitsers waren, maar dat kan ik geen 'schuld' noemen. De Bondsrepubliek heeft door haar nauwe economische contacten de zaak zelfs eerder nog gerekt dan versneld." Van Paridon, die iets meer dan een jaar geleden zijn oratie hield over de economische ontwikkelingen in Duitsland na de eenwording, ziet de rol van de 'grote Westduitse broer' als een hele bijzondere. "De DDR werd door de Bondsrepubliek niet als buitenland beschouwd. Oostduitse produkten konden zonder enige belemmering in de Bondsrepubliek worden afgezet. Omgekeerd was het voor Westduitsers heel duur om bijvoorbeeld op visite te gaan bij Oostduitse familie. Dankzij de Bondsrepubliek konden de problemen zodoende lange tijd minder urgent blijven." De hoogleraar, tevens stafinedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, herinnert er in zijn lezing aan dat de politiek een grote rol bij kredietverstrekking aan Oost-Duitsland gespeeld heeft. "Waarschijnlijk is er bij dergelijke transacties vaak 'politiek wisselgeld' gebruikt. In 1983 heeft Strauss bijvoorbeeld bedongen dat bij de grensbewaking mijnenvelden verdwenen en dat gevangenen vrij konden komen." De economische crisis die hier in de jaren tachtig heerste, is één van de nekslagen voor de economie van de DDR
^ ' ...%>
9e muur bezweek onder torenhoge schulden
Schulden Interessant is de vraag of de DDR zelf wel de problemen inzag, waar het mee te kampen had. Van Paridon denkt dat niet veel Oostduitsers doorhadden hoe slecht het werkelijk ging. "Natuurlijk zag men de slechte toestand van de huizen, de verouderde machmes, de rijen in de winkels. Maar men had geen weet van buitenlandse schulden. Dat wisten alleen de mensen aan de top. De oudgedienden wilden vaak niet zien dat het mis ging. Maar er waren wel anderen die zeiden dat het zo niet langer door kon gaan. Zo schreef het hoofd van de staatsplancommissie Schürer al in april '88 een nota met voor de DDR revolutionaire ideeën." De nota haalde het niet, omdat ze tegen de haren instreek van de gevestigde orde. Anderhalf jaar later, als Honecker vertrokken IS, heeft Schürer meer succes. Hij schetst dan vier mogelijkheden om door de ernstige crisis heen te komen. De eerste optie was de consumptie van de burgers in te perken met dertig procent. "Een onhaalbare kaart", meent Van Paridon. "De burgers hadden immers al zo weinig." Als dat niet gebeurde, zouden buitenlandse banken het Internationale Monetaire Fonds (IMF) kunnen vragen om een schuldenmoratorium op te stellen. Ook die optie leek niet reëel. "Het IMF zou dan eisen gaan stellen en haar wil gaan opleggen aan de DDR."
Een derde optie zag men in het praten met landen als Frankrijk, Japan en Oostenrijk. Deze zouden om verschillende redenen bereid kunnen zijn om de DDR financieel bij te staan, bijvoorbeeld omdat ze graag twee Duitslanden bewaard zagen. Volgens Pandon is echter nooit met de betrokkenen gepraat. "En toen bleef er dus nog maar een land over: de Bondsrepubliek." De DDR realiseerde echter wel dat er dan 'politiek wisselgeld' moest zijn. "Eind oktober '89 werden verschillende mogelijkheden aangegeven. Zo was er het voorstel op termijn de doorreiskosten van Westduitsers af te schaffen. Ook werd toen het idee geopperd Oosten West-Berlijn samen te nomineren voor de Olympische Spelen van 2004. Een andere mogelijkheid was het grensverkeer versoepelen. Daarmee werd de Berlijnse muur voor het eerst in de discussie betrokken. Enfin, we weten allemaal hoe dat afgelopen is. Op 9 november 1989 viel de muur, wat het einde van de DDR betekende."
" ^ ' i
SI
geweest, denkt Van Paridon. "In het Westen werd door de crisis minder afgenomen, zodat de DDR ook minder binnenkreeg. Het gevolg was een snel oplopen van de buitenlandse schuld. De lasten hiervan hepen steeds meer op." Binnen de anti-liberale, geplande economie van de DDR zijn ook veel mvesteringsfouten gemaakt, betoogt Van Paridon. "Er zijn door de leiders m de DDR veel stokpaardjes bereden die beter niet bereden hadden kunnen worden. De DDR moest en zou bijvoorbeeld computerchips produceren. Dat konden ze ook wel, maar het werd veel te duur. Wat op de wereldmarkt m die tijd zes mark kostte, kostte de DDR 516 mark om te produceren. Dat kan natuurlijk niet lang goed gaan." Bovenop deze problemen begon ook de geldstroom uit de Sovjetunie op te drogen. "De ontwikkelingen daar liepen deels parallel aan die van de DDR. De Sovjetunie ging zelf ook steeds meer de afgrond in."
%
Bram de Hollander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's