Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 380

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 380

10 minuten leestijd

PAGINA 1 0 ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

AD VALVAS 2 3 FEBRUARI 1995

Heeft de universiteit nog een toekomst? Onlangs verscheen een boekje met als titel De toekomst van de universiteit. De auteurs, P eter Baggen en Ido Wijers, beiden werkzaam aan de Universiteit van Nijmegen, willen hiermee een bij­ drage leveren aan de discussie over het hoger onderwijs, die sinds de bezuini­ gingsplannen van het paarse kabinet weer in volle hevigheid is losgebarsten. Bijna elke maand dwarrelt er wel een nieuwe nota van een maatschappelijke organisatie of deskundologische com­ missie over tafel, steevast voorzien van een herstructureringsplan. Daardoor raast er sinds kort een ware wervelwind aan plannen door het HBO en de uni­ versiteiten jieen. Zij moeten integreren, differentiëren, privatiseren, professio­ naliseren, dereguleren, modulariseren, uniformeren en in elk geval reorganise­ ren. Eén ding staat bij alle plannenmakers als een paal boven water: het moet alle­ maal anders, want anders is beter en beter is goedkoper (ofwel 'efficiënter'). Het is deze steevaste koppeling tussen reorganisatiedrift en bezuinigingswoede ten aanzien van het hoger onderwijs, die de auteurs van De toekomst van de universiteit analyseren en overstijgen. H u n boekje is in feite de eerste syste­ matische aanzet om deze discussie over het hoger onderwijs op een inhoudelijk niveau te tillen (en is daarmee een must voor iedereen die over de universiteit mee wil blijven praten). Dat betekent dat zij de vraag naar de gewenste struc­ tuur van het hoger onderwijs in de eer­ ste plaats benaderen vanuit de vraag wat het hoger onderwijs inhoudelijk be­ oogt. Dat blijkt een originele invalshoek te zijn in de discussie over het hoger onderwijs, waar het doorgaans primair over de centen gaat.

Kwaliteit O m te beginnen onderzoeken de au­ teurs de notie van kwaliteit, waar iedere deelnemer aan de hoger onderwijsdis­ cussie zo'n warm voorstander van is en die daarom in alle plannen stelselmatig wordt verhoogd ('hoe het ook zij, kwa­ liteitsverhoging hoort er bij'). Deze cru­ ciale notie blijkt door een opvallende ' vaagheid en veelvormigheid te worden gekenmerkt, waarachter verschillende visies op de universiteit schuil gaan. Meestal identificeren de bestuurders en de politieke plannenmakers de kwaliteit van een academische opleiding met maatschappelijk nut of 'rendement': de waarde van de academische vorming is

naar lage lonen landen met als resultaat de zogenaamde 'baanloze economische groei'. in het boeltje 'De toei^omst van de unive rsite it' Wat betreft selectie verwerpen de au­ teurs selectie 'aan de poort' en 'in de analyseren Peter B a ^ e n e n Ido Wijers de hal' op empirische gronden: er zijn tot situatie waar de Nederlandse universiteiten in nu toe eenvoudig weg geen betrouwba­ re prestatie­indicatoren gevonden om verkeren. Een geslaagde analyse, betoogt Chris op deze plaatsen geschikte van onge­ Lorenz, hoogleraar geschiedenis aan de vu. schikte studenten te scheiden. Dergelij­ ke selecties leiden dus tot willekeur en maatschappelijke verspilling. De selec­ tie dient daarom tijdens de studie zelf te worden uitgevoerd, waarbij het pro­ bleem van de 'uitval' tot op zekere hoofdzakelijk de prijs die zij op de voorstaan, is primair inhoudelijk van markt van de beroepen opbrengt. Een aard: universiteiten moeten studenten ­^ hoogte wordt opgelost door op meerde­ re plaatsen (na twee, vier en zes jaar) en prettige bijkomstigheid van deze bena­ opleiden tot 'reflexieve specialisten'. langs verschillen4e wegen (het alge­ deringswijze is dat onderwijs als 'inves­ Dat zijn, grof geformuleerd, mensen meen vormende, het beroepsgerichte tering in jezelf kan worden gepresen­ die een vak geleerd hebben en in zover­ en het onderzoekerspad) in het studie­ teerd, waarvoor elke 'onderwijsconsu­ re specialist zijn, maar die tegelijkertijd traject de mogelijkheid te scheppen om ment' gevraagd kan worden de (eventu­ de niet­vakspecifieke vaardigheid heb­ met een diploma op zak 'uit te stro­ eel volle) prijs te betalen. Minister Rit­ ben ontwikkeld om over de plaats, de men'. zen zit tegenwoordig op deze lijn en de problemen en de grenzen van h u n vak studenten zullen het weten. na te denken. In deze combinatie van Aldus ontstaat in het model Baggen/ Docenten daarentegen associëren kwa­ materiële deskundigheid en formele, re­ Wijers differentiatie in de studieduur en liteit veel eerder met wetenschappelijke flexieve vaardigheid lokaliseren zij het in de eindtermen van het universitaire kennis en bekwaamheden, onafhanke­ eigene van de academische opleiding en onderwijs, wat weer wonderwel zou lijk van h u n marktwaarde. D e auteurs het onderscheidende kenmerk tegen­ aansluiten bij de gedifferentieerde werken de invalshoeken van de politici over het hoger beroepsonderwijs. maatschappelijke vraag. Wat het onder­ en de wetenschapsbeoefenaren syste­ wijsproces zelf betreft leggen de auteurs matisch uit in twee opeenvolgende Massaliteit een voorkeur aan de dag voor het door hoofdstukken. Hierbij, en dat is belang­ de commissie­Wijnen bepleitte Maas­ Wat de praktische uitwerking van de rijk, laten zij zien dat er vanuit histo­ trichtse model van het 'probleemge­ pedagogische missie van de universiteit risch perspectief geen tegenstelling be­ stuurde leren' en ook daarmee zijn ze betreft, sluiten de auteurs nauw aan bij staat tussen de wetenschappelijke en de erg zeitgemass. Ook hier heb ik zo mijn de ideeën die Wiegersma op dit punt professionele vormingstaken van de twijfels, omdat 'Maastrichtse' model­ heeft geformuleerd. Het hoofdpro­ universiteit: de professionalisering van studenten altijd veel meer kunnen en bleem bestaat uit de relatie tussen mas­ de wetenschap en de verwetenschappe­ weten dan de mij bekende Amsterdam­ saliteit ('hoger onderwijs voor velen'), lijking van de professies zijn vanaf de se en Leidse studenten. kwaliteit en arbeidsmarkt. D e relatie tweede helft van de vorige eeuw goed­ tussen massaliteit en kwaliteit leidt tot deels hand in hand gegaan. De univer­ Rentabiliteit de vraag hoe en waar de selectie plaats­ siteit hoeft dus helemaal geen principië­ vindt; en de relatie tussen massaliteit en Wat de aansluiting tussen het aanbod le keuze voor wetenschappelijke en arbeidsmarkt leidt tot de vraag hoe de van universitaire kwalificaties en de tegen beroepsopleidingen te maken ­ kwalificaties van de afgestudeerden zich maatschappelijke vraag ernaar betreft zoals recent ook door het ministerie van tot de maatschappelijke vraag ernaar lieten de auteurs enige onduidelijkheid O W is gesuggereerd ­ omdat het di­ verhouden. Het antwoord op beide vra­ bij mij bestaan ­ maar het is de vraag is lemma vals is. gen moet volgens de auteurs 'in diffe­ of op dit punt überhaupt veel zirmigs te melden valt. D e pleidooien (van onder Dit betekent volgens de auteurs niet dat rentiatie' worden gezocht en daarmee sluiten zij ook op dit punt wonderwel meer het VNO) om vraag en aanbod de universiteit vanuit de eisen van de aan bij de heersende communis opinio door middel van financiële prikkels op markt geherstructureerd kan worden, (van onder meer het VSNU­ en het WRR­ elkaar af te stemmen ­ bijvoorbeeld zoals de voorstanders van de 'onderne­ rapport). Een gedifferentieerde arbeids­ door verhoging van collegegelden voor mende universiteit' propageren. Op de markt vraagt nu eenmaal om een gedif­ maatschappelijk 'onrendabele' studies ­ markt is namelijk geen plaats voor in­ ferentieerd 'academisch product'. worden in elk geval terecht door hen af­ houdelijke argumenten, waar het in de Of differentiatie inderdaad de oplossing gewezen omdat ze tot mislukken zijn wetenschap en het wetenschappelijke biedt voor alle problemen die men er gedoemd. D e aanhoudende grote be­ onderwijs uiteindelijk om draait: mee op wil lossen, is mijns inziens ove­ langstelling van studenten voor 'onren­ "Naarmate de ruimte voor de logica rigens twijfelachtig: de problemen op dabele' studierichtingen en de daarmee van de markt groter wordt, worden hun de academische arbeidsmarkt zijn im­ vergeleken geringe belangstelling voor (docenten en studenten, Ch.L.) oorde­ mers niet primair door de universiteiten 'rendabele' (= technische) vakken be­ len minder relevant. De markt heeft veroorzaakt, maar door 'externe' ont­ wijst namelijk dat studenten zich bij ' immers haar eigen kwaliteitscriterium: wikkelingen zoals de internationalise­ h u n studiekeuze niet primair door over­ wat het best verkoopt." ring van de dienstensector en de export wegingen van 'rentabiliteit' laten lei­ Het kwaliteitscriterium voor universi­ van hooggeschoolde werkgelegenheid den. Ook de financiële rationaliteit van taire opleidingen dat Wijers en Baggen

de studerende medemens en dus zijn stuurbaarheid via financiële stimuli blijkt dus beperkt. Waarschijnlijk past op dit punt slechts bescheidenheid en de erkenning dat ook de toekomst van de arbeidsmarkt ondoorgrondelijk is en zich daarom niet goed voor een fijnma­ zige beleidsmatige sturing leent. D e auteurs hadden hier op het voor­ beeld kunnen wijzen van het beleid ten aanzien van de opleidingen tandheel­ kunde: in 1984 werd de splinternieuwe Utrechtse tandheelkundefaculteit in het kader van het TVC­beleid gesloten en in 1994 werd alweer de noodzaak erkend van een nieuwe tandheelkunde oplei­ ding in Nederland. Universitair beleid van dit genre is weinig anders dan een vorm van (onder meer intellectuele) ka­ pitaalvernietiging en bereikt ook finan­ cieel op termijn het omgekeerde van wat beoogt wordt.

' Gelijkheid Geheel unzeitgemass is het laatste hoofdstuk van het boek van Baggen en Wijers, waar zij ingaan op de relatie mssen universitair onderwijs en maat­ schappelijke gelijkheid. Gegeven de veronderstelling dat de maatschappelij­ ke kansen van een individu tegenwoor­ dig tot op grote hoogte door het geno­ ten onderwijsniveau worden bepaald, kan de universiteit ook beoordeeld wor­ den vanuit de vraag of zij bijdraagt tot een grotere gelijkheid van kansen. De achtergrond van deze vraag is het al vaak geconstateerde feit dat door de milieuspecifieke selectiemechanismen in (vooral het secundaire) onderwijs de studenten uit de lagere sociale milieus aan de universiteit zwaar onderverte­ genwoordigd zijn: "Naast verspilling van talent levert zij (de bestaande selec­ tie, Ch.L.) een impliciete en vermoede­ lijk onbewTJSte bescherming van de middelmaat uit de hogere milieus op en een instandhouding van sociale onge­ lijkheid over de generaties heen." Om de door Kees SchujT: geformuleerde 'keiharde triade': 'maatschappelijk be­ voordeeld ­ beter beoordeeld ­ opnieuw maatschappelijk bevoordeeld' te door­ breken moeten, volgens de auteurs, de universiteiten aangesproken worden op het verwijderen van milieuspecifieke se­ lectiemechanismen. Hoewel zij op dit punt duidelijker aangeven wat ze niet willen (namelijk 'positieve discrimina­ tie' op basis van buiten­wetenschappe­ lijke criteria als sekse, emiciteit, sociaal milieu etc.) dan wat ze wel voor ogen staat, wordt één ding in elk geval zon­ neklaar: het huidige beleid om (bijvoor­ beeld door een 'stapelverbod') de leer­ wegen te bekorten en de verblijfsduur in het onderwijs te beperken, zet de la­ gere milieus weer radicaal op achters­ tand, omdat juist zij historisch gezien bij uitstek deze inefficiënte leerwegen hebben bewandeld. Dat dit maatschap­ pelijk denivellerende effect tegenwoor­ dig ook door sociaal­democratische po­ litici voor lief wordt genomen, illus­ treert hoever het coUectivistische ge­ zichtspunt door het individualistische marktdenken overwoekerd is geraakt. Baggen en Wijers pleiten terecht weer voor een herstel van het maatschappe­ lijke gezichtspunt ten aanzien van het hoger onderwijs, maar zijn daarmee weinig anders dan twee roependen in de woestijn. 'Inefficiënte' leerwegen zijn namelijk langer en dus ook duurder dan 'efficiënte' ­ en daarmee politiek onbespreekbaar geworden, ondanks alle mooie praatjes over Nederland als 'ken­ nisland'. Het politieke lot, dat dit ideeënrijke boekje ten deel zal vallen is daarmee voorspelbaar: het zal in redes en spreekbeurten als een sympathieke en 'academische' analyse worden geprezen om vervolgens als 'onpraktisch' op de boekenplank te worden bijgezet. Of de universiteit een toekomst heeft blijft dus helaas vooralsnog een open vraag, maar als dat onverhoopt niet het geval blijkt, heeft het in elk geval niet aan Baggen en Wijers gelegen. Chris Lore nz is hoogte raar bij de vakgroep geschiedenis van de Vrije Unive rsite it en is tevens verbonden aan de Rijksuniversiteit Le ide n De toekomst van de universiteit, door Peter Bagge n en Ido Wijers, uitg Amste rdam Unive rsity Pre ss, 1995, 116 .p

Bas van de r Schot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 380

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's