Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 206

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 206

9 minuten leestijd

PAGINA 8

AD VALVAS 24 NOVEMBER 1994

Moraal is ook materie Theoloog en natuurkundige W.B. Drees promoveert in filosofie In de boeken van de zogenaamde creationisten wordt de moraal als iets onaards en immaterieels afgeschilderd. 'New age'bewegingen zoeken juist aansluiting bij de materie om hun godsdienstige inzichten natuurwetenschappelijk te bewijzen. Dr W.B. Drees, die deze week in de filosofie promoveert, is het met beide standpunten niet eens. Dirk de Hoog "Stof zijt gij en tot stof zult u wederkeren." Dit bijbelcitaat zou een mooie illustratie kunnen zijn van het proefschrift Taking science seriously: a naturalist view of religion, waarmee Willem Bernard Drees deze week promoveert tot doctor in de filosofie. Sinds 1989 werkt hij bij het Bezinningscentrum van de v u en hij schuwt het nadenken over grote thema's niet. Hij promoveerde eerder in de theologie met de dissertatie Beyond the Big Bang: quantum cosmologies and God, waarvoor hij diverse onderscheidmgen in ontvangst mocht nemen. Van iemand die èn theoretische natuurkunde èn theologie heeft gestudeerd kunnen enige overpeinzingen over de samenhang der dingen worden verwacht, zeker als nadenken over wetenschap en religie je dagelijks werk is, zoals bij Drees. "De mens staat niet boven of buiten de natuurwetten die we via de natuurwetenschappen kennen", is de centrale stelling in het proefschrift. "Levende wezens en dus ook mensen zijn een vorm, waarin materie zich kennelijk kan organiseren. Daar is niets metafysische of buitennatuurlijks aan", zegt Drees. "Onze mentale mogelijkheden en sociale gedragingen zijn bijzondere manifestaties van de materiele werkelijkheid. Die werkelijkheid hebben wij door de natuurwetenschappen in aanzienlijke mate leren kennen.

We dienen met die kennis serieus rekening te houden bij de intellectuele beoordeling van visies op de wereld en op onszelf, inclusief onze morele en religieuze overtuigingen." Natuurlijk is er een verschil tussen levende en dode materie in de visie van Drees, want mensen kunnen voelen en denken. Maar dat denken en voelen is alleen mogelijk dankzij biologische en dus materiële processen. "Ik ben dan ook bijzonder geïnteresseerd in de samenhang tussen de neurologie, zeg maar de bouw van het zenuwstelsel en de hersenen, en de psychologie oftewel hoe die processen verlopen", vertelt Drees.

Emoties Hij waarschuvn echter voor het zogenaamde 'reductionisme' bij het elimineren van problemen: "Natuurwetenschappen kunnen wel een hoop verklaren van de manier waarop processen verlopen, maar daarmee zijn gevoelens, emoties en gedachten niet geëlimineerd en blijven ze effect houden op menselijk gedrag. N e e m bijvoorbeeld pijn. Een arts kan door zijn medische kennis pre-

cies weten waar die door wordt veroorzaakt, maar daarmee is de pijn voor de patiënt nog niet weg." Drees vindt zichzelf geen aanhanger van de socio-biologie. "Juist door het vermogen na te denken kan de mens reflectie hebben op zijn eigen doen en laten en is het handelen niet alleen maar gedetermineerd door de natuurlijke orde die in genen en hormonen vastligt. Mensen kunnen besluiten het anders te doen of zich daar in ieder geval een beeld over vormen en dat is één van de grondslagen voor het bestaan van ethiek en moraal." Die leefregels zijn wat Drees betreft niet afkomstig van een buitennatuurlijke instantie zoals een god of een metafysische oerwet, maar hebben een s o ciale oorsprong. "Evolutionair gezien leefde de mens in groepen waarbinneh bepaalde gedragsregels ontstonden om te voorkomen dat het zootje werd en was het economisch verstandig tot een bepaalde taakverdeling te komen, bijvoorbeeld tussen mannen en vrouwen. Maar daarmee hebben die regels nog geen eeuwigheidswaarde of universele geldigheid. D e regels kunnen mede

Dooyeweerd blijft moeilijk Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van de filosoof Herman Dooyeweerd (1894-1977) schreef een elftal van overwegend vu-geleerden een essaybundel, die afgelopen vrijdag werd gepresenteerd. Dooyeweerd werd vereerd en verguisd. Maar twee dingen zijn zeker. Dooyeweerd was moeilijk èn christelijk. Volgens historicus G. Putchinger was hij een echte gereformeerde, "want hij dacht tenminste zelf na over de dingen." Dirk de Hoog "Herman Dooyeweerd is de grootste Nederlandse filosoof van de twintigste eeuw", schreef hoogleraar Paul Cliteur onlangs in het dagblad Trouw. D e uitspraak IS opmerkelijk, want Cliteur is voorzitter van het Humanistisch Verbond, terwijl Dooyeweerd een bij uitstek gereformeerd denker was. Hij trachtte een christelijke wetenschapsfilosofie te ontwikkelen als 'grondslag' voor de Vrije Universiteit. Daar bekleedde Dooyeweerd sinds 1926 een hoogleraarschap m de rechtsfilosofie, waarvan hij in 1965 afscheid nam. Hele generaties vu-studenten en veel van de huidige docenten en hoogleraren hebben de verplichte colleges m de wijsbegeerte der wetsidee gevolgd, die m de jaren zeventig nog gegeven werden door de professoren Troost en BClapwijk. Over één ding zijn vriend en vijand het eens: het werk van Dooyeweerd is moeilijk toegankelijk. Hijzelf wist dat ook. De voorzitter van het forum dat plaats vond ter gelegenheid van het verschijnen de bundel opstellen, prof mr A. Soeteman haalde herinneringen op: "Het eerste uur van het college her-

haalde Dooyeweerd altijd de stof die hij de vonge keer had behandeld, omdat hij bang was dat we het niet zouden begrijpen. Soms kwam er een punt waarvan hij op voorhand zei dat zelf zijn trouwste aanhangers hem hier niet meer konden volgen." T o t die trouwe aanhangers behoorde prof.dr D . H . T h . Vollenhoven, hoogleraar m de wijsbegeerte, met wie Dooyeweerd veel samenwerkte.

Veelzijdig Centraal in Dooyeweerds werk staat de stelling dat de veelzijdigheid van Gods schepping zich op sociaal en cultureel terrein moet herhalen. Daarmee bouwt Dooyeweerd een uitgebreid filosofisch stelsel op over alle mogelijke terreinen van het leven. De lof die hij oogst heeft vooral betrekking op zijn vermeende anti-reductionisme. Veel andere filosofen trachtten namelijk de hele wereld uit één gedachte te verklaren door te roepen dat alles water, atomen, of Idee is. Dooyeweerd moest daar mets van hebben. Ondanks de lof op zijn anti-reductionisme, kent Dooyeweerds werk ook één punt waar alles om draait, betoogden diverse sprekers op het symposium: het scheppingsverhaal zoals het in de bijbel

staat. "De mens moet Gods wil realiseren", is de leidraad van Dooyeweerd. "Maar tegenwoordig lezen we dat scheppingsverhaal niet meer zo letterlijk als toen," stelde prof dr B. Goudzwaard, "en is de relatie tussen de dagelijkse werkelijkheid en Gods bedoelingen ingewikkelder dan Dooyeweerd dacht." Maar dat wil niet zeggen dat al het gedachtengoed overboord kan, vmdt prof.dr C.A. van Beursen. "Er is nog voldoende stof om jaren mee vooruit te kunnen." In een televisie-interview m 1974 werd Dooyeweerd gevraagd hoe het over vijftig jaar met zijn filosofie gesteld zou zijn. Hij antwoordde: "Dat weet ik niet. Het kan zijn dat ze dan verdwenen is. E n dat zou ik niet erg vinden, als ze haar werk gedaan heeft." Aan de hand van een elftal vaak lezenswaardige en zeker ook kritische essays kan de lezer zelf de balans opmaken. Al was het maar om af te rekenen met een onbegrepen jeugdtrauma. H G Geertsema en anderen (red.) Hennan Dooyeweerd 1894-1977 Breedte en actualiteit van zijn filosofie Uit geverij Kol< Kampen 1995. 45 gulden ISBN 90-242 84821

door toedoen van het nadenken veranderen." Dit betekent echter niet dat voor Drees religie en G o d definitief door de wetenschap verdrongen zijn. "Natuurlijk zetten wetenschappelijke inzichten traditionele beelden over God onder druk, maar daarmee heeft religie nog niet afgedaan. God is geen man met een baard die de aarde volgens het bijbelse verhaal geschapen heeft. M a a r uiteindelijk kan de wetenschap niet meer dan verklaren hoe de evolutie van het heelal heeft plaatsgevonden. Het waarom blijft een raadsel en ook de vraag naar de eerste oorsprong van de materie kunnen wetenschappers niet beantwoorden. Daar vervallen de kosmologen ook in speculaties. Het verhaal over een God kan daarbij behulpzaam zijn." Drees wil geen schijnzekerheden introduceren. "Net zomin als ik weet hoe uiteindelijk de kosmos is ontstaan, weet ik niet wat G o d is." Overigens reserveert hij religie niet alleen maar als een mogelijke metafoor over de oorsprong der dingen. Religieuze tradities bestaan nu eenmaal in de samenleving en h e b ben daarmee een functie. Ze vertellen

verhalen die belangrijk zijn voor mensen. "Het hebben van levensvragen en daarover nadenken is een menselijke eigenschap en religie is een manier om daar vorm aan te geven. Maar die religieuze verhalen zijn natuurlijk altijd mede bepaald door allerlei vormen van kennis en wetenschap waarover mensen beschikten. Het hele scheppingsverhaal in de bijbel is geschreven vanuit de gedachte dat de aarde plat is. Ik pleit niet voor het maar wegdoen van religie, maar ik vind wél dat natuurwetenschappelijke inzichten serieus genomen moeten worden en niet met theologische motieven weggemoffeld kunnen worden." Volgens hem gebeurt dit nog steeds in de Verenigde Staten waar de zogenaamde creationisten proberen biologieboekjes waarin de evolutieleer uiteen wordt gezet, uit scholen te weren. "Niet alleen de biologie, maar ook de theologie moet ter discussie kunnen staan", is Drees' stellingname. Hij denkt overigens niet dat zijn overpeinzingen tot een soort religieus relativisme leiden, waarbij het niet meer uitmaakt welke godsdienst iemand aanhangt. "Op morele gronden valt natuurlijk best iets te zeggen over onderlinge verschillen. Ik wijs bijvoorbeeld opvattingen af volgens welke de ene mens beter is dan de andere. Daarbij kan je aan rassen denken, maar ook aan mannen en vrouwen. Je kunt dan niet direct zeggen dat de ene godsdienst beter is dan de andere - fundamentalis_ tische stromingen zie je bijna overal naast meer liberale opvattingen - maar je kunt wel de vraag stellen welke gevolgen bepaalde godsdienstige opvattingen voor mensen hebben." Drees ziet op het ogenblik dat in de samenleving een heel andere benadering dan de zijne opkomt. "In bijvoorbeeld de new a^e-beweging zie je dat allerlei elementen uit wetenschappelijke theorieën of wat daar voor door moet gaan, gebruikt worden om het bestaan van allerlei speculatieve zaken te bevestigen. Daarbij denk ik aan dingen als reïncarnatie, parapsychologie en het bestaan van buitenaardse wezens. Wetenschap verdringt religieuze bewegingen dus blijkbaar helemaal niet zo maar. Er is altijd sprake van een wisselwerking."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's