Ad Valvas 1994-1995 - pagina 81
ADVALVAS 22 SEPTEMBER 1994
PAGINA
Broeikas-effect blijft serieuze bedreiging van milieu Klimaat verandert door uitstoot van kooldioxyde en andere gassen
|i'';;j¥an||i|^l^ii||i
i|bië|j^l||iiiiS P:osi^j^lH|i|i
'^èii*;,iiiBi|i|jliilif***^^^^^
's|nSftS';ilMiïï|i|ii|||iP'" ,.i;Q|ïr«l:rrt|B|ï|||i||ii^
^•ietóiiilllijiliM •.•i;*V*
De uitstoot van broeikas g a s s e n m o e t volgens promovendus R. Swart aanzienlijk om laag Freek van Arkel/HH
Dirk de Hoog Gemengde gevoelens heeft ir R.J. Swart over zijn promotie deze week. "Natuur lijk 18 het leuk als je boek af is en je een feestje geeft. Maar het onderwerp stemt tot nadenken. Het milieu staat er we reldwijd met zo florissant bij. Ik reis veel voor mijn werk en ik zie overal de natuur achteruitgaan. De bossen zijn ziek en koraalriffen verdwijnen. Maar de meeste mensen letten er niet op. Ik ben van namre een optimist en ik weet dat er technisch van alles mogelijk is. Maar de ontwikkelingen gaan langzaam en de interesse en het gedrag van de meeste medeburgers valt me tegen. Het milieuprobleem is uit de gratie. Ik ben er niet zeker van dat mijn kinderen over vijftig jaar nog door mooie bossen ktm nen wandelen." Ingenieur R.J. Swart is Hoofd Mondia le Biosfeer bij het bureau Milieu T o e komst Verkenning van het Rijksinsti tuut voor Volksgezondheid en Milieu hygiëne (RIVM). HIJ promoveert deze week aan de v u op de studie Cltmate Change: Managing the Risks. De buiten staander denkt dan onmiddellijk, naar blijkt terecht, aan het broeikaseffect. Maar Swart wil daar wel gelijk een mis verstand over uit de wereld helpen. "Over het bestaan van het broeikasef fect IS geen twijfel mogelijk, hoewel het brede publiek door allerlei berichten in kranten vaak op het verkeerde been wordt gezet."
H
et broeikaseffect is zo oud als de aarde en dus een vaststaand feit. Het is een voorwaarde voor menselijk leven. Zonder atmosfeer van broeikas gassen die als een soort deken van bui tenaf zonlicht doorlaat, maar de weer kaatsing van warmte vanaf het aardop pervlak tegenhoudt, zou het zo'n dertig graden kouder zijn. "Waar het om gaat is dat door massale verbranding van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas een enorme toename van met name kooldioxyde (COj) plaatsvindt. Dat versterkt het broeikaseffect. Daardoor gaat gemiddeld de temperatuur op aarde omhoog. Maar er zullen ook an dere gevolgen zijn. Het watemiveau in de oceanen stijgt met enige decimeters, winden gaan anders waaien. K ortom het klimaat zal veranderen. Daarom is klimaatverandering een betere term dan het broeikaseffect", zegt Swart. Zijn proefschrift behandelt methoden om door middel van een risicobenade ring klimaatbeleid wetenschappelijk te ondersteunen, onder meer met behulp van modellen en scenario's. Maar de
vraag hoe het klimaat over vijftig jaar er in Nederland zal uitzien kan Swart niet beantwoorden. "Er spelen zoveel facto ren tegelijk een rol dat zulke concrete voorspellingen niet mogelijk zijn." Over één ding zijn de meeste weten schappers het eens. Bij ongewijzigd be leid stijgt de temperatuur gemiddeld over de hele aarde. Dat zal vooral op het Noordelijk Halfrond gebeuren bij de hogere breedtegraden. Maar op sommige plaatsen kan het door kli maatverandermg juist kouder worden.
D
e afgelopen honderd jaar is gemid deld de temperatuur op aarde met een halve graad gestegen. "Dat is nog net binnen de grenzen van toevallige temperatuurschommelingen. Daarom zijn er telkens weer mensen die roepen dat het wel meevalt. Bij het begin van de discussie over het broeikaseffect voorspelden wetenschappers tempera tuurstijgingen tussen de anderhalf en vierenhalve graad, bij een verdubbeling van het kooldioxydegehalte van de at mosfeer ten opzichte van de voorm dustriële penode. N u schat men waar den, die meer aan de ondergrens dan aan de bovengrens zitten. Maar het gaat om de gevolgen die het heeft. Voor bepaalde boomsoorten is een tempera tuurstijging van een halve graad m een paar decennia al funest. D u s door wat gaande is zal de vegetatie veranderen, maar we weten niet precies hoe, waar en hoelang het duurt." Volgens Swart zijn er processen gaande die de temperatuurstijging, die hij toch behoorlijk fors vindt voor een periode van honderd jaar, maskeren of vermin deren. "Het dunner worden van de ozonlaag zorgt er voor dat het een beet je afkoelt, hoewel de CFK 'S, de gassen die het gat veroorzaken zelf weer bijdra gen aan versterking van het broeikasef fect. D u s wat de netto milieubalans zal zijn als de produktie van de CFK 'S wordt gestaakt, zoals afgesproken, laat zich moeilijk voorspellen." Er is nog een tegenstrijdig effect be kend. D e grote uitstoot van zwavel in industriegebieden veroorzaakt zure regen, wat erg slecht is voor de vegeta tie. Maar de zwavel vormt in de atmo sfeer minuscule deeltjes, aérosolen ge noemd, die zonlicht weerkaatsen en waardoor de temperatuurstijging even eens lager is dan verwacht. Volgens sommigen doen deze deeltjes het effect zelfs voor de helft teniet. En dan is er nog een complicatie. Planten gaan har der groeien bij een toename van CO2, waardoor het broeikaseffect afneemt omdat het gas wordt geabsorbeerd.
Daartegenover staat echter weer dat door ontbossing met name grote stuk ken tropisch regenwoud verdwijnen, hoewel dit laatste volgens Swart met zoveel effect op klimaatveranderingen heeft. Zijns inziens is het energiever bruik (qua omvang en qua soort brand stof) de belangrijkste oorzaak van de versterkmg van het broeikaseffect. D e Volkskrant publiceerde afgelopen zaterdag een overzichtje van de kring loop van kooldioxyde. Door verbran ding komt er per jaar 5,5 miljard ton koolstof in de atmosfeer. Daar komt door ontbossing nog eens 0,6 tot 2,6 miljard ton bij. D e oceanen binden jaarlijks 1,2 tot 2,8 miljard ton CO2, terwijl door nieuwe beplanting maxi maal 4 miljard ton verdwijnt. D a n blijft er jaarlijks een uitstoot over van ruim 3 miljard ton CO2, wat het broeikaseffect versterkt.
O
p de wereldconferentie in Rio de Janeiro twee jaar geleden is afge sproken dat in het jaar 2000 de geïndu strialiseerde landen de uitstoot van CO2 terugbrengen naar het niveau van 1990. Volgens Swart een veel te be perkte doelstelling om de concentraties van broeikasgas in de atmosfeer te sta biliseren, wat de uiteindelijke doelstel ling van het klimaatverdrag is. "Met deze afspraak zal de uitstoot toe nemen, omdat DerdeWereldlanden, met name m ZuidoostAziè en China in snel tempo meer energie aan het verbruiken zijn. W e weten niet bij welk uitstootni veau geen risico's m eer bestaan. G e
schat wordt dat zelfs bij een halvering van de C02uitstoot er nog een lichte klimaatsverandering plaatsvindt, die voor sommige bomen funest kan zijn." Daarbij komt nog het probleem dat bij verminderde uitstoot de hoge concen traties broeikasgassen van dit moment niet ineens uit het milieu verdwijnen. Daar kunnen, afhankelijk van het broei kasgas, vele tientallen, soms wel hon derden jaren overheen gaan, lang ge noeg om flmke effecten op het klimaat en de vegetatie te hebben.
O
nlangs publiceerde een Utrechtse onderzoeksgroep in opdracht van het Wereld Natuur Fonds een rapport waaruit blijkt dat het technisch moge lijk is de C02uitstoot in Nederland over enige jaren met 80 procent terug te brengen. H e t Nationaal Milieuplan mikt op een reductie tussen de drie en vijf procent in het jaar 2000. Wat Swart betreft zou het wat meer mogen zijn. "In mijn proefschrift heb ik ook al ge zegd dat technisch gezien de uitstoot drastisch terug kan. Maar het is een so ciaal en een economisch probleem. Wie betaalt die investeringen en wie stapt uit z'n auto over op de trein? De poli tiek heeft een gebaar gemaakt, maar op wereldschaal is het een reductie in de marge. Wil je wereldwijd een halvering van de C02uitstoot bereiken, uit mi lieuoogpunt niet zo'n rare doelstellmg, dan zal je in de rijke landen verder moeten gaan dan een halvermg van de uitstoot om de toename in de arme lan den te compenseren."
Sommige wetenschappers zien het alle maal niet zo somber in en verwachten dat de natuur zelf wel weer een even wicht zal vinden. Swart is het daar niet mee eens. " Z o ' n evenwicht zal er best wel een keer komen, maar de vraag is of de wereld er dan uitziet zoals we graag zouden willen. Sommige proces sen zijn niet te overzien. Het broeikas effect kan ook in een stroomversnellmg raken. Als de temperatuur zo stijgt dat de bevroren landmassa's op het Noor delijk Halfrona gaan ontdooien, ont staat een massaal rottingsproces waar door enorme hoeveelheden CO2 en methaan vrijkomen. Wat gebeurt er dan? Ik wil graag dat er voor mijn km deren ook nog natuur bestaat. En tech nisch kan het. Waarom doen we het dan niet? D a t is een politiek probleem. En een verdelingsprobleem. D e rijke landen zullen het voorbeeld moeten geven, want waarom zullen arme lan den anders hun energiegebruik binnen de perken houden?" Maar Swart blijft optimistisch. "Ik hoop dat mijn proefschrift ertoe bij draagt dat de beleidsmakers de risico's van klimaatverandering nog eens afwe gen en nieuwe maatregelen treffen. D e creativiteit van mensen kan dan worden benut om de klimaatproblematiek op verstandige wijze aan te pakken en te gelijkertijd de sociale en economische ontwikkeling m duurzame nchting om te buigen."
Gat in ozonlaag beïnvloeilt S o m m i g e planten groeien m i n d e r onder invloed van ultraviolet licht dat door h e t gat i n de ozonlaag in sterlsere m a t e het aardoppervlak bestraalt. Ook n e e mt bij e e n aantal planten d e zaadproduktie af, w a a r door de landbouwoogsten kunnen afiiemen. D i t blijkt uit h e t onder zoek van Jos W . M . v a n d e Staaij, waarop hij deze week aan de v u promoveert. Verhoogde straling m e t idtraviolet licht beïnvloedt de plantengroei o p allerlei niveaus. D e fotosynthese n e e m t af, genetisch nrateriaal kan beschadigd raken, er treden v o r m veranderingen o p , planten worden m i n d e r groot e n d e zaadproduktie daalt.
T u s s e n plantensoorten onderling b e s t a a n grote verschillen. Soorten die v o o r k o m e n i n gebieden waar van nature m e e r ultraviolet licht schijnt, zoals hoog in de bergen, zijn veel m i n d e r gevoelig. BUjkbaar kunnen planten zich b e s c h e r m e n tegen de straling. D e p r o m o v e n d u s verwacht d a n ook niet dat de totale plantengroei zal afnemen door h e t g a t in de o z o n laag, m a a r dat mi n d e r gevoelige soorten h u n verzwakte c o n c u r r e n ten zullen verdringen. Ook tarwe en ma ï s bleken m i n d e r sterk te groeien bij blootstelling aan uvstraling. Van d e Staaij heeft niet d e mogelijkheid g e h a d te o n derzoeken o f de zaadproduktie af
n e e m t , zoals bij andere planten g e b e u r d e . M a a r hij v e r mo e d t wel dat dit het geval i s . In ander onderzoek is vastgesteld dat bij rij;st e n s o jabonen oogstverlies optreedt door t o e n a m e van UVlicht. Ook h e t gas ozon dat i n grote h o e veelheden ontstaat bij s m o g v o r m i n g o n d e r invloed v a n zonlicht heeft e e n r e mme n d e werking o p d e groei v a n planten ontdekten d e o n derzoekers. Overigens bleken de gevonden ef fecten bij e x p e r i me n t e n in h e t open veld veel m i n d e r sterk te zijn d a n in laboratorium situaties. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's