Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 300

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 300

9 minuten leestijd

PAGINA 1 6

AD VALVAS 19 JANUARI 1995

Goede docent, slechte beloning Helft van docenten weet niet wat 'Noblesse Oblige' inhoudt De Vrije Universiteit kent sinds 1991 een nieuw onderwijsbeleid, 'Noblesse Oblige' genaamd. Een mooie term die staat voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Is het een loze kreet? Uit een in december gepubliceerd onderzoek blijkt dat de helft van de docenten niet op de hoogte is van de uitgangspunten van 'Noblesse oblige'.

van stages, scnpties en tentamens. Deze richtlijnen zijn onbekend, niet duidelijk vastgelegd, of men houdt zich er niet aan. "Het beste voorbeeld is het ontbreken van duidelijke spelregels bij het schrijven van een scriptie door studenten", aldus F. Korbee, studentlid van de projectgroep. "ledere docent hanteert zijn eigen richtlijnen. En dat is vreemd. Dit eindwerkstuk is immers een heel belangrijk onderdeel van de studie. Een student mag niet worden overgeleverd aan docenten die hem met hun regels aan een lijntje kunnen houden." De projectgroep adviseert om richtlijnen voor onder meer de scriptie op te nemen in een nadere regeling bij het examenreglement.

Coen van Basten

Voormalig rector magnificus prof.dr C. Datema introduceerde in 1991 de Franse term Noblesse oblige, wat letterlijk 'adel verplicht' betekent. De jaren negentig stellen volgens een destijds uitgebrachte brochure nieuwe eisen aan wetenschappelijk onderwijsbeleid. Het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen heeft de laatste jaren enkele ingrijpende maatregelen doorgevoerd: de maximale studieduur is verkort, en het stelsel van studiefinanciering is belangrijk veranderd. Bovendien is de verwachting voor de nabije toekomst dat de aantallen studenten zullen afiiemen. Deze ontwikkelingen beïnvloeden het karakter van het hoger onderwijs: een moderne universiteit zal zich sterker moeten inspannen om studenten aan te trekken en om die studenten gelegenheid te bieden efficiënt gebruik te maken van de beschikbare studietijd. De Vrije Universiteit streeft er om die redenen naar zich op een herkenbare manier te profileren. Het eigen gezicht dat de vu nastreeft, is dat van een middelgrote imiversiteit die - juist door haar kleinschaligheid - in staat is zich te concentreren op een hoogwaardig onderwijsaanbod en een gedegen, effectieve onderwijsorganisa-

Geest

^ -^^^-^^J,^^^^

Investeren in persoonlijk contact' Prof dr P. Rietveld, hoogleraar vervoerseconomie, kan zich wel voorstellen dat voor sommige docenten het begrip Noblesse Oblige een beetje vaag is. "Vooral als je het document niet kent. Het kan immers gebeuren dat het ondergesneeuwd op je bureau ligt, onder andere stukken." Maar de meeste docenten zijn volgens hem toch wel op de hoogte van de term. Vooral binnen zijn vakgroep wordt er over kwaliteit van het onderwijs gesproken. "Ieder jaar vraag je je af of de outline van het vak up-to-date is. Je kiest de nieuwste literatuur. Of een andere reader. Eigenlijk ben je voortdurend bezig je vak te vernieuwen." "Daarnaast hebben wij de periodieke evaluatie", vervolgt Rietveld. "Economie-studenten evalueren iedere twee jaar hun vakken èn hun docenten. Dat leidt tot een rapport over het vak en de docent. Zo'n rapport is onderwerp van overleg." De hoogleraar vervoerseconomie vindt dat er in het kader van de onderwijskwaliteitsverbetering vast omlijnde richtlijnen voor de scriptie moeten komen. "De enige eis bij het maken van een scriptie is de minimum hoeveelheid tijd die je erin moet stoppen. Voor de rest hangt het van de docent af. Deze zal duidelijk moeten maken wat hij precies verwacht. Anders verkeert de student in onzekerheid." "De scriptie is het minst gestructureerde onderdeel van de studie, terwijl het wel het belangrijkste onderdeel is. Bovendien leg je er het meest van jezelf in. Ook voor je verdere carrière is dit eindwerkstuk essentieel. Bij sollicitaties komt de scriptie bijvoorbeeld al snel op tafel." Verder meent Rietveld dat je studenten moet motiveren voor het vak. "Dat hoort ook bij kwaliteit", stelt hij. "Wat ons bij vervoerseconomie goed bevalt, is het investeren in persoonlijk contact met studenten. Dus organiseren wij af en toe een borrel of een excursie. Dat leidt op een leuke manier tot een intensief contact tussen studenten en docenten. Zoiets motiveert!"

Goede docenten worden niet voldoende beloond voor hun inspanningen

tie. De kracht van de Vrije Universiteit schuilt niet in de breedte van het onderwijsaanbod, maar in de kwaliteit ervan. Tijd dus voor Noblesse Oblige, oftewel onderwijskwaliteitsverbetering. Dit nieuwe kwaliteitsbeleid van de vu moet tot uiting komen m alle relevante aspecten van het onderwijsproces. Deze aspecten zijn: het onderwijsprogramma, de voorlichting en begeleiding van studenten, de onderwijsorganisatie en het aanbod aan ondersteunende voorzieningen.

Planning Voor wat betreft het onderwijsprogramma moeten faculteiten onder andere een goede plarming maken, zodat de studielast evenredig over de periode gespreid wordt. Het doel is de studenten in staat te stellen zonder overbelasting het benodigde aantal studiepimten te behalen. Verder moet de vu aspirant-studenten goed voorlichten over het karakter en de onderwijsprogrammering op de universiteit. Daarnaast moet de universiteit haar aanwezige studenten structureel en actief begeleiden bij him vakkenkeuze, hun studieplan en eventuele problemen. Om het onderwijsmanagement op de faculteiten te versterken, worden 'onderwijsmanagers' aangesteld. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud, het proces en de coördinatie van het onderwijs op de faculteit. Ondersteunende voorzieningen - bijvoorbeeld cursussen voor docenten en studenten - worden in de komende jaren gehandhaafd en zo mogelijk uitgebreid. Ook zijn er in het kader van Noblesse Oblige de afgelopen twee jaren voor het eerst 'Dagen van het Onderwijs' georganiseerd voor de gehele universitaire gemeenschap. Dit soort initiatieven worden in de toekomst vaker georganiseerd.

Uit een onderzoek onder onderwijsgevenden op de vu, uitgevoerd door de projectgroep Management Review Onderwijskwaliteit, blijkt dat de helft van het aantal docenten niet op de hoogte is van de uitgangspunten van Noblesse Oblige. Zij die zeggen de hoofdpunten van Noblesse te kennen, zijn van mening dat dit een gematigd positieve invloed heeft op het onderwijsprogramma op facultair niveau. De invloed van Noblesse op het eigen onderwijs is minder. Kortom: het is voor individuele docenten niet voldoende duidelijk wat Noblesse Oblige voor het door hen gegeven onderwijs betekent.

Kwaliteit De projectgroep deed het afgelopen najaar onderzoek onder het docentencorps naar de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op de vu. Hun conclusie luidt: kwaliteit heeft aandacht, maar loont niet. Het onderzoek werd gehouden onder veertienhonderd onderwijsgevenden op de imiversiteit, waarvan 580 de hen voorgelegde enquête ook daadwerkelijk hebben beantwoord. "Aan de vu vindt men kwaliteit belangrijk", vertelt ir drs P.J. Tack, economiedocent en tweede voorzitter van de projectgroep die uit acht man bestaat. "Er wordt aan gewerkt en er leven tal van ideeën. Maar kwaliteit loont niet. Een docent die het goed doet, wordt er niet beter van. Niet in salaris. Maar ook niet in de vorm van een beloning, zoals een bezoek aan een buitenlands congres." De projectgroep meent dat kwalitatief hoogwaardig onderwijs wel degelijk beloond moet worden. Tack: "Hierbij valt niet alleen te denken aan het openstellen van hogere salarisschalen voor 'uitmuntende' docenten, zoals de vu van plan is te gaan doen, maar vooral ook aan beloningen in de immateriële sfeer. Het bieden van faciliteiten, toestem-

Sidney Vervuurt - AVC/VU

ming voor en financiering van het bezoek aan congressen of deelname aan cursussen afhankelijk maken van de prestaties van medewerkers op het gebied van onderwijs." De projectgroep geeft in overweging om kwalitatief lage prestaties te 'bestraffen'. Bijvoorbeeld door het niet toekennen van een periodiek. Ook krijgt een goede docent als blijk van waardering geen tijdelijke vrijstelling om zich op het wetenschappelijk onderzoek te kunnen richten. "Sterker nog", zegt Tack, "als je een goede docent bent, moet je meer doceren. Slechte docenten gaan onderzoek doen." Er zijn volgens hem geen prikkels om goed onderwijs te geven. "Ja eentje, beroepstrots." Volgens hem zou het goed zijn om niet alleen individuele docenten, maar ook vakgroepen en faculteiten verantwoordelijk te stellen voor de kwaliteit van het onderwijs.

Het wiel De tweede conclusie is dat iedereen op z'n eigen houtje opereert. ledere faculteit is zelfstandig bezig iets te doen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Tack geeft een voorbeeld: "Een faculteit ontwikkelt bijvoorbeeld een eigen evaluatieformulier. Maar twee faculteiten verderop zijn ze ook bezig met de ontwikkeling van zo'n papier. Op zo'n manier wordt het wiel heel wat keren opnieuw uitgevonden." Uit de enquête blijkt dat docenten wel met collega's spreken over het onderwijs en het geven van colleges, maar dat dit weinig gestructureerd gebeurt, waardoor zij er uiteindelijk alleen voor staan. Tussen de faculteiten bestaat minder onderling overleg. Ondanks de aanwezigheid van overleggen en netwerken, lost iedere faculteiten de problemen op een eigen manier op. De derde conclusie betreft de richtlijnen voor de beoordeling en begeleiding

Een regel die er wel is, maar waar men zich volgens de projectgroep slecht aan houdt, betreft het voeren van functioneringsgesprekken. "Deze gesprekken vinden vaak niet plaats. En als dat wel het geval is, dan wordt er weinig gepraat over de kwaliteit van het onderwijs." Dat de helft van het aantal docenten niet bekend is met de term Noblesse Oblige vindt rector magnificus en voorzitter van de projectgroep, prof.dr E. Boeker, niet verbazingwekkend. "Je kunt ook zeggen, de helft weet wél wat Noblesse betekent, reageert hij. Het heeft volgens Boeker te maken met het verschil tussen term en inhoud. "De term is niet zo belangrijk, als je maar op de hoogte bent van de inhoud. En het merendeel van de docenten vindt onderwijskwaliteit een belangrijk aspect." Het gaat om handelen in de geest van Noblesse, meent Boeker. Wat voor naam je daaraan koppelt, ach, dat hoefje met op te kunnen dreunen. "Wat betekent bijvoorbeeld de WHW", vraagt de rector zich hardop af. Hij lacht. "Daar moet ik zelf ook even over nadenken." Maar Noblesse Oblige heeft uitgangspunten, de naam staat voor een bepaald beleid. "Natuurlijk is het wel verstandig dat men het begrip kent", geeft Boeker toe. "Maar het proces van Noblesse Oblige speelt pas twee jaar. Dus over twee jaar is de term zeker gemeengoed geworden. Daar ben ik van overtuigd."

'Ervaringen uitwisselen is een goede zaak' Prof.mr A. Soeteman, docent encyclopedie en rechtsfilosofie, is absoluut op de hoogte van de term Noblesse Oblige. Ook de uitgangspunten zijn hem bekend: "In onze eigen sectie wordt met regelmaat de kwaliteit van het gegeven onderwijs besproken", vertelt hij. "Ook geven we smdenten een enquêteformulier. Dan kunnen ze invullen hoe ze de lesstof, de colleges en het tentamen hebben ervaren. Vervolgens spelen wij, docenten, daar op in." "Ook voeren we overleg als bijvoorbeeld blijkt dat studenten hun werkgroepen niet voorbereiden. Of als de ene helft dat wel doet en de andere niet. Wat zijn hiervan de consequenties? Komt dat omdat de stof te moeilijk is? Dat soort moeilijkheden, daar praten we over." Soeteman vindt het een goede zaak dat collega's ervaringen met elkaar uitwisselen. "Je merkt dat er verschillen tussen diverse lichtingen studenten zijn. Daar wil je rekening mee houden. Ervaringen van anderen kunnen dan van pas komen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 300

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's