Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 79

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 79

11 minuten leestijd

.ADVALVAS 22 SEPT EMBER

PAGINA 7

1994

'Niet nadenken' iRijsenbrij: goed studeren begint met zelfonderzoek "Onze geest is een zootje", vertelt informaticus prof.dr D.B.B. Rijsenbrij aan zijn gehoor van hoofdzakelijk vu-studenten. "Daar moeten we eerst wat aan doen. Pas dan kun je effectief studeren." Verslag van een avondje concentreren in de School voor Filosofie.

Erno Eskens ­"Op het programma staat een lezing over 'geconce"htreerd studeren en de .­ factoren die de helderheid van het den­ ken beïnvloeden'. Zo'n twintig studen­ ten, de meesten met leerproblemen, ^zijn ervoor door de regen naar de gSchool voor Filosofie in de Viottastraat Sgekomen. Men onderwijst er gewoon­ l i j k 'praktische filosofie', een combina­ 'tie van fysieke training, mediterend klussen doen en lezen in allerlei weten­ schappelijke en religieuze geschriften. Voor de zaal staat bijzonder hoogleraar ,,bedrijfsinformatie aan de v u en ma­ ',nager bi) het softwarebedrijf Cap Vol­ Jfmac, D. Rijsenbrij. Hij is al veertien ^jaar verbonden aan de School voor Fi­ '}losofie, volgt er filosofie­onderwijs en "'geeft bij wijze van tegenprestatie gere­ geld lezingen in de verschillende vesti­ gingen van de School in Nederland. "We beginnen met een stilte­oefening", opent hij. "De stilte­oefening is een luisteroefening. Dus je moet niet pro­ " beren mijn woorden te begrijpen. Want voordat je ze te pakken hebt, ben ik al­ .,; weer een zin verder. De bedoeling is dat je alleen naar de klank van de woor­ dden luistert." Rijsenbrij heeft een vrien­ delijke, licht gebiedende stem. "Voel het gewicht van je lichaam op de stoel, voel je voeten op de grond." Er gniffelt een meisje achter in de zaal, terwijl ze heen en weer schuift op haar zetel. "Ruik." Er hangt een geur alsof er jarenlang vette wierook is gebrand. Toch stijgt nergens een rookpluim op. "Kijk." Het donkerblauwe jasje van Rijsenbri) contrasteert met zijn rode 'stoel en steekt fel af tegen de verkleurde schemerlamp op de achtergrond. "Luister naar het verste geluid." D e studente achter in de zaal giebelt on­ derdrukt. Ver weg tikt een zachte re­ gendruppel op het dak. Het is al donker .buiten.

f

'Gewoon' Ook Rijsenbrij is het niet ontgaan dat ! de slappe lach achter in de zaal heeft ,,j toegeslagen. Het slachtoffer is een 'J kauwgom kauwend meisje, dat even moeilijk kijkt als Rijsenbrij haar aan­ spreekt. "Waarom schoot u in de lach?" Het meisje stamelt, nog steeds halfla­ ­ chend: "Gewoon. Ik denk dat ik het

wel een beetje raar vind, zo'n stilte­oe­ fening. Maar dat maakt verder niet uit. Ga gerust verder." Het voorval is typerend, vervolgt Rij­ senbrij: " U lacht omdat u uw aandacht niet kunt beheersen. Dat is waarschijn­ lijk ook uw grote probleem bij het stu­ deren. U kunt uw aandacht niet rich­ ten." Het meisje knikt instemmend. "De stilte­oefening is nu juist bedoeld om de concentratie te trainen. We doen de oefening twee keer twee minuten per dag om de herinnering op te bouwen aan de innerlijke rust die in ons binnen­ ste heerst." Er schuilt een diepe rust in een ieder van ons, zo luidt de boodschap, en die rust vormt ons 'wezen'. De kunst is om het 'wezen' te herontdekken, de rust te hervinden en van daar uit de aandacht beter te sturen. "In een gejaagde geest gebeurt niets. D a n lees je, maar komt er niets binnen. Dus studeer niet als je gespannen bent." "Maar als ik blijf wachten tot ik rustig ben, kan ik lang wachten", werpt een jongen tegen, sloom leunend tegen de zijmuur. De stilte­oefening werkt niet bij hem. "Je moet het oefenen", houdt Rijsenbrij vol. "Elke keer als de geest gejaagd is, moet je teruggaan naar de rust in je innerlijk. Je moet je bedenken dat je zo'n vijfentwintig jaar bent ge­ conditioneerd; dat je bent meegesleurd door je omgeving en daardoor het con­ tact met je innerlijk hebt verloren. Die conditionering moet je afleren en dat gaat niet een, twee, drie."

'Vertrouw' Wie enigszins tot zichzelf is gekomen, kan met een paar simpele handigheidjes goed studeren, stelt Rijsenbrij. "Lees de stof drie keer door en herkauw niet. U moet de stof niet herhalen m uw ge­ dachten. Probeer geen vragen te beden­ ken en te beantwoorden. Dat maakt u alleen maar onzeker. Vertrouw op uzelf: u weet het antwoord op het m o ­ ment dat u de vraag op het tentamen hoort." Het blijkt voor de meeste studenten even wennen. "Moeten we dan soms niet nadenken over de stof?" Rijsenbrij: "Inderdaad. Ik heb dit bij mijn eigen kinderen gezien. Er bestaat zo'n spelle­ tje, memory. Daarbij moet je onthouden waar de kaarten met bepaalde plaatjes

Prof. D. Rijsen brij: 'Geloven is voor de dommen '

liggen. Het valt mij op dat kinderen van een jaar of vier de kaartjes feilloos bij elkaar vinden. Bij ouderen gaat dat veel moeilijker. Dat komt omdat wij, naar­ mate wij volwassen worden, iets over de wereld heen schuiven. Wij gaan na­ denken over iets wat we al weten ­ 'dat kaartje lag in de derde rij, tweede plaats van links' ­ en dan onthoud je het niet meer. Je moet vertrouwen op wat je ge­ zien hebt. Vragen stellen is gebrek aan vertrouwen." Even ontstaat bij de studenten het ge­ voel dat de methode die Rijsenbrij aan­ reikt niet bijster kritisch is, maar dat blijkt een misverstand. Je wordt juist kritisch als je erin slaagt om je aandacht te richten op het probleem dat zich voordoet, volgens Rijsenbrij; als je je niet laat afleiden door er te veel over na te denken. "Daarom proberen we hier op de School voor Filosofie de aan­ dacht op allerlei manieren te richten. We doen bijvoorbeeld ook aan boksen, schermen en kalligraferen. Dat zijn alle­ maal zaken waar het om directe aan­ dacht gaat." Subtiel voegt Rijsenbrij toe: "Geloven is voor de dommen. We nemen hier niets zomaar aan. D e teksten uit de fi­ losofische, theologische, esoterische en psychologische wereldliteratuur moeten getoetst worden aan de eigen ervaring. De rest zijn nutteloze dromen, horend tot het schimmenrijk van de dood." Al het onderwijs aan de School wordt in groepsverband gegeven, vervolgt Rij­

senbrij, want: "We houden niet van in­ dividueel onderwijs. In de groep kun je van eikaars ervanngen leren. De kans op bevrijding van je conditioneringen is daardoor veel groter. We praten daar­ om heel veel in de lessen. We lezen veel, maar theorie­onderwijs is op de School van ondergeschikt belang. Daarvoor verwijzen wij naar de tmiver­ siteit. Als je alleen theoretisch te werk gaat, word je hooguit geleerd, maar niet wijs. Hier onderwijzen wij filosofie, en filosofie staat voor de liefde tot wijs­ heid."

Praktisch Na afloop blijken de studenten tamelijk enthousiast over de lezing. "Ik studeer geneeskunde aan de vu", zegt Esther, "en ik heb moeite met concentratie. Op zich lig ik redelijk op schema, maar ik kan me moeilijk concentreren en ben daarom heel gespannen over mijn stu­ die." D e cursus 'praktische filosofie' ­ het vervolg op de avond ­ gaat Esther niet volgen. "Ik wil wel, maar ik werk op donderdagavond. Ik denk dat ik wel thuis de stilte­oefeningen ga doen." Ook Mike, zesdejaars politicologie aan de vu, is enthousiast: "Ik dacht dat filo­ sofie vooral kennis was. N u weet ik dat het ook heel praktisch is. Ik ga de cur­ sus zeker doen." Voor Rijsenbrij blijkt het werk aan de School voor Filosofie niet geheel los te staan van zijn werkcolleges kwaliteits­ zorg van systeemontwikkeling aan de

Peter Wolters - AVC/VU

VU. "Ik geef het onderwijs aan de vu bijvoorbeeld ook en groupe en in mijn colleges gaat het er ook om gezamenlijk dingen te ontdekken. Mijn studenten moeten samen op zoek naar de oplos­ sing voor bepaalde problemen. Ik hoop dat het onderwijs op die manier span­ nend is, want ik denk dat er aan het meeste universitaire informatica­onder­ wijs nog veel te doen is. Als ik kijk naar de afname van studenten, dan denk ik dat we over een jaar of vijf de tent kun­ nen sluiten. Het bedrijfsleven zal dan zelf mensen gaan opleiden om aan de vraag naar informatici te voldoen. D e huidige generatie informatici in het be­ drijfsleven heeft de opleiding ook al in het eigen bedrijf gehad, dus het is een kleine moeite om die lijn voort te zet­ ten. De universiteit moet dus uitkijken dat ze in trek blijft."

Hoe schrijf je een scriptie? H.E.S. Woldrin g Veel studenten hebben grote moeite • met het schrijven van een werkstuk of ­ een scriptie. De studie wordt er niet ; zelden aanzienlijk door vertraagd ­ meer dan zou moeten en meer dan nodig is. Dit probleem is al heel oud en wordt vrij algemeen erkend. Verschei­ dene faculteiten doen er ook wat aan. De ene faculteit heeft een korte hand­ leiding voor het opzetten van een scrip­ tie, een andere faculteit organiseert een of meerdere colleges in schriftelijke uit­ drukkingsvaardigheid, weer een andere faculteit heeft colleges in argumentatie­ leer. Onlangs is het boekje verschenen Hoe schrijf tk een werkstuk of scriptie? van dr J.H.J. van den Heuvel, hoogleraar bij de vakgroep politicologie en bestuurs­ kunde. In zestig bladzijden legt hij uit hoe je zo'n klus voor elkaar krijgt. Een heel nuttig boekje, niet alleen voor zijn

eigen studenten, maar ook voor stu­ denten van andere faculteiten. Het kan veel studenten helpen om in een be­ perkte tijd een werkstuk en een scriptie naar behoren te voltooien. Want dat is de kunst; een werkstuk en een scriptie mogen niet meer tijd kosten dan er in de studiegidsen voor staat! Van den Heuvel windt er geen doekjes

Recensie om: "Werkstuk en scriptie zijn een proeve van bekwaamheid, een bewijs dat de student zelfstandig kan werken." En de strekking van zijn betoog is, dat die bekwaamheid tot uitdrukking moet komen als aan bepaalde eisen van kwa­ liteit wordt voldaan. Hij legt duidelijk uit hoe een student tot de keus van een onderwerp kan komen, hoe je het te

bestuderen onderwerp kunt en moet beperken door middel van een scherp geformuleerde probleemstelling en het stellen van enkele onderzoeksvragen. Dan volgt een uiteenzetting over het vinden van literatuur, de theorieën die nodig zijn, het definiëren van begrip­ pen, het ordelijk opzetten van een scriptie, het gebruiken van methoden en technieken, het interpreteren van velerlei gegevens, en natuurlijk het zorgvuldig argumenteren en logisch re­ deneren. Van den Heuvel sluit zijn betoog af met enkele schrijftips, aanwijzingen over de manier van citeren (niet te veel citaten) en een zorgvuldige documentatie in noten. Wat hij zijn student­lezers wil bijbrengen, heeft hijzelf in dit boekje in praktijk gebracht: In der Beschrankung zeigt sich der Meister. Het is natuurlijk een koud kunstje een boek van zestig bladzijden te kritiseren. Het heeft zijn beperkingen, maar wie

van bepaalde onderwerpen meer wil weten kan de korte literatuurlijst raad­ plegen en in de bibliotheek gaan snuffelen. Het boekje is een bruikbare handleiding, niet meer en niet minder en als zodanig geslaagd. In het kader van de universitaire onderwijsnota No­ blesse oblige heeft Van den Heuvel stu­ denten en faculteiten een goede dienst bewezen. Studenten kunnen hun winst er mee doen voor het tempo en de kwaliteit van hun studie. Hoe nodig een handleiding ook is, zij is voor veel studenten niet voldoende voor het schrijven van een werkstuk of scriptie. Zij hebben in de beginfase de goedkeuring van de begeleidende do­ cent nodig en in het vervolg zijn hulp en bemoediging. Als het werk van een student mislukt, is dat lang niet altijd aan de student te wijten, maar mijns inziens ook aan een niet toereikende hulp van de docent. T e veel studenten lopen soms weken

bij vrienden en vriendinnen te klagen over het gemodder met h u n scriptie en over de vertraging van h u n studie, ter­ wijl een docent het vermogen heeft in enkele gesprekken studenten in het goede spoor te brengen en te houden. Wat dit betreft mogen studenten de moed tonen hun docenten aan te spre­ ken en behoren zij de ervaring op te doen dat zij niet lastig zijn. Ja, lastpak­ ken heb je ook, maar niet alleen onder studenten. De au teu r van dit artikel is hoogleraar po­ litieke filosofie aan de VU. Heuvel, J H J van den: Hoe schrijf ik een werkstuk of scriptie'^ Utrecht, Lemma Uitg., 1994, 64 biz 15,95 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's