Ad Valvas 1994-1995 - pagina 518
Natuur bij uitbreiding van viiegveid Lelystad vogelvrij <:¥*
^iT^
-1 ^ f c - ' ^ y ,
^p^^wê^^ms^mê:
De zesde baan van Schiphol bij Lelystad mag er pas komen na een onderzoek naar de milieugevolgen. En zo'n onderzoek moet plaatsvinden vóórdat het feitelijke besluit valt. Dat menen de elf studenten Milieuwetenschappen, die onlangs in opdracht van de Wetenschapswinkel een rapport over de toekomst van het vliegveld Lelystad schreven. ^^~^ag^-^3S^>,^.^-
Vliegveld Lelystad is nu nog een kleine, bijna onbeduidende luchthaven. De start- en landingsbaan van 1 250 meter is net groot genoeg voor kleine luchtvaart als sproeivliegtuigen en lesvliegers. Maar er bestaan vergevorderde plannen voor uitbreiding van het vliegveld tot zogenaamde business-airport. Dat houdt, naast een verlenging van de baan tot bijna 1800 meter, onder meer in dat het aantal zakenvluchten ongeveer zal vertienvoudigen van 1551 in 1993 tot 1 5.000 per jaar in de toekomst. Ook wordt onderzocht of het vliegveldje misschien als 'zesde baan' van Schiphol dienst kan gaan doen. Mocht hiertoe besloten worden, dan zal de start- en landingsbaan verlengd moeten worden tot 3300 meter. De Milieufederatie Flevoland maakt zich zorgen over al die plannen rond de luchthaven. Ze vreest voor omringende natuurgebieden zoals het internationaal vermaarde Oostvaardersplassengebied, waar veel vogels hun thuisbasis hebben. Ook is de federatie bang voor een toename van de geluidsoverlast voor omwonenden. Aan de Wetenschapswinkel van de vu vroeg de Milieufederatie daarom de verwachte effecten van uitbreiding van de luchthaven te onderzoeken. Elf studenten milieuwetenschappen gingen aan de slag om de meest waarschijnlijke milieu-gevolgen te analyseren. Zij presenteerden vorige maand hun rapport; Vliegveld Lelystad, Klem duimpje met grote miles laarzen. "Als Vliegveld Lelystad gaat uitbreiden zullen zowel de lucht- als bodemverontreiniging toenemen", schrijven de elf biologen in spe. "Onder andere door gebrek aan onderzoek zijn de gevolgen van de stof-
^asgi
fen op het milieu echter moeilijk te bepalen." Veel duidelijker is de groep over de gevolgen voor het vogelgebied in de Oostvaardersplassen. Meer lawaai zou volgens bestaand onderzoek een negatieve invloed kunnen hebben op de vogelpopulatie, wat in strijd zou zijn met de internationale milieu-afspraak (Conventie van Ramsar) dat lidstaten zich dienen in te spannen voor het behoud van wetlands, natte natuurgebieden.
Recreatie Ook voor de recreatie in Flevoland, die nu vooral gericht is op rust en natuurbeleving, verwachten de elf onderzoekers nadelige gevolgen. Of al deze negatieve gevolgen opwegen tegen de positieve kanten van de uitbreiding van de luchthaven, is volgens de studenten maar de vraag. "De verwachtingen met betrekking tot de economische ontwikkelingen lopen uiteen", schrijven zij in het rapport. "Het Nederlands ontwerpbureau voor luchthavens verwacht een positief effect, terwijl Milieudefensie hier haar vraagtekens bij zet." Bij uitbreiding van het vliegveld tot businessairport wordt gerekend op zes- a achthonderd nieuwe banen. De effecten op de regionale werkgelegenheid wanneer tot aanleg van de zesde baan van Schiphol wordt besloten, zijn nog onduidelijk. Momenteel is een economiestudente van de vu in het kader van dezelfde vraag bezig de te verwachten effecten op de werkgelegenheid te onderzoeken. Uit een inventarisatie van de meningen van direct betrokkenen blijkt dat vooral de gemeenten in Flevoland voor uitbreiding van Vliegveld Lelystad zijn. Met name de mogelijke groei van de werkgelegenheid
Vliegveld Lelystad, het Kleinduimpje onder de Nederlandse vliegvelden
spreekt hen aan. Ook de provincie blijkt v o o ; uitbreiding te zijn, dit in tegenstelling tot natuur- en milieu-organisaties en de Rijksluchtvaartdienst. Opvallend resultaat is dat bijna iedere belanghebbende èf helemaal tegen öf helemaal voor uitbreiding van de luchthaven is. Alleen het Landbouwschap pleit voor uitbreiding tot business-airport, maar wijst aanleg van de zesde baan af. De onderzoekers zelf kunnen nog geen duidelijk standpunt innemen. "Veel effecten van uitbreiding van de luchthaven zijn nog onvoldoende onderzocht", menen zij. "Zoals de uitstoot
van milieuvervuilende stoffen, geluidsoverlast voor dieren en de kosten per gecreëerde baan. Bij beter zicht op deze gevolgen zouden de meningen van de belangengroepen in Flevoland, die nu vóór uitbreiding zijn, weleens kunnen veranderen." De elf denken dan ook dat er niet al te lichtvaardig over het besluit moet worden gedacht. "Wij zijn van mening dat groei van luchtverkeer zoveel mogelijk moet worden afgeremd door het stimuleren van andere vormen van vervoer, zoals snelle treinverbindingen", schrijven zij als aan- • beveling in hun rapport. "Ook dienen
Bram de Hollander
gevolgen voor het milieu van projecten als de aanleg van de zesde baan bij Lelystad goed in kaart te worden gebracht vóór erover beslist wordt", vervolgen ze ietwat ironisch. "En niet pas nadat de feitelijke beslissing al genomen \s."(PB)
Is er nog toekomst voor Ruigoord? In het begin van de jaren zestig werd een groot gebied aan de westelijke rand van Amsterdam opgespoten met zand om er industrie te vestigen en een nieuwe haven aan te leggen: de Afrikahaven. Het dorpje Ruigoord, dat in het centrum van het gebied lag, werd ontruimd zodat het gesloopt kon worden. Al deze activiteiten bleken vergeefs: de economische recessie gooide in de jaren zeventig roet in het eten. De plannen belandden in de koelkast en er vonden andere ontwikkelingen plaats in het gebied. Zo voegde zich bij de paar overgebleven oorspronkelijke bewoners beginjaren zeventig een groep kunstenaars, die door het organiseren van manifestaties een culturele functie aan Ruigoord gaven. Ook natuurliefhebbers en recreanten ontdekten het gebied, waar de natuur enkele decennia haar gang had kunnen gaan. Toch heeft de gemeente Amsterdam, eigenaar van het gebied, de plannen om bij Ruigoord een haven aan te leggen nog steeds niet vergeten. Enkele belangengroepen verzetten zich hiertegen. Onderzoekers Anouk Tompot en Hans Brouwer van de vu-werkgroep biologie en samenleving gingen op onderzoek uit. Zij spraken met belanghebbenden en vroegen
het besluit heroverwogen moet worden. Het milieu-argument is immers in de afgelopen decennia steeds belangrijker geworden. Bovendien is de functie van het gebied in de afgelopen dertig jaar danig veranderd, menen zij. Enig lichtpunt in de discussie is mogelijk de in 1987 bij wet ingevoerde milieu-effectrapportage (MER). Wie een
hen onder meer wat ze zouden vinden van een milieu-effectrapportage (MER) over het gebied. In hun in november verschenen rapport, hebben Tompot en Brouwer hun respondenten in drie groepen ingedeeld: voorstanders van een havenbestemming, voorstanders van een natuurbestemming en een groep daartussenin. "Alle groepen bedienen zich van economische argumenten", aldus het verslag. "Op grond van economische studies komen de groepen echter tot tegengestelde verwachtingen van de economische winst en de werkgelegenheid die het realiseren van haven en industrie in het q^f^ed zal opleve-
ren." De voorstanders van de haven denken dat dit een enorme economische impuls kan opleveren, de tegenstanders betwijfelen dat. Zowel voor- als tegenstanders van de havenbestemming beroepen zich op het besluitvormingsproces. De bepleiters van een haven vinden dat de besluitvorming met het in 1968 aangenomen bestemmingsplan afgerond is. Daarin stond dat er een haven moest komen. Voorstanders van een natuurbestemming van Ruigoord zijn het hier absoluut niet mee eens. Zij stellen dat in de besluitvorming in de jaren zestig milieu-argumenten geen rol gespeeld hebben en dat daarom
haven- of industrieterrein aan wil leggen, is vanaf dat jaar verplicht een MER te laten uitvoeren. De voorstanders van eên havengebied vinden zo'n MER voor Ruigoord echter overbodig, tijdrovend en subjectief. De voorstanders van een natuurgebied vinden dat een MER alsnog moet worden uitgevoerd. De groep ertussenin, voornamelijk overheden, denkt dat alleen een zogenaamde inrichtings-MER zinvol is. In tegenstelling t o t een beleids-MER, waarin de hele bestemming van het gebied ter discussie staat, gaat een inrichtings-MER alleen over de wijze waarop de haven zo milieuvriendelijk mogelijk kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt er dus van uitgegaan dat er een haven komt. Tijdens het onderzoek van de twee biologen werd ook nog een studie naar het gehele Noordzeekanaalgebied als optie naar voren gebracht. In deze zogenaamde ROM-studie komen
zowel economische als milieu-effecten naar voren. De twee onderzoekers zelf zien wel wat in zo'n ROMstudie, of anders in een beleids-MER. "De verschillen tussen de huidige situatie en die van 1 968 en het feit dat de havenbestemming tot op heden nog niet is gerealiseerd, zijn aanleiding om aan te bevelen de discussie over de bestemming van het gebied open te gooien", schrijven zij in hun rapport. "Voor de realisatie van het Masterplan, dat in de aanleg van havens langs het gehele Noordzeekanaalgebied voorziet, moet het hele streekplan in beschouwing worden genomen. Daarvoor is een beleidsMER of ROM-studie nodig. Omdat het Ruigoordgebied een onderdeel is van dit Masterplan, ligt het voor de hand het daarin mee te nemen."("PB^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's