Ad Valvas 1994-1995 - pagina 7
PAGINA 7
AD VALVAS 15 AUGUSTUS 1994
Het eerste studiejaar is een verwarrende periode. De kersverse student worden met zoveel nieuwe situaties geconfronteerd dat hij het spoor wel eens bijster raakt. Maar aan het eind van het eerste jaar is de student door schade en schande een stuk wijzer. Ad Valvas sprak met (nu) tweedejaars studenten en universitaire medewerkers over de voetangels en valkuilen van het eerste studiejaar;
Plezier in studeren belangrijker daïi slim zijn Muizen, moeders en moeilijke boeken zorgen voor problemen
Bas van der Schot
Dirk de Hoog "Kijk maar goed naar degene die naast je zit, want één van jullie tweeën zit er volgend jaar niet meer." Dit grapje heeft al menig docent gemaakt op het eerste college voor de nieuwe lichting studenten. De werkelijkheid is maar een klein beetje anders. Net iets meer dan de helft van de studenten krijgt uiteindelijk de doctorandustitel. D e grote slachting vindt echter niet gelijk in het eerste jaar plaats. Hoewel slechts één op de drie studenten in één jaar de propaedeuse haalt, bemachtigt uiteindelijk toch zo'n tachtig procent dat diploma. Dus maar twintig procent verdwijnt of zwaait om in de beginfase. In de loop der jaren is een heel netwerk ontstaan van professionele hulpverleners die zoveel mogelijk studenten over de streep moeten trekken. De centrale universiteit kent decanen, psychologen, onderwijsdeskundigen en trainers om vertraagde of twijfelende studenten bij te staan. Daarnaast is er nog het gewillig oor van een van de studentenpastores. Bovendien hebben veel faculteiten allerlei studentenbegeleiders. Over de belangrijkste reden van studievertraging zijn alle deskundigen het eens: studenten beginnen te laat te leren en delen hun tijd verkeerd in. "Bij heel veel studenten gaat het de eerste weken en maanden al mis. Bij de alfaen gamma-faculteiten krijgen ze vaak maar hooguit twintig uur onderwijs per week en de rest van de tijd worden studenten geacht zelf te studeren. Maar dat zijn ze niet gewend op de middelbare school, en de verleiding van de stad en het studentenleven is groot", zegt drs W. Smit. Hij geeft via het onderwijsadviesbureau trainingen in studievaardigheden. Volgens hem merken de meeste studenten zelf zo tegen kerst dat het niet goed gaat en gooien ze het roer om en halen ze uiteindelijk toch h u n tentamens. Een klein groepje, zo'n tien procent schat hij, heeft hulp nodig in de vorm van studietraining. Ook de moeilijkheidsgraad en de omvang van de boeken is volgens Smit een probleem. "Op de middelbare school kan je een proefwerk halen door goed op te letten tijdens de les en een beetje regelmatig huiswerk maken. Bij de alfaen gamma-studies moet je ineens hele boeken, vaak nog in het Engels ook, gaan bestuderen. Meer dan duizend pagina's voor een tentamen is geen uitzondering en dat lukt niet in twee dagen." Bovendien hebben veel beginnende studenten meer ervaring met het bestuderen van hoofdstukken dan van hele boeken. Ze kunnen de hoofd en bijzaken niet uit elkaar houden. Dat is één van de dingen die ze tijdens de cursus kunnen leren. Studenten uit de bèta- en medicijnenhoek kloppen bij Smit aan met de vraag hoe ze al die informatie uit de boeken, colleges en practica kunnen onthouden. Hij geeft ze daarvoor een aantal praktische tips zoals het onthouden via ezelsbruggetjes."
Aanpassingsproblemen "Je ziet dat studenten die in Amsterdam of in de directe omgeving zijn opgegroeid minder aanpassingsproblemen hebben. Die doen het over het algemeen beter in de beginfase," vertelt T.L. Klaassen-Torbijn. Zij is al vele jaren studiebegeleidster bij de faculteit sociaal-culturele wetenschappen en samen met haar twee collega's voert ze in het eerste halfjaar met alle nieuwe voltijds studenten een kennismakingsgesprekje. De deeltijders maken kennis in een groepje omdat die nu eenmaal minder tijd hebben en ook andersoortige problemen. Als na de kerst de studieresultaten uitblijven krijgen de betrokken studenten het verzoek eens te komen praten. Torbijn beaamt dat een verkeerde tijdsindeling het meest voorkomende probleem is. Op de tweede plaats scoren persoonlijke problemen relaties, huisvesting, ouders en ziektes.
Zo'n tien, vijftien procent van de studenten noemt dat als oorzaak van studieproblemen volgens Torbijn. "Maar hoeveel het er echt zijn weet je natuurlijk nooit, want niet iedereen loopt met z'n problemen te koop", voegt ze er aan toe. Overigens kunnen studenten ook minder privé-problemen hebben dan ze zeggen. Volgens de trainer studievaardigheden Smit hebben studenten vaak moeite toe te geven dat ze suffig zijn bezig geweest en hebben ze allerlei excuses. Daarom beginnen zijn cursussen ook met een test om het feitelijke studiegedrag als een soort röntgenfoto in beeld te brengen. Bij Torbijn meldt zich nog een derde categorie probleem-studenten. Dat zijn degenen die twijfelen over de gemaakte studiekeuze, bijvoorbeeld studenten die politicologie gaan studeren omdat ze politiek interessant vinden. Of culturele antropologie kiezen omdat ze van reizen houden. Volgens Torbijn zijn de klachten vaak vaag. "Ik weet niet wat ik precies verwachtte, maar dit niet", is het meest gehoorde antwoord. T e theoretisch, te weinig concreet blijkt meestal de onderliggende klacht te zijn. "Je moet van leren houden, van boeken lezen, zomaar voor de lol," zegt studentendecaan drs P.C. Moleveld, "dat is belangrijker dan buitengewoon slim zijn." Hij ziet regelmatig mensen die op hun sloffen de middelbare school hebben gehaald en op de universiteit in problemen komen. "Degenen die met flink aanpoten net een zesje kregen, redden het toch op de universiteit als ze maar gemotiveerd zijn. Zij zijn namelijk gewend te leren. De bollebozen die het allemaal maar kwam aanwaaien ontdekken vaak te laat dat zij flink achter de boeken moeten kruipen." Wie toch twijfels houdt over de studiekeuze of -capaciteiten kan bij het bureau studentenpsychologen een test doen en gesprekken voeren. Van de honderd eerstejaars die bij de psychologen langskomen, worstelt éénderde met 'keuzeproblematiek', vertelt P.C. Bouterse die al veertien jaar bij het bureau werkt. Volgens haar doen veel studen-
ten een test om een steuntje in de rug te hebben en gaan opgelucht weg als blijkt dat ze best wel voldoende capaciteiten hebben voor de studie. Het aantal bezoekjes aan de psychologen neemt elk jaar toe. Vorig jaar kwamen in totaal 331 studenten langs, iets vaker vrouwen dan mannen. Dat is meer dan ooit. "Omdat studenten nog maar vijf jaar een beurs krijgen kunnen studenten het zich niet meer veroorloven een half jaar droevig thuis te zitten als de liefde uit is", geeft ze als een van de verklaringen voor het toegenomen bezoek. "Veel mensen komen heel rationeel naar ons toe hoor. 'Ik zit hier en hier mee en wil daar wat mee doen, anders loop ik studievertraging o p ' " , zegt Bouterse. Het bureau richt zich met name op problemen die direct of indirect met de studie te maken hebben. Voor 'echte' problemen verwijst het bureau door naar de Riaggs of andere instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Dat betrof vorig jaar in totaal 55 personen, waarvan er negen dermate grote problemen hadden dat ze voor een behandeling in een psychiatrische polikliniek of zelfs een inrichting terecht kwamen. Volgens Bouterse komen er niet heel veel studenten langs met grote psychische of existentiële problemen. "Dat is een uitzondering", zegt ze.
Verlegen Waar kampen studenten dan wel mee, behalve keuzeproblemen? 'Losmakingsproblematiek', noemen de psychologen het. Weggaan van huis, op kamers gaan wonen. Dat gaat niet altijd vanzelf goed en soms komen dan juist onverwerkte problemen boven, zoals een scheiding van de ouders. En sommige studenten hebben moeite met contacten leggen, bijvoorbeeld omdat ze te verlegen zijn. Terwijl het volgens Bouterse in een stad en bij massale studies als economie en rechten nodig is om zelf initiatieven te nemen en contacten te leggen. En seks, is dat een item? "Dertig jaar geleden was ongewenste zwangerschap een veelvoorkomend probleem bij studentes. Maar tegenwoordig horen we
daar zelden van. Rond seksualiteit is alles opener geworden en jongeren van achttien, negentien jaar weten tegenwoordig heus de weg wel naar allerlei instanties. Misschien is het meest gehoorde probleem op dit terrein wel dat een student geen vriendje of vriendinnetje kan vinden." Maar er zijn ook andere problemen. Tentamenangst bijvoorbeeld, maar ook allerlei soorten fobieën. Je zal maar doodsbang voor muizen zijn en op een oude zolderkamer terechtkomen in een stad waar naar schatting ruim drie miljoen van die beestjes rondlopen. Maar dan moet de student die kamer wel eerst gevonden hebben, want dat is volgens studentendecaan P.Emsting aan het begin van de studie een probleem. "Mensen komen hier omdat ze uren reistijd hebben, maar ja, wij kunnen ook geen kamers uit onze mouw schudden", zegt Emsting.
In natura Reageren op advertenties in de krant waarin kamers aangeboden worden, is vaak vragen om problemen vanwege allerlei vreemde voorwaarden en bijbedoelingen. Een bekend voorbeeld daarvan is de huur 'in natura' moeten betalen oftewel een kamer in ruil voor seksuele diensten. Andere kwalijke praktijken zijn het vragen van veel te hoge huren en sleutelgeld. Soms is er echt sprake van oplichterij. Emsting kreeg een keer te maken met een jongen die altijd keurig de huur voor zijn kamer betaalde. Maar op een dag stond de deurwaarder op de stoep met een ontruimingsbevel. De hoofdbewoner bleek al maanden de huur niet aan de eigenaar te hebben overgemaakt en de student stond op straat. Verder komen de decanen Moleveld en Emsting niet veel problemen tegen die specifiek zijn voor eerstejaars. Problemen met geld komen voor onder studenten van alle soorten en tijden. De decanen vinden het moeilijker geworden om oplossingen te vinden voor die problemen. Er zijn steeds meer en steeds strengere regeltjes* gekomen. Bo-
vendien blijken studenten ondanks allerlei voorlichting niet altijd evengoed op de hoogte te zijn. Emsting kreeg bijvoorbeeld laatst een student op bezoek die de temponorm niet had gehaald. * Die jongen schrok ervan dat zijn beurs met terugwerkende kracht in een lening werd omgezet. Hij dacht dat de beurs pas een lening zou worden als hij verder zou gaan met zijn studie.
Hard aanpoten De decanen kennen één speciale probleemgroep: medicijnenstudenten die niet voor Amsterdam en de vu hebben gekozen, maar hier toch zijn geplaatst. "Het gaat maar om vijf, zes mensen per jaar. Maar het gebeurt elke keer weer. Ze willen dolgraag medicijnen studeren, maar hun vrienden en familie zitten in Groningen of Limburg. Ze hebben niks met Amsterdam en hebben vaak moeite om een aangename sociale omgeving te creëren." Kortom is studeren nog wel een feest? Decaan Moleveld zucht eens diep en kijkt zijn collega aan. "Ach, toen wij gingen studeren zagen we het wel zo. N u durf ik dat niet zo makkelijk meer te zeggen. Alles staat een beetje onder druk. Soms heb ik het idee dat het allemaal best te doen is met een beetje discipline en voldoende aandacht voor gezelligheid. Maar op school krijgen ze al ingeprent dat het zwaar is, en moeilijk en hard aanpoten. D a n komen de studenten ook niet zo vrolijk naar de universiteit. Tegelijk lijkt het steeds gewoner om onderwijs op het hoogst mogelijke niveau te moeten volgen. Ouders willen per se dat h u n kind naar het v.w.o. gaat en dan naar de universiteit. Laatst kwam een jongen langs die al drie maanden geen studiepunten had gehaald. Ja, zei die. Eigenlijk vind ik er niks aan om te studeren, maar ik moet van mijn moeder."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's