Ad Valvas 1994-1995 - pagina 625
ADVALVAS 22 JUNI 1995
PAGINA 1 1
Mk houd te veel van het leven om naar de Himalaya te gaan' Milieuwetenschapper dit weekend op NSK-sportklimmen "Ik ben misschien wel een beetje prestatiegericht", zegt Nienke Swart. Komend weekeinde is ze present op de Nederlandse Studenten Kampioenschappen (NSK) sportklimmen in de Dominiscaner Kerk in iVlaastricht. Vorig jaar werd ze vierde. Dit jaar hoopt ze op meer. iVlaar: "Ik doe het vooral om er buiten beter van te worden." Peter Boerman Sportklimmen gevaarlijk? "Ik ben een keer gaan motorcrossen. Nou, dan weet je wel wat gevaarlijk is." Nienke Swart lacht. "Met voetbal doe je hooguit je knie pijn. Als je met klimmen valt, breek je altijd wel iets. Dat is wel jammer, )a. Maar het is tegelijk ook de spanning." Voor de laatstejaars milieuwetenschappen IS het sportklimmen naar eigen zeggen een 'uit de hand gelopen' hobby. "Al vanaf mijn geboorte wandel ik en ski ik m Zwitserland met mijn ouders. Maar pas in het tweede jaar van mijn studie begon ik met een cursus alpinisme. Zo ben ik bij het sportklimmen terechtgekomen." Vorig jaar, nog geen drie jaar na haar eerste klim, werd Swart vierde op het Nederlandse studentenkampioenschap. Onlangs behaalde ze op het NK zelfs de negende plek. "Voor mijn doen heel slecht", zegt ze bescheiden. "Ik had veel getraind, maar het kwam er niet uit. N u gaat het gelukkig weer beter." Hopelijk precies op tijd, want aanstaand weekend staat Swart voor de tweede keer op een NSK. In Maastricht zal ze proberen een speciale klimwand van zo'n zestien meter in de Dominicanerkerk te bedwingen. "Ik ben niet echt een wedstrijdklimmer", vertelt ze. "Ik doe het vooral om er zelf beter van te worden. Het liefst klim ik natuurlijk buiten in de vnje natuur; in de Ardennen of in Noord-Frankrijk. Dat is wat enger, wat spannender, maar ook wel weer 'echt'." Klimmen is echt een sport m opkomst.
Klimmuren schieten als paddestoelen uit de grond. Een vriend van Swart, Nederlands kampioen en dertiende op het WK, opent binnenkort in Enschede het zoveelste centrum. Zelf tramt Swart vaak in Haarlem, op een klimmuur die spoedig naar Amsterdam verhuisd. "Veel mensen die nog nooit buiten geklommen hebben, gaan nu binnen beginnen. Dat is wel vreemd, maar beter
dan al die clubjes die in de Ardennen een keer willen klimmen en de bergen kapot maken." Voordat Nienke Swart aan het sportklimmen sloeg, had ze al diverse sporten gehad. Ze deed jarenlang aan atletiek, volleybalde, schaatste, liep halve marathons en ging ieder jaar skiën en langlaufen. "Ik had eens in mijn hoofd de wintertriathlon te gaan doen, maar dat schiet er nu waarschijnlijk bij in." Het sporten is haar dan ook met de paplepel ingegoten. Haar vader speelde in het Nederlands handbalteam. "Van huis uit werd sport ontzettend gestimuleerd. Als ik een keer niet kwam eten omdat ik nog aan het trainen was, zei niemand er iets van. Daar ben ik misschien wel een beetje prestatiegericht van geworden, ja." Het wedstrijdelement van sportklimmen is voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen. Het gaat erom wie de moeilijkste wand kan klimmen. Maar je hebt
in verschillende landen verschillende gradaties van klimmuren en rotswanden. Snel boven komen, speelt nauwelijks een rol, al heb je voor elke wand wel een bepaalde maximumtijd. Wat is het leuke van de sport? "De bewegmgen", zegt de stagiair in het laboratorium van de biologen resoluut. "Mijn mooiste ervanng was de eerste keer dat ik een heel moeilijke route zelf moest klimmen. Dat noemen we onstght; zonder stil te hangen in één keer door naar boven. En natuurlijk is elke keer als je in de Alpen de top bereikt ook een piek-ervaring." Sportklimmen kent voor Nienke Swart eigenlijk maar één nadeel: voor de studentenbeurs is de sport met echt geschikt. "Toen het een paar maanden geleden zo'n mooi weer was, ben ik bijna elk weekend weggeweest. N u is dat wat minder. Twee keer per week train ik binnen in de zaal. En daarnaast de kracht- en looptraining natuurlijk. Thuis heb ik bovendien een balkje hangen waar ik wat op kan oefenen. Ik tram ook vaak bij vrienden die in de gang een aantal klimgrepen hebben hangen. Dat houdt het betaalbaar." De ambities van de milieuwetenschapster op klimgebied zijn vooralsnog niet overdreven. "Natuurlijk wil ik wel N e derlands kampioen worden. Wie wil dat niet? Maar ik heb mijn studie nog en hoop ook ooit werk te vinden. Ik ben niet zo dat ik er alles voor opgeef." Droomt ze er dan ook niet van ooit één van de toppen in de Nepalese Himalaya te bedwingen? "Nee", klinkt het vastberaden. "Des te meer mensen daar komen, des te meer de natuur aangetast wordt." Even komt haar milieubewustzijn scherp naar boven. "Het eco-systeem is daar ontzettend gevoelig. Als al die westerlingen komen, wordt het er niet beter op. Ik snap de kick wel, maar ik zie het mezelf gewoon niet zo snel doen. Daarvoor houd ik bovendien ook nog te veel van het leven."
Nienke Swart: 'Elke Alpentop is een piek-ervaring' Archief Nienke Swart
'Het moet klinken als een kip die een punaise legt' Zomertoernee vu-orkest, vrijdag 23 juni 20.15 uur in het Concert-gebouw te Amsterdam: Prokofiew (suite uit 'De liefde tot drie sinaasappelen'), Szymanowski ('Symfonie concertante'), Penderecki ('Het ontwaken van Jacob') Sjostakowitsj ('Symfonie nr. 6'). Toegang: ƒ20,- (cjp/stud/65+ ƒ15,-), reserveren: 020 6718345. Dick Roodenburg Al twintig jaar is Daan Admiraal dingent van het vu-orkest en zijn populariteit grenst aan persoonsverheerlijkmg. Een rondvraag na de wekelijkse repetitie levert kwalificaties op als 'maniakaal stimulator', 'eindeloos geduldig' en 'gevoel voor humor'. Admiraal is "de beste amateurorkestdirigent die je je kunt wensen". Veel dingenten schijnen egotrippers te zijn, "maar Daan niet, bij hem moet de muziek kloppen. Hij past zich aan aan de beperkingen van het orkest". Soms stelt de dirigent wel eens de sterk gedisciplineerde Japanse orkesten ten voorbeeld, "maar daar zou hij zich zielsongelukkig voelen. Hij gedijt juist bij anarchistische toestanden en zou raar opkijken als we zijn aanwijzingen opvolgen." Talloos zijn de anekdotes over de beeldende manier waarop Admiraal de muziek onder woorden weet te brengen: "Het moet klinken als een kip die geen ei, maar een punaise legt" of "als een boer van een gorilla". Wanneer hij niet tevreden is, spreekt de dirigent over "orkest bloembollenstreek". Een strijker die in de fout gaat, krijgt de vraag voorgelegd of hij van barbecue houdt: "Dan zorg ik voor het vlees en jij voor het hout." D e Vlamingen hebben pater Damiaans, het vu-orkest heeft Daan Admiraal. Valt over die man dan helemaal niets negatiefs te melden? "Geef ze na afloop van de repetitie een paar biertjes", zegt de dirigent zelf, "dan komen de verhalen wel los." Zo gezegd zo gedaan en
jawel: voorzichtig suggereert de violiste dat zijn humor soms wat al te direct overkomt. "Maar toen ik een keer huilend ben weggelopen, heeft hij wel zijn excuus aangeboden." D e blazer die Admiraal een 'maniakaal stimulator' noemde, verkort zijn omschrijving tot 'maniak': "Soms weet hij met van ophouden, dan kan hij flink drammen." Naarmate de avond vordert, wordt daar vanuit een kwartet oudgedienden nog de kwalificatie 'neurotisch, bijna autistisch' aan toegevoegd. "Maar schrijf er dan wel bij dat we die negatieve eigenschappen meestal als positief ervaren." T o c h blijft het soms lastig, een dirigent die het een zegt en het andere doet: "Als hij voorstelt om eerst het koper te
doen, weet je zeker dat hij met de stnjkers aan de slag gaat". N a nog een biertje ontaarden de anekdotes in regelrechte roddel: "Met zijn kleding is altijd wat mis, zelfs tijdens de uitvoenngen. Dan moet 'ie weer wat lenen. Op een repetitieweekend is hij zelfs eens in pikant damesondergoed gesignaleerd."
Tentje Ook een dirigent wordt echter ouder en wijzer. Sinds enkele jaren logeert Admiraal tijdens de zomertoernee niet meer m de jeugdherberg waar het orkest IS ondergebracht. O m rustiger te kunnen slapen heeft hij een tentje. "Dat moet hij dan meestal midden m de nacht nog opzetten, uiteraard met een geleende zaklantaarn. Hij is 's mor-
gens eens door een groep padvinders gevonden en heeft toen voor konijn gespeeld." Of Admiraal ook deze zomertoernee m een tentje slaapt, is nog niet bekend. Het orkest logeert dit keer overigens niet in een jeugdherberg, maar in een asielzoekerscentrum te Den Bosch. Van daaruit worden achtereenvolgens de concertsteden Zutphen, Utrecht, Nijmegen, Amsterdam en Veere aangedaan. Want hoe gezellig het randgebeuren ook is, de muziek blijft natuurlijk het belangrijkst. Op het programma staat werk van de Russen Prokofiew en Sjostakowitsj en van de relatief onbekende Poolse componisten Penderecki en Szymanowski. Serge Prokofiew (1891-1953) baseerde
zijn 'Liefde tot drie sinaasappelen' op een verhaal van de commedia dell'arteschnjver Gozzi. Het sprookje speelt zich af in het koninkrijk Trefle, alwaar de pnns verliefd is geworden op drie sinaasappels. Alles loopt goed af, want tropische verrassmgen blijken de wereld nog met uit. Karol Szymdnowski (1883-1937) kan beschouwd worden als de schakel tussen Chopin en de na-oorlogse Poolse componisten. In zijn werk probeert hij, net als bijvoorbeeld Bartók in Hongarije, de oorspronkelijke volksmuziek te
Cultuur verbinden met de klassieke compositiestijl. D e 'Symfonie concertante' is eigenlijk een pianoconcert en symfonie m één en lijkt in dat opzicht op Chopms 'Eerste symfonie': de piano heeft uitgebreide solistische passages, maar vervult ook regelmatig een begeleidende rol. Solist is de pianist Paul Komen, die vorig jaar nog een Edison ontving voor een van zijn CD-opnamen met werk van Beethoven, Brahms en Schubert. Krysztof Penderecki schreef 'Het ontwaken van Jacob' in 1974. D e titel verwijst naar het bijbelboek Genesis, waarin Jacob droomt dat hij een ladder ziet naar de hemel. D e componist probeert in zijn muziek een soortgelijk gevoel over te brengen. De 'Symfonie nr. 6' van Dmitri Sjostakowitsj (1906-1975) werd door de Russische pers een "Symfonie zonder hoofd" genoemd, omdat het werk uit drie in plaats van vier delen bestaat. Ook de Russische autoriteiten waren in 1939 niet onverdeeld gelukkig met de sombere ondertoon van de 'Zesde', die niet paste binnen h u n optimistische socialistisch-realistische opvatting van kunst.
Het VU-orkest in het Concertgebouw
Marcel Hoes
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's