Ad Valvas 1994-1995 - pagina 82
AD VALVAS 22 SEPTEMBER 1994
PAGINA 10
Bedrijfsleven moet kortingen op onderzoek goed maken Marcel Wiegman Het kabinet wil dat het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties als vakbonden en milieu-organisaties de voorgenomen kortingen op wetenschappelijk onderzoek opvangen. Dat blijkt uit de memorie van toelichting op de onderwijsbegroting. Volgens staatssecretaris A. Nuis, verantwoordelijk voor het wetenschapsbeleid, betekent dat automatisch dat zij meer invloed krijgen op de inhoud van het onderzoek. De overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek zullen het komende jaar opnieuw dalen. De departementen van VROM, Landbouw en Verkeer en Waterstaat leveren samen 160 miljoen gulden in op hun onderzoeksbudgetten.
Andere ministeries, waaronder Onderwijs, worden getroffen door een korting op hun subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Een deel van dat geld komt via de onderzoekorganisaties NWO en KNAW bij de universiteiten terecht. Afgelopen jaar werd eenzelfde maatregel op aandrang van de Tweede Kamer nog ongedaan gemaakt, omdat het op gespannen voet staat met het streven om de Nederlandse 'kennisinfrastructuur' te versterken. Geld voor onderzoek zou volgens de Kamer moeten worden beschouwd als investering en niet als subsidie. Uit de memorie van toelichting op de onderwijsbegroting blijkt echter dat het kabinet opnieuw kiest voor een ruime interpretatie van het begrip subsidie. Voor het ministerie van Onderwijs betekent dat een korting van 45 miljoen gulden op de uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek.
PvdA-kamerlid W.J. van Gelder verbaast zich erover dat het kabinet wéér op de proppen komt met een bezuiniging op de subsidies, inclusief het wetenschappelijk onderzoek. Hij wil de maatregel blokkeren. Meer in algemeen vindt hij dat de bezuinigingen op onderzoek niet sporen met het streven van het kabinet om de kennisinfrastructuur te versterken. De bekostiging van de onderzoeksinstituten door de overheid is naar zijn mening bovendien te versnipperd. Het kabinet wil de gevolgen van de bezuinigingen deels ongedaan maken door het bedrijfsleven en de maatschap^ pelijke organisaties te verleiden meer geld uit te geven aan onderzoek. Daarvoor is onder meer een voorstel over publiek-private samenwerking in voorbereiding. Ter verdediging van deze stap stelt het kabinet dat als het be-
drijfsleven en de maatschappelijke organisaties meer verantwoordelijkheden krijgen voor investeringen in onderzoek, er een betere afstemming plaats kan vinden op de vragen uit de samenleving. Verder wil het kabinet geld besparen door schaalvergroting en internationale samenwerking. Met de betrokken organisaties zal een plan worden uitgewerkt voor de verzelfstandiging van onderzoeksinstituten. Het doel daarvan is om met een grotere flexibiliteit een internationale taakverdeling mogelijk te maken. Ook de onderzoekscholen zullen zich meer toe moeten leggen op internationale profilering. Staatssecretaris Nuis hoopt verder dat de schade voor het wetenschappelijk onderzoek beperkt blijft als over enige jaren extra geld beschikbaar komt. Volgens het regeerakkoord zullen economische meevallers onder meer worden
geïnvesteerd in de infrastructuur. Ook de kennisinfrastructuur maakt daar deel van uit. De uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek zijn de afgelopen jaren overigens voortdurend teriaggelopen. In de ranglijst van westerse, geïndustrialiseerde landen is Nederland inmiddels van een toppositie teruggezakt naar de middenmoot. Opvallend is wel dat vooral de uitgaven van het bedrijfsleven laag zijn, in vergelijking met het buitenland. De overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek zijn ook gedaald, maar bedragen nog altijd relatief meer dan die in landen als Engeland, België, Denemarken en Japan. (HOP)
'Alleen principiële bezuiniging op beurs nog aanvaardbaar'
Hi
!
"Bezuinigingen kunnen wat mij betreft geen argument meer zijn om de studiebeurzen te verlagen", vindt minister Ritzen. "Principiële overwegingen wel, bijvoorbeeld dat het stelsel nog te denivellerend is." Studenten uit de hogere inkomens zijn dus nog niet verlost van minister Ritzen. Studenten met minder rijke ouders kunnen volgens hem echter niet met minder geld toe, zei hij in een toelichting op de begroting. De hoogte van hun beurs vindt hij het minimum. Met andere woorden: als daar aan wordt getornd, stapt hij op. De inperking van de beurs tot de officiële cursusduur vond Ritzen pnncipieel heel goed verdedigbaar. Dat hij deze maatregel steunt noemde hij "zeker niet ongeloofwaardig". Want, wees hij de critici terecht, reeds sinds jaar en dag noemt hij het "bizar" dat de studiefinanciering studenten in staat stelt om zo nu en dan rustig aan te doen. Voor zover hij heeft gesproken over het einde aan de rek in de studiefinanciering, had hij slechts gedoeld op de hoogte van de beurzen. En die is niet verder aangetast door 'paars'.
Met ingang van het studiejaar 19951996 krijgen nieuwe studenten een jaar korter studiefinanciermg. Dit gebeurt in de vorm van een lening die bij voldoende prestaties wordt omgezet in een inkomensafhankelijke beurs. Ritzen heeft nog niet bepaald welke temponorm gaat gelden, en op welke wijze studenten hun studiepunten kunnen gaan stapelen. Wel wordt het recht op een lening verlengd van twee naar drie jaar. In de toekomst zal het aantal jaren dat een student een beurs krijgt uiteenlopen, aldus Ritzen. De uniforme cursusduur gaat immers van tafel. Ritzen onderzoekt of het zinvol is om de uitbetaling van de beurzen (gedeeltelijk) over te hevelen naar de universiteiten en hogescholen. Voormalig staatssecretaris Cohen had dit reeds aangekondigd. Mogelijk wordt een proef gestart bij de drie technische universiteiten. Ritzen zet zijn voorstel om daar veertien studies te verlengen tot vijf jaar door, schrijft hij in de begroting. De verlenging kan op z'n vroegst op 1 september 1995 worden ingevoerd. Het beheer van het vijfde jaar studiefinanciering kan dan in handen van de universiteiten worden gegeven. (HOP)
Memorie van toelichting IS vaag Een interview met de minister of de staatssecretaris over de hervorming van het hoger onderwijs is uitgesloten, zegt de voorlichter vriendelijk maar beslist. Tot de begrotingsbehandeling in november wordt absolute radiostilte in acht genomen. De precaire relatie met universiteiten en hogescholen mag onder geen beding worden verstoord. Minister Ritzen en staatssecretaris Nuis lopen op eieren. Tijdens de persconferentie over de begroting, vorige week vrijdag, putte met name Nuis zich uit in omtrekkende bewegingen. "Er ligt géén blauwdruk voor de stelselherziening in het hoger onderwijs", zei de staatssecretaris. "Maar we hebben wel onze gedachten", voegde de minister er aan toe. Uit de memorie van toelichting op de begroting blijkt echter dat die gedachten nog uiterst vaag zijn. Het beeld dat ontstaat is in de eerste plaats chaotisch. Tijdens de persconferentie beweerde staatssecretaris Nuis dat de band tussen opleiding en werk sterker moet worden. De memorie constateert daarentegen terecht - dat "de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt losser is geworden, vooral in het hoger onderwijs". Wat valt er nu eigenlijk af te stemmen? De "basis- en vervolgopleidingen" uit het regeerakkoord heten in de begroting plotseling "kortere en langere opleidingstrajecten". De kortere opleidingen zullen breed toegankelijk zijn, ter-
wijl de doorstroming van studenten naar de langere opleidingen "fors van omvang" moet zijn "om de kwaliteit van het hoger-onderwijsbestel en de concurrentiekracht van Nederland te verzekeren". Een deel van de langere opleidingen zal op een of andere wijze de schakel met de promotie-opleidingen moeten gaan vormen. Tegelijkertijd is de verwachting dat "een substantieel aantal korte programma's zal ontstaan die goed kwalificeren voor de arbeidsmarkt". Wat lang is, en wat kort, wordt niet nader omschreven. Interessant is de aankondiging dat universiteiten en hogescholen meer bevoegdheden krijgen om zelf de lengte van studies te bepalen. Mocht het overleg van Nuis met de instellingen hopeloos vasdopen, dan kan hij hun een pot (met minder) geld geven, met de boodschap het verder zonder hem uit te zoeken. Over bachelors en masters wordt in de begroting niet meer gerept. Wél over "de grotere noodzaak aan onderwijs dat in afwisseling of complementair aan de werkervaring van mensen wordt aangeboden". Dat zet de deur naar vouchers (knipkaarten met leerrechten) op een kier, terwijl Ritzen daar juist altijd tegen was. (PE, HOP)
Bas van der Schot
Verbolgen Ritzen wint eerste slag Pieter Evelein Niemand moet verbaasd opkijken als minister Ritzen deze kabinetsperiode voortijdig afhaakt. Bij zijn aantreden heeft de bewindsman zijn collega's in het kabinet duidelijk gemaakt dat hij nieuwe, ingrijpende bezuinigingen op het hoger onderwijs en de studiefinanciering onaanvaardbaar acht. De eerste slag heeft hij gewonnen. Of Ritzen ook eindwinnaar wordt, is nog lang niet zeker. Anderhalf miljard moeten bezuinigen op het hoger onderwijs en de studiefinanciering, en toch weer minister van onderwijs worden - was Jo Ritzen gek geworden? In het vorige kabinet had hij meermalen laten doorschemeren dat de rek er nu wel uit was. Nu kwam hij echter toch weer terug. Bij het verschijnen van de begroting voor 1995 moet dat beeld worden genuanceerd, zo lijkt het. Direct nadat hij 'ja' had gezegd - niemand anders kon of wilde - heeft Ritzen in het constituerende kabinetsberaad afstand genomen van het regeerakkoord, zoals Vrij Nederland vorige week meldde.
Zomaar even een half miljard weghalen bij het hoger onderwijs was absurd, vond Ritzen. En wat Kok had opgeschreven over de differentiatie van de opleidingen was, zacht gezegd, ook al weinig gelukkig. Dat de 500 miljoen na zeer lastige discussies vooralsnog is geparkeerd, betekent volgens Ritzen dat hij er in is geslaagd om het kabinet duidelijk te maken dat er spanning bestaat tussen de doelstellingen - goed en toegankelijk hoger onderwijs - en het voornemen om te bezuinigen. De eerste slag is gewonnen, maar meer ook niet. Het kabinet zal zeer kritisch toezien op de houding van het hoger onderwijs. Universiteiten en hogescholen zullen voortvarend en openhartig met staatssecretaris Nuis moeten gaan praten over differentiatie. Met elkaar moet worden aangetoond dat iedereen het beste voor heeft met het hoger onderwijs. Dan kan het gevaar mogelijk definitief worden bezworen, en in elk geval worden verminderd. "Het mes is van tafel, maar niet meegegeven aan de vuilnisman", zoals Ritzen het vorige week zelf omschreef Het mes is een zwaard van Damocles. De druk op de discussie over de stelselherziening blijft bestaan. En dat is
nu net wat de instellingen zo irriteert. Wie zo'n omvangrijke operatie desondanks binnen korte tijd wil volbrengen, vraagt om moeilijkheden. Wat dat betreft kwam de bezuiniging op de studiefinanciering Ritzen misschien niet eens zo slecht uit. Pas als een student even lang een beurs krijgt als zijn studie duurt, kan hij van zijn universiteit of hogeschool eisen dat het onderwijs optimaal is, luidt een bekende redenering van Ritzen. De instellingen moeten hun programma's nu dus wel van alle drempels en weeffouten ontdoen. Of de instellingen net zo redeneren moet echter worden betwijfeld. Ondanks verwoede pogingen van Ritzen vertonen veel programma's nog een lange rij mankementen. Ritzen heeft het zichzelf bijzonder moeilijk gemaakt. Hij gaat een lastige tijd tegemoet. "Ik zie uit naar een kabinetsperiode met veel moeilijke keuzes", zei de immer optimistische Ritzen vorige week vrijdag. "En dat bedoel ik niet masochistisch." Maar de ondertoon was duidelijk: ook bij hemzelf is de rek er ooit uit. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's