Ad Valvas 1994-1995 - pagina 97
ADVALVAS 29 SEPTEMBER 1994
PAGINA 7
'Werkgelegenheid meest gebaat bij voorwaardelijlie itoppeiing' Collectieve onderhandelingen aan onderzoek onderworpen
! iBicomöRsverdefmgj leidt ' ivSeym
t:
mrlMaüs% was?! lopen' rJn---;>:' r'^rjmoveerriii. [
Peter Boerman "De theorie over vakbonden en collec tieve onderhandelingen werd nog niet zo lang geleden afgedaan als een nage n o e g onoplosbaar probleem", schrijft "dr R. van de Wijngaert aan het begin van de samenvatting van zijn disserta tie. Deze beginzin zou er mogelijk op kunnen duiden dat de promovendus vindt dat aan de onoplosbaarheid van het probleem met zijn werk een einde is >%ekomen. Maar niets is minder waar. '"Ik heb geen theoretisch proefschrift geschrevenj maar het juist praktisch proberen te houden. Ik heb alleen on derzocht welke moderne theoretische inzichten het beste werken birmen de Nederlandse verhoudingen." Van de Wijngaert stuitte al snel op een klassiek dilemma. Vakbonden claimen zowel de werkenden als de nietwer kenden te representeren. Maar welk be lang moeten ze het zwaarst laten wegen? Voor de werkende leden willen J i e vakbonden natuurlijk zo hoog moge . lijke lonen, maar wat moeten ze eisen als de werkgevers dreigen dat loonsver hoging ten koste zal gaan van werkgele genheid? En welk belang hebben vak bonden überhaupt bij de hoogte van de uitkeringen? Het proefschrift van Van de Wijngaert geeft op geen van deze vragen een concreet antwoord. Wel wordt minutieus beschreven hoe die vragen de afgelopen vijfentwintig jaar in het Nederlandse beleid zijn uitgewerkt en welke macroeconomische gevolgen er aan bepaalde beslissingen kleven of gekleefd hebben.
Uitkeringen Het model dat uit het proefschrift naar voren komt is toegesneden op drie soorten sociale zekerheidsbeleid. De eerste vorm die wordt beschreven is die van de onvoorwaardelijke koppeling tussen Ionen en uitkeringen, zoals in de jaren zeventig werd uitgevoerd. Voor deel van deze beleidsvorm was een ge lijkmatige inkomensverdeling: tussen werkenden en nietwerkenden ontston den nauwelijks verschillen. Grote nade len waren echter de fikse negatieve ef fecten op de loonhoogte en de werkge legenheid: het systeem wordt al gauw te duur. Vakbonden hebben in deze va
riant namelijk de neiging de lonen te hoog te stellen, aldus de promovendus. Dit effect blijft achterwege in de tweede door Van de Wijngaert onderzochte optie: die waar de uitkeringen van tevo ren vastliggen. Dit beleid werd in de jaren tachtig gevoerd. Volgens Van de Wijngaert is dit systeem veel positiever voor de werkgelegenheid dan de eerste optie. D e derde variant, die van de voorwaar delijke koppeling, heeft volgens de pro movendus echter de meest gunstige ge volgen voor de werkgelegenheid. In dit alternatief, toegepast in de jaren negen tig, wordt de koppeling alleen toegepast indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan met betrekking tot loon en werkgelegenheid. "Dit beleid maakt een rechtvaardige inkomensverdeling in feite ondergeschikt aan stabilisatie van de belastingdruk. Die rechtvaardige in komensverdeling wordt daardoor in principe een verantwoordelijkheid van de vakbeweging." Volgens Van de Wijngaert gaan de vakbonden bij dit beleid opvallend genoeg het meeste re kening houden met de effecten van hun politiek op uitkeringsgerechtigden."
voor de keus: of meer werk, of meer loon. "Probleem is wel dat het macro economisch ongunstige gevolgen heeft, als werkgevers dan steeds voor de optie 'meer loon' kiezen." Ook de werkgeverskant van het dilem ma kan desondanks op begrip van Van de Wijngaert rekenen. "Werkgeversor ganisaties wekken nu de indruk nauwe lijks iets te willen doen aan de werk loosheid. Dat is ook wel zo, maar ei genlijk kunnen ze ook niet zo veel an ders. Als bijvoorbeeld een werkgevers organisatie besluit een xtal nieuwe werknemers aan te stellen, dan moeten die mensen ook nog bij een van de leden aangesteld worden. En daar zit meestal geen van de leden op te wach ten. Zij zijn juist verenigd om hun be langen vertegenwoordigd te zien, niet om allerlei nieuwe werknemers in de maag gesplitst te krijgen."
D e bevindingen die Van de Wijngaert in zijn promotieonderzoek tegenkwam, brengen hem tot een aantal aanbevelin gen die mogelijk de werkgelegenheid kunnen verbeteren. Over welke weg precies dient te worden ingeslagen is hij minder duidelijk. "Het is verleidelijk om door decentralisatie van caoonder handelingen de arbeidskosten te verla gen. Maar afschaffing van de algemeen verbindend verklaring ( A W ) leidt niet tot reductie van de arbeidskosten als de AW positieve externe effecten heeft , zoals scholing, arbeidsomstandigheden en arbeidsrust. Aan de andere kant is ook een terugkeer naar meer gecentrali seerde arbeidsverhoudingen noch m o gelijk noch gewenst. Wel kan verbete ring van de looncoördinatie looninflatie voorkomen, mits bij de loonruimtede finitie geen gebruik wordt gemaakt van het consumptieprijspeilniveau maar van het afzetprijspeil." Van de Wijngaert, die met de promotie zijn aioschap afsluit en zodoende nu zelf op de arbeidsmarkt een plaats moet zien te veroveren, hoopt dat hij het door hem ingeslagen pad verder kan volgen. "In eerste instantie hoop ik er gens in een beleidsfunctie terecht te kunnen komen, bijvoorbeeld op een ministerie of bij de vakbeweging. Een tweede optie waar ik wel belangstelling voor heb is lesgeven, het liefst in het hoger onderwijs." Lachend sluit Van de Wijngaert echter één mogelijkheid zo goed als uit: "Ik zie mezelf na het schrijven van dit proefschrift niet meer bij de werkgevers aankloppen. D a n moet ik wel heel hopeloos worden."
Kunstmatig Bij veel mensen hebben de vakbonden een negatieve naam voor wat betreft de effecten op de werkgelegenheid. Ge dacht wordt vaak dat vakbonden de lonen (kunstmatig) te hoog houden, zodat werkgevers er wel voor zullen passen veel nieuwe mensen aan te nemen. Vakbonden zorgen er met an dere woorden zelf voor dat werknemers te duur worden. Van de Wijngaert denkt dat dit plaatje nodig genuanceerd moet worden. Ook de werkgevers zijn hieraan schuldig. " D e eisen die de vak bonden stellen zijn reëel", denkt hij. "De vakbonden hebben in het verleden trouwens ook al vaker laten blijken best bereid te zijn tot concessies. Het pro bleem zit vaak bi) de werkgevers. Zij hopen altijd eerst op investeringen en willen daarna pas werkgelegenheid creëren. D e bonden willen daar niet aan. Zij claimen warmeer de werkgevers niet bereid zijn tot uitbreiding van het personeelsbestand, mijns inziens te recht een loonsverhoging." Ze stellen de werkgevers met andere woorden
H e t audiovisueel c e n t r u m ( A V C ) gaat o p 1 j a n u a r i 1 9 9 5 e n k e l e prij zen v e r h o g e n . V o l g e n s h e t h o o f d van h e t AVC, d r J . T . G o l d s c h m e ding, is a a n p a s s i n g v a n d e t a r i e v e n noodzakelijk o m d a t d e m a t e r i a a l kosten d e afgelopen j a r e n zijn o p g e lopen. Tot nu toe waren prijsstijgingen niet nodig omdat de arbeidsproduktiviteit van de medewerkers de laatste jaren met 40 procent is gestegen, Goldsch meding: "Als je de tijd die verloren gaat aan koffie en thee drinken en alle va kantie en ziektedagen aftrekt van de arbeidstijd, houd je hooguit 70 procent als produktieve uren over, dat is de theoretische bovengrens. Wij zitten dicht tegen die 70 procent aan en dat is erg hoog. Zelfs bij het bedrijfsleven ligt het percentage produktieve uren lager, de meeste bedrijven scoren zo'rt 60 procent." De arbeidsproduktiviteit is gestegen sinds de fusie, in 1989, van de audiovi
suele dienst van het ziekenhuis en die van de universiteit. Nadat het AVC in de nieuwe vorm een paar jaar gedraaid had, besloten de besturen van zieken huis en universiteit eind vorig jaar dat 25 fte's (volledige banen) de minimum bezetting zou worden. D e ervaringen uit de eerste jaren na het samengaan waren,het uitgangspunt voor deze be slissing. Het AVC draait een omzet van 3,5 mil joen gulden per jaar, daarvan komt 500 duizend gulden van het college van be stuur van de v u en de raad van bestuur van het ziekenhuis. Daarnaast is er een subsidiefonds van 200 duizend gulden. De rest van de omzet haalt het AVC uit opdrachten van faculteiten en diensten van het ziekenhuis en de universiteit, die niet meer zoals vroeger verplicht zijn om gebruik te maken van de dien sten van het AVC. T o c h kiezen verreweg de meeste faculteiten en diensten (85 procent) nog steeds voor het AVC. Goldschmeding zegt over een paar jaar een marktaandeel van 95 procent te willen hebben. Vlak na de fusie zat het AVC nog op veertig fte's. Dat aantal is intussen te
promovendus. "De joint-cost-xheorie veronderstelt dat stakingen kostbaar zijn en dat beide onderhandelingspartij en een soort protocol proberen af te sluiten met de bedoeling om stakingen te voorkomen. D e macroeconomische loonruimtenorm kan als een dergelijk protocol worden gezien." Deze norm duidt op de ongeschreven afspraak dat de lonen de zogenaamde 'loonruimte' dienen te volgen. "Wan neer de loonstijging in een bepaald jaar dan bij de loonruimte achterblijft, b e staat de kans dat het jaar daarop veel dagen aan stakingen verloren gaan." D e werkgevers moeten daarom ook wel toegeeflijk zijn, meent Van de Wijnga ert. Ondanks dat dit verband empirisch kan worden aangetoond, meent hij dat de relatie tussen lonen en loonruimte niet alleen aan stakingen mag worden toegeschreven. Ook de dreiging van sta kingen speelt een niet te onderschatten rol.
Arbeidsmarkt
AVC past prijzen aan Liesbeth Klumper
Is er dan toch sprake van een onoplos baar probleem? "Ik denk inderdaad dat er in het loonbeleid weinig te bereiken is qua werkgelegenheid", aldus de pro movendus. "Maar je moet er mijns in ziens wel voor uitkijken dat lonen geen sluitpost van de begroting worden. Loonmatiging is een heel generiek ins trument. Je kan veel beter proberen de aspiraties van de leden van de organisa ties te verminderen." Van de Wijngaert heeft zich in zijn proefschrift ook gericht op de vraag waarom er in Nederland naar verhou ding zo weinig gestaakt wordt. Dit is op het eerste gezicht merkwaardig gezien de tijd die loononderhandelingen in Nederland gemiddeld in beslag nemen. D e verwachting lijkt dan gerechtvaar digd dat stakingen veel vaker als dwangmiddel worden ingezet. Maar ook hier bedriegt de schijn, aldus de
Wormen eten rioolslib op ruggebracht tot 35. Voor 1998 zullen er nog minstens drie fte's verdwijnen, waarschijnlijk zonder gedwongen ont slagen. D e zeven volledige banen die het AVC dan nog boven het vastgestelde mini m u m zit, kunnen waarschijnlijk behou den blijven omdat het AVC beter draait dan verwacht en daardoor die perso neelskosten zelf kan opbrengen. Direc teur Goldschmeding: "Dat wij vorig jaar toch in de rode cijfers zijn geëin digd komt doordat wij nog 35 fte's op de begroting hebben drukken, drie meer dan financieel haalbaar is. Maar in 1998 zal ook aan die situatie een einde komen."
W o r m e n e n a n d e r e kleine o r g a n i s m e n e t e n o n d e r d e juiste o m s t a n d i g h e d e n e n o r m e h o e v e e l h e d e n slib o p d a t bij z u i v e r i n g v a n r i o o l w a t e r achterblijft. D o o r d i t p r o c e s t o e t e p a s s e n bij h e t s c h o o n m a k e n v a n vuil w a t e r k a n d e afvalberg v a n ver o n t r e i n i g d slib m e t t w i n t i g t o t bijna honderd procent afnemen. D i t con cludeert Christa Ratsak in h a a r v o rige w e e k v e r s c h e n e n proefschrift. In installaties voor het reinigen van ri oolwater halen bacteriën organische stoffen uit het water en zetten deze om in slib. Dit slib is verontreinigd met zware metalen en andere schadelijke stoffen, waardoor het onbruikbaar is voor bemesting van landbouwgronden. Opslaan of verbranden is momenteel dan ook de meest gekozen oplossing voor het slibprobleem. Deze methodes zijn duur en niet altijd even milieuvriendelijk. Daarom heeft de overheid samen met andere instan ties een onderzoeksprogramma opgezet om schonere methodes voor het reini
gen van rioolwater te ontwikkelen. H e t proefschrift van Ratsak maakt deel uit van dit zogenaamde RWZI2000 project. Ze ontdekte dat de wormen Nais eliguis en andere organismen die ciliaten {tetrahymend) heten, het slib opeten, mits de verhoudingen tussen het aanwezige fosfor, kool en stikstof gunstig zijn. D e wormpjes komen van nature al in kleine hoeveelheden voor in het afval slib. Als de beestjes in het laboratorium in grote hoeveelheden op het slib losge laten worden, eten ze dit nagenoeg vol ledig op. Uit de proeven blijkt dat het inzetten van de wormpjes het reinigingsproces niet nadelig beïnvloedt. H e t lijkt daar om mogelijk met deze techniek reini gmgsinstallaties te bouwen waarbij de hoeveelheid geproduceerd slib met twintig tot misschien wel honderd pro cent afneemt. (DdH)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's