Ad Valvas 1994-1995 - pagina 50
AD VALVAS 8 SEPTEMBER 1994
PAGINA 14
Geloven in soorten en maten Vervolg van pagina 13 "Je vindt me zo, want ik draag een hoofddoek", zei studente Fatima aan de telefoon. Met een witte doek om haar hoofd en hals zit ze in Grand Café Het Badhuis. Die hoofddoek keert steeds terug in het gesprek, want het dragen ervan is belangrijk in Fatima's geloofsleven. De doek heeft een roerige geschiedenis. Fatima's moeder is een katholieke Portugese, haar vader een Marokkaan die niet intensief met geloof bezig is. Op haar zestiende koos Fatima als enige van haar gezin en haar school voor de hoofddoek. "Ik was op zoek naar mijn identiteit. Ik voelde me niet op mijn gemak als ik mijn vriendinnen bezig zag, met roken en met jongens. Dat ging zo tegen mijn gevoel in! Toen ben ik over verschillende godsdiensten boeken gaan lezen. De Koran vond ik het mooist, die teksten zijn zo diepzinnig en zo poëtisch. Ik ben er helemaal voor gegaan: bidden, vijf keer per dag, ramadan, en als finishing touch de hoofddoek." Fatima's moeder, die trots was op haar dochters prachtige haar, vond het vreselijk. Je lijkt wel een oud wijf, zei ze. Haar vader moest ook wennen aan een dochter met een hoofddoek, maar is nu trots op haar. Heeft ze zelf niet erg moeten wennen? "Ja, ik vond het eng. Ik voelde me zo bekeken. Maar ja, dat wilde ik ook: ik wilde herkenbaar zijn als moslim. Haar, dat is toch het symbool van het sensuele: de lokkende haren in de wind. Dat wilde ik bewaren voor mijn toekomstige man." Wat betekent God voor haar? "Alles. Mijn leven. Ik heb hem nodig en hij heeft ons gemaakt om hem te gedenken." Bidden betekent voor Fatima je overgeven aan God en zoeken naar innerlijke vrede. Als ze bidt reciteert ze, fluisterend. Koranteksten. Vijf keer per dag een kwartier de rust en de concentratie opbrengen om te bidden is wel eens moeilijk, zegt ze, maar als je een keer onrustig bent weet Allah hoe dat komt. "Ik voel me zwaar als ik niet ge-
beden heb, alsof ik ondankbaar ben." Twijfels heeft Fatima niet over God, maar wel over de vraag of ze niet gediscrimineerd zal worden op de arbeidsmarkt vanwege haar hoofddoek, en ook over de belofte van het eeuwige leven. "Je kunt het niet bevatten, dat iets oneindig is, fluistert de duivel aan mijn oor. Maar twijfel onderscheidt een mens van een robot." Fatima wil trouwen met een moslim. "Het is zo verdomd moeilijk om iemand te vinden die bij je past. Ik ben heel actief en de meeste jongens remmen je af Ik ben zo kritisch! Hij moet heel gelovig zijn, maar niet fanatiek. Als hij gaat zeuren of ik wel maagd ben, wil ik hem al niet eens meer. God vergeeft je als je geen maagd meer zou zijn, en als je trouwt begin je een nieuw leven. Ik wil graag trouwen, maar ik ga niet meedoen aan All you need is love. Zo desparate ben ik nu ook weer niet."
Ploeteren Tosca en Tineke, crècheleidsters op 't Olifantje, geloven in God omdat ze niet kunnen geloven dat er niets zou zijn na dit leven, en dat het leven geen doel en
zin heeft. Tineke: "Er moet wat zijn. Waarom ben je hier, ploeter je hier rond, als het zomaar afgelopen zou zijn?" Tosca gelooft zelfs in meerdere goden. Haar geloof is een mengeling van het hindoeïsme en het boeddhisme. Ze had op de middelbare school veel Hindoestaanse vriendinnen. Een van hen leerde haar mediteren. Waarom? "Ik was onrustig en op zoek." Mediteren is heel moeilijk, vertelt Tosca, je moet het echt opbouwen. Zij blijkt na zeven jaar oefenen de kunst bewonderenswaardig te beheersen. "Ik zet meditatiemuziek op mijn koptelefoon. Dan maak ik het donker en doe kaarsen aan. Ik concentreer me op de muziek en probeer mijn hoofd leeg te maken. Dat lukt meestal wel een kwartier achter elkaar. Ik krijg dan beelden voor ogen van de zee of van een mooi landschap met heuvels. Na het mediteren voel ik me als herboren." Tineke heeft nooit gemediteerd. Ze denkt wel vaak aan God. "Dat geeft me houvast en steun. Als ik in een zwartgallige bui ben of dingen me tegen zitten heb ik soms niet zo'n behoefte om daar met anderen over te praten. Dan Ingezonden Mededeling
helpt het meer als ik probeer in mezelf een andere kijk op de dingen te vinden. Naar de kerk ga ik niet, dat is niet de plaats waar ik geloof voel. Ik kan het wel vinden in de natuur. Daar voel ik me één met alles wat leeft en dan word ik rustig. Die rust kan ik thuis ook zoeken."
Karma Tosca ziet als haar taak in dit leven om het werk waarvoor ze heeft gekozen zo goed mogelijk te doen. Ze gelooft in een straf- en beloningssysteem. Leef je goed, dan word je in je volgende leven iets beters. "Uiteindelijk word je zelf een soort god." De crècheleidsters giechelen. Tineke: "Het lijkt wel op de hemel en de hel van het christendom." Ook Tineke gelooft dat je ziel na de dood van je lichaam voortbestaat. Ze heeft het idee dat er steeds iemand bij haar is. Dat moet iemand zijn die al geleefd heeft, denkt ze. Die 'aanwezigheid' ervaart ze als een soort beschermengel maar ook als iets griezeligs. Al deze gesprekken over geloof en de zin van het leven leiden uiteindelijk naar Rwanda. De moeder van hindoe-
staanse Rayta zegt dat karma het woord is waarmee je de ellende in Rwanda kunt verklaren. "Die mensen moeten boeten voor een vorig leven waarin ze met goed hebben geleefd. Ze krijgen het in een volgend leven beter. Wat je zaait zal je oogsten." Ook Fatima denkt dat ons lot vast staat. "Alles heeft een reden." En Tosca: "Niets gebeurt voor niets. Het klinkt cru, maar Afrika is overbevolkt en de aarde zorgt voor zichzelf Maar de tranen staan wel in mijn ogen als ik de televisiebeelden van Rwanda zie." Anne kan het niet begrijpen. "Ik kan die gruwelen niet rijmen met mijn geloof in God." En Henk de Vilder: "Ik zie het niet, de zin van wat daar gebeurt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's