Ad Valvas 1994-1995 - pagina 119
PAGINA 5
. i AD VALVAS 13 OKTOBER 1994
Antropologie binnen eigen grenzen Hoogleraar in de organisatieantropologie verbaast zich over volgzaamheid VUmedewerkers 2
Waarom benadrukken mensen toch steeds hun eigenheid, hun etniciteit of groepsgevoel, terwijl de wereld een 'global community' wordt? Het is een van de vragen die bijzonder hoogleraar organisatientropologle, W.C.J. Koot (46), intrigeert. Erno Eskens
u het verenigd Europa dichterbij :omt, lopen de spanningen tussen de Is^olkeren op. "Als eenheid van bovenaf |wordt opgelegd, krijgen mensen juist de eiging om afstand te nemen van el aar", zegt dr W.C. Koot, sinds kort ijzonder hoogleraar organisatieantro lologie bij de opleiding Cultuur, Orga isatie en Management. "Wat met etni iteit in Europa gebeurt, zie je op klei ere schaal ook in bedrijven. Veel ma agers roepen: 'Jongens alle neuzen een kant uit', maar dat gaat natuurlijk niet ^o makkelijk." ï)at de marges van het management 'beperkt zijn, weet men sinds de jaren .fwintig, toen de eerste organisatie an fcopologische studies werden verricht in Be zogenaamde Hawthomefabrieken in Sf^erika. Gewapend met pen en papier Irokken de antropologen, samen met psychologen en andere wetenschappers, de fabriek in om te kijken welke facto ren het functioneren van de mensen op '^e werkvloer beïnvloedden. "Het werd «toen duidelijk dat de produktie mede afhankelijk was van het welbevinden van de mensen op de werkvloer. Nu klinkt dat niet meer dan logisch, maar in de jaren twintig was het een absolute »ye-opener."
Lading Inmiddels is het vak behoorlijk uitge groeid. De toegenomen internationali sering van de handel bracht belangstel ling voor de omgang met vreemde cul turen. Daarnaast kregen organisatiean tropologen meer oog voor specifieke normen en waarden binnen afzonderlij ke organisaties. "Je moet zo'n bedrijfs cultuur beoordelen door te kijken naar de taak die de organisatie heeft", vertelt Koot. "Er is dus geen sprake van dat de ene cultuur altijd beter is dan de ander. Maar je kunt wel zeggen dat sommige bedrijven kampen met een cultuur die hen in feite belemmert. Kijk, zo'n cul tuur ontstaat uit onzekerheden. Je maakt regels om de onzekerheden han teerbaar te maken. Met die regels
'Wat ik doe is puzzelen
bp iveau'
onderscheid je je van andere groepen in de samenleving. Daar komt samenho righeid uit'voort. Dat krijgt dan steeds meer emotionele lading. Men hecht zich aan de cultuur, waardoor het moeilijker wordt om die cultuur bij te sturen." Omdat de maatschappij verandert, mogen de bedrijfsculturen niet al te sta tisch worden. "Bedrijfsculturen zijn meestal dynamisch en veranderen vaak vanzelf mee, maar soms is sturing nodig. Dat lukt alleen als mensen ervan overtuigd zijn dat ze er beter van wor den. Er valt niets te sturen als je zegt: 'Ik ben de baas.' Toch zie ik dat nog in veel bedrijven. De manager of de directeur denkt: 'Wat goed is voor mij, is goed voor hen.' Hij realiseert zich niet dat zijn wereld zijn onzekerheden heel anders is dan die van de mensen op de werkvloer."
^*,.-
•^'4h^-
Harmoniemodel "Denk maar eens aan een bestuurder van een tiniversiteit. Die heeft dagelijks te maken met andere colleges van be stuur. Hij wil scoren met zijn universi teit. Hij brengt die boodschap we moeten scoren ten opzichte van andere universiteiten over aan de modale me dewerker. Maar de modale medewerker is helemaal niet bezig met andere uni versiteiten. Dan botsen de betekenis systemen, dan hoor je zinnen als 'Je begrijpt niet wat ik bedoel.'" Gevraagd naar de bedrijfscultuur op de vu, moet Koot lachen. "Ik was al bang voor die vraag. Ik ben hier nog maar pas, dus wat weet ik nou van de vu?" Maar na enige aandringen wil hij wel wat kwijt. "Het is mij opgevallen dat je op een aantal punten het christelijke karakter nog aantreft, met name in de afgeleide cultuurkenmerken. Er bestaat bijvoorbeeld een zekere mate van volg zaamheid. Er heerst hier een harmonie model. Je mag wel je mening geven, maar niet over de schreef gaan. Het is een soort afspraak van nonconfronta tie. Dat verbaasde mij wel een beetje." "Ik heb mijn studenten laatst gevraagd of ze een analyse wilden maken van de
Prof. dr W.C. Koot: 'Het is heel moeilijk om alle n euzen dezelfde kan t op te krijgen'
manier waarop ze met elkaar omgaan. Grappig was dat daaruit naar voren kwam dat christelijke omgangsvormen en het harmoniemodel ook bij hen nog een grote rol spelen." "Het gaat er mij nief om of de hier heersende cultuur goed of slecht is, als het maar betekenis heeft voor de orga nisatie." Maar Koot laat er geen twijfel over bestaan: het harmoniemodel heeft zo zijn nadelen. "Het kan een alert inspelen op nieuwe ontwikkelingen tegenhouden. Daar heb je een sfeer van beheerste confrontatie voor nodig. In een harmoniecultuur wordt de kat uit de boom gekeken. Daar is niets mis mee, als het niet je taak is om snel te reageren. Maar voor vernieuwing is een
confrontatie nodig. Mij lijkt het goed om iedereen af en toe wakker te schud den." En daar is een 'open organisatie' voor nodig, volgens Koot.
Alert Koot, die naast zijn baan aan de vu ook verbonden is aan het Utrechtse Cen trum voor Beleid en Management, zal zelf hoe dan ook alert inspringen op nieuwe ontwikkelingen. Hij wil een stu die maken van cultuurbotsingen op de Information superhighway en binnen de steeds maar uitdijende internationale handel in het algemeen. "Je ziet aan de ene kant globalisering en uniformise ring er ontstaat een gemeenschappelij ke cultuur en aan de andere kant een
Nico Boink - AVC/VU
grotere mate van het benadrukken van de eigenheid. S teeds meer mensen ont dekken daarbij dat er handel zit in het verkopen van de eigenheid. Men gaat bijvoorbeeld handelen in voedsel of an dere produkten uit de eigen cultuur. Cultuur wordt dan een commodity, een handelswaar. Mensen gaan handelen met hun cultuur, met hun betekenissys temen. Ik wil uitzoeken waarom dit sommige mensen goed afgaat en ande ren niet."
Gerrit Jan sen : 'Wij werken efficiënter dan de meeste Amerikaan se onderzoeksinstituten'
'^*^» •Sf"»,
NICO Boink - AVC/VU
^4>^iid«E
\^ 4 s '
•%x^
»
*
ifef» 'M •%i^
/ '3aj,*fS^*S^
1
'
Geen anoniemere achternaam dan Jansen. Ad Valvas geeft de Jansen Janssens van de Vrije Universiteit wekelijks een gezicht.
* . ^ « -* :$
t
*i
. ^ .^mmm-
»4IW*4W».
% K If Si
mm
•
' * \
•*>»•»
ti.'S5S;a*'ï«i-s Wt'*^
Jansen
Deze week: Gerrit Jansen, oncoloog.
Janssen Liesbeth Klumper
Op tafel staat tussen stapels paperassen een miniatuur schaakbord, een aantal stukken ligt ernaast. "We zetten wel eens een stellinkje op", vertelt dr Gerrit Jansen. "Maar meestal staat die er dan weken, we komen er niet toe om er ge concentreerd mee bezig te zijn." Jansen werkt als wetenschapper bij de onderzoekschool oncologie. Hij is bio chemicus en probeert uit te vinden hoe het komt dat kankercellen resistent raken voor cytostatica, de medicijnen die m de strijd tegen de volksziekte worden ingezet. "Het is net als bij ont stekingen en antibiotica of bij kinine en malaria. Op een bepaald moment gaan de cellen zich te weer stellen tegen zo'n Ichaamsvreemde stof Dat doen kan
kercellen ook, want zij onderscheiden zich alleen van andere cellen doordat zij zich ongecontroleerd delen." Gerrit Jansen deelt zijn kleine werkka mer met drie anderen. Het is er dan ook vol en benauwd. "Wij zijn er niet vaak met zijn vieren tegelijk, het groot ste deel van de dag zijn we in het lab." Jansen studeerde scheikunde in Utrecht. Na zijn afstuderen kreeg hij een promotieplaats bij het academisch ziekenhuis aldaar en ruim drie jaar later werd zijn proefschrift goedgekeurd. Daarna volgde een scala aan tijdelijke onderzoeksbanen en nog steeds werkt Jansen (38) op een tijdehjk contract. Op het ogenblik is hij een zogenaamde KNAWfellow. Een functie die de Ko ninklijke Akademie van Wetenschap pen (KNAW) instelde om te voorkomen •
dat talentvolle jonge onderzoekers uit wijken naar het bedrijfsleven of naar het buitenland. De KNAwonderzoekers krijgen een tijdelijk contract en oor spronkehjk was het de bedoeling dat zij daarna in vaste dienst zouden komen. Maar in dat laatste zit door de voortdu rende bezuinigingen behoorlijk de klad. "Daar baal ik wel eens van", geeft Jan sen toe. "Als KNAWfellow word je ge acht een briljant onderzoeker te zijn. Het zijn prestigieuze beurzen die de KNAW toekent. Ik zie mezelf niet me teen als een potentiële Nobelprijswin naar, maar ik heb in de tien jaar dat ik met dit type onderzoek bezig ben natuurlijk wel een enorme know-how opgebouwd. Als dat om puur financiële redenen afgekapt wordt, dan vind ik dat stom. Ik loop niet gefrustreerd rond
hoor, maar het speelt door mijn hoofd dat het volgend jaar als mijn contract afloopt, wel eens allemaal voorbij zou kunnen zijn." De biochemicus zou dan naar de Ver enigde S taten kunnen vertrekken. Hij werkte er met collegakankeronderzoe kers in totaal al vijf maanden. "Het was wetenschappelijk gezien leuk en leer zaam. Ik heb er veel contacten aan overgehouden en de mobiliteit van on derzoekers is daar veel groter omdat er meer onderzoeksinstituten zijn. Boven dien is het in mijn voordeel dat ik hier bij de onderzoekschool oncologie werk. Wij doen qua niveau niet onder voor beroemde buitenlandse instituten. Ge talsmatig wel, maar wij werken veel ef ficiënter heb ik gemerkt." Op dit moment draait Jansen werkwe
ken van zestig tot zeventig uur. Alleen de maandagavond houdt hij vrij, dan schaakt hij. "Ik ben echt niet uniek met die werkweek van dik zestig uur. Veel van mijn collega's komen daar aan. Ik ~ kan gelukkig toe met vijf uur slaap en lig er niet vaak voor twee uur in. Die avonden en nachten gebruik ik om de vakliteratuur bij te houden en zelf arti kelen te schrijven. Ik doe ook nog wel eens iets anders dan werken hoor, ik los graag cryptogrammen en puzzels op. Eigenlijk is mijn onderzoekswerk net zoiets, puzzelen op niveau. In het kan keronderzoek leggen we stukjes van de puzzel op de goede plaats. Alleen weten we niet hoe groot de puzzel is."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's