Ad Valvas 1994-1995 - pagina 521
9?
ADVALVAS 4 MEI" 1995
PAGINA 13
De zeven mythen van een loopbaan Tips van loopbaanadviseur Van M inden om te overleven op de arbeidsmarkt Solliciteren, psychologische tests, effectief netwerken, goed overkomen bij de nieuwe baas; er komt heel wat kijken bij de eerste stappen op de arbeidsmarkt. Loopbaanadviseur Jack van Minden geeft acht afleveringen lang praktische tips. Deze keer leest Van Minden voor uit de fabeltjeskrant. Jack van Minden
De wereld is niet meer wat zij was en zal het ook nooit meer worden. En waar is dat duidelijker dan in de ar beidsmarkt? Studenten werden opge voed met een aantal ideeën over hoe hun loopbaan eruit zou (moeten) zien. Ze blijken vals te zijn; het zijn eigenlijk mythen geworden. We noemen de zeven belangrijkste. Mythe 1: overheid en multinational zijn zekere werkgevers, je leven lang. Deze 'grote' werkgevers hadden een reputatie opge bouwd van loyaliteitdoordikendun (vaak ten koste van duur belasting geld'...) Ben je eenmaal 'birmen' bij zo'n organisatie, dan is je bedje ge spreid en spendeer je de rest van je loopbaan tegen een steeds vollere por tefeuille en meer vakantiedagen (die je toch niet kunt 'opmaken') bij deze eersteklas werkgever. Einde geloof. Want deze werkver schaffers hebben de afgelopen jaren de smaak van flexibiliteit (lees: ontslag
aanzeggen) te pakken gekregen. Zeker heid weg. (En ook het ruime aantal va kantiedagen...) Mythe 2: de werkgever zorgt voor mijn loopbaan plan. De medewerker kent de uitgebrei de afdeling personeel organisatie (P O) en weet dat de organisatie een 'car rièreplaatje' voor de hoger gekwalifi ceerde medewerkers in petto heeft. Ook dit is een onwaarheid geworden. De moderne werkgever probeert medewer kers in een organisationeel schema te passen en niet andersom. (En boven dien vrezen de deskundigen dat op ter mijn de P ofiinctie sterk uitgehold zal zijn, zodat deze functionarissen zelf met mythe 1 te maken zullen krijgen...) Mythe 3: mijn studie bepaalt mijn eerste baan. Het is een logische gedachte dat de eer ste baan moet aansluiten op de gevolg de studie. Maar de werkelijkheid is an ders. Tegenwoordig vinden meer en meer afgestudeerden werk en soorten banen, waaraan zij nooit eerder hebben
gedacht en evenmin voor zijn opge leid. Een arts als automaseringsdeskun dige. Een socioloog als politieinspec teur. Een biochemicus als musicus. Een natuurkundige als artsenbezoeker. De kans dat iemands opleiding loodrecht leidt naar de baan waarvoor hij is opge leid wordt met de minuut kleiner.
uitzondering is. Heb je een verkeerde beslissing genomen, of zijn je interesses veranderd? Dat is geen enkel probleem. Bedenk dat mensen steeds vaker in hun leven van baan en beroep (willen en moeten!) veranderen. Het geleerde blijkt 'nooit weg' te zijn. Continu bijle ren en bijblijven is dan ook de bood schap. Blijf flexibel en (zoals dat heet)
Mythe 4: mijn loopbaan is een rechte lijn. Een loopbaan was altijd te zien als een serie banen binnen een bepaalde beroeps groep, vaak met een hiërarchische stij ging. Ook dat idee is in de fabeltjes krant uitvoerig beschreven. M eer en meer mensen breken een klassieke loopbaan (vaak noodgedwongen) er gens halverwege af om een geheel ande re loopbaan te beginnen.
employable.
Mythe 5: 'managen' moet. Je bent jong en je wilt wat: meteen al leidinggeven. Waimeer je niet in een leidinggevende functie te rechtkomt,,is je rol in dit leven uitge speeld en heb je geen aanzien meer. Je vrienden keren zich van je af. Je moet dus 'willen'. Niet elke specialist, vakpersoon of staf medewerker is per definitie geschikt lei ding te geven of wenst dit te doen. Wat is er mis met een specialist? Zijn staf medewerkers de nieuwe proletariérs? Of moet 'manager' een nieuwe erfelijke titel worden, waar iedereen recht op heeft?
OVERLEVEN OP DE SEIPSIIAiKT Mythe 6: heb ik eenmaal gekozen voor een be roep of branche, dan moet ik daarbij blijven. Je kunt beter in één keer de juiste studiekeuze maken en het juiste beroep kiezen, want 'fouten' kun je je niet permitteren. Uit het vorige zal duidelijk zijn gewor den dat 'switchgedsag' eerder regel dan
Mythe?: mijn baas zorgt voor mijn promotie(s). Ik hoef hem daar niet op attent te maken. De sleutel ligt in het zelf initia tieven ontplooien. Niemand 'wacht' op je. Je veilige plaats op deze planeet is niet gegarandeerd en je bent zelf je beste belangenbehartiger. Vergeet de mythen! Leef je eigen leven en bepaal je eigen ambities en grenzen. Wil je meer weten over hoe het werke lijk toe gaat in het leven? Lees en praat. En luister vooral naar anderen. Vrijwil ligerswerk en enige tijd voor uitzendbu reaus werken, opent de ogen en laat je gemakkelijker kiezen voor de juiste loopbaan, althans het begin ervan.... Jack van Minden is directeur van Psycom in Amstel veen, een adviesbureau dat zich onder meer bezighoudt met atterlei facetten van loopbaanplanning en training. HIJ IS auteur van onder meer 'Alles over psychologische tests', Alles over management tests', 'Alles over salansonderhandelingen en 'Alles over selectiegesprekken'.
Bij medicijnen wordt nog te veel 'gestampt' VXJstudente houdt pleidooi voor eerdere confrontatie met patiënt Medicijnen studeren betekent vanouds veel feitjes stampen. Toch is een goede arts meer dan een wandelende encyclopedie. Hij moet problemen oplossen, met patiënten kunnen omgaan en moet zijn beperkingen kennen. Maar gek genoeg is het trainen van die houding en vaardigheden nog steeds een ondergeschoven kind. Bij een debat in Nijmegen bleek vorige week dat de kritiek op de schoolse aanpak groeit. Frank S teenkamp
"Alsof je iemand de namen van de schoonvaders van alle brug en sluis wachters in Europa uit zijn kop laat leren ter voorbereiding op zijn werk als binnenvaartschipper", zo schetst de schrijvend verpleeghuisarts Bert Keizer in zijn boekje 'Het Refrein in Hein de absurditeit van de artsenopleiding', vustudente Anneloe de Vries gebruikte dit citaat vorige week om aan een zaal vol medische docenten, bestuurders en medestudenten duidelijk te maken dat er iets mis is met de artsenstudie. On danks diverse discussies en plaiuien over 'vakoverstijgende' leerdoelen is er volgens haar nog weinig veranderd. Er is nog steeds sprake van een overvolle opleiding waarin de hoog opgestapelde kennis het zicht ontneemt aan de vor ming tot een goed functionerend arts. De Vries haalde het Raamplan aan waarin recent afspraken zijn gemaakt over de artsopleiding. Daarin staan wel prachtige passages over de houding en vaardigheden die nodig zijn om als arts problemen te kunnen oplossen en met patiënten om te gaan. Maar volgens De Vries, die op dit moment haar laatste coassistentschappen loopt, maakt de opleiding die 'algemene eindtermen' niet waar. "Zelfs de praktijkexamens van coschappen gaan eerder over boe kenkennis dan over patiënten." De bergen feitjes of 'disciplinegebon den eindtermen' zijn in het Raamplan èn in de praktijk van de studie nog steeds dominant, bleek uit het relaas van de aanstaande vuarts. Als voor beeld noemde ze de aandacht in een doctoraalsyllabus voor slowly progressi ve apraxia, een ziektebeeld waarvan pas twee gevallen beschreven zijn. "M oet ik
Stampende studenten aan het werk
Bram de Hollander ..rf»,-.v»-,#s*'
daarvan dan weten wat de sjfmptomen zijn?" Volgens De Vries moet er een eind komen aan de extreme nadruk op fei tenkennis in de opleiding. De algemene leerdoelen die zo mooi in het Raam plan staan, moeten ook echt een uit gangspunt van de opleiding worden. De kennismaking met het verschijnsel 'patiënt' mag niet wachten tot de co schappen. En studenten moeten vanaf het begin tot een actieve houding wor den aangezet. Het probleem is volgens haar dat vakgroepen blijkbaar erg moei lijk afstand doen van de oude onder wijsvorm het opdienen van pasklare brokken stof in massale hoorcolleges. Voor een enigszins geschokt gehoor be toogde De Vries, de enige student onder de elf sprekers, daarom dat de vakgroepen "afgeschaft moeten worden omdat ze vernieuwing in het onderwijs tegenhouden". Dit plaagstootje tegen de versnipperde belangen in de medi sche faculteiten riep een paar boze re acties op, maar de kern van het verhaal werd nauwelijks aangevochten. Daar voor sloot het ook te goed aan bij plei dooien van andere sprekers voor een opleiding die studenten tot 'actief leren' aanzet. Het was donderdag in het tussen de
bossen verscholen Hotel Erica overi gens wat tam begonnen. Begrijpelijk, want de medici, door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Uni versiteiten (VSNU) getrakteerd op een lustrumseminar, hebben hun zaakjes goed voor elkaar. Het gerucht over slui ting van een faculteit is sinds september verstomd; de ministers Ritzen en Borst hebben beloofd dat aan de lengte van de opleiding niet wordt getornd. En ook met studierendement en tempo is het vergeleken met andere studies goed gesteld.
Wakker Echt wakker werd men pas tegen drieën, toen de medisch onderwijskun dige prof.dr H.J.M , van Rossum uit Groningen aan het woord kwam. Hij voerde zijn gehoor mee langs drie tafe relen tijdens een blokcursus van vier weken. Rollen: een docent en een stu dent. De eerste dag. De collegezaal zit aardig vol. De docent sorteert 's avonds tevre den de dia's voor de volgende dag. Ook de student is content. In de middag pauze heeft hij met zijn studieclubje de colleges van de komende vier weken verdeeld. De toets'vragen van de laatste twee jaar zijn al gekopieerd.
Ruim twee weken later: de docent blikt terug op een 'rampdag'. Terwijl hij zelf zat te zweten op nieuwe essayvragen voor de toets, had hij als verrassing een wereldberoemde collega uit Canada een gastcollege laten geven. Maar in de zaal zaten slechts 25 van de 210 stu denten. En niemand stelde een vraag! En onze student? Hij was aan de beurt, maar had door gebrek aan nachtrust het eerste uur gemist. "Geen ramp. De buitenlandse docent had geen tenta menstof behandeld, maar gesproken over een nieuw model ter verklaring van allergie." Achteraf had hij beter thuis kunnen blijven: alles stond in de klapper en in de oude toetsvragen over dit onderwerp. Kort na de toets: de docent vindt de re sultaten een 'afknapper'. Het multiple choicedeel is redelijk gemaakt, maar "wat een onzin" komt hij tegen bij de essayvragen. Voor de totale toets zakt veertig procent. De student is tevreden: op één na zijn hele clubje is geslaagd. "Niet glorieus, maar dat kwam door die nieuwe vragen." Hij richt zich op de volgende cursus èn zijn muziekdis puut. Dit verhaal illustreert wat er in gangba re opleidingen vaak misgaat. Een ijveri ge docent raakt gefrustreerd van de
'ongeïnteresseerde' studenten. De stu denten leren slechts feitjes en krijgen geen echt wetenschappelijke opleiding. En de faculteit is veel tijd kwijt aan her kansingen. In feite komt iedereen dus te kort. Kern van het probleem is volgens Van Rossum dat je wel energie kunt steken in een interessant programma, maar dat die inspanning doel mist als stu denten zich vanaf het begin op die ene, op feitjes gerichte toets richten. Docent en student lopen elkaar dan volledig mis: als de een hard aan het werk is, ligt de ander op bed en in de tenta mentijd andersom. Bij wie zich nog afvroeg of Van Rossum met zijn drie taferelen niet wat overdre ven had, peperde Anneloe de Vries de boodschap tenslotte nog eens stevig in: "De huidige medische opleiding no digt, ondanks diverse curriculumver nieuwingen, te weinig uit tot activiteit." De oplossing is, volgens Van Rossum, een studieopzet die studenten meer en eerder aanzet tot actief leren; en die hun academische en medische 'vor ming' niet aan het toeval overlaat maar opneemt als leerdoel en vertaalt in pro grammaonderdelen. "Vind je academi sche vorming belangrijk? Laat studen ten dan vragen formuleren", betoogde Van Rossum. "Jaag ze de bibliotheek in, laat hen artikelen samenvatten. Maar doe dat niet vrijblijvend." Vanuit deze analyse heeft Groningen een nieuwe studieopzet uitgewerkt, die in '93 van start is gegaan als 'curricu lum 2000'. Er is meer werk gemaakt van de samenhang tussen vakken. Het aantal klassieke hoorcolleges is ver kleind van vijfhonderd naar 140. In plaats daarvan zijn er vanaf het begin meer confrontaties met een patiënt, meer werkcolleges, veel zelfstudie in 'tutorgroepen' en andere onderdelen waarin de student een actieve rol heeft. Iedereen moet vier keer een patiënt presenteren en meermalen een werk groep voorzitten of notuleren. Om stu denten tot studie aan te zetten, zijn veel onderdelen verplicht èn wordt er tij dens cursussen geregeld getoetst. Al met al constateert Van Rossum dat het lukt studenten tot actiever en veelzijdi ger leergedrag aan te zetten; en dat do centen nu veel directer feedback kun nen geven. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's