Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 463

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 463

9 minuten leestijd

ADVALVAS 6 APRIL 1995

PAGINA 7

Proefballon dwarrelt weg op VU-conferentie over onderwijs Meer bevoegdheden voor faculteitsbesturen bij 'slag om de studenten' "Kwaliteit heeft de aandacht, maar kwaliteit loont niet. Iedereen opereert op eigen houtje en regels zijn veelal niet aanwezig, onduidelijk of men houdt zich er niet aan." Zo luidt de conclusie van het onlangs gehouden onderzoek - een onderdeel van het grotere 'management review' naar het onderwijsbeleid aan de vu. Zo'n honderd facultaire en universitaire opinie-leiders verzamelden zich vorige week woensdag in een Amstelveens hotel om de 'Rapportage onderwijskwaliteit' te bespreken. Veel discussie, weinig conclusies was het resultaat. "Het moment komt naderbij om maar eens over de kwaliteit van de student te gaan spreken," zei een deelnemer na afloop. Een verslag van één van de werkgroepen en wat reacties op het congres, waar rector prof.dr E. Boeker de instelling van een prijs voor de vu-docent van het jaar aankondigde. Dirk de Hoog

Met macht meer mans? "De universiteit moet meer aandacht besteden aan kwaliteitszorg en -bewaking om de concurrentieslag op de markt aan te kunnen. Potentiële studenten zullen steeds meer hun keuze voor een universiteit laten afhangen van de kwaliteit van het produkt onderwijs", zei A.J.M. Lemmers van de dienst personeelszaken ter inleiding van de werkgroep onderwijsmanagement op de onderwij sconferentie die de vu vonge week woensdag organiseerde. Volgens Lemmers is één van de grootste problemen rond het onderwijs dat de bevoegdheden voor het opstellen en uitvoeren van de programma's over een tal van organen zijn verdeeld. Het faculteitsbestuur, de raad, de vakgroepen, de individuele docenten, allemaal hebben ze wat te zeggen. Daardoor kan het best zijn dat individuele docenten goed college geven, maar het curriculum als geheel slecht in elkaar steekt. Om iets aan de problemen te doen hadden de organisatoren van de conferentie een nieuw bestuursmodel voor de faculteiten bedacht dat als proefballonnetje werd opgelaten. Het faculteitsbestuur moet de volledige eindverantwoordelijkheid voor het onderwijs krijgen, was één voorstel. Dit bestuur moet slagvaardig, krachtig en strategisch opereren. Daarom moeten aan de leden hoge eisen worden gesteld wat deskundigheid en continuïteit betreft. Daarom IS volgens de bedenkers van het model voor studenten en leden van het ondersteunend personeel geen plaats meer in het faculteitsbestuur. De faculteitsraad krijgt nog slechts een controlerende taak. Ook de vakgroepen moeten in het plan macht inleveren. "De vakgroepen behoren ten aanzien van het onderwijs geen bestuurlijke, doch slechts uitvoerende verantwoordelijkheden te dragen", luidde een stelling die ter discussie stond. Om het slagvaardig management compleet te maken, moet er een facultaire onderwijsdirecteur komen met vergaande bevoegdheden. De meeste discussianten konden zich niet zo erg in het gepresenteerde model vinden. "Op onze faculteit zijn we al druk bezig met het verbeteren van het onderwijs. Daar hebben we helemaal geen nieuwe, en zeker geen van bovenaf

Zo'n honderd facultaire en universitaire opinic-icïueis, waai-onuer r è c w r >oeker, verzamelden zien vorige week woensdag om over onderwijskwaliteit te spreiten

Peter Wolters - AVCAU

opgelegde organisatie voor nodig', betoogden veel wetenschappers. Overigens gaf maar een bijzonder klein deel van de aanwezigen te kennen voorstander te zijn over het weren van studenten uit faculteitsbesturen. Bij sommige deelnemers riep het gepresenteerde model nogal emotionele reacties op. "Ik ben tegen het industrialiseren van de wetenschap en het onderwijs", sprak een medewerker. "Verlicht despotisme; dat is makkelijk besturen", zei een ander, die er nog aan toevoegde dat dit model helemaal niet garant staat voor meer bestuurskwaliteit. "Op veel faculteiten volgen de decanen elkaar op volgens een rouleersysteem. Daarbij wordt helemaal niet naar bestuurlijke kwaliteit gekeken. Voor je het weet zit je met de gebakken peren." Uiteindelijk leek er toch nog consensus te ontstaan, maar wel op een iets abstracter niveau. Iedereen bleek het belang van het verbeteren van de onderwijskwaliteit te onderschrijven, maar de meeste participanten aan de conferentie vonden dat hun eigen club daar al druk mee bezig is. Vandaar het veel gehoorde geluid: "Problemen van andere faculteiten is geen reden om bij ons de boel overhoop te halen".

'Goede docent is vooral enthousiast' "Een goede docent geeft er blijk van de colleges te hebben voorbereid en houdt een goed verhaal dat een aanvulling en geen samenvatting is van het dictaat en de te bestuderen boeken. Hij weet aan te geven wat hoofd- en bijzaken zijn en weet een goed tentamen af te nemen. Maar het belangrijkste is dat hij weet te stimuleren en studenten enthousiast weet te maken voor het vak", zegt Floris van Overveld, vijfdejaars student scheikunde en de kersverse voorzitter van de studentenjury die voortaan de vu-docent van het jaar mag kiezen. Hij vindt de instelling van de pnjs een leuk initiatief van het college van bestuur. "We hebben het vaak over het afstraffen van slechte docenten, maar dit is een positieve benadering. Het gaat er vooral om te laten zien dat de vu bezig is met het verbeteren van de onderwijskwaliteit."

Van Overveld is niet bang dat studenten door het instellen van de prijs meer op de cabaretcapaciteiten dan op de wetenschappelijke inhoud van de docent gaan letten. "Uit eigen ervaring weet ik dat studenten door het clowneske heen kijken. Ik heb colleges meegemaakt die uitermate amusant waren, maar je leerde er niks. In de evaluatie door studenten scoorde de docent dan ook slecht." In het algemeen vindt Van Overveld het onderwijs aan de vu redelijk, "maar je moet naar het betere streven", voegt hij eraan toe. "Het grootste probleem ontstaat echter als je iets wilt veranderen m het programma of het vak dat niet zo lekker draait. Dan loop je vast in de eilandjesstructuur van individuele docenten en vakgroepen die onderzoek doen eigenlijk belangnjker vinden dan onderwijs geven. Daarom zou iets moeten gebeuren op het gebied van het onderwijsmanagement. Op facultair niveau moeten uiteindelijk dingen kunnen worden opgelegd. Anders verandert er nooit iets."

'Evaluatieplan hoeft niet moeilijk te zijn' Tijdens de vu-onderwijsconferentie overhandigde Paul van Grieken namens de studentenorganisaties SRVU en PKV een onderzoekje naar evaluaties van onderwijs aan de rector prof.dr E. Boeker. Belangrijkste conclusies uit het onderzoekje zijn dat op de meeste faculteiten nauwelijks regels bestaan voor de evaluaties en dat met de uitkomsten zelden iets gebeurt. Van Grieken volgde op de conferentie natuurlijk de werkgroep over onderwijsevaluaties. Zijn commentaar: "Het lijkt me van cruciaal belang voor de kwaliteit van het onderwijs dat er doelstellingen zijn geformuleerd waaraan het onderwijs moet voldoen; de zogenaamde eindtermen. Het viel me op tijdens de conferentie dat lang niet alle faculteiten zulke emdtermen hebben. Nog opvallender is dat er grote verdeeldheid heerst over de vraag wie die emdtermen moeten vaststellen. Sommige mensen stelden dat het de individuele vrijheid van de docent is, anderen vinden dat de vakgroep er over gaat en maar een enkeling vindt dat de faculteit als geheel over de eindtermen moet beslissen."

"Ook voor evaluaties zijn eindtermen van belang," aldus Van Grieken, "want dan kun je beoordelen waaraan een docent moet voldoen. Bijna iedereen onderschrijft het belang van evaluaties en het verbeteren van het onderwijs, maar over het wat en hoe blijft men meestal vaag. Zo bleken de meeste aanwezigen fel tegen het openbaar maken van uitkomsten van evaluaties. Dat zou een aantasting van de privacy van de docenten zijn. Dat ging niet eens over het publiceren in een faculteitsblaadje van globale conclusies; veel mensen waren er zelfs al tegen evaluatierapporten m de raad, desnoods vertrouwelijk, te bespreken. Alleen de evaluatiecommissie mag ze zien, vonden nogal wat aanwezigen. De vraag is of er dan nog iets mee gebeurt, en dat is juist de grootste klacht van studenten." "Of het besprokene op deze conferentie gevolgen zal hebben voor de onderwijspraktijk, vraag ik me af Ik ben sceptisch over de mogelijke resultaten. Maar we hebben veel aandacht voor het thema evaluaties gekregen. Veel faculteiten hebben ons rapportje opgevraagd. Ik hoop dat de discussie ertoe leidt dat faculteiten zelf een evaluatieplan gaan opstellen en aangeven wat er met de uitkomsten gebeurt. Zoiets regelen hoeft toch niet zo moeilijk te zijn."

Studenten hebben belangrijke inbreng "Ik vind het weer zo'n stereotiep beeld dat studenten alleen maar een lichter studieprogramma willen of altijd tegen bestuursplannen zijn. Een faculteit moet je met elkaar runnen. Het is niet de ene partij tegenover de andere", vindt Astrid Boeijen. Ze reageert heftig op het bestuursmodel dat op de onderwijsconferentie is gepresenteerd. Sterke faculteitsbesturen zouden de eindverandwoordelijkheid voor het onderwijs moeten krijgen. Maar vanwege de eisen aan deskundigheid en continuïteit is er dan geen plaats meer voor studenten en OBp'ers in die besturen. Boeijen is zelf student-bestuurslid bij Scheikimde, vandaar haar verontwaardigmg. "Er is gelukkig niet gekozen voor een bestuur met beroepsbestuurders. Dus de andere'leden doen het be-

sturen ook naast hun andere werk. Het gaat dan vooral om het gezonde verstand. Is een bepaald voorstel logisch, verstandig en slim? Zo'n oordeel kunnen studenten ook geven. Bovendien komen de wp'ers m het bestuur uit een bepaalde vakgroep, en al dan met bewust speelt die afkomst toch een rol bij het afwegen van belangen." "Studenten hebben die ballast niet. Zij kunnen overzien wat belangrijk is voor het onderwijs als geheel en zijn op een bepaalde manier onpartijdig. Dat kan soms ook goed zijn om te voorkomen dat de onderzoeksbelangen altijd prevaleren boven die van het onderwijs. Bovendien denk ik dat studenten een soort garantie voor openbaarheid van bestuur vormen. Daardoor komt men minder snel in de verleiding onderling de zaakjes te regelen." Niet dat er zoveel in de wandelgangen bekonkeld wordt op haar faculteit, zegt Boeijen ter geruststelling, want de faculteit neemt de student-bestuurder behoorlijk serieus. "We proberen hier harmonieus samen te werken en er is ruimte voor invloed van studenten. De studenten hebben een grote mbreng gehad bij het vernieuwen van het curriculum bijvoorbeeld. Misschien gaat het daarom bij ons wel redelijk met de instroom van studenten. Landelijk daalt het aantal chemiestudenten, maar het aandeel van de vu stijgt flink."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 463

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's