Ad Valvas 1994-1995 - pagina 497
ADVALVAS 27 APRIL 1995
PAGINA 5
Tthici hebben geen absolute kennis over goed en kwaad' Nieuwe hoogleraar aanvaardt leerstoel medische ethiek "Het is mijn stijl niet om vanacliter de l^atheder standpunten in te nemen over wat goed of liwaad is", zegt prof.dr E. van Leeuwen. Vorige week aanvaardde hij met het uitspreken van zijn oratie de leerstoel filosofie en medische ethiek aan de Vrije Universiteit. De nieuwe hoogleraar die van huis uit filosoof is, gaat zowel bij de faculteit geneeskunde als wijsbegeerte werken. Van Leeuwen is geen nieuw gezicht aan de vu, want hij studeerde hier en werkt al sinds 1982 aan de medische faculteit. Hij ziet zichzelf vooral als iemand die wetenschappelijk bezig wil zijn.
'i^fy^f.
i^^,r^^-Wi^r?,^,^:
Ethicus Van Leeuwen: 'Een kind is natuurlijk geen postpakketje dat je na gezien te hebben al dan niet kunt weigeren'
Dirk de Hoog Bij colleges vraagt prof.dr E. van Leeuwen nu en dan aan zijn studenten of ze in eigen omgeving wel eens een sterfgeval hebben meegemaakt. Bij meer dan de helft is dat met het geval, zegt de nieuwe hoogleraar medische ethiek. "Mensen overlijden gemiddeld op veel latere leefdjd dan zo'n vijftig, honderd jaar geleden. Daardoor lijkt het wel of de dood uit ons sociale leven verdwijnt. Sterven doen mensen op de televisie, niet in het gewone leven. Vroeger had iedereen op jeugdige leeftijd wel te maken gehad met een oom, een tante of een opa die doodging. N u komen veel geneeskundestudenten pas met stervende mensen in aanraking als ze co-assistentschappen in het ziekenhuis lopen." "De samenleving is toe aan een herwaardering van het stervensproces en daarbij worden ook vragen aan ethici gesteld", vertelt Van Leeuwen twee dagen na zijn oratie. "Met het gegeven feit dat mensen op steeds latere leeftijd overlijden komen nieuwe vragen op ons af Bijvoorbeeld of mensen een levenstestament mogen opmaken, waarin zij kenbaar maken welke behandeling zi) wel of niet willen in een toestand van vergaande aftakeling en ontluistering. Liever eerder een zacht einde, denken veel mensen bij zichzelf. Maar mogen we de dood in eigen hand nemen?" Van Leeuwen zegt van zichzelf dat hij als ethicus niet in de eerste plaats van achter de katheder uitspraken wil doen over wat goed of fout is. Daarom koos hl) bewust voor een vrij theoretisch onderwerp voor zijn oratie, namelijk de vorming van morele beoordelingen in de geneeskunde. 'Niets menselijks is ons vreemd', gaf Van Leeuwen zijn lezing als titel mee. "Daar bedoel ik mee dat ethici ook feilbaar zijn. We hebben geen absolute kennis over wat goed of fout is", zegt hij.
Ruimte Volgens Van Leeuwen heeft de medische ethiek zich de afgelopen twintig )aar ontwikkeld tot een volwaardige, zelfstandige discipline, die kan onderzoeken hoe normen en waarden op allerlei plaatsen in de samenleving ontwikkelen en veranderen. "Zo'n tien jaar geleden namen de voorlopers in ons vak, zoals de professoren Kuitert en Dupuis expliciet stelling in kwesties als
euÖianasie. Dat was in die tijd nodig, omdat de heersende moraal te verstard was om werkbaar te zijn voor de problemen waar medici en ethici mee te maken hadden in de praktijk. Als ethicus moet )e uiteindelijk ook stelling durven te nemen. Maar er is zoveel gebeurd in de samenleving dat er nu ruimte moet komen om te onderzoeken hoe morele oordelen totstandkomen zonder zelf onmiddellijk een oordeel over goed of kwaad uit te spreken." In zijn oratie refereert Van Leeuwen aan een in 1988 gepubliceerde klinische les met de titel 'Geneeskunde, dienares der barmhartigheid'. Daarin behandelt kinderchirurg Molenaar twee werkelijk gebeurde casussen met mongoloïde baby's die met ernstige gebreken, zoals een darmafsluiting, ter wereld kwamen. In het ene geval vinden de ouders dat niet zij, maar alleen G o d m a g oordelen over leven en dood en verzoeken ze de artsen al het mogelijke te doen het leven van de baby te redden. In het andere geval vragen de ouders na rijp beraad af te zien van operatieve ingrepen en het kind vredig te laten inslapen in de armen van de moeder. In beide gevallen heeft de kinderarts Molenaar de wens van de ouders geaccepteerd.
Toetsen Van Leeuwen kan in deze zaken meegaan met de beslissingen van de kinderarts. "Als ethicus kun je natuurlijk wel m artikelen moreel verdedigen dat je een kind niet op bestelling krijgt, dat je als ouders voorbereid moet zijn op m o gelijke handicaps, dat ouders dat leed maar moeten dragen. Maar die opvattingen kun je aan mensen die het in de praktijk moeten ervaren, niet opleggen. D e stellingen die je als ethicus inneemt, moet je telkens in de praktijk opnieuw toetsen aan de maatschappelijke situatie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om vragen of een beslissing zorgvuldig is genomen. Je kunt de argumenten toetsen, zoals helderheid van het beslissingsproces, de redelijkheid, de samenhang, de intentie van de bedoeling. Heeft men het goede voor ogen? Misschien komt er dan een mening uit waarvan de ethicus zegt: 'Het is met helemaal mijn morele opvatting, maar ik kan het besluit billijken'. Ik kijk vooral naar de argumenten en ben er niet om mensen de maat te nemen of ze wel zedelijk genoeg handelen." Er zijn volgens Van Leeuwen wel gren-
zen. In zijn oratie noemt hij het geval van een echtpaar van rond de veertig jaar dat besluit een kind te nemen. Ze spreken met de arts van tevoren af dat hij alle mogelijke maatregelen zal treffen om uit te sluiten dat het kind geestelijk of lichamelijk gehandicapt ter wereld komt en dat bij het optreden van complicaties zij nadrukkelijk geraadpleegd worden over de verdere behandeling van de baby. Bij de bevalling gaat toch iets mis en het kind belandt m de couveuse. Dankzij snel ingrijpen en deskundige hulp komt het kind door de kritische fase heen. Enige tijd later blijkt dat het kind toch een lichte hersenbeschadiging heeft opgelopen. D e ouders verzoeken alsnog om een gesprek over levensbeëindiging, maar de arts weigert dit. Daarop klagen de ouders de arts aan wegens het niet nakomen van gemaakte afspraken.
Autonoom Van Leeuwen over deze zaak: "Een kind is natuurlijk geen postpakketje dat je na gezien te hebben al dan niet kunt weigeren. Daarom is het principe dat de ouders autonoom zijn om te beslissen wat met een gehandicapte baby moet gebeuren geen ethisch houvast." Van Leeuwen plaatst de problematiek in een bredere context. "Sinds begm jaren zeventig zijn in Nederland anticonceptie middelen voor iedereen makkelijk verkrijgbaar. Een kind krijgen is vanaf dat moment dan ook een bewoiste keuze en niet iets dat een vrouw overkomt. Daardoor krijgen veel vrouwen op latere leeftijd h u n eerste kind met alle medische risico's van dien. En b o vendien kiezen mensen ervoor minder kinderen te krijgen. D e verwachtingen omtrent een kind nemen dan ook toe. H e t moet wel een geweldig exemplaar zijn. Als dat niet zo is, is de teleurstelling vaak bijzonder groot. Hoever moeten medici daar in meegaan?" N u gebeurt het volgens hem al regelmatig dat bij ernstige genetische afwijkingen die overdraagbaar zijn op jongetjes regelmatig tot preventieve abortus wordt besloten als de foetus van het mannelijke geslacht blijkt te zijn. Maar hoe moet het als ouders wensen hebben die met met ernstige genetische afwijkingen te maken hebben. Bijvoorbeeld dat ze om religieuze redenen een jongetje willen. Of omdat ze na twee dochters nu wel eens een zoon willen? Is dat moreel fout?
Van Leeuwen wijst op de situatie in China waar mede door drastische geboortebeperkende maatregelen er een enorm mannenoverschot ontstaan is. "Jonge vrouwen worden daar verkocht, want er zijn dertig miljoen mannen zonder vrouw. Dat zijn maatschappelijke gevolgen die een ethicus mijns inziens moet meewegen in zijn oordelen." Van Leeuwen gelooft dat het niet zo'n vaart zal lopen met het maakbare kind. "De meeste mensen gaan toch heel serieus om met het krijgen van nageslacht. Mensen handelen echt niet alleen maar uit hedonistische of egoïstische principes. Bij keuzes die mensen maken gaat het niet alleen maar om wat ze leuk vinden, maar ook om de mogelijke consequenties van het handelen. Wat dat betreft is de mens ook een sociaal wezen." Uiteindelijk wil Van Leeuwen wel een standpunt innemen. "Ik vind abortus bij aangetoonde ernstige genetische defecten niet per definitie verwerpelijk." D a n komt gelijk de vraag aan de orde naar de rechten van het ongeboren kind op leven. "Het gaat daarbij nog niet om een volwaardig mens maar om een ernstig beschadigde foetus. H e t is een voortdurend maatschappelijk proces aan welk mens en welke vorm van leven rechten worden toegestaan."
"Vroeger had je burgerrechten als je belasting betaalde, later als je m a n was en uiteindelijk is daar het vrouwenkiesrecht bijgekomen. Het is dus een sociaal proces. De discussie speelt ook of aan dieren rechten moeten worden toegekend. Aan de andere kant vindt ook weer uitsluiting plaats. Illegaal verblijvende buitenlanders worden rechten ontzegd. D u s er zijn ook afbakeningen in het proces van rechten toekennen. Ik denk dat het een heilloze weg is om een foetus als zodanig rechten toe te kennen, want daarachter ligt weer de vraag naar de rechten van de ei- en de zaadcel en uiteindelijk het recht van de evolutie om haar gang te gaan." " D e vraag moet zijn welke rechten hebben mensen om te besluiten wat met een beschadigde foetus gaat gebeuren. Wie mag daar over oordelen en op welke gronden?" Het lijkt wel of het steeds vaker de rechtbank is die moet oordelen wat in kwesties van leven of dood nog toelaatbaar is bij ethisch en medisch handelen. Maar volgens Van
Peter Wolters - AVC/VU
Leeuwen laten de ethici en medici het zeker niet afweten op het gebied van moreel oordelen. "Vroeger was een arts in hoge mate autonoom en golden alleen medische maatstaven voor het handelen. En het waren medische tuchtraden die over al dan niet laakbaar handelen van een arts oordeelden. Maar zo autonoom is een arts tegenwoordig niet meer. Hij maakt steeds meer deel uit, vaak gewoon als werknemer, van een heel verzorgingssysteem. Daarbinnen gelden ook andere overwegingen dan puur medische. Politieke, economische en morele afwegingen vinden plaats. D e samenleving vindt dat de beroepsgroep van medici met alleen het laatste woord mag hebben in dit soort belangenafwegingen." "Maar wie is de samenleving? Vroeger had je de katholieke of protestantse kerk die besliste over wat wel of niet mocht. Maar we leven nu in een moreel pluralistische wereld met christenen, moslims, andere gelovigen, humanisten en mensen die 'niks' zijn. Daarom neemt de rechtspraak zo'n belangnjke rol in bij oordelen over juiste belangenafwegingen. Die rol heeft de samenleving n u eenmaal toegekend aan het recht." Van Leeuwen is niet helemaal gelukkig met het belang dat juridische regels in dit soort ethische kwesties krijgt. N o g beangstigender vindt hij de ontwikkeling dat economische overwegmgen steeds meer opgeld doen binnen keuzes in de medische zorg. "Voor mij moet er toch meer zijn. Kuitert haalt uiteindelijk veel inspiratie uit de tien geboden in de bijbel. Dat is voor mij weer te beperkt, want dat zijn uiteindehjk ook maar gedragsregels. Maar ik wil wel een stuk inspiratie uit die christelijke traditie halen. Mensen leven niet alleen voor zichzelf en zijn geen rekeneenheden waar je kosten-batenanalyses op los kunt laten. Mensen zijn betrokken op een groter geheel, denk ik, op een perspectief dat de mensheid in de toekomst goed en gelukkig kan leven. En dan laat het zich niet in louter formele regeltjes vatten wat goed en slecht is."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's