Ad Valvas 1994-1995 - pagina 155
Bulletin van de Wetetiscliapswiiikei vasi de Vrije Universiteit
Mestinjectie is symptoombestrijding Met je ogen dicht w e e t j e d a t j e Nederland binnen bent gereden. Een alom tegenw oordige mestlucht maakt duidelijk d a t j e in het land bent met de grootste veedichtheid ter w ereld. De overheid w il w at aan die stank doen en verbiedt daarom boeren om nog langer mest over het land uit te sproeien. De boeren moeten de koeiepoep voortaan injecteren in het grasland. Maar die maatregel lijkt voorbij te gaan aan een aantal belangrijke andere milieu-aspecten. Het beeld van een boerenwagen die een waaier van mest over een wei land sproeit, behoort tot het verle den. Per 1 februari is het de boeren verboden hun mestoverschot zo kwijt te raken. Omdat het in de herfst en wintermaanden altijd al on geoorloofd was mest uit te rijden, moet het met de bijbehorende stank definitief gedaan zijn. Door de overheidsmaatregel moet de
uitstoot van ammoniak in het jaar 2000 in ieder geval met de helft zijn teruggebracht ten opzichte van 1 980. Het streven is echter om met de mestinjectie de emissie 70 pro cent te laten dalen. In 201 O moet de ammoniakuitstoot zelfs met 80 pro cent zijn verminderd. Behalve stank levert de ammoniak uitstoot ook een bedreiging op voor de natuur. Omdat stikstofammoniak
94-2
bijdraagt aan voedselverrijkmg van de bodem, dreigen voedselaYme mi lieus verloren te gaan. Daarmee zou den vennen, heidevelden en bossen verloren kunnen gaan, er zou een verschuiving van de vegetatie optre den. Een groep kritische boeren, verenigd in de Werkgroep Beter Zuivelbeleid (WBZ), had zo zijn vraagtekens bij de maatregel. Mestinjectie vraagt van boeren namelijk een forse investering in materieel. Zij moeten een injecteur aanschaffen die al gauw 50.000 gul den kost. Bovendien kost het injecte ren van de mest aanmerkelijk meer tijd dan het vroegere sproeien. De WBZboeren willen uiteraard hun be drijf rendabel houden, maar hebben daarnaast een open oog voor milieu aspecten. Zij vroegen zich dan ook af of er ooit degelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan was naar de ge
's
•^m
volgen van de injectiemaatregel. Zij kwamen met hun vraag terecht bij de Wetenschapswinkel van de VU, dje contact opnam met Hans Brouwer. Hij geeft college aan tweedejaars stu denten milieuwetenschappen. "In die werkcolleges analyseren wij een maatschappelijk probleem. De vraag van de Wetenschapswinkel kwam bij ons dus goed terecht. De boeren van de WBZ wilden weten of er onderzoek was gedaan naar andere aspecten van de mestinjectie. Wij hebben lite ratuuronderzoek gedaan en inter views afgenomen en op die manier hebben we een kritisch oordeel kun nen vormen over mestinjectie."
najaar
Drassig Uit het onderzoek van de studenten blijkt dat mestinjectie weliswaar de effectiefste en goedkoopste methode IS om de uitstoot van ammoniak te • verminderen, maar dat het pure symptoombestrijding is. Een doekje voor het bloeden dus, en meer niet. Bovendien is er nooit lang stil ge staan bij de schadelijke gevolgen voor bijvoorbeeld de vogelstand en het bodemleven. De injecteermachines zijn relatief zwaar en dat betekent dat zij het ge vaar lopen weg te zakken m de dras sige weilanden. Vooral in het vochti ge voorjaar is die kans groot. Boeren zullen dus later dan tot nu toe ge bruikelijk hun koeiemest naar buiten kunnen brengen en dat levert proble men voor weidevogels die juist in die periode aan het broeden zijn. Daar naast is er nooit onderzoek gedaan naar de gevolgen van de mestinjectie voor het ecosysteem van de bodem. Een van de WBZboeren probeerde eerder dit jaar de injectiemethode al eens uit: "De wormen kwamen dood boven drijven", is zijn ervaring. De studenten concluderen dat het on mogelijk is om de ammoniakuitstoot in 201 O met de beoogde 80 procent terug te dringen. Daarvoor is mestin jectie alleen niet genoeg. Er moeten veel meer maatregelen worden geno men om het mestoverschot aan te pakken. De meest voor de hand lig gende oplossing is het inkrimpen van de veestapel, maar dat is een maatre gel die grote gevolgen heeft voor onze economie.
Sü 'Tfr
m^^ r^'^p"
^
Er moeten meer m a a t r e g e l e n w o r d e n g e t r o f f e n o m het m e s t o v e r s c h o t aan te p a k k e n Bram de Hollander
De Wetenschapswinkel De Wetenschapswinkel bemiddelt tussen organisa ties die vragen h e b b e n en studenten o f o n d e r z o e k e r s die deze met o n d e r z o e k willen b e a n t w o o r d e n . Wanneer u dus met een v r a a g bij de Wetenschapswinkel k o m t , dan z u l l e n w i j b i n n e n de Universiteit i e m a n d zoeken die u w v r a a g kan beantwoorden. De Wetenschapswinkel w e r k t vooral v o o r g r o e p e r i n g e n die o n d e r z o e k niet z e l f k u n n e n betalen. Ze stelt als v o o r w a a r d e dat de resultaten v a n o n d e r z o e k niet v o o r c o m m e r c i ë l e doeleinden w o r d e n g e b r u i k t . Heeft u een v r a a g o f probleem, of wilt u gewoon meer w e t e n over de W e t e n s c h a p s w i n k e l , aarzel dan niet o m c o n t a c t m e t ons op te n e m e n . De Wetenschapswinkel m a a k t onderdeel uit v a n de d i e n s t V o o r l i c h t i n g en Externe Betrekkingen v a n de vu.
Werknemers lopen risico tijdens betonreparaties D u i z e n d e n w e r k n e m e r s in de hout en b o u w s e c t o r die in aan raking komen met betonrepara tiemiddelen, zijn onvoldoende b e s c h e r m d t e g e n de agressieve stoffen die deze m i d d e l e n bevat t e n . H i e r d o o r lopen zij risico o p allergische reacties. En o p ter m i j n raken hersenen, lever en nieren aangetast. Dit b l i j k t uit een o n d e r z o e k dat de w e t e n s c h a p s w i n k e l v a n de V U o p ver z o e k v a n de Hout en b o u w b o n d CNV heeft v e r r i c h t . Bij het repareren van betonschade wordt gebruik gemaakt van epoxy harsen. Die bestaan uit twee com ponenten, een monomeer en een harder, die vlak voor het gebruik worden gemengd. Hieraan worden vaak oplosmiddelen toegevoegd. De meeste harders zijn tamelijk giftig voor de lever. Ze worden snel opgenomen door de huid en kunnen deze beschadigen. Een op de vijf bouwvakkers vertoont aller gische reacties door het werken met epoxyharsen. Bovendien bedreigen oplosmidde len de gezondheid. Ogen en lucht wegen kunnen geïrriteerd raken. Na verloop van tijd kunnen de her senen, lever en nieren aangetast raken. Uit het onderzoek blijkt dat de
meeste werknemers wel weten dat epoxyharsen vervelende effecten met zich mee kunnen brengen. Het gebruik van de juiste bescher mingsmiddelen laat echter te wen sen over. Bij het mengen en toe passen van epoxyharsen worden rubberen of katoenen handschoe nen gebruikt. Maar de epoxy dringt daar langzaam doorheen. Epoxy dichte overalls en maskers ontbre ken vaak. Een alternatief voor epoxyharsen zijn minerale betonreparatiemor tels. Die bestaan uit minerale mor tel met kunststofdispersies eraan toegevoegd. In deze mortels vor men cement en oplosmiddelen de belangrijkste gezondheidsrisico's. Cement kan de huid irriteren. Daar naast kan men overgevoelig wor den voor chroom in cement. V an de metselaars heeft meer dan tien procent last van eczeem. Bij het spuiten van minerale mortels be staat er een risico op stoflongen als gevolg van kwartsblootstelling. De Hout en b o u w b o n d CNV is van mening dat bedrijven, en vooral de ongecertificeerde, meer voorlich ting en instructies moeten geven aan werknemers over de risico's en de te nemen maatregelen bij het werken met betonreparatiemidde len. Ook de mensen die af en toe met deze middelen werken, schil ders bijvoorbeeld, zouden moeten worden voorgelicht.
De bond v i n d t de aanwezigheid van de juiste beschermingsmidde len noodzakelijk. Bovendien pleit zij voor een goede ventilatie, voor al tijdens het mengen, en een goede wasgelegenheid. Hygiëne is van groot belang. Als werknemers met hun handen met de agressieve stoffen in aanraking zijn gekomen, kunnen zij deze vaak niet wassen omdat er op de werkplaats geen water en zeep aanwezig is. Daarnaast vindt de bond dat ar beidsomstandigheden meer aan dacht moeten krijgen in het kwali teitssysteem. "Bedrijven kunnen via hun inspraak in reparatieplan nen vaker pleiten voor alternatie ven voor epoxyharsen", meent V U onderzoeker Marjolein Dillen. "Ook moeten deze plannen voorkomen dat betonreparateurs werken naast onbeschermde collega's." V anuit Arbo en milieuoogpunt kan vol gens haar het best gewerkt worden met cementgebonden mortels. "Als dit niet kan, dan kunnen waterop losbare epoxyharsen worden toe gepast." De Hout en bouwbond CNV wil fa brikanten aansporen op zoek te gaan naar alternatieven voor ep oxyharsen en betonmortels zonder oplosmiddelen.
Schap haalt ruime voldoende in enquête Schap, de halfjaarlijkse uit gave van de Wetenschaps w i n k e l w o r d t én g o e d gele zen én o v e r w e g e n d p o s i t i e f b e o o r d e e l d . Minder dan t i e n p r o c e n t v a n de lezers m i s t iets in het b l a d , t e r w i j l v r i j w e l iedereen de artike len i n f o r m a t i e f en g o e d te b e g r i j p e n v i n d t . Dit b l i j k t uit een enquête van de We tenschapswinkel. De 250 lezers die reageerden gaven allen aan Schap ie. wil len blijven ontvangen. De ru briek 'Publikaties' w o r d t het best gelezen. Meer dan ne gentig procent van de re spondenten gaf aan deze ru briek door te nemen. Bijna twee derde van de respon denten bestelt 'wel eens' een publikatie naar aanleiding van een artikel in Schap. Slechts vijf procent vindt dat de artikelen in SC^Ö/? onvol doende diepgang hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's