Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 553

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 553

10 minuten leestijd

Ad VALVAS~rS

Patiënten met Alzheimer knappen op

!WP

PAGINA 5

Stimulering zenuwstelsel via massage en elektrische schokjes lijkt hersencellen te activeren Door het stimuleren van het zenuwstelsel via massage of elektrische impulsen voelen patiënten die aan de ziekte van Alzheimer lijden zich prettiger, gaat het geheugen vooruit en gedragen de patiënten zich actiever. Dit blijkt uit een onderzoek waarop dr E.J.A. Schorder afgelopen maandag aan de VU promoveerde. Dirk de Hoog

Elektrische impulsen en massage kunnen de ziekte van Alzheimer draaglijker maken, stelt dr E.J.A. Scherder in zijn proefschrift. "De gedachte is eigenlijk heel simpel", zegt de fysiotherapeut en neuropsycholoog. "Tegenwoordig denken wetenschappers dat bij Alzheimer de hersencellen niet zozeer afsterven, maar ineenschrompelen. Er blijft een bepaalde stofwisseling in die cellen bestaan. Het idee is de cellen door stimulatie via het zenuwstelsel weer tot activiteit aan te zetten." Tot de bedenkers van deze theorie behoort de bekende hersenonderzoeker prof.dr D.F.Swaab, die als één van de promotors optreedt. Over hersencellen bij patiënten met Alzheimer zegt Swaab: use tt or lose it. Deze gedachte was voor Scherder aanleiding om experimenteel onderzoek te doen met een kleine groep Alzheimerpatiénten. Hij gebruikte daarvoor technieken en inzichten die ook gehanteerd worden bij het behandelen van patiënten met pijnklachten. Daarvan is bekend dat via stimulatie van zenuwbanen effecten op de hersenstam optreden. De zenuwstimulatie vindt plaats door een klein apparaatje dat elektrische impulsen afgeeft, op de rug van de patiënt te plaatsen. Na zes weken zes uur per dag behandeld te zijn, bleken de patiënten beter te scoren dan een controlegroep met een nep apparaatje op tests die het verbale lange termijn geheugen en de woordvlotheid meten. Deze tech-

4sl^a^

Dr E.J.A. Scherder: 'Het functioneren gaat aantoonbaar vooruit. Dus ik zou zeggen: wat let ons om ermee verder te gaan'

'^ 'ï^^hSJv

Bram de Hollander

jinsmiaüesrfX

niek heet transcutane elektrische zenuwstimulatie. Maar zenuwstimulatie kan ook plaatsvinden via massage, de zogenaamde tactiele stimulatie. Bij een massage van een halfuur per dag bleken op het gebied van het geheugen dezelfde resultaten behaald te worden als met de elektrische stimulatie.. Nu onderzocht de onderzoeksgroep ook het affectieve gedrag van de behandelde patiënten: zij participeerden meer in het dagelijkse leven, de oriëntatie verbeterde en ze raakten meer geïnteresseerd in sociale contacten. Bovendien voelden de patiënten zich minder somber en neerslachtig. Ook hebben de mensen minder hulp nodig bij dagelijkse activiteiten als eten en aankleden. Deze resultaten werden ook gevonden bij een groep patiënten die alleen met elektrische impulsen een halfuur per dag werd behandeld. Een controle-

groep kreeg een placebo-behandeling, die onder meer inhield dat er aandacht aan de patiënt werd besteed. Maar dit leidde niet tot duideUjke gedragsveranderingen. Scherder presenteert zijn resultaten met de nodige omzichtigheid. "Ik heb een kleine groep mensen kunnen onderzoeken, omdat ik maar een beperkt aantal uren beschikbaar had en omdat er geen financiële middelen voor het onderzoek waren. Weliswaar had ik ondersteuning van wetenschappers die onder meer aan de vu werken, maar groepen van respectievelijk acht en zestien proe^ersonen zijn natuurlijk te klein om echt wetenschappelijk verantwoorde uitspraken te doen. Ik zie mijn proefschrift dan ook meer als een voorstudie, waaruit blijkt dat een bepaalde gedachte zeer de moeite waard lijkt om verder te onderzoeken." Bij gebrek aan financiële middelen

heeft Scherder niet kunnen onderzoeken of door de zenuwstimulatie ook daadwerkelijk hersenactiviteiten plaatsvinden, wat de theorie veronderstelt. "Daar zijn wel technieken voor, maar daar heb je heel kostbare apparatuur voor nodig. Dus ik hoop dat het bij een volgend onderzoek alsnog kan." Toch is Scherder enthousiast over de resultaten. "De behandeltechniek die ik toepas is doodsimpel. Elke fysiotherapeut kan het in feite, en het hoeft niet duur te zijn. De elektrische apparaatjes bestaan al, omdat ze bij pijnbestrijding worden gebruikt. Bij geen enkele patiënt heb ik nadelige effecten gezien en de massage vonden ze allemaal prettig. Het functioneren gaat aantoonbaar vooruit, dus ik zou zeggen wat let ons om ermee verder te gaan." Op advies van zijn promotor heeft hij al een behandelprotocol opgesteld voor therapeuten die zich in

de materie willen verdiepen. Scherder maakt nog een kanttekening bij de resultaten van zijn onderzoek. "Ik heb absoluut niet de pretentie een echte remedie tegen de ziekte te hebben gevonden. Genezen kunnen we niet. Maar misschien wel de optredende effecten vertragen of in sommige gevallen een beetje terugdraaien." Uit het onderzoek bleek dat zes weken na het stoppen van de behandeling het effect verdwenen was. Dus de zenuwstimulatie zal waarschijnlijk langere tijd met enige frequentie moeten worden toegepast. Alzheimer is bij hoogbejaarde mensen de meest voorkomende vorm van dementie. Van de ouderen tussen de 65 en 74 jaar lijdt drie procent aan de aandoening, tot 84 jaar is dat al 18,7 procent en bij nog ouderen is Alzheimer bijna bij één op de twee mensen geconstateerd. Het is een zogenaamde progressieve neurodegeneratieve ziekte. Dit betekent dat de ziekte na eenmaal ontstaan te zijn, steeds ernstiger wordt en hoe langer hoe meer hersenfuncties aantast. Momenteel is dat proces bij gebrek aan aantoonbaar werkzame geneeswijzen onomkeerbaar. Scherder is niet bang dat zijn onderzoek nogal kritisch zal worden ontvangen. "Ik vind het prima als mensen sceptisch staan tegenover de bevindingen. Ik pleit namelijk zelf vooral voor meer onderzoek om te kijken of deze interessante gedachten en veelbelovende gegevens echt hout snijden. Aan kritiek ben ik al gewend geraakt. Ik heb de afgelopen vijf jaar een aantal artikelen gepubliceerd in internationale tijdschriften over deze materie. En de kritiek die eventueel op mijn proefschrift komt, kan nooit erger zijn dan de kritiek die toen over me heen gekomen is. Maar gelukkig begint nu ook internationaal aandacht voor mijn onderzoek te komen. Uit het buitenland zijn vijftig aanvragen voor mijn proefschrift binnengekomen en volgens kenners is dat veel."

Vrouwenstudies. Iets voor moeders? Nieuw handboek voor een vak in de verdrukking "Vrouwenstudies is in twintig jaar uitgegroeid tot een bloeiend wetenschapsgebied met een blijvende traditie van wetenschappelijk onderzoek", meldt de flaptekst van een nieuw, aan de vu gemaakt handboek voor het vak vrouwenstudies. Peter Boerman

Als je in de jaren zeventig een vak begint en het 'vrouwenstudies' noemt, mag het je niet verbazen dat je daarmee in de jaren negentig weinig mannelijke studenten trekt. Ook niet als je dat vak tot 'beleid, cultuur en seksevraagstukken' hebt orhgedoopt. Toch is er de laatste jaren wel degelijk iets veranderd bij vrouwenstudies. Vrouwenstudies omvat meer dan alleen feminisme en het vakgebied is uitgegroeid tot een volwaardige wetenschap. Ook Margo Brouns en Marianne Grünell, respectievelijk onderzoeker en coördinator bij de faculteit sociaal-culturele wetenschappen aan de vu, zagen dat in. Samen met collega Mieke Verloo, docent vrouwenstudies aan de Nijmeegse universiteit, schreven zij een leerboek voor het vak vrouwenstudies. Vorige week woensdag kreeg staatssecretaris Netelenbos het eerste exemplaar van het boek overhandigd. "Het is een veelomvattend werk geworden", aldus socioloog Grünell met enige trots. "Er zit humor in, kritiek, zelfspot, theoretische verhandelingen, maar ook feitelijke ontwikkelingen, statistieken en een beschrijving van de feministische dilemma's." De toon van het handboek is overwegend optimistisch. "Vrouwenstudies is in twintig jaar uitgegroeid tot een bloeiend wetenschapsgebied met een blij-

Postmodern zelfportret van Cindy Slierman: de vrouw als ikoon Illustratie uit 'Vrouwenstudies in de jaren negentig'

vende traditie van wetenschappelijk onderzoek", meldt de flaptekst bijvoorbeeld opgetogen. Iets dat de beide onderzoekers met kracht willen bevestigen. "Vrouwenstudies is meer dan veel buitenstaanders nog steeds denken dat het is. Vroeger was het beeld van vrouwenstudies vooral dat we alleen maatschappelijk gericht zouden zijn. Maar het academiseringsproces heeft zich tien jaar geleden al voltrokken. Tegen-

woordig is de samenhang tussen empirie en theorie sterk verbeterd, is het aantal specificaties gegroeid en wordt de hele range van fundamenteel en toegepast onderzoek bestreken." Nederland vervult op dit gebied een voortrekkersrol, denken de twee. "Zowel inhoudelijk als institutioneel loopt Nederland voorop in Europa. Het Europees tijdschrift en de Europese beroepsvereniging voor vrouwenstu-

dies zetelen bijvoorbeeld beide in dit land. Er is door de overheid een aantal jaren flink geïnvesteerd in het vak en dat blijkt nu zijn vruchten af te werpen." Het feminisme is passé, menen de meeste jotimalisten die zich met het onderwerp bezighouden. Ten onder gegaan aan het eigen succes. De derde feministische golf, waar we nu middenin zouden zitten, heeft vrouwen eigenlijk alleen maar verwarring gebracht, geen duidelijkheid. Vrouwen moeten niet zeuren, schreef Malou van Hintum bijvoorbeeld onlangs in haar ophefmakende boekje Macha macha. Brouns en Grünell geloven echter niet zo in het overlijden van het feminisme. "Als je het afmeet aan het aantal demonstraties, dan is het feminisme inderdaad afgenomen. Maar als je kijkt naar de politieke invloed, geldt het tegenovergestelde. Minister Melkert verwijst bijvoorbeeld constant naar het Nationale Zorgplan van professor Jeanne de Bruijn. Een aantal van onze issues zijn deel van de politieke agenda geworden, maar dat betekent niet dat het daarmee overbodig is geworden. Het is alleen misschien wat minder spectaculair dan toen er met spandoeken over straat gegaan werd. Nu doen vrouwen mee in het overlegmodel." Het vak vrouwenstudies leeft dan ook als nooit tevoren, menen Brouns en Grünell. Welk ander zo jong vakgebied kan zich in Nederland nu beroepen op veertien hoogleraren en zo'n 180 universitair docenten? Het aantal promoties, graadmeter voor de wetenschappelijke status van een vak, is hoog en de kwaliteit van de proefschriften over het algemeen geprezen. Dit jaar is er zelfs een onderzoekschool voor vrouwenstudies van de grond gekomen. "Wij zien dat veel studenten op zoek zijn naar kennis op ons vakgebied", aldus Brouns. "Je moet het alleen niet brengen onder de noemer feminisme

en vrouwenstudies. Dat wordt toch als iets ouderwets gezien, iets voor hun moeders. Je moet proberen de studenten in hun eigen termen aan te spreken." Waarom duikt de term vrouwenstudies dan wel weer op in de titel van het boek? "Het boek gaat natuurlijk over seksevraagstukken, niet alleen over vrouwen", vertelt Grünell. "Maar iedereen kent nu eenmaal de term vrouwenstudies. Daar leggen we ons dan maar bij neer. We proberen nu de inhoud van die term te veranderen." Ondanks de optimistische toon van het boek is de toekomst van de vrouwen aan de vu helemaal niet zo zeker. De reorganisatie bij de faculteit sociaal-culturele wetenschappen heeft vrouwenstudies behoorlijk op de schopstoel gezet. "Op dat moment zie je dat we een jong vakgebied zijn met veel tijdelijke contracten", aldus Brouns. "Daar wordt eerder gesneden dan bij de meer gevestigde wetenschappen." In de toekomst zullen 'beleid, cultuur en seksevraagstukken', 'emische studies' en 'minderheidsvraagstukken' en 'sociale gerontologie' moeten werken aan één nieuwe opleiding. Of het plan het haalt om elke scw-student in de studie minstens één genderonderdeel verplicht te laten volgen, is nog onduidelijk. Ook over het plan van professor De Bruijn om bij elke propaedeuse op de vu gendervraagstukken te behandelen valt nog geen uitspraak te doen. "Intem wordt het belang van ons gebied wel onderkend, maar de kaarten liggen toch anders als er banen op het spel staan." De vrouwen rest nog een lange, harde strijd. Brouns, Grünell en Verloo Vrouwenstudies in de jaren negentig, Bussum 1995, uitg Coutinho, ƒ39,50, ISBN 90 6283971 1

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 553

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's