Ad Valvas 1994-1995 - pagina 123
PERSONEELSKATERN
ADVALVAS 13 OKTOBER 1994
PAGINA 9
Het aantal vrouwen op hogere posten neemt eerder af dan toe' Voorzitster emancipatiecommissie verlaat de VU
'^^iilllSiiiiiiiiSi
iïip|ii|ii|i|llttiiiii|K^ '
if ^ 4. ' ' t
4<"M.
'^;
^iiiiiiiiiiim "De emancipatiecommissie probeert zich meestal constructief op te stellen, geheel in de traditie van het vu-bestuur. Onze ervarmg is dat je hier meestal het beste resultaat boekt als je conventionele methoden volgt: overleggen, adviseren, meepraten." Dr. H. (Hetty) van Emmerik is net afgetreden als voorzitter van de emancipatiecommissie (EC) van de vu: een onafhankelijk adviesorgaan dat het universiteitsbestuur adviseert over emancipatiekwesties. Van Emmerik, tot voor kort UD bij de vakgroep bedrijfskunde van economie, is per 1 oktober vertrokken naar de sociaal-wetenschappelijke faculteit van de Universiteit Utrecht. "Ik ben gespeciaIkeerd m onderzoek naar loopbanen ^^n werknemers, en dan vooral in de \èrschillen die daarbij optreden tussen l^annen en vrouwen. In Utrecht zijn Oteer mensen met dat soort onderwerpen bezig. Dat maakt het voor mij m""^udelijk interessanter om daar te wer. Utrecht kon ze bovendien hoofdleent worden. "Dat zag ik hier nog et zo snel gebeuren. Onderzoek naar kseverhoudingen is binnen de facultöt economie niet mainstream. Er zijn rtfaar drie aio's gespecialiseerd in vrouTOnstudies, dat is veel te weinig. De rest van de economen kijkt er niet naar
om."
In het bestuurlijke circuit van de vu is meer aandacht voor emancipatiekwesties dan m het wetenschappelijke, zo stf It ze vast. Haar vertrek valt samen mfet het 12,5-jarig jubileum van de EC,
dat gevierd werd met het boekje Ter sprake, ter zake, waarin opgenomen een aantal lezingen over het werk van de EC en de positie van vrouwen aan de universiteit. Het gaat heel redelijk met de vrouwenemancipatie, zo blijkt uit dit boekje. De afgelopen 12,5 jaar zijn er een groot aantal maatregelen genomen, variërend van voorzieningen voor kinderopvang tot het formuleren van streefcijfers voor het aantal banen dat door vrouwen bezet zou moeten worden. De universiteit is van goede wil, zo constateert Van Emmerik, die de EC twee jaar voorzat. "Het universiteitsbestuur en de dienst personeelszaken hebben aandacht voor de positie van vrouwen aan de universiteit. Wat dat betreft scoort de vu volgens mij niet slechter dan andere universiteiten."
Schaars De resultaten blijven daar echter enigszins bij achter. Het grote probleem voor vrouwen aan de universiteit is anno 1994 niet zo zeer om in dienst te komen, maar om door te stromen naar hogere functies. Vrouwelijke aio's zijn er voldoende, maar vrouwelijke hoogleraren en managers zijn uitgesproken schaars. De laatste jaren heeft de universiteit positieve-actiebeleid ontwikkeld om vrouwen door te laten stromen. Vooralsnog met wemig resultaat. Van Emmerik: "Voor zover mij bekend neemt het aantal vrouwen op hogere posten eerder af dan toe. Het is een 'soort zoekt soort'-probleem. In sollicitaties
Van Emmerik: 'De economen hier l<iji<en niet om naar vrouwenstudies' NICO BomkAVC/VU
zoeken mensen naar iemand die op ze lijkt. Een jurist wil een jurist aanstellen, een corpslid een corpslid. Op dezelfde manier benoemen mannen graag mannen, ook als er geschikte vrouwen solliciteren." Om deze gang van zaken te doorbreken moet de universiteit haar positieveactiebeleid wat meer "handen en voeten geven", aldus Van Emmerik. "Voor lagere functies zoals aio zijn nu streefcijfers opgesteld: alle faculteiten en diensten moeten aangeven hoeveel vrouwelijke aio's ze m dienst willen nemen. Dat zou ook voor de hogere functies, zoals hoogleraren, moeten gebeuren. Een mooi begin van een beter doorstroom-beleid zou zijn als er bij de eerstvolgende vacature in het college van bestuur nu eindelijk eens een vrouw benoemd wordt." Zou het, gezien het gebrek aan resultaten, misschien verstandig zijn als de EC eens wat minder 'constructief deed? Van Emmerik: "Dat hebben we ook wel eens gedaan. Toen er een nieuwe
voorzitter voor de UR moest komen, hebben wij in het openbaar een paar namen van geschikte vrouwen laten vallen. De selectiecommissie was daar buitengewoon nijdig over: die vondt dat het niet kon. Uiteindelijk werd de voorzitter ook geen vrouw, dus ik vraag me af of zo'n benadering nu veel effectiever is."
Onderzoekscholen Het emancipatiebeleid voor vrouwen heeft niet alleen last van gebrek aan universitaire dadendrang. Het wordt soms ook in de wielen gereden door overheidsmaatregelen. De recent ontstane onderzoekscholen houden zich volgens Van Emmerik bijvoorbeeld met aan het positieve-actiebeleid van de universiteiten die deze hebben opgencht. Daardoor werken er weinig vrouwen. Van Emmerik: "Het vervelende daarvan is dat de onderzoekscholen de toppers van de toekomst opleiden. Als je nu geen vrouwen opleidt, kun je straks geen vrouwelijke professoren vin-
den. De VU zou zich daarom wat actiever met het personeelsbeleid van haar eigen onderzoekscholen moeten bemoeien." Bovendien dreigen door bezuinigingen van de overheid in de toekomst zaken als kinderopvang en ouderschapsverlof in het gedrang te komen: de universiteit zou wel eens geen geld meer kunnen hebben voor deze voorzieningen, die het voor vrouwen makkelijker maken om in de wetenschap te gaan werken. Van Emmerik: "De EC maakt zich daar grote zorgen over. De voorzieningen van de vu zijn goed, maar het is de vraag of dat in de toekomst zo zal blijven. Ik denk dat bezuinigingen onontkoombaar zijn, maar dat mag er niet toe leiden dat vrouwen niet meer aan de universiteit terecht kun-
'Ik ben een dure werkloze' 'k was graag gebleven: ik vond het M k werk met leuke mensen. Het bleek hllaas onmogelijk om een plekje voor ; te vmden." Mr R. (Rita) van Eijk ( ^ ) was tot 1 oktober universitair dolt bij de sectie sociaal recht van de idische faculteit. 'an Eijk smdeerde in 1989 af, als ju:. "Ik heb een raar studieverleden. Ik lest in eerste instantie naar de huisidschool; pas op latere leeftijd, toen ^jn oudste zoon naar school ging, ben ik
leuker." Daarnaast zat ze in de ondernemingsraad, waarin ze als juridische deskundige fungeerde. "Ik was tijdens mijn studie al bezig met medezeggenschap, en daar ben ik in mijn werk mee verder gegaan. Ik wilde wel eens kijken hoe medezeggenschap in de praktijk werkt. Ik ben daarom actief geworden in de AbvaKabo, en vervolgens gevraagd voor de OR." Van Eijk is wel te spreken over de raad, die vanaf begm 1993 bestaat. "In het begin was het een beetje wennen, omdat nog niet duidelijk was waar we precies over mee zouden gaan praten. Inmiddels doet de OR goed werk. In het informele circuit heeft hij een behoorlijke invloed: de raad hoort veel vanuit het personeel, en zorgt dan voor bijvoorbeeld een goede afhandeling van klachten. De resultaten komen niet naar buiten, maar ze zijn er wel."
Blunder
„Eidingen gaan volgen. Eerst Mavo, toen Havo, MO-Nederiands, vwo en daiama rechten aan de vu. In totaal ben ik vijftien jaar bezig geweest. Ondertussen werkte ik ook nog." Haar tweede-kansopleidingen waren succesvol: een jaar na haar afstuderen kon ze als docent aan de vu terecht. Ze ga de afgelopen jaren het vak sociale zeserheid, en deed onder meer onderzo6k naar medezeggenschap van werk"f"'=|;s. Het onderwijs beviel haar het bJ t : "Ik ben geloof ik geen uitgesproK^ onderzoeker. Onderwijs vind ik
Een van de aandachtpunten in de OR is de manier waarop de universiteit omgaat met zaken als het ontslag van tijdelijke werknemers. In het geval van Van Eijk was de raad daar met erg enthousiast over. Voorzitter M. de Bolster haalde een tijdje geleden in een afscheidstoespraak fel uit. "Een universiteit die een getalenteerde en goed functionerende werkneemster zo maar laat gaan, maakt wat mij betreft een blunder." Van Eijk zelf vindt haar vertrek getuigen van slecht personeelsbeleid. "Ik had een aanstelling voor vier jaar. De sectie wilde graag dat ik zou blijven, maar daar was geen ruimte voor. Toen ben ik met de faculteit gaan praten over ander werk. Het beleid is bij de juridi-
sche faculteit echter om mensen niet te lang tijdelijk in dienst te houden, omdat ze dan op den duur aan mensen vastzit. Ze willen wel flexibele werknemers, maar zelf ze zijn absoluut met flexibel. Dat gesprek leverde dus niks op. Bij personeelszaken ben ik ook geweest, maar die konden al helemaal niks doen. Zodoende moest ik weg." Ze vindt het ook een vorm van kapitaalvernietiging. "Ik ben een dure werkloze: als ik geen ander werk vind, knjg ik vier jaar een uitkering. Mij lijkt dat je dat geld beter op een andere manier kunt besteden. Ik denk ook dat het met zo'n beleid moeilijk wordt om goed personeel te vinden. Mensen bedenken zich wel twee keer om hier te gaan werken als je nooit meer dan een tijdelijke aanstelling kunt krijgen." Ze hoopt dat het nog zal lukken om ander werk te vinden. "Het is moeilijk, omdat ik vrij oud ben en omdat in de sociale-zekerheidssector de banen niet voor het oprapen liggen. Aan de andere kant heb ik een behoorlijke werkervaring, doordat ik voor deze baan al in andere sectoren heb gewerkt. Ik denk daarom dat er nog wel iets uitrolt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's