Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 72

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 72

9 minuten leestijd

AD VALVAS 15 SEPTEMBER 1994

PAGINA 16

Cultuurtaak

De vrouwelijke redenaars van Vondel v|iamii.:;,^n::|3 :; disput ëii;êéiif j3êr|rgt ï^sart wiljan'aHiëfl'':ïö|}për^^ Ellen van Da en We hebben afgesproken voor de ingang van het donkerbruine stamcafé van dispuut Vondel, dat de toepasselijke naam 'Joost mag het weten' draagt. Al sinds de oprichting in 1992 komen de zeven vrouwelijke leden maandelijks bijeen in dit dnnklokaal aan de Amstelveenseweg. De kroeg is door de leden inmiddels gebombardeerd tot hun eigen sociëteit. Disputen zijn vaak van verre al herkenbaar. Niet alleen kun je de leden op afstand al luidruchtig horen lachen, maar ze vallen tussen de massa vooral op door het dragen van hun eigen 'club'kleding. Zo ook het vrouwendispuut Vondel. Van de vijf aanwezige leden is het merendeel gestoken in een donkerrood met blauw gestreept poloshirt - de zogenaamde rugbytrui - met daarop in geborduurde letters de naam van het dispuut. Op de traditionele groepskleding na, vertoont Vondel naar eigen zeggen weinig overeenkomsten met andere disputen. Want de leden komen niet alleen samen om te dansen en te drinken, m ^ r vooral om te discussiëren. "De meeste disputen bestaan uit brallers: lieden die veel drinken en roken. Wij doen dat ook, maar we willen meer zijn dan alleen een oppervlakkig of gezellig theekransje", zegt de 26-jarige Annelies Guthman, die aan de vu wiskunde heeft gestudeerd. Om deze zogenaamde oppervlakkigheid te doorbreken houdt het dispuut onder meer om de twee maanden een lezing met als vast terugkerend thema: de positie van de vrouw. "Voorafgaand aan elke lezing verzorgt een van onze leden een uitgebreid diner, traditioneel met kaarsjes en Vondelbier. Heel knus. Daarna komt de spreekster met haar verhaal", legt de 22-jarige Lidewey den Dikken uit, economie-studente aan de UVA. Om haar hals hangt een gouden kettmkje met daaraan een medaillon waarin Vondel is gegraveerd. Lidewey vervolgt: "Tot nu toe was elke lezing erg interessant. Aan bod kwamen bijvoorbeeld de Engelse prinses Lady Dl, de eerste vrouwelijke ontdekkingsreizigster Alexandra Tinne en de Italiaanse sopraan Maria Gallas. " Dit jaar zal de vrouw in de kunst of poëzie aan bod komen, hebben de meiden net afgesproken.

Na iedere lezing ("Het is absoluut geen werkcollege") volgt discussie, een uiterst serieuze zaak. Algemene afspraak is dat iedereen elkaar moet laten uitspreken en eikaars mening onvoorwaardelijk respecteert. Wel mag er terloops van het thema worden afgeweken. "De discussies zijn erg vormend", vindt dispuutgenoot en vu-studente economie Quirine Krull (24). De anderen knikken instemmend. Sigrid Kristensen (22), student culturele antropologie aan de vu : "Je leert argumenteren, luisteren en je mening vormen." En Mathilde Davelaar (24), student Engels aan de vu, voegt er aan toe: "Thuis kan ik ook voldoende praten met mijn familie, maar het is leuker om van leeftijdsgenoten te horen hoe zij over het asielzoekersbeleid of opvoeden van kinderen denken." Het redenaarsdispuut onderscheidt zich met alleen in zijn activiteiten, maar ook in andere opzichten van een zogenaamde gezelligheidsclub. Niet zo opmerkelijk IS dat de groep alleen uit vrouwen bestaat; wel ongewoon is dat Vondel los staat van een studentenvereniging. Het dispuut is onafhankelijk en kent bovendien geen vaste structuur. Dat wil zeggen dat birmen het dispuut geen praeses, fiscus en ab-actis - of in het Nederlands voorzitter, penningmeester of secretaris - is benoemd. Toch is Vondel wel degelijk net zo professioneel opgezet als andere disputen, verdedigen de dames in koor. Binnenkort zal de groep zich officieel bij de notaris als vereniging laten inschrijven. De statuten liggen al klaar. Een van de voordelen van een onafhankelijk dispuut is volgens Sigrid dat geen enkel lid de gebruikelijke initiatieriten heeft moeten doorstaan om toegelaten te kunnen worden. Sigrid: "Dat was gelukkig niet nodig. Wij zijn een groep vriendinnen die elkaar al langer kennen. De meesten van ons hebben elkaar zo'n drie jaar geleden ontmoet tijdens een georganiseerde wintersportvakantie van een Amsterdamse vereniging. We wilden elkaar geregeld blijven zien. Toen al dachten we aan het oprichten van een dispuut. Het zorgt immers voor een sociale binding. Je komt op een vaste avond volgens afspraak bijeen, waardoor het mogelijk is om bijvoorbeeld lezingen te houden. Zoiets doe je niet als je zomaar met een paar meiden bij elkaar komt."

De vriendinnen hebben er bewust voor gekozen om niet samen bij een dispuut van een studentenvereniging te gaan. Quirine: "We willen ongebonden zijn omdat we geen andere leden bij de groep willen hebben. Bij een studentenvereniging zou zoiets onmogelijk zijn. Nu kuimen we een besloten club blijven." Behalve discussiëren over maatschappelijke of feministische onderwerpen houden de zeven leden ook verschillende andere bijeenkomsten. Deze staan voornamelijk in het teken van de Amsterdamse dichter Joost van den Vondel, waarnaar het dispuut vernoemd is. Over deze naam is lang nagedacht, vertelt Sigrid. "De naam kwam tot stand tijdens een reisje naar Antwerpen. We besloten ons dispuut te vernoemen naar een lekkere Belgische biersoort. Eerst dachten we aan Verboden Vrucht, maar Vondel sloeg toch beter aan bij de doelstelling van ons dispuut." De volgelingen van de Grote Dichter uit de Gouden Eeuw eren de 'meester' op gepaste wijze. Zo brengen ze vanaf het ontstaan van het dispuut elk jaar traditiegetrouw een bezoek aan de geboorteplaats van zijn ouders: Antwerpen. Maar de passie voor de dichter voert verder. In haar boekenkast heeft Signd zelfs een verhalen- en gedichtenbtindel staan waaruit ze geregeld voorleest: "Bij elke verjaardag, bruiloft of ander feest houden we een korte bloemlezing. Bekende werken van hem

zoals Lucifer en Adam in Ballingschap hebben we al grotendeels besproken." Bijna alles wat in relatie staat tot de dichter wordt bezocht, gelezen of beproefd. Van het drinken uit Vondelbierglazen tot het houden van een picknick in het Vondelpark. "Dit jaar gaan we ook naar het toneelstuk Gysbreght van Aemstel. Na jaren wachten schijnt er binnenkort in Amsterdam eindelijk een dramastuk van hem te worden opgevoerd", vertelt Sigrid enthousiast. De studente culturele antropologie heeft het werk van Vondel ook in haar eigen levensfilosofie ingepast. Spontaan lepelt ze een citaat op uit een van zijn gedichten: "Het leven is een schouwtoneel. Iedereen speelt z'n rol en krijgt z'n deel." Er volgt meteen een discussie, waarbij na korte tijd iedereen door elkaar praat. De toon blijft beheerst. Andere gesprekken gaan er doorgaans heftiger aan toe, waarschuwt Annelies tussendoor. Dit keer zijn ze het al gauw met elkaar eens. "Deze dichtregel komt goed overeen met de werkelijkheid", vat Sigrid samen. "In het leven speel je immers meerdere rollen." Lidewey oreert dan namens het dispuut: "Het is net als Shakespeare al zei: 'Life is like a play.'" Eenstemmig geknik. Waarop Annelies voorstelt om nog een rondje te geven.

"Studenten tegen kaart met vingerafdrukken"

(Het Parool van 2 september over chipkaart voor studenten)

roa^ik even de . collegekaarten

Met cultuur wordt altijd iets verhevens bedoeld. 'Beschaving, ontvvikkeling, verfijning van het geestelijk en zedelijk leven' noemt Van Dale het. Het probleem van die uitleg is dat je altijd moet twijfelen: is het wel cultureel wat ik doe, en niet kitscherig, ordinair, laag-bij-degronds? Met het gevolg dat je met bepaalde yo.orkeuren of zelfs liefdes niet voor de dag durft te komen, want een cultuurbarbaar wil je niet zijn. Het is een malle indeling, die culturele antropologen vast niet aanhouden voor buitenlandse onderzoeksgebieden. Alles wat de mens aanraakt en een andere vorm geeft is namelijk cultuur. Bekijk je de wereld zo, dan wordt het leven meteen een stuk gemakkelijker. Ik kan me bij de meest boertige kluchten vertonen en de lellebelligste lectuur lezen zonder me tegenover 'vrinden' te generen. Ik bestudeer immers de cultuur? In het kader van die studie aan de universiteit die Leven heet, om Reve te citeren, kocht ik af en toe bladen als Privé, Story en Weekend. Daarin openden zich werelden waar ik vanuit mijn bovenwoninkje in een achterbuurt geen weet van had. En het aardige was dat luitjes die bij me op bezoek kwamen, er ook altijd van smulden. Op een dag nam ik een stapeltje oude bladen mee naar Ad Vulvas, waar ze nog eens bijna stuk gelezen werden door een deel van de redactie. Bijna, want tenslotte heb ik ze op het tafeltje gelegd in de hal van de faculteit waar ik als student ingeschreven sta. Daar werden ze definitief stukgelezen door hooggeleerd personeel. Tegenwoordig heb ik een abonnement. Privé heeft 500.000 betalende abonnees. Als al die abonnees het blad zo verspreiden als ik, is er niemand in Nederland die het niet leest. SELMA SCHEPEL En dan nu de laatste trend in het me- ^ disch onderwijs: "De oude hoorcolleges van vroeger, met driftig schrijvende studenten in de collegebanken, zijn goeddeels voorbij", want "het is in de geneeskunde allang niet meer mogelijk om over alles iets te weten. Dus moet je studenten leren hoe ze kennis moeten vergaren, waar ze informatie moeten zoeken en dergelijke." Aldus prof. T. Sminia, decaan van de medische faculteit. In een verhelderend artikel in het faculteitsblad Synaps geeft hij de essentie van het onderwijs-nieuwe-stijl weer: minder stampen en meer zelfstandigheid kweken bij studenten Voor sommige docenten is het nog even wennen: "Je kunt merken dat het moeite kost om docenten zover te krijgen. Die benaderen studenten en coassistenten nog vaak vanuit het eigen perspectief: dit moet hij weten van mijn vak en dat moet hij kennen." Misschien dat deze docenten tropst vinden in een tweede trend die Sminia constateert: slechte docenten hoeven in de nabije toekomst geen onderwijs meer te geven. Ze mogen zich volledig op het onderzoek storten. En docenten zonder aantoonbare onderzoekerskwaliteiten hoeven geen onderzoek meer te doen. Zij kunnen straks op basis van hun prestaties in de collegezaal universitair hoofddocent of hoogleraar worden: als ze maar goed onderwijs geven en studenten weten te boeien. Ergens verscholen in de laatste alinea van het interview met Sminia, wordt duidelijk dat hier een heel nieuwe problematiek opduikt. Onderzoeks- en onderwijskwaliteiten zijn leeftijdafhankelijk. "De meeste onderzoekers hebben bijvoorbeeld hun meest creatieve periode tussen hun dertigste en hun veertigste", aldus T. Sminia. En dan volgt de onvermijdelijke conclusie: "Laat ze in die tijd dan onderzoek doen. Dan kunnen ze later overstappen op onderwijsen managementtaken. Dat is wat de professionalisering van onderwijs volgens mij inhoudt: zet de juiste man op de juiste plaats." Krijgen we straks jonge onderzoekers, iets oudere onderwijzenden en jong-bejaarde bestuurders? (EE)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 72

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's