Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 461

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 461

9 minuten leestijd

ADVALVAS 6 APRIL 1995

PAGINA 5

Een avondje Giphart is meer dan neuken alleen I 'God houdt van voetbal, en literatuur mag best over seks gaan' 'Neuken, neuken en nog eens neuken', 1 schreef Ton van Deel ooit over hem in het dagblad Trouw. Hoewel het niet al te positief bedoeld was, heeft deze zin Ronald Giphart bepaald geen windeieren gelegd. Momenteel wordt hij gezien als een van de belangrijkste schrijvers van onder de dertig. Afgelopen donderdag was hij voor vijfhonderd gulden te gast bij het vu-corps.

te schrijven." Gelijk reageert hij op zijn criticasters, die hem gemakzucht verwijten. "Jarenlang had je de hogere dingen als God en de literatuur", verwoordt hij zijn visie. "En je had de lagere dingen, zoals seks en voetbal. Op een of andere manier mochten die twee niet samengaan. Nu houdt ook God van voetbal en mag literatuur best over seks gaan. Maar als mensen zeggen: het gaat alleen maar over seks, dan moeten zij dat weten, maar voor mij handelen mijn boeken over relaties. Letterlijke seks, de pik en de kut zeg maar, komt er nauwelijks in voor."

Gewoon lekker Peter Boerman

De een vindt hem een ordinaire geilneef, die niet veel meer weet te brengen dan studentikoze en puberale vuilbekkeri). De ander dweept met hem, omdat zijn verhalen 'tenminste over het leven gaan' en omdat hij dingen durft te schrijven die lang niet meer geschreven zijn. Hoe het ook zij, feit blijft dat Ronald Giphart de laatste jaren een ding weer eens duidelijk gemaakt heeft: sex sells. Ter gelegenheid van het verschijnen van zijn derde boek was de laatste maanden geen blad open te slaan of zender te bekijken zonder met het guitige, welbespraakte koppie van de auteur geconfronteerd te worden. Vooral meisjes schijnen verkikkerd op hem te zijn, maar de opkomst in de Bokma-bar in de sociëteit van het VXJcorps doet vermoeden dat Giphart ook bij het mannelijke studentenpubliek uitstekend scoort. Tegen negenen zit het voor de gelegenheid statig aangeklede zaaltje overvol. Giphart toont zich een waar schrijver en is ruim verlaat. De avond zou om half negen beginnen, maar het duurt tot kwart over negen voor Giphart zijn neus laat zien. Snel kruipt hij achter de vijfarmige kandelaar die de organiserende corpsmeisjes speciaal voor hem hebben neergezet. Hij steekt meteen van wal met enkele verzoeknummers uit zijn eerste boekje. ledere keer dat Giphart het woord 'neuken' laat vallen - en dat gebeurt nogal eens - stijgt de hilariteit. De auteur blijkt een geanimeerd voorlezer, leest even snel als hij lijkt te schrijven, schrikt soms van zijn eigen teksten, maar weet meestal een prachtig treffende intonatie te vinden.

Giphart: 'Ik heb nogal een bijzondere lul, al zeg ik het zelf'

Chris van Houts

Lul "Ik heb nogal een bijzondere lul, al zeg ik het zelf', vertelt hij als zijn alter-ego Giph. "De mijne begint kaarsrecht, maar eindigt behoorlijk uit het lood. Ik ga er niet onder gebukt, hoor, maar lastig is het wel." Enzovoorts. Het publiek smult ervan en slikt de studentenverhalen als zoete koek. Vooral het laatste fragment dat Giphart voordraagt, over een ontgroeningsfeestje van een stel corpsballen, blijkt voor de meeste aanwezigen een feest van herkerming. Het levensverhaal van Giphart laat zich makkelijk schrijven. Hij heeft als jongen al de wens om schrijver te worden, maar zijn studie Nederlands, waar hij het vak hoopt te leren, loopt uit op een desillusie. "Toen ik ging studeren, verwachtte ik daar allemaal jongens en meisjes tegen te komen die ook schreven. En dan zouden we samen een stro-

ming oprichten en een tijdschrift beginnen", vertelt hij geamuseerd tijdens het vragenuurtje dat volgt op de voorleesbeurt. "Maar dan kwam ik bij iemand thuis en dan had ie zo'n lullig rijtje boeken staan. Daar snapte ik helemaal niets van." Om financieel onafhankelijk van zijn ouders te zijn, neemt Giphart na drie jaar vruchteloze studie een baantje als nachtportier in een ziekenhuis, wat hem de tijd geeft om veel te lezen en te schrijven. Sterk beïnvloed door een nieuwe lichting Amerikaanse schrijvers als Easton Ellis (American Psycho en Less than zero) en Jay Mcinemey {Bright lights, big city) en Zwagermans eersteling Gimmick komt Giphart vervolgens op de proppen met zijn debuut 'Ik ook van jou', een toegankelijk geschreven verhaal over twee jongens die

samen op vakantie naar Frankrijk gaan. "Neuken, neuken en nog eens neuken", schrijft de vooraanstaande dichter Ton van Deel neerbuigend over dat boek in Trouw en dan blijkt de basis voor het succes gelegd. Giphart wordt plots gepresenteerd als de koploper van een nieuwe generatie, een generatie die zich durft af te zetten tegen de gevestigde literatuur, Jeroen Brouwers belachelijk durft te maken en nog wat meer heilige huisjes omver weet te trappen. Zijn tweede boek, Giph, handelt in een studentenmilieu en bevestigt die status nog eens. Onlangs verscheen zijn derde: Het feest der liefde, een bundeling losse verhalen. "Eerst was het de bedoeling dat ik maar een jaar zou stoppen met mijn studie", legt de schrijver uit. "Maar goed, één jaar werd twee jaar, en toen kwam mijn

eerste boek al uit. Nu kan ik ervan leven. Ook dankzij dit soort schnabbels", lacht hij. "Daar krijg ik toch mooi vijfhonderd piek voor." Gipharts belangrijkste doel lijkt het doorbreken van taboes die de jaren-zeventiggeneratie heeft laten liggen. "Ik heb geen Tweede Wereldoorlog waar ik over kan schrijven", vertelt hij spottend. "Ik wil schrijven over de dingen die me bezighouden. Dat is wel eens seks, ja. Iedereen in Nederland denkt dat we seksueel bevrijd zijn, maar er wordt nergens zo hypocriet over gedaan als over seksualiteit. Als ik nou zeg dat ik voordat ik hierheen kwam me nog even heb afgetrokken, dan denken jullie gelijk: oh, die is gefrustreerd. Het zou heel normaal moeten zijn en zo, maar dat is het dus nog lang niet. Ik vind het gewoon een mooi onderwerp om over

Gipharts kritiek op de wetenschappelijke benadering van literatuur laat niet iedereen ongemoeid. Er blijkt namelijk toch een handjevol letterkundigen opgekomen. "Het zinnetje 'intelligent en toch aardig', is dat niet verschrikkelijk deconstructivistisch", vraagt een meisje serieus. Giphart staat voor het eerst van de avond even perplex. Het meisje legt haar vraag nog een keer uit: "Doe je dat om iets te doorbreken of juist om iets te bevestigen?" Oei, dat zijn geen vragen voor een eenvoudige avond als deze, lijkt Giphart te willen antwoorden, maar hij houdt zich in. Keurig lepelt hij nog eens op waarom je volgens hem niet in elk boek op zoek moet naar gelaagdheid, waarom literatuur niet gewoon lekker leesbaar schijnt te mogen zijn en dat hij er echt niet over nadenkt als hij een boek aan het schrijven is. "Op zich vind ik literatuur hardstikke goed", vertelt hij, overdreven articulerend. "Het klinkt misschien als een christen, maar ik houd van literatuur. Een goed geschreven stuk tekst, daar kan ik echt opgewonden van raken. Maar d'r hangt zo'n geur van heilig ontzag rondom literatuur dat ik daar graag een beetje mee provoceer. W.F. Hermans heeft ooit geschreven dat hij vond dat er meer standbeelden voor schrijvers moesten komen. Serieus! Standbeelden, nou vraag ik je. Waarom wel standbeelden voor schrijvers en niet voor de groenteboer? Wat een onzin." Langzaam loopt de avond ter einde. Om een uur of elf pakt Giphart ter afsluiting nog zijn boek Giph ter hand en draagt de passage voor die zich afspeelt op de in studentenkringen bekende boot tegenover de HTS aan de Utrechtse Vondellaan. Na tien mmuten pijpen, vrouwonvriendelijke beledigingen, puberale feestjes, gesprekken met verlopen zwervers en andere komische passages neemt Giphart plaats achter de signeertafel. Zijn trouwe fans bedelven hem onder een luidkeelse ovatie. Ze vangen nog een spreekkoor aan, maar de helft van de zaal houdt het voor gezien. Langzaam begeeft men zich naar buiten, de Amsterdamse nacht in; daar waar de gedachtenwereld van de verpersoonlijking van de toekomst van de Nederlandse literatuur werkelijkheid is.

Nuis luistert en trekt conclusies Pieter Evelein

Luisteren is selecteren. Je hoort veel, je onthoudt wat, maar vergeet het meeste. Misschien hoor je niet alles. Bijvoorbeeld omdat, zoals vorige week bij de Universiteit Twente, de geluidsinstallatie kraakt en er in het plafond een ventilator hangt te loeien. En soms vergeet je erg veel. Omdat je niets hoort waarvan je denkt: dit is leuk, of belangrijk. Staatssecretaris Aad Nuis luistert in zi)n Circus om 'nieuwe doorkijkjes' op te doen voor de hervorming van het hoger onderwijs. Af en toe opent hij tijdens de discussie zijn mond. Dat zijn momenten waarop dé sprekers hun oren moeten spitsen, want Nuis trekt dan een conclusie uit wat hij tot dan

heeft gehoord en onthouden. "Dus na één jaar moeten studenten geselecteerd worden voor een korte of een lange opleiding? Dat levert dus meer diploma's op en gemiddeld kortere opleidingen." Dus, dus. De voorzet kwam van Frans van Vught, Twents onderwijsspecialist en voorstander van een strenge selectie 'op de deurmat'. Alle studenten willen zo lang en zo hoog mogelijk studeren. In Vlaanderen heet het 'cascades', watervallen. Ambitieuze dommerds beginnen aan een lange universitaire opleiding, maar tuimelen naar beneden om in een korte, beroepsgerichte opleiding te eindigen. In Nederland is de omgekeerde weg ('stapelen') populair. Die 'hang naar lang' is geldverspilling. Zulke inkopper-

tjes laat je natuurlijk niet passeren, als je Aad Nuis heet en geld moet bezuinigen. Niemand in de zaal is enthousiast over korte opleidingen. Kort = niet academisch, vat UT-bestuvu-der Schutte het

verzet van de tmiversitaire wereld nog eens samen. Werkgevers willen steeds weer wat anders, en in elk geval dat studenten breed worden opgeleid.

vindt ook arbeidsmarktonderzoeker Heijke. Nuis hoort het. Maar dan zegt Van Vught dat in Frankrijk niet alle studenten na een korte opleiding doorgaan naar een lange. Nuis: "Ik heb dus goed begrepen dat je in andere landen met korte opleidingen aan het werk komt?" Het is maar net hoe je het bekijkt. Een glas dat halfvol is, is ook halfleeg. Dergelijke geestelijke lenigheid zal Nuis nog veel vaker nodig hebben in de toernee van zijn Circus. Waar Nuis "heel goede suggesties" hoorde, constateerde een spreker dat "alles wat hier vanavond wordt gezegd, is terug te vinden in...", waarna een lange opsomming van oude nota's en Kamerdebatten volgde.

Oude wijn in nieuwe zakken, het hoger onderwijs heeft er regelmatig last van. Maar Nuis is standvastig. Waarom had hij nou de opmerking geprezen dat het belangrijk is dat leren en werken kunnen worden afgewisseld, wilde iemand na afloop weten. Dat had adviesraad ARO toch al opgeschreven? Zeker, beaamde Nuis. Maar dat was alweer zo'n tijd geleden. In juni. "De mensen vergeten zo snel." (HOP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 461

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's