Ad Valvas 1994-1995 - pagina 290
AD VALVAS 19 JANUARI 1995
PAGINA 6
U mag doorH Debat over selectie in het hoger onderwijs
Prof.dr R.A. de Moor: emeritus-hoogleraar theoretische sociologie. Tot 1 9 9 2 dertien jaar lang rector van de Katholieke Universiteit Tilburg. Voorzitter geweest van vele landelijke commissies over het onderwijsbeleid. Leidt nu de vsNU-werkgroep over stelselherziening in het hoger onderwijs.
Frank Steenkamp en Marcel Wiegman Selectie was in liet Nederlandse hoger onderwijs altijd een gevoelig onderwerp. Weliswaar haalden velen de eindstreep niet, maar over een beleid om studenten al vroeg op h u n geschiktheid te beoordelen viel moeilijk te praten. Ook toen de propaedeuse officieel een selectieve functie kreeg, aarzelden opleidingen nog om in dat eerste jaar scherpe eisen te stellen. Maar de tijden veranderen. In de politiek en in de universiteiten wordt de roep om een betere selectie steeds luider. De vraag is alleen hoe: aan de poort, in en na de propaedeuse, of ook halverwege door variatie m uitstroomvarianten? Een sfeervol ingericht zaaltje in een eeuwenoud pand van de Leidse universiteit is half januari het decor voor een gedachtenwisseling over zulke vragen met vier insiders in het hoger onderwijs. Dit keer geen kamerleden of andere politici, maar mensen 'uit het veld'. Aan tafel zitten prof.dr R.A. de Moor, al decennia actief in het universitair beleid en de HBO-bestuurder m r O.G. Brouwer. Uit werkgeverskring is drs A.J.E.G. Renique van het VNO uitgenodigd. En n u m m e r vier is oud-LSvb'er D . Engelsman. Vice- premier Dijkstal zei onlangs op een WD-bijeenkomst dat "m dit land te veel studenten te lang studeren ". Is dat zo? D e Moor: "Dat 'te lang' studeren onderschrijf ik wel. Door de vnjblijvendheid van ons studiesysteem wordt de cursusduur vaak fors overschreden." Renique: "Bij veel studierichtingen is de uitval te groot. D e vraag is: zitten daar wel de juiste studenten op de juiste plaats? In dat kader ki)kt het bedrijfsleven ook naar dat 'te veel': er is geen absolute norm voor onderwijsdeelname. Als dertig procent van de jongeren een hogere opleiding met succes kan afronden, zeg ik: oké, richt je stelsel daarop in. Maar ik geloof niet dat de deelname nog verder omhoog moet. Er zijn toch tekenen van verzadiging op de arbeidsmarkt. En een deel van de studenten lijkt echt te hoog te grijpen."
Overscholing Brouwer: "Men studeert niet te veel, maar juist te weinig! Het probleem is dat de meeste opleidingen er niet in slagen studenten tot normale inspanningen te bewegen. Wat aantallen studenten betreft: ik ben niet zo bang voor 'overscholing'. Het is niet slecht dat mensen gemiddeld steeds hoger gekwalificeerd worden. Dat is goed voor de kwaliteit van organisaties. Wel bieden we misschien een te beperkte range van
opleidingen. Is er voor iedereen wel een juiste plaats? Ik denk dat er meer differentiatie nodig is." Engelsman: "Bij zo'n uitspraak van Dijkstal denk ik: goh, nog steeds op jacht naar de eeuwige student? Terwijl die figuur al lang niet meer bestaat. Er dreigt nu eerder het omgekeerde: dat studies te kort worden. Ik betwijfel of in een aantal richtingen studenten aan de eindstreep wel het state of the art-niveau van h u n vakgebied hebben. Verder is voortijdige afbreking van de studie niet altijd verspilling. Je kunt soms met twee, drie jaar precies dat leren wat je nodig hebt om goed te functioneren." Brouwer: "Dat geldt natuurlijk niet voor die grote aantallen afhakers. Het is echt een van de kwalen van het systeem: dat het zoveel mislukkingen produceert." D e Moor: "Nog even over het geld. Ik betwijfel of verkorting van de 'verblijftijd' veel financieel voordeel oplevert. Zoals de financiering is opgezet - instellingen krijgen maar geld voor vier jaar, studenten straks ook - kost dat langer studeren de overheid maar weinig geld. Als we het tempo verhogen, heeft dat bovendien nog neveneffecten. Velen gaan dan eerder een beroep doen op uitkeringen, die hoger liggen dan de studiebeurzen. Maar dat is dan de zorg voor Sociale Zaken..." Geld en efficiency vindt u dus niet genoeg reden voor scherpere selectie. Maar er zijn ook inhoudelijke argumenten, zoals de behoefte aan meer 'differentiatie' binnen het hoger onderwijs. Het wordt dan belangrijker om de juiste student op de juiste plaats te laten belanden. Dat roept om selectie en verwijzing: aan de poort? D e Moor: "We moeten pas tijdens het eerste jaar selecteren. Want selectie aan de poort: waar moeten we dat op baseren? Men denkt dan aan eindexamencijfers. Maar die hebben slechts bij enkele studies behoorlijke voorspellende waarde. Ik heb cijfers van de TU-Delft: Van de groep met een 7 of minder voor de exacte vakken had bij technische natuurkunde na twee jaar slechts twaalf procent de propaedeuse. Maar bij civiele techniek is dat vijftig procent en bij bouwkunde bijna tachtig. Er is wel een verband, maar het is veel te los." Engelsman: "Zo zal je altijd mensen ten onrechte afwijzen. Maar is selectie in de propaedeuse dan zo perfect?" D e Moor: "Er is een verschil. Bij selectie op eindexamencijfers voorspel je iemands kansen op grond van schoolprestaties. In de propaedeuse gaat het er alleen om of studenten voldoen aan eisen die de studierichting stelt. Dat is
'Waarop zou je selectie aan de poort moeten baseren? 'Eindexamencijfers hebben maar weinig voorspellende waarde'
geen voorspelling maar een afspraak." Renique: "Een ander argument tegen selectie aan de poort is dat de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs verbeterd gaat worden. Door de nieuwe 'profielen' zullen we een beetje afraken van de zeer heterogene instroom, met sterk uiteenlopende vakkenpakketten." Brouwer: "De profielen zijn vooral een stroomlijning. Ik denk dat de tweede lijn van de stuurgroep Tweede Fase Voortgezet Onderwijs nog meer zal bijdragen aan het succes in het hoger onderwijs. Dat is het accent op de werkhouding: zelfstandig leren studeren." Dan nu over de propaedeuse. Daar vindt btj uitstek de selectie en 'verwijzing' plaats. Werkt dat op dn moment al goed genoeg? D e Moor: "De verwijzing is een probleem. Want wat voor gegevens heb je na de propaedeuse? Je kunt wel selecteren: 'Uw resultaten zijn onvoldoende, houdt u maar op.' Maar er is geen enkele basis voor verwijzing naar elders. Dat is werk voor beroepskeuze- en studieadviesbureau's. Alleen de selectie kurmen we met de propaedeuse waarmaken." Brouwer: "Na die propaedeuse vind ik het ook aanvaardbaar dat iemand die de studie eigenlijk aan zou kunnen, toch wordt afgewezen. Als je maar helder maakt: je krijgt alleen de kans om hier verder te studeren als je eerst vooraf duidelijk omschreven prestaties hebt geleverd. Maar nu dit: er moet minder selectie komen. Ik bedoel: minder vaak. N u selecteren we, van brugklas tot bul, bijna permanent - als neveneffect van het onderwijssysteem. Dat is slecht. Je moet een beperkt aantal selectiemomenten afspreken, en daar moet je het goed doen. Voor het hoger onderwijs is de propaedeuse het aangewezen m o ment. D a t moet beter worden uitgewerkt."
PUcht D e Moor: "Ook naar mijn mening moet je alleen in de propaedeuse selecteren. Daarna zou je moeten zeggen: geen selectie meer. Tegenover degenen die daar doorheen komen, heb je dan op z'n minst de morele plicht te zorgen dat ze het halen. Ik ben voorstander van die contract-gedachte." Brouwer: "Ja, die verplichting moet je durven aangaan. Als iemand toch dreigt te zakken, moet je als opleiding wellicht een extra inspanning plegen. D e ongeschikten moeten er immers al bij de propaedeuse uitgezeefd zijn." Renique: "Ik ben het daar mee eens. D e bekostigmg moet daar ook op toegesneden worden. De overheid moet
Drs A.J.E.G. Renique: in Nijmegen geschoold als wis- en natuurkundige. Is sinds 1 9 8 6 onderwijsspecialist van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen. Pleit in die functie sinds jaar en dag voor betere aansluiting van het hoger onderwijs op de arbeidsmarkt.
alleen betalen voor het aantal eerstejaars en voor geslaagden bij het einddiploma. Dat prikkelt instellingen om te voorkomen dat er nog mensen in latere studiejaren onverrichterzake weg moeten." Brouwer: "Zo steun je het onderwijscontract. En je krijgt ook mmder vrijblijvende discussie over studeerbaarheid. Maar tegelijk moet je ook zorgen voor bewaking van het eindniveau." Het Havo- of vwo-diploma is toegangsbewijs voor de propaedeuse. Nu zijn er bekende uitzonderingen: de HBO-kunstsector heeft wèl extra selectie aan de poort, omdat de middelbare school niet op artistieke gaven selecteert. Kan voor andere studies niet iets dergelijks gelden? De scholen voor de journalistiek kenden vroeger een motivatiegesprek. Nu moeten ze loten. Renique: "Bij studies met capaciteitsproblemen zou ik wel ingangsselectie willen. Want dat loten vinden wij een achterlijk systeem. Je zou graag voor de studie relevante criteria gebruiken om de schaarse plaatsen op te vullen." D e Moor: "Ik heb moeite met motivatietests. Het 'meten' van motivatie is in hoge mate subjectief. Je moet mensen niet afhankelijk maken van andermans oordeel daarover. Een eindexamencijfer is tenminste objectief - al is de voorspellende waarde beperkt." Brouwer: "Ik word nog liever afgewezen omdat iemand de pik op me heeft dan door het domme lot. Je moet je lot zelf kunnen beïnvloeden. Maar goed: motivatiegesprekken zijn heel link. D a n liever eindexamencijfers." Renique: "Ik kan me daarnaast ook voorstellen dat je voor toelating speciale opdrachten geeft. Laat mensen een test doen op het gebied van de gekozen studie." Voor wie niet geschikt blijkt, betekent weggeselecteerd worden na de propaedeuse kostbaar tijdverlies. Zijn er geen mogelijk-
'Bij studies met capaciteitsproblemen zou ik wel ingangsselectie willen. Want dat loten vinden wij een achterlijk systeem'
heden om studenten in een eerder stadium tot een betere studiekeus te bewegen? Engelsman: "Selectie in de propaedeuse zou inderdaad het sluitstuk moeten zijn van een goede voorlichtmg en verwijzing." Brouwer: "Ik vrees dat voorlichting weinig helpt. Uit de ervaring met de legioenen 'omzwaaiers' blijkt dat het meemaken van de propaedeuse wezenlijk anders werkt dan voorlichting." D e Moor: "Een vrijblijvende 'instaptoets' zoals bij rechten in Utrecht kan een middel zijn. Je krijgt daar een realistische indruk of je het wel of niet aankan. Volgens Amsterdamse onderwijskundigen is de 'verwachte slaagkans' die de student zelf inschat het beste selectiemiddel." Brouwer: " T o c h laten smdenten zich niet snel ontmoedigen. Onze hogeschool praat daarom met de Nijmeegse imiversiteit over een snelle overstapmogelijkheid, na enkele maanden propaedeuse. D e universiteit loopt in die fase al vaak tegen studenten aan die beter naar het hbo kunnen. Er zitten alleen nog wat haken en ogen aan. Er moet iets veranderen aan de bekostiging, zodat het geld de student bij zijn overstap volgt. Ook moet er oog zijn voor de financiële gevolgen van dit alles voor de universiteiten."
Massa Engelsman: "Als je de juiste student op de juiste plaats wilt, zie ik een groot probleem. Voor velen is er geen juiste plaats. Veel opleidingen zijn vlees noch vis geworden. Hoog gemotiveerde studenten zitten daar in één collegezaal met een massa mensen die aUeen maar zo'n vak doen als opstapje naar een of andere beroepsgerichte 'kopstudie'. Dat loopt elkaar voor de voeten. Je zou vanaf het begin duidelijker moeten differentiëren. Vooraf zou je moeten vragen: kom je om je als wetenschapper te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's