Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 343

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 343

9 minuten leestijd

PERSONEELSKATERN

AD VALVAS 9 FEBRUARI 1 9 9 5

PAGINA 1 1

.Arbo-gevoel moet nog groeien v u wat Arbeidsomstandigheden-beleid betreft zeker niet roomser dan de paus De arbeidsomstandigheden aan de vu zijn goed, maar ze kunnen beter. Voorlopig bewandelt de universiteit echter de voorzichtige weg: er moet eerst maar eens een 'arbo-gevoel' ontstaan. "Het ziekteverzuim aan de VXJ is traditioneel al laag en het is vorig jaar nog wat gedaald: van 4,5 naar 3,8 procent. Ik denk dat je daaruit kunt concluderen dat de arbeidsomstandigheden hier gemiddeld goed zijn." M. van Til, hoofd van de bedrijfsgezondheidsdienst

(BGD),

maakt zich niet al te veel zorgen over de arbeidsomstandigheden aan de universiteit: "Ik maak nooit situaties mee waarin ik als arts moet zeggen: zo kan het niet langer."

Zijn mening wordt breed gedeeld onder de mensen die er aan de vu verstand van hebben. "Universitair personeel verkeert zelden in direct levensgevaar, zullen we maar zeggen. In vergelijking met bijvoorbeeld de bestrijdingsmiddelenindustrie valt het allemaal reuze mee", aldus W. van Alphen. Hij is hoofd van de dienst veiligheid en milieu (DVM) en voorzitter van de arbo-werkgroep, een commissie waarin de veiligheids- en de medische dienst samen met de dienst personeelszaken het arbeidsomstandighedenbeleid gestalte geven. Dat gezegd hebbend, verzekert hij, en I Van Til met hem, dat 'goed' niet hetj zelfde is als 'volmaakt' en dat er nog best wat te verbeteren valt aan de arbeidsomstandigheden. Van Alphen: "In de laboratoria van de bèta-faculteiten gebeuren soms dingen die redelijk link zijn: mensen werkan bijvoorbeeld met onveilige zuurkasten." Er is daarom beleid nodig. Dat beleid moet er ook wel zijn, want smds 1991 is de - vorig jaar flink aangescherpte - arbeidsomstandighedenwet op het (hoger) onderwijs van toepassing. Deze arbowet heeft de vtJ allerlei verplichtingen opgelegd, variërend van het houden van risico-inventarisaties het doorlichten van de universitaire arbeidsomstandigheden - tot het voeren van een goed ziekteverzuimbeleid. Door de nieuwe verplichtingen is er de laatste jaren behoorlijk wat veranderd in het arbo-beleid. De vu is druk bezig met de risico-inventarisaties, organiseert cursussen verzuimbegeleiding voor lei-

dinggevenden en heeft projecten opgezet voor bijvoorbeeld het bestrijden van geluidsoverlast. Gezien de toch al behoorlijke arbeidsomstandigheden is het de vraag of al deze nieuwe plichten wel zo nuttig zijn. J. Ham, hoofd personeelsbeleid, personeelsbudget en arbeidsvoorwaarden (PPA) bij de dienst personeelszaken en lid van de arbo-werkgroep, heeft daar zo zijn twijfels over. "ik vind de arbo-wet op sommige punten overregulering. Risico-inventarisaties zijn omvangrijke operaties - je moet alles doorlichten terwijl er doorgaans niet veel nieuws uitkomt. Zo kun je bijvoorbeeld faculteiten een aversie tegen het onderwerp bezorgen: ze hebben veel werk met weinig concreet resultaat."

Zuurkasten D.J. Coehoom, voorzitter van de commissie veiligheid, gezondheid en welzijn van de ondernemingsraad (OR), vindt de wet daarentegen uitstekend: "Het doel van de wet is vooral om in de organisatie en onder werknemers meer aandacht te creëren voor arbeidsomstandigheden, om zo de kwaliteit van het werk te verbeteren. In een gezondere omgeving werk je beter. Bijvoorbeeld risico-inventarisaties zorgen voor die aandacht. Mensen worden met hun neus op de feiten gedrukt. Daardoor ontstaat een gevoel dat arbeidsomstandigheden belangrijk zijn." Dit 'arbo-gevoel' is in de universiteit nog niet alom aanwezig, zo stellen alle vier de betrokkenen vast: noch bij de universiteit, noch bij werknemers. Het beleid van de universiteit, onder meer vervat in het onlangs verschenen arboen milieujaarplan 1995, wil het met kleine stapjes versterken: voortgaan op de ingeslagen weg, maar rustig aan. De inventarisaties gaan door, er zal meer voorlichting worden gegeven, de zuurkasten krijgen een opknapbeurt. Bovendien gaan de betrokken diensten op zoek naar de meest geëigende vorm van samenwerking in de toekomst. Coehoom vindt die aanpak wat mager. "De wet dwingt ons om er in een op zich goed arbobeleid een schepje bovenop te doen. Je hoeft niet roomser dan de paus

In de laboratoria van de bèta's is het soms gevaarlijk werken te zijn, maar het college en personeelszaken zijn wel heel terughoudend. Dat lijkt mij geen goed voorbeeld. Als de universitaire leiding zegt: rustig aan, dan pikken de faculteiten en het personeel het ook niet op." De DVM en de BGD vinden ook dat er wat meer druk op de ketel mag. Van Til: "De nieuwe wet heeft wel voor een cultuuromslag gezorgd, maar ik kan niet zeggen dat de arbeidsomstandigheden nu in alle lagen van het management een hoge prioriteit hebben."

niet geoormerkt; vandaar dat faculteiten en diensten het wel eens aan andere zaken dan de arbeidsomstandigheden uitgeven." Ham kan zich wel in de voorzichtige benadering vinden: "Je moet oppassen dat je je doel niet voorbij schiet. Als je als organisatie de hele tijd langs komt met checklisten en allerlei projecten, is het gevolg alleen maar dat ze arbo lastig gaan vinden. Dan krijgt het beleid geen draagvlak en stelt het weinig voor." Hetzelfde geldt voor het versterken van het arbo-gevoel onder werknemers, Budget zo vindt hij: eerst draagvlak, dan maatVan Alphen formuleert het wat cy- regelen. Niemand ontkent dat ook nisch: "Slechte zuurkasten zijn niet werknemers nog wel wat meer aandacht slecht voor het rendement van de vu. voor arbeidsomstandigheden zouden Het is misschien wel ongezond, maar mogen hebben. Mensen houden zich dat toont zich niet direct in het ziekte- niet aan het rookverbod, gooien koffie in verzuim. De neiging is daarom soms: de planten - gevolg: slechte lucht - en acute problemen lossen we op, minder ruimen niet op. Coehoom kan zich daar acute niet of pas op lange termijn." Hij flink aan ergeren: "Misschien werken mist ook een duidelijk budget voor hier mondige professionals, ze gedragen arbo-beleid: "Er is wel geld, maar dat zit zich soms als kinderen." verstopt in de normale begroting. Het is Het management mag daar best hard

AVC/VU

tegen optreden. Coehoom: "Laat het college zorgen dat mensen zich aan de huisregels houden." Ham ziet dat een slag anders. "Je moet niet te veel heil verwachten van regels. Als die~niet werkbaar zijn, houden mensen zich er toch niet aan. Het gaat om het bewustzijn. Ik zie daarin een keer ten goede. Mensen zeggen er tegenwoordig iets van als ze ontevreden zijn over hun arbeidsomstandigheden. Dat is belangrijker dan regelgevmg op de vierkante millimeter."

^De eenzaamheid van de onderzoeker is het grootste probleem' Een drietal aio's, gevraagd naar een beschrijving van h u n bestaan, laat echter weten dat ze het best naar hun zin hebben. "Het is doorwerken, maar ik heb daar geen moeite mee. Ik schat dat ik in zo'n zestig uur in de week bezig ben. Je moet je flink inlezen. Bovendien moeten we hier alles in het Engels schrijven, dat kost ook tijd", zegt André Krouwel (30), sinds 1992 aio bij politicologie. Naast zijn werk zit hij voor de PvdA in de deelraad Oud-West in Amsterdam. "Dat kost ook nog zo'n dertig uur per week." Krouwel, afgestudeerd politicoloog en besmurskundige, promoveert op een vergelijkend onderzoek naar het veranderende karakter van politieke partijen: "Ik onderzoek of partijen veranderen in zogenaamde catch-all parties. Dat zijn partijen die zich losmaken van hun traditionele achterban en die hun oude ideologie overboord zetten." Over de werkomstandigheden van het aio-schap heeft hij niks te klagen. "Je hoort veel klachten van mensen; dat ze ruzie hebben met hun promotor bijvoorbeeld. Ik heb geen problemen: mijn begeleiding is goed, het cursusaanbod van de onderzoekschool waar ik in zit, is in orde en niemand doet moeilijk over

''^^^^^^^W^^w^^S^T

Van den Berg, historicus en politicoloog, promoveert op een onderzoek naar stromingen in de ARP tussen 1956 en 1970. "De ARP is in die periode veranderd van een conservatief bolwerk in een partij die ook een duidelijke linkse stroming had. Ik kijk naar de denkbeelden van de verschillende stromingen en de onderlinge strijd die ze gevoerd hebben."

Gezelligheid

het vergoeden van de kosten van con- stellen, en degenen die ze aannemen gresbezoek. Het wordt wel lastig om meer tijd geven." mijn proefschrift uit te geven. Dat kost Jan-Jaap van den Berg (26), vanaf zo tussen de zes- en twaalfduizend gul- 1993 aio bij de vakgroep geschiedenis den. Daar moet ik een lening voor af- van Letteren, heeft zelfs nog minder dan sluiten." vier jaar voor zijn promotie: hij volgde Krouwel stelt niettemin vast dat de iemand op die na negen maanden veraio-constructie toch niet optimaal is. trok, en die periode werd van zijn jaren "Vier jaar is eigenlijk te kort voor een afgetrokken. "Het is niet ideaal; ik ben proefschrift: in een dergelijke tijdspanne er mee akkoord gegaan omdat er nu kun je eigenlijk niet meer do^n dan een eenmaal voor historici weinig werk is. Ik veredeld standaard-onderzoek. Volgens zie wel of ik aan het eind in tijdnood mij zouden ze minder aio's aan moeten kom."

Hij besteedt zo'n veertig uur per week aan zijn werk: "Dat is een gemiddelde. Soms doe ik veel meer. Ik vind dat niet erg. Het is een vreselijk cliché, maar het onderzoek is mijn hobby." Hij werkt vooral aan het proefschrift zelf. "Ik ga wel eens naar bijeenkomsten, maar meer voor de gezelligheid. Cursussen volg ik niet: ik weet wel hoe ik historisch onderzoek moet doen." Over de begeleiding is hij wel te spreken. "Deze vakgroep is kleinschalig; ik zit bij mijn begeleider op de kamer en de promotor zit ook vlak in de buurt. Het blijft echter een eenzame bezigheid, promoveren: je gaat vreselijk de diepte in. Begeleiders kunnen je daar nauwelijks bij helpen. Je moet er tegen kurmen." Deze fixatie van promovendi op het eigen onderzoek leidt tot stress, aldus Jacqueline Cloos (32), sinds 1991 aio bij de vakgroep keel-, neus- en oorheelkunde van Geneeskunde. "Mensen richten

zich helemaal op hun eigen werk. Ze maken nergens anders meer tijd voor. Daardoor verzuipen ze nogal eens in hun onderzoek. Vaak vallen ze ook in een geweldig gat als het boek eenmaal af is." Cloos promoveert op een onderzoek naar de erfelijke determinanten van hoofd- en halskanker: "Kort gezegd: ik onderzoek hoe het komt dat bijvoorbeeld sommige rokers wel kanker krijgen en andere niet. Zijn daar genetische oorzaken voor?" Ze heeft daarbij niet zo'n last van 'oogkleppen': "Ik werk ongeveer van half negen tot zes. Ik wil ook tijd houden voor andere dingen." Zo is ze bijvoorbeeld lid van het aio-overleg en was ze betrokken bij de onlangs verschenen enquête. Zo somber als die was, zo optimistisch is ze zelf over het aio-bestaan. "Ik zit bij mijn begeleider op de kamer, ik heb veel vrijheid, ik word overal in betrokken; dat is allemaal goed geregeld." Ze voorziet wel tijdsproblemen: "Ik zou wel op tijd klaar kunnen zijn, maar het hoeft niet zo. Ik wil vooral een goed proefschrift schrijven. Als ik daarvoor een paar maanden op wachtgeld moet, dan moet dat maar." , . j

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 343

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's