Ad Valvas 1994-1995 - pagina 159
AD VALVAS 3 NOVEMBER 1994
PAGINA 13
'Strafrechtelijk liggen er beren op de weg' Hoogleraar Naeyé pleit voor parlementaire enquête over IRT Inkijkoperaties, Infiltraties en dubbelspionnen. De politie gebruikt steeds hardere methoden om de georganiseerde criminaliteit zand in de ogen te gooien. Maar hoever mag de politie hierin eigenlijk gaan? In zijn oratie pleit politiejurist J. Naeyé voor een parlementaire enquête over de iRT-affaire. "De politie moet niet uitgroeien tot een algemene veiligheidsdienst." Peter Boerman
"De aanpak van de georganiseerde criminaliteit is in de mode", stelt prof. dr J. Naeyé aan het begin van de oratie, die hij vorige week donderdag uitsprak bij zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar politierecht aan de vu. Grotendeels is dit te danken aan de massale hoeveelheid publiciteit die de iRT-affaire het afgelopen jaar ten deel viel. Maar volgens de hoogleraar is er meer aan de hand. "In de jaren zestig en zeventig was de aandacht nog vooral gericht op de handhaving van de openbare orde; in de jaren zeventig en tachtig kregen gewelddadige vormen van politiek verzet en terrorisme veel publiciteit; in de jaren tachtig stond de bestrijding van verdovende middelen centraal. De georganiseerde criminaliteit vormt het kernthema van de jaren negentig." Hoewel de georganiseerde misdaad in Nederland volgens Naeyé wel eens kleiner zou kunnen zijn dan de media ons doen geloven, wordt het verschijnsel vooral binnen politie en justitie zeer serieus genomen. Er is sprake van een fundamentele omslag, betoogt de strafrechtdeskundige. "De boef-gerichte, crime fighting aanpak van weleer wordt steeds meer gezien als ondergeschikt aan het ontmantelen van criminele organisaties."
Uitgerookt Hij illustreert deze omslag met enkele termen uit de vakliteratuur. "De criminele organisatie moet worden stukgemaakt, kaal geplukt, uitgerookt of getreiterd. Het gaat om zand in de machine." Niet alleen maar boeven vangen dus, maar alle mogelijke manieren aangrijpen om het werk van de georganiseerde criminaliteit, waar het ook maar kan, te dwarsbomen. In de hoop dat ze uiteindeUjk eieren voor hun geld kiezen en een 'bovengronds' bestaan zoeken. Naeyé zelf is voorstander van zo'n integrale aanpak, maar, zo voegt hij er snel aan toe "strafrechtelijk gezien liggen er beren op de weg." De pohtie heeft de laatste jaren haar recherchewerk aan dit nieuwe denken
aangepast", meent Naeyé. De hoogleraar, ruim vijf jaar geleden cum laude gepromoveerd op een onderzoek naar de arrestatiepraktijken van de politie, ziet door die aanpassingen het befaamde rechercheurskoppel verdwijnen. In plaats daarvan komt "een projectorganisatie met multidisciplinaire projectteams en resultaatverantwoordelijkheid", zoals Naeyé het in zijn oratie noemt. Naast die fundamentele omwenteling in de misdaadbestrijding, signaleert de hoogleraar ook ontwikkelingen binnen de rechtspraktijk: "Steeds meer strafrechtelijke handhaving vindt tegenwoordig plaats buiten de rechter om. Ondanks kritiek op deze gang van zaken staat het licht nu toch bijna op groen voor verdere uitbreiding hiervan door de introductie van een afzonderlijke procedure voor bekennende verdachten."
Miljonair Strafvermindering voor 'de calculerende verdachte' levert, volgens Naeyé, grote risico's op. "De verdachte die zich als eerste als getuige meldt of die het eerst gepakt wordt, heeft de sterkste troefkaart in handen. Of de politie en justitie nu willen of niet, zij zullen ook moeten calculeren. Dat kan kwalijke gevolgen hebben: integriteitsverlies en afkalving van het maatschappelijk draagvlak dat nodig is voor een effectieve handhaving." De risico's die aan een dergelijke ontwikkeling kleven, kunnen tamelijk vergaande consequenties hebben. "Kunt u zich dit filmscript voorstellen", vraagt de hoogleraar zich beeldend af: "Een topcrimineel met een uitstekende informatiepositie wordt tegen een vorstelijke betaling ingezet als criminele burger-infiltrant in, naar wat later blijkt, zijn eigen criminele organisatie. Zijn tips blijken steeds betrouwbaar en zijn concurrenten hebben het nakijken. Bij interne problemen vormt de politie zijn protectie en knokploeg." "Als zijn organisatie na enkele jaren alsnog wordt opgerold, treedt de topcrimineel op als 'anonieme bedreigde kroongetuige' in de zaak tegen zijn
Prof .dr J. Naeyé: 'Het gaat erom dat de politie en justitie niet langer doormodderen'
maten. Met de afspraak dat hij gebruik mag maken van de bijzondere procedure voor de bekennende verdachte, krijgt hij vervolgens een lage straf. En dan, aan het slot van de film, zien we de topcrimineel samen met zijn gezin, voorzien van een door de Nederlandse overheid verzorgde nieuwe identiteit, als miljonair opgaan in de toeristenstroom op een ver en warm eiland. De valse identiteit geeft hem de ruimte om zonder strafblad zijn oude leven weer op te pakken." Naeyé, die dit script met een zekere mate van ironie voordraagt, is bezorgd over dergelijke ontwikkelingen. "Het is inmiddels op een wapenwedloop gaan lijken. De gefortuneerde criminelen gaan nu ook investeren in een steeds betere verdediging. Zij apen de politie na door een optimale informatiepositie op te bouwen. Zij exploiteren observatieteams, laten illegale telefoontaps plaatsen en plegen inkijkinbraken om gegevens en persoonlijke bezittingen te stelen waarmee zij dreigen, chanteren en op de man spelen." In de oratie, die de titel Het politieel vooronderzoek in strafzaken; over sturing en toetsing van pro-actief politiewerk meekreeg, pleit Naeyé voor een parlementaire enquête naar de omstreden opspo-
ringsmethoden van politie en justitie. Hij volgt daarmee het advies van de commissie Van Traa. "Een gezonde greep op het geheimzinnige politiewerk hoort bij het karakter van onze rechtsstaat. Dat zo'n onderzoek ook zal stuiten op organisatorische 'pijnplekken', zal nog de nodige commotie geven, maar dat verheldert het beeld alleen maar en kan ook louterend werken. Het argument dat zo'n enquête de misdaad in de kaart speelt, mag in ieder geval geen beletsel zijn." "De toelaatbaarheid van bijzondere opsporingsmethoden behoort in een publiek debat door de wetgever te worden vastgesteld. Hoe een opsporingsmethode in een concreet geval wordt toegepast, mag in dit debat best geheim blijven."
Doormodderen De hoogleraar breekt een lans voor een wettelijke regeling van de omstreden politiemethoden. "Het gaat erom dat politie en justitie niet langer doormodderen in de praktijk. Infiltratie, systematische observatie en inkijkoperaties maken inbreuk op rechten en vrijheden van burgers en lopen niet meer in de pas met de vereisten die het Europees verdrag van de rechten van de mens en
Nico Boink - AVCAU
de grondwet daaraan stellen." De instelling van een landelijke toetsingscommissie voor omstreden opsporingsmethoden, zoals aangekondigd in de justitiebegroting, zal volgens Naeyé de regie van het Openbaar Ministerie over de politie weliswaar verbeteren, "maar dat mag niet betekenen dat de wetgever stil blijft zitten. Ik pleit voor opname van een nieuw hoofdstuk 'politieel vooronderzoek' in het wetboek van strafvordering." Daarmee snijdt Naeyé voor het openbaar bestuur de mogelijkheid af om direct greep te krijgen op het geheime politiewerk. "De STASI-slogan 'Veiligheid gaat voor recht' draai ik liever om: 'Recht gaat voor veiligheid.' Onze 'mannen en vrouwen in het blauw' verdienen bescherming tegen al te veel invloed van het openbaar bestuur dat op basis van een integraal veiligheidsbeleid misschien in de verleiding mocht komen de politie in de rol van een algemene veiligheidsdienst te dringen", besluit hij. "De politie is geen binnenlandse veiligheidsdienst."
Turkse studenten VU verenigen zich Coen van Basten
De vu is sinds 28 oktober een vereniging rijker. Op die dag werd een studentenvereniging opgericht voor Turkse studenten aan de vu. H e t doei is Turkse aankomende studenten en eerstejaars te helpen en informeren over het reilen en zeilen aan de universiteit. Initiatiefnemer en voorzitter van 'Turquaz', de voorlopige naam van de studentenvereniging, is Hakan Senel (19), eerstejaars poüticologie. Hij is in Nederland geboren. Op vijfjarige leeftijd verhuisde hij naar Turkije. Na de middelbare school studeerde hij een maand landbouwkunde aan de universiteit van Istanbul. Vervolgens keerde hij, op aanraden van zijn in Nederland studerende zus, terug naar het land aan de Noordzee om een taalcursus aan de Technische Universiteit van Delft te doen. Deze cursus stelde niet zoveel voor, vond hij. Daarom besloot hij naar de Vereniging van Anderstaligen aan de vu (Vasvu) te gaan. "Hier leerde ik de taal goed beheersen." Omdat hij zelf een aantal moeilijkheden ondervond voordat hij daadwerkelijk kon gaan studeren, kwam hij op het idee een club op te richten. "Met de vereniging willen we één grote familie
zijn", vertelt hij. "Als volgend jaar nieuwe Turkse studenten op de vu komen studeren, staan wij voor hen klaar. We lichten hen voor, verstrekken informatie over de universiteit en de studie. Want anders zijn ze tot december bezig zichzelf te oriënteren."
Hakan Senel: 'Met de vereniging willen we één grote familie
zijn'
NICO Boink - AVC/VU
Dat Turkse studenten soms wat langer nodig hebben om te aarden in de universiteit "komt omdat ze vaak niets van de universitaire wereld afweten", verklaart Senel. "Htm ouders zijn in de jaren zestig hierheen gekomen. Zij hebben zelf nooit gestudeerd, dus kunnen
ze hun kinderen niets daarover vertellen." Ook wil Senel naast eerstejaars, aankomend studenten helpen door middel van een 'broer-zusterproject': "De vereniging gaat Turkse vwo-leerlingen begeleiden tijdens de laatste zes maanden
op school. We helpen ze als ze studieproblemen hebben en bereiden hen voor op het universitaire onderwijs. Leerlingen die hulp willen, roepen we op via de migrantentelevisie." De leden van de Turkse vereniging Senel schat dat het er ongeveer veertig zullen zijn (er studeren ruim honderd Turkse studenten aan de vu) - zullen de eerstejaars voorstellen aan studiegenoten. Zodat de nieuwelingen al wat contacten hebben met andere (nietTurkse) studenten. "Dat is belangrijk voor de integratie, want we willen ons niet voor Nederlandse studenten afsluiten", verklaart Senel. Hij vindt dat Turkse studenten op de vu het in vergelijking met Turkse studenten op andere universiteiten goed hebben. "Er is geen discriminatie. En de sfeer is prima." Wel vindt hij dat de vu op billboards, posters en in folders van de universiteit, een verwijzing in de Turkse taal zou kunnen aanbrengen. "Een herkenningspunt. Bijvoorbeeld een zin of een woord. Zodat Turken, die toch de grootste groep allochtonen in Nederland vormen - er zijn zo'n tweehonderdvijfrigduizend Turken in Nederland -, weten waar ze voor wat terecht kunnen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994
Ad Valvas | 638 Pagina's