Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 361

10 minuten leestijd

AD VALVAS 16 FEBRUARI 1995

PAGINA 9

' l l % I C ? r WW I J d V m WW C l l l Is^?! d liat zien wanneer studenten sneller slagen

Rechtenstudie weinig praktijkgericht Monitorsysteem, legt sterke en zwakke punten bloot Peter Boerman De rechtenstudie is te weinig praktijkgericht, meent een aanzienlijk deel van de aan de v u afgestudeerde juristen. D e huidige rechtenstudenten doen er verstandig aan om buiten de studie activiteiten te ontplooien en een stage te" lopen, menen zij. D a t vergroot de kans op een baan.

[ I

In 1993 deed het onderwijs adviesbureau (OAB) van de vu een aanvraag voor subsidie uit het onderwijskwaliteitsfonds. Het OAB, altijd bezig met het zoeken van manieren om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, wilde een zogenaamd monitorsysteem ontwikkelen, waarmee feedback verkregen kon worden van afgestudeerden. Als afgesmdeerden precies kunnen aangeven wat ze gemist of juist gewaardeerd hebben in hun opleiding, is dat nuttige informatie voor het bijstellen of herinrichten van die opleidingen. Het onderwijs adviesbureau had geluk. Niet alleen werd de aanvraag uit het onderwijskwaliteitsfonds - een halve baan voor anderhalf jaar - volledig gehonoreerd, ook het moment van onderzoek viel gunstig uit. Midden '94, toen het onderzoek van start ging, begon namelijk ook precies het centrale alumnibeleid van de vu en verscheen als gevolg daarvan het eerste nummer van Revue, het alumniblad van de universiteit. Een mooiere gelegenheid om een vragenlijst te versturen was voor het OAB nauwelijks denkbaar. Hoewel het monitorsysteem nadrukkelijk bedoeld is voor alle faculteiten, benaderde het OAB bij wijze van tty-out in eerste instantie alleen de afgestudeerden van de rechtenfaculteit. Rechten had al eerder laten weten geïnteresseerd te zijn in informatie over de werkplekken waar afgestudeerden terechtkomen, welke factoren van belang zijn bij de verwerving van de eerste baan en wat de sterke en zwakke punten in de opleiding zijn voor wat betreft de voorbereiding op de arbeidsmarkt. Bij Rechten was van bijna vier van de tien afgestudeerden naam en adres bekend. Veertig procent hiervan stuurde de vragenlijst die ze van het OAB in de bus kreeg terug; in totaal ongeveer vijftien procent van alle naoorlogse afgestudeerden.

Salaris Uit de teruggestuurde enquêteformulieren blijkt dat met een rechtenstudie nog altijd een heel aardig belegde boterham in het verschiet ligt. Van de juristen die meer dan twintig jaar geleden de faculteit met succes verlieten, verdient nu meer dan tachtig procent een salaris

van boven de 120.000 gulden per jaar. Bijna de helft van die groep verdient zelfs meer dan 160.000 gulden. Deze riante salarissen komen overigens pas na ruime tijd: van de groep die minder dan tien jaar geleden de vu heeft verlaten, zit nog meer dan zestig procent onder de tachtig duizend gulden bruto. De studieduur blijkt de laatste twintig jaar bij Rechten nauwelijks veranderd. De gemiddelde student doet er nu 5,8 jaar over alvorens hij zich meester mag noemen, net zoveel jaar als vóór de twee-fasenstructuur. Wel is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de redenen waarom voor de vu gekozen wordt. Van de juristen die meer dan twintig jaar geleden afstudeerden, koos bijna zestig procent deze universiteit vanwege haar geloofsrichting. De laatste vijfjaar is dat nog maar zo'n acht procent. De gunstige ligging is nu voor veel studenten doorslaggevend. Toch is men ook over de studie tamelijk tevreden. Meer dan zestig procent - bij de laatste lichting zelfs meer dan driekwart - van de juristen zegt, wanneer ze opnieuw voor de keuze zouden staan, dezelfde studie te kiezen aan dezelfde universiteit. Onder de oudere garde komen relatief wat meer personen voor die achteraf niet tevreden zijn met de destijds gemaakte keuze. Het werkloosheidspercentage onder vu-juristen wijkt overigens niet af van het landelijk percentage: bijna drie procent. Vooral de laatste lichting afgestudeerden kent nog een hoge werkloosheid, maar later wordt dit snel minder. Belangrijkste aanbeveling die uit het onderzoek van het OAB en de juridische faculteit naar voren komt, is dat de training van mondelinge en schriftelijke vaardigheden meer aandacht zou moeten krijgen. Volgens de afgestudeerden kunnen de huidige rechtenstudenten 'het beste activiteiten buiten de studie ontplooien en een stage lopen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Alleen een diploma, zonder cv-building, achten zij niet meer genoeg voor een snelle start. Ook in de stages zou het een en ander kunnen veranderen, menen de ex-studenten. Het meest genoemde minpunt van de opleiding is het gebrek aan praktijkgerichtheid. Het niveau van de opleiding is tamelijk goed, zo luidt het algemeen aanvaarde oordeel, maar er mag meer aandacht komen voor de beroepspraktijk; een klacht die wel vaker te horen is in kringen van in de praktijk werkzame ex-studenten. Velen blijken het raar te vinden dat je tijdens je studie niet precies dezelfde dingen doet, als later in je werk.

Computer ondersteunt eerstejaars biologie Eerstejaars studenten biologie kuimen zichzelf beter overhoren dankzij het in september ingevoerde computer ondersteunend onderwijs (coo). Door over te schakelen van MS-DOS naar Macintosh, een stap die mede door het onderwijskwaliteitsfonds van de vu financieel mogelijk werd gemaakt, kon het computer ondersteund onderwijs voor de eerstejaars op grote schaal worden ingevoerd. Er werden veertig nieuwe computers aangeschaft voor het coo-project. Gedurende de eerste elf weken van het laar konden de 180 eerstejaars tijdens het nieuwe introductieblok 'inleiding in de biologie' op een speciaal computerprogramma per hoofdstuk hun kennis toetsen. De computer biedt de studenten 'zelf-diagnostische toetsen' aan. Bovendien kunnen docenten in deze programma's extra oefeningen inlassen en accenten leggen die nuttig zijn als

voorbereiding op een tentamen. "Het coo is een soort overhoormethode", legt dr M. de Jong, onderwijsmanager van de biologiefaculteit uit. "De student hoort, bekijkt en ziet de leerstof van een andere kant. En krijgt vervolgens op de computer/«erfèac^: uitleg waarom een antwoord fout is en hoe het juiste antwoord luidt. Dat is dus een extra leerfase." "Met het coo probeer je studenten een regelmatig studiegedrag aan te leren", meent De Jong. "Ze leren eigen verantwoordelijkheid te dragen om de stof te verwerken en regelmatig te studeren." Aan het COO is een studentvolgsysteem gekoppeld, zodat docenten tijdig kunnen zien bij welke vragen de problemen liggen. "Hierdoor maken studenten meer kans van slagen voor een tentamen." (CvB)

Hoe beter het onderwijs, des te meer kans om te slagen

Sidney Vervuurt - AVC/VU

Eerstejaars willen schoolse aanpak Bewegingswetenschappen onderzoekt studiesucces in propaedeuse Peter Boerman Wie op het vwo aardig mee kon komen en op zijn eindexamen een goede score voor wiskunde-B haalde, heeft een goede kans ook bij bewegingswetenschappen te slagen. De faculteit kan de rendementen verhogen door de eerstejaars te helpen zijn of haar tijd in te delen. D a t zijn de meest opmerkehjke uitkomsten van een onderzoek naar de redenen van studiesucces dat Bewegingswetenschappen, deels gefinancierd met geld uit het onderwijskwaliteitsfonds, vorig jaar uitvoerde. Het propaedeuserendement bij Bewegingswetenschappen was de laatste jaren sterk aan het dalen. Haalde tien jaar geleden nog zo'n driekwart van de eerstejaars op tijd het propaedeuse, sinds 1990 kwam het rendement nauwelijks boven de veertig procent uit. Reden voor de faculteit om te onderzoeken welke factoren het studiesucces bepalen. Waarom haalt de ene eerstejaars het propaedeusejaar wel en de andere niet? En wat kan je als faculteit daaraan veranderen? Omdat Bewegingswetenschappen dacht dat de resultaten van dit onderzoek ook voor andere faculteiten intere'ssant zou kurmen zijn, deed zij in begin '93 een aanvraag voor een bijdrage uit het onderwijskwaliteitsfonds (OKF). De faculteit wilde een jaar lang iemand voor een volledige werkweek aanstellen die door middel van persoonlijke gesprekken de redenen voor studiesucces, studievertraging en studiestaken zou achterhalen. ledere student die aan het onderzoek deelnam zou bovendien, zo vond de faculteit, net als andere proe^ersonen een vergoeding van ƒ12,50 per uur moeten krijgen. Dit vond het OKF toch net iets te veel van het goede. De commissie die de aanvragen beoordeelde, kende maar een kwart toe van de gevraagde

voltijds personele vergoeding. De faculteit besloot daarop het uit het OKF uitgekeerde bedrag zelf aan te vullen. Zodoende kon in mei '93 drs A.F. Staarman beginnen aan haar taak. Vier maal legde ze gedurende het studiejaar '93/'94 alle eerstejaars via de computer een vragenlijst voor, waarin een breed scala aan mogelijk verklarende factoren aan bod kwam. Vorige maand verscheen het rapport van haar bevindingen. De resultaten noemt ze "al met al behoorlijk verrassend".

Wandelgangen "hl de wandelgangen werd vaak gezegd dat het lage rendement te wijten zou zijn aan het hoge aantal parkeerstudenten hier. Ongeveer eenderde van al onze eerstejaars heeft bewegingswetenschappen gekozen omdat ze uitgeloot zijn bij geneeskunde", legt Staarman uit. "Maar het blijkt dat parkeerders het niet slechter doen dan andere studenten. Parkeerders stoppen wel vaker met hun studie dan andere studenten, bijvoorbeeld omdat ze een jaar later ingeloot worden. Maar er zijn er desondanks veel die toch doorgaan met de studie, omdat ze het zo leuk vinden. Ik kan me trouwens best voorstellen dat je, als je je propaedeuse bewegingswetenschappen gehaald hebt, geen zin hebt om weer opnieuw te begiimen bij Geneeskunde." Meest opvallende conclusie van het onderzoek is dat vooral buitenfacultaire factoren een grote invloed op studiesucces hebben. "Het blijkt dat je vworesultaten het meest bepalend zijn voor succes in de propaedeuse. Als je op de middelbare school al tot de beteren behoorde en een voldoende voor wiskunde-B op je eindlijst had, heb je op de universiteit meer kans van slagen." Nadeel van dit onderzoeksresultaat is dat de faculteit zelf weinig veranderen kan aan het lage propaedeuserendement. "Alleen in je voorlichting heb je er wat aan", meent de bij scw afgestudeerde Staarman. "Het blijkt dat het eerste jaar bij Bewegingswetenschappen vrij

technisch wordt bevonden. Het begint zwaar met wiskunde en pas later komen de 'leukere' vakken. Op zich wordt dat ook wel gezegd in de voorlichting. Maar ja, mensen halen daar toch altijd wat ze willen horen en vergeten wat ze niet kunnen." De opsteller van het rapport acht het daarom niet onverstandig als de faculteit een voldoende voor wiskunde-B verplicht stelt voor toelating. "Een tweede factor die bepalend is voor het studiesucces is het time-managemenf', concludeert Staarman. "Voor veel eerstejaars is de overstap van vwo naar universiteit toch nog steeds erg groot. De studenten hebben moeite met het indelen van hun tijd omdat tentamens nog ver weg zijn en de studenten niet meer iedere week op hun huiswerk worden gecontroleerd. Dat is iets waar je als faculteit voor een deel wel in kan sturen, denk ik." Bij de economische faculteit in Groningen gebeurt dit al, weet de onderzoekster. "Eerstejaars beginnen daar heel strak, met een uitgewerkte weekplanning; meer het middelbare schoolidee. Langzaam wordt dat afgebouwd naar de meer academische vrijheid. Voor veel begirmende studenten een ideale start." Ondanks dat uit het onderzoek blijkt dat de faculteit zelf maar weinig instrumenten heeft om de propaedeuserendementen op te krikken, acht Staarman haar werk niet zinloos geweest. "Wij vragen ons af of mentorgroepen en dergelijke zoveel helpen om de rendementen te verbeteren. Als blijkt dat de vworesultaten doorslaggevend zijn, rest je eigenlijk geen andere conclusie dan zoiets als 'selectie aan de poort'. Binnen het onderwijs kunnen aanknopingspunten ter bevordering van het studiesucces bijvoorbeeld gevonden worden in de samenstelling van het rooster."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's