Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 203

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 203

10 minuten leestijd

AO VALVAS 24 NOVEMBER 1994

PAGINA 5

Hoe komt vader goedkoop van zijn dochters af? Intrede in klooster was dè manier om bezit bij elkaar te houden In de late Middeleeuwen belandden veel dochters van adel in een klooster. Waren zij bang voor de boze mannenwereld en vluchtten zij in het religieuze leven? Nee, zegt historica Esther Koch in haar proefschrift. Hun vaders brachten hen naar het klooster uit angst voor hoge bruidsschatten en versnipperde landgoederen.

ningen en kregen elke twee jaar een aantal maanden verlof om h u n familie te bezoeken. De vrouwen waren vaak erg jong ten tijde van de intrede. Soms brachten ouders tweejarigen al naar een stift. Bij de kloosters lag de minimum leeftijd bij intrede rond de zes jaar. D e kloosters en stiften stonden allemaal in de buurt van het ouderlijke landgoed, zodat de meisjes bij wijze van spreken hun voormalig thuis konden zien. "Van 216 nonnen heb ik de gezinnen, waaruit zij kwamen, kunnen achterhalen", vertelt Koch. " D e exacte grootte van die gezinnen heb ik niet kunnen vinden, maar er waren gemiddeld tenminste vijf kinderen. Zestig procent van de kinderen destijds was meisje. En daarvan trad weer zestig procent in. Dat is nogal wat." "De in de literatuur gesuggereerde maatschappelijke argumenten voor intrede kun je wantrouwen als je je bedenkt hoe jong die kinderen waren toen zij htin religieuze leven begonnen. In hoeverre is dan bijvoorbeeld al duidelijk dat er sprake is van leidinggevende talenten en aspiraties? En bovendien, elk klooster of stift heeft maar één abdis nodig. D u s dat argument is niet zo sterk. Ook is het zo dat vrouwen zich wel degelijk intellectueel konden vormen buiten de kloosters en stiften. D a t blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat zij in de Middeleeuwen de belangrijkste opdrachtgevers waren tot het schrijven van literatuur."

Llesbetli Klumper In de Beatrijs, een Middeleeuwse Maria-legende, verlaat de adellijke hoofdpersoon haar vrouwenconvent om met haar geliefde-van-jaren van het leven te genieten. Veertien jaar later keert zij gedesillusioneerd terug naar het klooster, waar niemand haar afwezigheid heeft opgemerkt. Al die tijd blijkt Maria haar taak als kosteres te hebben overgenomen. De vraag dringt zich op waarom Beatrijs ooit is ingetreden. D e auteur schnjft immers dat zij en haar minnaar elkaar al vanaf h u n twaalfde liefhadden? De histonca Esther Koch, die vorige week promoveerde, heeft de motieven van intrede van adellijke dames in de periode tussen 1200 en 1600 onderzocht. Het is een onderwerp dat Koch al in haar doctoraalfase fascineerde. In 1983 schreef zij er een werkstuk over, al ging het toen nog maar om de populatie van één convent. Ook haar afstudeerscriptie wi)dde zij eraan. Daarin betrok zij voor het eerst de invloed van erfrecht en huwelijksvoorwaarden bij de keus van de adellijke dames, of liever gezegd die van hun vader, broers en ooms. Want de dames bepaalden meestal niet zelf of zij het klooster ingingen. Voor haar dissertatie onderzocht Koch elf conventen die speciaal voor adellijke vrouwen waren ingericht. Daarnaast bekeek zij hoe het erfrecht destijds in elkaar zat. H e t leverde een boek op dat ook voor leken goed leesbaar is. Koch: "In de literatuur wordt een verband gesuggereerd tussen intrede en

Boze m a n n e n Johanna van Rennenberg was in de zestiende eeuw dekanes van liet Jos Stover Idooster in Thorn maatschappelijke situatie. Natuurlijk waren er vrouwen die uit louter religieuze overwegingen besloten in te treden, maar daarnaast was er een aantal andere redenen. D e literatuur meldt ook dat vrouwen voor het klooster kozen omdat zij zich daar konden ontplooien en leidinggevende posities konden veroveren. Bovendien vind je nogal eens terug dat vrouwen door hun intrede de boze mannenwereld probeerden te ontvluchten. Ik wilde de samenhang duidelijk krijgen tussen de maatschappelijke factoren en de kloosterorde. Waarom zijn die vrouwen een religieus leven gaan leiden en niet getrouwd?" Koch dook in oude kloosterarchieven en in rijksarchieven waar de familiegegevens van de oude adellijke geslachten liggen opgeslagen. Zij onderzocht elf

van de veertien vrouwenconventen langs de Maas, in de Betuwe en vlak onder Deventer. D e conventen behoorden tot de orde der norbertijnen en cisterciënzers of waren wereldlijke 'stiften', de minder strenge variant van kloosters. Geen van de conventen functioneert nog als klooster. Uit de archieven leerde Koch de namen kennen van bijna dertienhonderd adellijke vrouwen die de elf kloosters en stiften bewoonden m de periode tussen 1200 en 1600. In de kloosters waren de regels streng: de vrouwen legden de gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af. Bovendien mochten zij het klooster niet verlaten. Vrouwen die intraden in de stiften hadden het wat makkelijker. Zij hoefden de drie geloften niet af te leggen, hadden privéwo-

D e vlucht voor de 'boze mannenwereld', zoals intrede wel werd gezien, is volgens Koch ook geen steekhoudend argument. "In de eerste plaats waren ze te jong om al zoiets als mannenhaat bewust te ervaren. En als die vrouwen ergens te maken hadden met door mannen opgestelde regeltjes, dan was het wel in die kloosters en stiften. Daarom vond ik die educatieve en emancipatorische argumenten onbevredigend." In het erfrecht en de huwelijksvoorwaarden vond de historica een beter aanknopingspunt voor de motivatie tot intrede. Zoals overal verwachtte de schoonfamilie ook in de regio langs Maas en Rijn een behoorlijke bruidsschat van de adellijke meisjes. Die bruidsschat bestond meestal uit geld, maar een kwart tot de helft bracht onroerend goed mee. Daardoor versnipperde het ouderlijk vermogen aanzienlijk. Koch: "Die meisjes trouwden meestal

wanneer de ouders nog leefden. Als voorschot op de erfenis kregen ze dan een bruidsschat mee. Soms in de vorm van geld of juwelen en soms m onroerend goed, maar het betekende hoe dan ook een fragmentatie van het familiekapitaal. Het IS moeilijk te achterhalen of er met verwanten werd getrouwd om versnippering te beperken. En ongetrouwde, wereldlijke vrouwen waren er vrijwel niet. Uit mijn onderzoek blijkt dat minder dan tien procent van de vrouwen nooit trouwde en ook niet intrad. Maar daar zaten de jonggestorven dochters dan ook nog bij. O m het ouderlijk vermogen in stand te houden, moesten dus soms huwelijken worden voorkomen. D e enige mogelijkheid daarvoor was de dochters te laten intreden."

Kosten Het verblijf in stift of klooster bracht uiteraard ook kosten met zich mee. Bij intrede betaalden de ouders twee- tot driehonderd gulden en jaarlijks waren zij gemiddeld zo'n twintig gulden kwijt aan levensonderhoud. Dat liep behoorlijk op, maar omdat het over de jaren heen verspreid werd betaald was het op te brengen zonder een al te grote aanslag op het familiekapitaal. Uit Kochs onderzoek blijkt verder dat ook de religieuze dochters erfden, al was h u n deel vaak kleiner dan dat van de wereldlijke zusters. Aanvankelijk vielen deze erfenissen, vaak in de vorm van onroerend goed, na de dood van de non toe aan het convent. De families zagen zich daardoor nog steeds geconfronteerd met versnippering van het bezit. De wereldlijke heren waren hier ook ongelukkig mee. Zij zagen hun inkomsten aan belasting teruglopen, doordat het bezit van htm minderen steeds maar afnam. Vandaar dat in de loop van de veertiende eeuw voor een andere vorm werd gekozen. Koch: "Bij intrede kregen de adellijke meisjes steeds vaker een soort lijfrente mee. Daarmee konden zij m h u n onderhoud voorzien, maar bleef het bezit in de familie." En zo bleef het voordelig om dochters naar het klooster te sturen. Dr E M F. Koch De Kloosterpoort als afsluitpost'' Adellijke vrouwen langs Maas en Rijn, tussen huwelijk en convent, 1200-1600 Uitgevenj Eisma, Leeuwarden/ Mechelen 1994, 294 biz , ISBN 90-74252-35-4

'Die boot perfect laten lopen. Dat is Iticicen'

Geen anoniemere achternaam dan Jansen. Ad Valvas geeft de Jansen Janssens van de Vrije Universiteit wekelijks een gezicht. Deze week: Camille Janssen, rechtenstudent en praeses van Okeanos. Peter Boerman ledere dag is hij met de roeivereniging in touw. Camille Janssen, 23 jaar, vierdejaars rechten en sinds september praeses van Okeanos. Daarvoor heeft hij een jaar gecoached en drie jaar lang wedstrijd geroeid. " O m een aantal malen per jaar een boot perfect te laten lopen, daar doe je het voor. Daar teer je nog jaren na dato op. Dat is waar je uiteindelijk naartoe wilt." Janssen is vijf jaar geleden aan de VU begonnen. Hij koos destijds voor economie, maar kwam er al na een maand achter dat dit niet de beste studie voor hem was. "Vervolgens heb ik alle colleges afgelopen die er maar zijn. En zo kwam ik bij rechten terecht. Dat leek me het leukst. Rechten is een hele con-

crete studie. Je komt het elke dag in de krant tegen." Over een toekomst als rechter of advocaat denkt hij voorlopig nog niet na. "Ik volg mijn opleiding en daarna zie ik het wel." Camille Janssen behoort tot de laatste lichting studenten die zes jaar studiefinanciering geniet. Doordat hij met zijn studie goed op schema ligt, heeft hij wat ruimte over voor zijn grote passie: roeivereniging Okeanos. Hij raakt bevlogen wanneer hij over zijn voorzitterschap ervan vertelt. "We hebben wel eens uitgerekend dat een bestuursfunctie gemiddeld 43,5 u u r per week kost. Daar zitten soms weken van een uur of zeventig tussen. E n het is allemaal écht de moeite waard." Als voorzitter acht hij het zijn taak om "zoveel mogelijk mensen zo hard m o -

Camilie Janssen: 'Mijn bestuursfunctie kost me gemiddeld 4 3 , 5 uur per week' NICO Boink • AVC/VU

gelijk te laten roeien. Als praeses ben je de enige in het bestuur die buiten de externe contacten geen concrete taak heeft. Je moet dan ook van alles wat kunnen. D a n is het fijn als je kan bogen op vier jaar ervaring binnen de vereniging-" Camille Janssen komt van oorsprong uit het verre Limburgse St.-Odiliënberg, vijf kilometer van Roermond. Min of meer toevallig kwam hij aan de v u terecht. Hij besloot direct een voor hem volledig nieuwe sport uit te zoeken. H e t werd roeien. "Dat beviel erg goed. Roeien is technisch gezien ontzettend moeilijk. Maar het is ook een erg mooie sport. Als je samen in een ploeg die boot perfect kan laten lopen, dat is echt kicken." Als praeses zijnde, zit Janssen bovenop

de ontwikkelingen bij Okeanos. "Ons probleem zit h e m vooral in de huisvesting, zeker als de tribunes gesloopt moeten worden. Momenteel wordt er hard gespaard voor een nieuw onderkomen aan de Bosbaan. Dat is voor ons de ideale locatie, al zal de baan voor het houden van internationale wedstrijden verbreed moeten worden. Het A m sterdamse college van B W heeft plarmen om de roeibaan naar IJburg te verplaatsen, maar dat is voor onze verenigingsleden veel te ver." Janssen is zich ervan bewust dat zijn tijd bij Okeanos kort zal zijn. Volgend jaar zal er weer een nieuw bestuur aantreden. " E n wie weet, krijg ik na mijn studie wel een baan in Meppel. D a n kan ik natuurlijk ook geen lid blijven." T o c h zal de roeisport h e m blijven boei-

en, denkt hij. "Als je één keer in een roeiboot gezeten hebt, weet je wat een prachtige ervaring dat is." Over de combinatie van studeren en topsport is hij positief. "Bij mij gaat het in ieder geval goed. Als je serieus bezig bent met je sport, houd je een werkdag over om te studeren. Wij hebben met de decanen van de v u een studiebegeleidingsplan van de grond gekregen om vooral de eerstejaars bij h u n studie te ondersteunen. Met de huidige regels voor de studiefinanciering kun je geen jaar meer weggooien. En ook voor ons is er een belang: alleen met ouderejaars kun je als vereniging internationaal scoren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's

Ad Valvas 1994-1995 - pagina 203

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 augustus 1994

Ad Valvas | 638 Pagina's