Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 365

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 365

9 minuten leestijd

AD VALVAS 8 FEBRUARI 1 9 9 6

PAGINA 7

'Geen vrijblijvende columnpjes' Vijftien jaar Kunstlicht, vu-tijdschrift voor beeldende kunst en architectuur "Hoger de wetenschap in en niet in de richting van het volk", dat steit de redactie van Kunstlicht zich ten doel. Het drie maal per jaar verschijnende tijdschrift van de vakgroep kunstgeschiedenis en archeologie bestond onlangs vijftien jaar. Hoofdredacteur Reinout Rutte (23) en redacteur Jos ten Berge (29) zijn trots op het degelijke imago van hun blad.

;//

Frieda Pruim

"Vergeleken met bladen als Simulacrum op de UVA. Decorum in Leiden en Akt in Groningen zijn wij het degelijkst", zegt Kunstlicht-Tedacteur Jos ten Berge met een zweem van trots. "In Decorum staan kortere stukken, Simulacrum gaat een beetje richting het glossy met van die vrijblijvende columnpjes en Akt heeft wel degelijke artikelen, maar ziet er een beetje raar uit." De redacteuren bieden met name vustudenten de gelegenheid interessante bevindingen uit hun scriptie, werkstuk of proefschrift aan een breder pubHek te presenteren. De drempel is wat lager dan bij andere bladen; auteurs worden intensief door de redactieleden begeleid. "We zijn heel soepel en vriendelijk. Soms zitten we hele middagen samen aan een tekst", aldus Ten Berge. Daarnaast laat de redactie kunsthistorici aan het woord en vraagt ze kunstenaars een artistieke bijdrage te leveren die aansluit bij thema's als 'Stedebouw en architectuur in Amsterdam' en 'De receptie van de Afrikaanse kunst'. De redacteuren hebben geen idee of hun blad goed gelezen wordt, maar hoofdredacteur Reinout Rutte ziet wel eens verwijzingen naar Kunstlicht in noten staan. "Daar doe je het een beetje voor." "Het gaat wel rond in de wetenschappelijke kring", beaamt Ten Berge. "Er wordt uit Kunstlicht geciteerd en vaak worden artikelen gebruikt tijdens werkgroepen, ook op andere universiteiten." Lachend, maar met een serieuze ondertoon, laat hij erop volgen: "Onze status is hoog genoeg om in die kring te zitten. En dat willen we

twee telceningen van een psychiatrische patiënt. Het linlcse werit gaf hij aan aan de zuster op de zaal, de andere aan zijn psychiater (Illustratie uit 'Kunstlicht' bij verhaal over het gebruik van tekeningen als diagnostisch middel)

zo houden. Ons doel is 'hoger de wetenschap in' en niet richting het volk." Naar een plaatsje op de koffietafel streeft de redactie niet, al was het alleen maar omdat ze geen geld heeft voor kleurendruk, en dus nooit met andere bladen op die kofBetafel zal kunnen concurreren.

Vrijwilligers Kunstlicht werd vijftien jaar geleden opgericht door docenten en studenten kunstgeschiedenis. Nog steeds studeren de meeste redactieleden en lezers aan de vu en levert het vu-fonds een essentiële financiële bijdrage aan het blad, maar inhoudelijk heeft het weinig meer met de vu te maken. Dat Kunstlicht louter door vrijwilligers wordt gemaakt, is niet aan het tijdschrift af te zien. Hoofdzakelijk tempobeursstudenten verzorgen pro deo de vormgeving, het secretariaat, de financiën, pr, fondswerving, advertentiewerving, distributie en de eindredactie. Alleen hoofdredacteur Rutte en Ten Berge hebben hun studie al achter de rug. Rutte studeerde vorig jaar af en leidt momenteel een werkgroep bij Kunstgeschiedenis. Ten Berge, al wat langer afgestudeerd, werkt aan een proefschrift over drugs in de kunst. "Het is moeilijk om mensen voor de redactie te krijgen omdat

er sneller gestudeerd moet worden", zegt Rutte. "Ik zit sinds 1992 in de redactie; dat is echt al heel lang." Het liefst heeft de redactie mensen

'Ons doel is 'hoger de wetenschap in' en niet richting het volk'

met schrijfervaring, "maar we eisen niet dat ze hebben gepubliceerd. Ze moeten kritisch kunnen lezen en vooral genoeg tijd hebben." Hoewel het blad maar drie keer per jaar verschijnt, kost het redactiehdmaatschap de leden gemiddeld een dag per week. Vooral het bijhouden van de post en het ledenbestand en de eindredactie, die elk nummer door een ander redactielid wordt gedaan, is behoorlijk tijdrovend. Degenen die nummers

voor de vrije verkoop verspreiden over een aantal boekhandels in Amsterdam en in enkele andere universiteitssteden, hebben het wat minder zwaar. Van de vijfhonderd nummers gaan er ongeveer driehonderd naar abonnees. Slechts een klein deel van hen heeft geen kunstgeschiedenis gestudeerd. Er gaan ook nummers naar bibliotheken en musea. Net zo min als de redacteuren krijgen de auteurs voor hun stukken betaald. Toch verlenen zelfs gerenommeerde kunsthistorici als Antoine Bodar hun medewerking aan Kunstlicht. "Dat heeft iets met het wetenschappelijke niveau van ons blad te maken", denkt Ten Berge. "Als je voor een glossy schrijft, wil je er wel geld voor hebben omdat het commercieel is bedoeld, maar wij hebben daar nooit last mee gehad."

Alzheimer Van het laatste nummer, over 'de ontdekking van het onbewuste', heeft de redactie zevenhonderd exemplaren laten drukken. Ze verwachtte veel belangstelling voor dit thema en kondigde het om die reden aan in bladen als Psychologie en Bres. Dat leverde tientallen bestellingen op. "Vooral in de marge van de kunst speelt het onbewuste een grote rol", legt Ten

Als ik het voor het zeggen had.

Berge zijn keuze voor het thema uit. "Dat geldt bijvoorbeeld voor tekeningen van psychiatrische patiënten en kinderen en voor kunstenaars die werken onder invloed van drugs." Een van de artikelen gaat over de kunstenaar Willem de Kooning, die sinds 1981 aan de ziekte van Alzheimer lijdt. Smds die tijd ziet zijn werk er heel anders uit. Dat leidt tot de vraag of zijn schilderijen nog wel echte De Koonings zijn en of daardoor de prijs van zijn werk daalt. "Het heeft me heel wat telefoontjes gekost voor ik iemand had gevonden die daarover wilde schrijven", zegt Ten Berge. "Niemand wilde daar z'n vingers aan branden." In een van de artikelen betoogt Ten Berge dat er niets deugt van de theorie van psychiaters dat het mogelijk is om aan de hand van tekeningen het ziekteproces van patiënten te volgen. Hij illustreert dat onder meer aan de hand van twee tekeningen van een psychiatrische patiënt. Een Picassoachtig werk gaf hij aan zijn psychiater en een vogeltje op een takje aan de zuster op de zaal. "Als diagnostisch middel sloeg het analyseren van die tekening dus nergens op. Die man beheerste gewoon beide stijlen en was eigenlijk veel slimmer dan de psychiater." Elders in het themanummer beschrijft Ten Berge in hoeverre het gebruik van drugs invloed heeft op het werk van kunstenaars. Hij wijst op een serie tekeningen die een kunstenaar heeft gemaakt voor, tijdens en na het gebruiken van LSD. "Zijn bedoeling was om een zo mooi mogelijk portret te maken, maar je ziet dat hij de controle kwijt raakt over de compositie. Hij weet niet meer waar het oor zit en hij begint te krassen. Op een gegeven moment gooit hij het krijt weg, pakt hij kleur en maakt hij een exploderend ding. Anderen krijgen een enorme snelheid of verliezen het gevoel voor proportie en gaan eindeloos in één hoekje zitten doedelen." Het volgende nummer van Kunstlicht is gewijd aan de relatie tussen kunst en filosofie. "Naar aanleiding van een specifiek kunstwerk laten we filosofen iets zeggen over kunst in het algemeen", licht Ten Berge alvast een tipje van de sluier op. "Normaal gesproken bemoeien esthetici en kunstfilosofen zich nooit met een concreet werk. Voor deze gelegenheid hebben we ze gedwongen zo'n ding als aanleiding te nemen, anders is him verhaal voor kunsthistorici niet interessant." Het meest recente nummer van 'Kunstlicht' is te koop bij de VU boekhandel of te bestellen via het postvak op kamer 8A-14 Prijs ƒ17,50

• •

'Bibliotheekinfortnatie in het Engels' Wat zou er gebeuren als de uit Mozambique afkomstige oio Inocente Vasco Mutimucuio liet voor inet zeggen had. Tiende aflevering van de estafettecolumn, waarbij de pen van hand tot hand gaat.

promoveren. Dat wilde ik vanwege de professionele expertise en de academische sterkte van Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs. Door deel uit te maken van een multidisciplinaire onderzoeksgroep (vakgroep algemene vorming) in de Faculteit der Natuurkunde en Sterrenkunde krijg ik ook toegang tot de universitaire faciliteiten. Ik hoop dat dit alles mij tot een bekwame, flexibele en goed opgeleide onderzoeker zal maken, om zodoende in staat te zijn een bijdrage te leveren aan de toenemende behoefte aan onderwijskundig onderzoek in Mozambique. Mijn onderzoek is begonnen in januari 1994. De periode januari-juli ben ik elk jaar in Nederland en de tweede helft van het jaar verricht ik in Mozambique veldwerk. Daarnaast geef ik natuurkunde in het eerste jaar van de Eduardo Mondlane Universiteit. Mijn veldwerk omvat het werken met eerstejaars studenten en middelbare scholieren: observeren, toetsen afiiemen, interviewen, het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal

en het uittesten en evalueren van dat materiaal. Met het voortschrijden van de tijd word ik mij bewust van iets dat verbeterd zou kunnen worden, en wel de locatie van de vakdidaktische literatuur in de bibliotheek wiskunde en natuurwetenschappen. Behalve dat er weinig tijdschriften zijn, zijn ze ook nog verspreid over de hele bibliotheek. Als je een bepaald tijdschrift zoekt, moet je er op voorbereid zijn bij Natuurkunde te beginnen, om via Biologie uiteindelijk bij Scheikunde uit te komen. Het is een hele klus om de vakdidaktische tijdschriften te lokaliseren. Dus, als ik het voor het zeggen had, zou ik alle vakdidaktische tijdschriften bij elkaar brengen, samen met algemene onderwijskundige literatuur, die dan bijvoorbeeld 'afdeling onderwijskunde' genoemd zou kunnen worden.

De Estafette

Inocente Vasco Mutimucuio

Mi)n naam is Inocente Vasco Mutimucuio, Phostudent (oio) uit Mozambique, aan de zuidoostkust van Afrika. Ik heb een beurs van de Nufiïc in het kader van het Basic University Science Course project, BUSCEP, hetgeen begeleid wordt door de dienst ontwikkelingssamenwerking van de vu. Het thema van mijn promotieonderzoek 's: alternatieve concepten op het gebied van energie bij Mozambiquaanse studenten. Na enige correspondentie in 1992, ben ik met Biijn sponsors overeengekomen aan de vu te

i

Ook onhandig voor een buitenlandse student die de Nederlandse taal niet beheerst, is de afwezig-

heid van informatie in het Engels op de computerschermen en in handleidingen van de bibliotheek. Je kunt assistentie krijgen van een bibliothecaris, maar het komt niet altijd goed uit om veel tijd aan één student te besteden. Dit zou verbeterd kunnen worden. Bijvoorbeeld een korte introductiecursus in bibliotheekgebruik en de produktie van tweetalige informatie. Eveneens is het van belang dat de promotor en supervisor van de buitenlandse student kennis .heeft van de lokale omstandigheden waar het eindprodukt van het onderzoek zal worden toegepast. Deze culturele uitwisseling zal bijdragen tot het ontwikkelen van professioneel leren. Als ik het voor het zeggen had, zou ik het mogelijk maken dat promotoren en begeleiders bezoeken kunnen brengen aan de landen en instellingen waar hun buitenlandse studenten vandaan komen. De pen gaat naar Marjolein Groot en Saskia Schoenmakers, studenten scheikunde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 365

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's