Ad Valvas 1995-1996 - pagina 350
AD VALVAS 1 FEBRUARI 1996
PAGINA 8
^Het ontdie
'Spinnen zijn beeldscltoon' et grootste deel van zijn leven wijdde dr Ab Kessler van de H vakgroep oecologie en oecotoxicolo gie aan spinnen. Sinds 1958 bestu deert hij de rol van spinnen in de bosbodem. Hij doet het met veel ple zier, want spinnen zijn beeldschoon, vindt Kessler. Voor de leek is het onderzoeksmateriaal van de bioloog klein, donker en saai. Maar Kessler spreekt van 'wonderlijk mooie ogen' en 'van die hele speciale tinten bruin en zwart'. Vooral het versiergedrag van de mannetjes is volgens hem het bestu deren waard. Als een echte macho probeert de spin in het voorjaar de aandacht op zich te vestigen. "De mannetjes hebben een copulatieor gaan dat aan de voorste twee pootjes zit, daarmee bewegen ze op en neer zodra ze vrouwtjes zien of ruiken. Sommige spinnen tikken met het achterlijf op het web in een bepaald ritme om de vrouwtjes ontvankelijk te maken. Ze gaan er heel erg in op, rennen druk heen en weer. Dat is een prachtig gezicht." Kessler werd niet van de ene op de andere dag verkikkerd op z'n spin nen. Zoiets moet groeien. "Het is een zich langzaam ontwikkelend pro ces", vertelt Kessler. "Als je ze een hele poos goed hebt bekeken, groeit er echt een band. Heb je een idee geformuleerd over het gedrag van de dieren en komt het op een gegeven moment uit, dan is dat een heerlijk gevoel. Dat je ze zo goed blijkt te kennen." De dieren spelen niet alleen een belangrijke rol in zijn werk, ook privé is de wetenschapper vaak bezig met spinnen. Alleen al het zien van een web aan een struik in de mist kan een weemoedige stemming omtover en in een goed humeur. Zijn vrouw heeft ook iets met spinnen. In het verleden verrichtte zij eveneens wetenschappelijk onderzoek met hulp van deze diertjes. Kessler: "W ij roeien bij ons thuis nooit spinnen uit." De oecoloog is inmiddels met 'deel tijdvuT'. Als hij de vu straks verlaat, zullen de spinnen hem volgen. Een opvolger heeft Kessler niet. Het is 'uit' om spinnen onder het vergroot glas te leggen. "In de jaren zeventig waren er nog zo'n twmtig weten schappers bezig met dit soort onder zoek. Nu zijn dat er in het hele land niet meer dan drie; we gaan vrijwel tegelijkertijd met pensioen."
i-yo-'-.-'T -
. '•*
Deskundigen over hun pr Er zijn onderzoekers die als hun proefdier jongen krij die krioelende donkere diertjes prijzen om hun < wetenschappers bestuderen alleen kleine stukjes v studium generalecyclus over de relatie tussen mens begint, vertellen wetenschappers over de band met de goudvis en 'het ontdierlijken
Wetenschappers bekijk d ler liever m stukjes '
m
JL
i
I
m
M
I
H
Het dier als geheel is steeds minder vaak het object van onderzoekers. Meestal is het een spier, een hartje of een bloedvat, waar het wetenschappelijk oog op valt. Dierproefdeskundigen prof.dr Van der Steen en prof.dr De Cock Buning betreuren dat. "Ik interpreteer die tendens als ontvluchting van de confrontatie met het dier", aldus De Cock Buning. Martine Zuidweg
Dr Ab Kessler: 'Sommige spinnen tiltken met het achterlijf op het web in een bepaald ritme om de vrouwtjes ontvankelijk te maken. Dat is een prachtig gezicht' Sidney vervuurt - AVC/VU
Op het ogenblik is moleculair onder zoek nu eenmaal meer in de belang stelling, zegt Kessler. Hij is geenszins jaloers op de moderne onderzoeker, die zich vooral ncht op piepkleine onderdelen van een dier. "Als je een dier in zijn geheel bestudeert, krijg je
er een soort band mee. Zij krijgen dat niet en dat lijkt me jammer voor ze." (MZ)
Biologen gaan vandaag de dag heel anders met dieren om dan de bioloog van dertig, veertig jaar geleden. Dat heeft volgens bioloog, filosoof en lid van de dierexperimentencommissie van de vu, prof.dr W im van der Steen, alles te maken met de manier waarop de bioloog van nu onderzoek doet. Meestal vertoeft de moderne wetenschapper in het laboratorium. Op de hei of het open veld, in de bos sen of langs dichtbegroeide oevers is zijn verschijning een zeldzaamheid geworden. Van der Steen: "Het echte, leuke, ouderwetse veldwerk waarbij je op veel verschillende dingen tegelijk let en probeert ze in een breder ver band te zien, is in onbruik geraakt." In het laboratorium wordt een dier niet langer, zoals op de hei, in z'n geheel bestudeerd. Steeds vaker heeft de wetenschapper genoeg aan een minuscuul onderdeel van het organis me. "Hij probeert bijvoorbeeld de beweging van dieren te begrijpen door
Een gup: net iets meer dan een plant et zijn twee guppies in H een oude accubak, die de verzorging genieten van D. de Jong, werkzaam in de doka van de vakgroep anato mie. De vissen zijn geen proefdieren. Hij heeft ze "zomaar, voor de aardig heid." Hij heeft ze ruim twee jaar geleden gekregen van vrien den "Want zo gaat dat met vissen" en smdsdien heeft hij niet echt een band kun nen opbouwen met de die ren. "Ik vind het gewoon gezellig. Kom je de kamer binnen en dan beweegt er iets op mijn bureau. Je bent dan toch niet helemaal alleen, hè? Het gaat gewoon iets verder dan een plant." Maar het blijft dus een aar digheid en meer dan dat is het niet. Of De Jong na het overlijden van deze huisdie ren nog nieuwe zal aanschaf fen, weet hij nog niet. W ant ze vormen wel een belasting. "Als ik op vakantie ga of ziek ben, moet iemand anders de zorg op zich nemen en hoe wel dat niet veel is, vind ik het toch altijd vervelend het aan iemand te vragen." (CB)
te kijken naar wat er in de spieren gebeurt en in de zenuwen. En het ontstaan van die spieren en zenuwen, dat probeert hij weer te begrijpen door onder meer te kijken naar gene tische factoren. W at op hogere niveaus gebeurt, probeert hij dus te verklaren onder verwijzing naar lagere niveaus." Zo is er volgens Van der Steen 'overdreven veel aandacht' voor moleculaire biologie en genetica. Die 'overdreven' aandacht voor het detail brengt volgens Van der Steen met zich mee dat onderzoekers nau welijks stilstaan bij de vraag of dieren een bewustzijn hebben. "Over het algemeen willen biologen zich niet branden aan ideeën over een bewust zijn bij dieren. Het is een heet hangij zer. Biologen zeggen: 'Het bewustzijn van dieren, daar kun je nauwelijks onderzoek naar doen. Je kunt dieren immers niet vragen wat ze voelen'." Merkwaardig genoeg, vervolgt Van der Steen, proberen wetenschappers de psyche van de mens juist weer beter te begrijpen met hulp van onderzoek naar dieren. "Neem het onderzoek dat wordt gedaan naar het zenuwstelsel van zeenaaktslakken. Volgens de betrokken onderzoekers heeft dat relevantie voor de psychia trie. Dus enerzijds zeggen de biologen dat ze niets kurmen weten van het mentale leven van dieren en tegelijker tijd proberen zij met kracht iets te zeggen over het mentale leven van mensen door juist dieren te onderzoe ken. Dat klopt gewoon niet."
Goudvis
D. de Jong: 'Je bent dan toch niet helemaal alleen'
Peter Wolters - AVCAU
Prof.dr Tjard de Cock Buning, die ook een lezing zal geven in de studi umgeneralecyclus, gelooft dat alle dieren een bewustzijn hebben. Hij is bijzonderhoogleraar dierproefvraag stukken in Leiden en adviseur op het gebied van dierproeven voor zowel het ministerie van landbouw als het ministerie van volksgezondheid, wel zijn en sport. Zelfs goudvissen en pis sebedden hebben een bewustzijn, vindt De Cock Buning. Hij spreekt van 'een bewustzijn in gradaties', waarbij de chimpansee 'een hogere graad van inzicht' kan bereiken dan de goudvis. "Een goudvis is door zijn bouw nogal beperkt. Een goudvis heeft geen han den en kan daardoor geen werktuigen maken om zodoende zijn omgeving te veranderen. De vis is in z'n gedrag beperkt door zijn bouw, maar wat hij binnen die beperkingen doet, doetie wel bewust. Alsie op watervlooien jaagt, doet een vis dat heel bewust. En vissen kunnen ook met elkaar spelen. Het is heel plausibel om dat als bewuste daden te kenschetsen." De Cock Buning hanteert de gangba re defmitie van het begrip bewustzijn als 'een vermogen tot besef, tot weten van het bestaan van zichzelf en de omgeving'. "W il het dier overleven, dan moet het zich bewust zijn van de omgeving. Dan moet het dier bijvoor beeld beseffen wat gevaarlijk is voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's