Ad Valvas 1995-1996 - pagina 348
AD VALVAS 1 FEBRUARI 1996
PAGINA 6
Onwerkelijke architectuur in Filmliuis Uilenstede Begin februari draaien vier films in filmhuis Uilenstede waarin de architectuur van de verbeelde wereld een belangrijlte rol speelt. Aanleiding voor het thema 'Gebouwd voor de onwerkelijkheid' was de recente film La cité des enfants perdues, waarvoor het Franse regisseurs/vormgeversduo Caro Jeunet een bizar en fantastisch decor creëerden. Deze film draait op donderdag 1 februari. Een dag later staat The naked luncfTop het programma, de romanverfilming waarin een schrijver onder invloed van drugs m een volstrekt hallucinogene wereld verzeild raakt. Derde film is de science-fictionthnller Alien, op donderdag 8 februari. De korte cyclus wordt 9 februari afgesloten met Playtime van Jacques Tati. In deze hilarische film verdwaalt Tati-personage mr Hulot in de architectuur van de moderne maatschappij. Alle voorstellingen beginnen om 20.00 uur in
Scène uit 'La cité des enfants perdues'
de filmzaal van het Cultureel Centrum (ACC) op Uilenstede. Met het filmfestival van Rotterdam achter de rug, kan ook de balans opgemaakt worden van wat er het komend jaar in defilmhuizendus ook op Uilenstede - të zien zal zijn. Tot de (bijna) zekere titels horen het drieluik Pbn van Hal Hartley, waarvan met name het derde deel erg mooi is, de zwarte komedie To die for van Gus van Sant, met Nicole Kidman als supertrut, het niet helemaal geslaagde gangsterepos Shanghai Triad van mooifilmer Zhang Yimou, waarin steractrice Gong Li wel een paar erg leuke Chinese liedjes zingt, en de politieke speelfilm Bombay van de Indiase regisseur Mani Rathnam, die zich afspeelt tegen de achtergrond van de recente rellen tussen hindoes en moslims. Natuurlijk mag ook Fallen Angels van regisseur Wong Kar-wai uit Hong Kong niet ontbreken. Zijn eerdere film Chungking Express trok begin dit jaar op Uilenstede slechts tien toeschouwers en dat is veel te weinig voor zo'n prachtfilm. In de herkansing dus! (DR)
De twee bureaus van de schrijvende wetenschapper Yvonne Kroonenberg opent lezingenreeks 'Wetenschappers in de literaire schatkamer' Yvonne Kroonenberg, Ivan Wolffers, Ad Zuiderent en Herman Pley spreken de komende maanden op de VU in de reeks 'Wetenschappers in de literaire schatkamer'. Dick Roodenburg
Onder de noemer 'Wetenschappers in de literaire schatkamer' presenteren het Cultureel Centrum vu en de vuboekhandel vanaf februari een serie lezingen. In de studiezaal oude drukken - op de eerste verdiepmg van de B-vleugel in het vu-hoofdgebouw - zal elke maand een wetenschapper spreken die zich ook op litera;r gebied beweegt. De eerste gast - op dmsdag 6 februari om 16.00 uur - is Yvonne Kroonenberg. In de komende maan-
den komen achtereenvolgens de arts Ivan Wolffers, de letterkundige Ad Zuiderent en de historicus Herman Pley aan het woord. Schrijvende wetenschappers zijn er al zolang de literatuur bestaat. Schoolvoorbeeld uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis is uiteraard Constantijn Huygens, het prototype van de universele mens. Hij beheerste vele talen, tekende, componeerde, hield zich bezig met de natuurwetenschappen, studeerde rechten en gaf aan zijn verzameld dichtwerk de veelzeggende titel Ledige Uren mee: poëzie als vrijetijdsbestedmg. Recentere, twintigste-eeuwse voorbeelden zijn bioloog Leo Vroman en fysisch-geograaf Willem Frederik Hermans. De eerste staat in de traditie van Huygens. Bij Vroman zijn literatuur en wetenschap twee eilanden, of twee bureaus, waar hij beurtelings op of achter gaat zitten. Waarmee natuurlijk met gezegd is dat van
wederzijdse beïnvloeding geen sprake is. Bij Hermans gingen literatuur en wetenschap steeds meer door elkaar lopen. In veel van zijn romans speelden zowel het inhoudelijke aspect van
Cultuur de wetenschap als de buitenkant, het universitaire leven, een belangnjke rol. Uiteindelijk gaf Hermans zijn wetenschappelijke loopbaan op, om zich geheel aan het schrijverschap te wijden. De sprekers in de reeks 'Wetenschappers in de literaire schatkamer' hebben ieder een eigen relatie met literatuur en wetenschap. Voor Herman Pley zijn het twee verschillende eilanden. Pley is hoogleraar historische Nederlandse-letterkunde aan de UVA
en houdt zich dus bezig met de wetenschappelijke benadermg van literatuur. In zijn roman Zandgrond is zijn professie echter niet terug te vinden, Pley zelf beoefent de literatuur als vrijetijdsbesteding. Bij Ivan Wolffers valt de streep moeüijker te trekken. Hij is hoogleraar in de gezondheidszorg van de ontwikkelmgslanden aan de vu en publiceerde op zijn vakgebied onder meer een boek over medicijnen in Nederland, dat al aan een zoveelste druk toe is. Zijn roman Liefste, mijn liefste staat - hoe autobiografisch de belevenissen van een arts in Indonesië ook overkomen - toch enigszins los van zijn wetenschappelijk werk. Bij Ad Zuiderent ligt de situatie iets ingewikkelder. Zelf zal hij waarschijnlijk een duidelijke scheiding maken tussen zijn docentschap aan de Faculteit der Letteren van de vu en zijn literaire activiteiten. Maar voor iemand die promoveerde op het werk
van Gerrit Krol en zelf poëzie schrijft, zal het soms moeilijk zijn de twee bureaus uit elkaar te houden. Yvonne Kroonenberg is een geval apart en je zou je zelfs af kunnen vragen wat ze in deze serie lezmgen te zoeken heeft. Weliswaar studeerde Kroonenberg psychologie in Amsterdam en komt die "tijd van de Grote Democratisering" in haar stukjes regelmatig ter sprake, maar ze maakte van de wetenschap niet haar beroep. Bovendien is zij meer bekend als publiciste dan als schrijfster, om een subtiel onderscheid te maken. Dat neemt echter niet weg dat Kroonenberg wel degelijk enkele romans op haar naam heeft staan. En wat maakt het ook uit: uit haar bundels van verzamelde columns blijkt, dat ze in ieder geval wel wat te vertellen heeft.
'Woord beeld drijft op goodwill van docenten' Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. IVIaar wat vinden studenten nu eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: drs Vincent Westerhuis (27) over vergelijkende kunstwetenschap: woord beeld.
C
Via een meisje op flamencodansen stuitte ik bij toeval op woord beeld. Ik kende die hele studie niet en studeerde op dat moment culturele antropologie, omdat ik geïnteresseerd was in de invloed van mythologie op de kunst en literatuur van verschillende volkeren. Maar het studiepad lag erg vast. Alleen het laatste half jaar kon je echt helemaal zelf invullen. Dat vond ik wat mager. Ik had ook al korte tijd filosofie gestudeerd, even op de Rietveldacademie gezeten en twee jaar gewerkt en gereisd. Ik schilderde al heel lang, was erg geïnteresseerd in schilderkunst, maar ook in literatuur en filosofie en in culturele uitingen van mensen m het algemeen. Al die interesses kwamen in woord beeld samen. Wat ik ook voor woord beeld vond pleiten was dat de studie nog grotendeels gevormd moest worden. Ik hoorde bij de tweede lichting. Een veelgehoorde klacht van studenten was dat ze niet genoeg geleid werden en dat de studie te onsamenhangend was, maar ik vind het juist leuk om met verschillende ideeën te worden geconfronteerd en m'n eigen gang te kurmen gaan. Ik vind het belangrijk dat in woord beeld verschillende disciplines samenkomen. De talenstudies, kunstgeschie-
denis en literatuurwetenschap hebben zich sinds hun ontstaan in de negentiende eeuw helemaal los van elkaar ontwikkeld. Dat is een rare situatie, omdat de kunststrommgen die bestudeerd worden vaak in meerdere disciplines een rol spelen. Woord beeld is gestart omdat het hoog tijd werd om die stromingen in de jaren tachtig van de twintigste eeuw eens samen te gaan bestuderen. Toen ik begon, zat woord beeld nog vol kinderziektes. Het belangrijk-
Drs Vincent Westerhuis: 'Sommige docenten nemen woord beeld serieus, maar van anderen vermoed ik dat ze twijfelen aan het bestaansrecht van deze studie'
te^Trtt.
'JpS^^^fe^.
Bram de Hollander
KLAAR
AF ste probleem is dat het een studie is zonder geld. Colleges volg je grotendeels bij kunstgeschiedenis en literatuurwetenschap, en de speciale woord-en-beeldcoUeges dnjven puur op de goodwill van docenten die dat er nog wel even bij willen doen. Sommigen van hen nemen woord beeld serieus, maar van anderen vermoed ik dat ze twijfelen aan het bestaansrecht van deze studie. Zij
beperken zich tot het afdraaien van hun eigen verhaaltje, zodat de collegereeks als geheel weinig samenhang vertoont. Toen ik studeerde, was er niemand met een overall-b\\k die het geheel in de gaten hield. Pas sinds april vorig jaar heeft woord beeld een eigen hoogleraar.
kun je bijvoorbeeld al een gezicht verbeelden. Hoe komt het dat dat genoeg is? Er blijken bepaalde psychologische mechanismen te zijn waardoor een bepaalde compositie je ertoe aanzet om een gezicht te zien of waarom een bepaald beeld of bepaalde tekst als evenwichtig wordt ervaren.
De verschillende docenten zijn er nog steeds niet uit wat het object van studie is van woord beeld: of het tot de kunsten beperkt moet blijven of dat het uitgebreid moet worden tot bijvoorbeeld de media. Zelf ben ik me in de loop der jaren steeds meer gaan interesseren voor de manier waarop mensen woorden en beelden verwerken. Met twee puntjes en een rondje
Niemand kent woord beeld. In sollicitatiebrieven moet je altijd uitleggen wat je studie inhoudt. Dat blijft vrij vaag omdat de studie nog in ontwikkeling is. Als je dan ook nog weinig praktische vaardigheden te bieden hebt, maak je behoorlijk weinig kans. Daar zouden ze meer aandacht aan kunnen besteden. Je kunt goed teksten analyseren en je hebt een brede
kennis van de Europese letterkunde en kunstgeschiedenis, maar daar zitten weinig mensen op te wachten. Op dit moment doe ik uitzendwerk. Dat heeft helemaal niets te maken met mijn studie. Ondertussen studeer ik me nog steeds helemaal lens. Ik hoop de eerste aio te worden bij woord beeld. Eerst dacht ik: dat is vast heel saai. Ik vond de vu niet zo'n geweldig gebouw en ook de indruk die ik van andere universiteiten had, was niet altijd even levendig. Maar in het laatste jaar werd ik zo gegrepen door mijn afstudeeronderwerp, dat ik dat soort overwegingen met zo belangnjk meer vond. (PP)
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's