Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 168

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 168

9 minuten leestijd

ADVALVAS 26 OKTOBER 1995

PAGINA 24

Voetbalbniten

ivlH

1

-féïW' Peter Wolters - AVC/VU

De zes meter lange slang Japie houdt een oogje in het zeil

Een wurgslang in het cyclotron VerbH|ven binnen de betonnen geweiven lijkt onpersoonlijk. IVIaar in gangen, kamers en spelonken bakenen studenten, medewerkers en docenten hun domein af. Zo probeert Iedereen in het gebouw een eigen plek te vinden, in deel negen van 'het ^ territorium': het cyclotron, waar het échte gevaar in een klein hoekje schuilt. Ellen van Dalen

Verboden voor onbevoegden. Stralingsgevaar!' staat met grote zwarte letters in vier talen op de deur van het cyclotron geschreven. Daaronder het rode teken dat duidt op aanwezigheid van radio-activiteit. Wat hier, achter een van de deuren op de benedenverdieping van het wis- en natuurkundegebouw, gebeurt, is heel onduidelijk en geheimzinnig. En wie het waagt één

Het ' territorium stap over de streep te zetten, lijkt zi)n leven niet zeker. Volgens Peter van Leuffen (49), hoofd van het cyclotron, weten maar weinig mensen wat er precies achter de schermen van het cyclotron plaatsvindt. "Zelfs studenten natuurkunde begrijpen niets van ons werk. Sommigen denken dat het cyclotron een soort kerncentrale is, anderen vragen zelfs of ons werk ook te maken heeft met de kemproeven die de Fransen doen op Mururoa." Mismoedig schudt Van Leuffen van achter zijn bureau zijn hoofd over zoveel onbegrip en onwetendheid. Wat de vijftien werknemers van het cyclotron-lab wel doen, wil van Leuffen wel vertellen, maar al gauw blijkt het voor een leek moeilijk te begrijpen. Hij verhaalt over een machine die natuurkundigen gebruiken om deeltjes zoals elektronen of protonen te doen versnellen om ze vervolgens tegen een vast preparaat te laten botsen. "Door de botsing ontstaat een nieuwe stof en die bevat, m ons geval, radio-actieve deeltjes." Deze radio-actieve deeltjes worden, zo blijkt verder uit het verhaal van Van Leuffen, verwerkt tot vloeistof en gas' en vervolgens gestuurd naar verschillende ziekenhuizen. "Daar krijgen patiënten het middel toegediend om te kijken of ze gezwellen hebben in bijvoorbeeld nieren, longen of hart." Hoewel er dus daadwerkelijk sprake is van stralingsgevaar, is daarvan bij

birmenkomst niets te merken. Van Leuffen, lachend: "Nee, hier lopen geen marsmannetjes in afgesloten catacomben rond met grote maskers op hun hoofd en beschermde, witte gewatteerde pakken tegen welk gevaar dan ook." Eerder lijken de werknemers weggelopen uit kantoor en fabriek: gekleed in spijkerbroek, blouses met korte mouwen of wollen trui zitten ze rond een tafel die dienst doet als koffiehonk. Ze staren zwijgzaam voor zich uit. Vanuit een van de ruimtes, van elkaar gescheiden door glazen wanden, klinkt harde popmuziek. De bezorgdheid over het mogelijke gevaar neemt pas toe warmeer we naar het laboratorium gaan, waar de stof zorgvuldig wordt verwerkt. Voorzichtigheid blijkt vooral geboden binnen de twee betonnen bunkers waarin het cyclotron staat opgesteld. Roel Mooij (43), plaatsvervangend hoofd cyclotron, volgt de voorschriften altijd nauwkeurig op. Hierdoor moet hij zich dagelijks soms wel vijf keer verkleden. Zojuist heeft hij voor de tweede maal zijn blauwe overjas en bruine sloffen aangetrokken. Over het werken in het cyclotron zegt hij: "Van de werknemers wordt elke dag veel discipline vereist, dat is af en toe wel eens lastig. Je kunt hier met verstrooid rondwandelen of zomaar van de ene ruimte naar de

andere lopen. Voordat je het weet, neem je radio-actieve stoffen mee onder je schoenzolen." Van Leuffen heeft, net als Mooij, voor elk lab een andere jas en andere sloffen of klompen. Wel draagt hij bij het betreden van elke 'gevaarlijke' ruimte aan zijn broekriem een soort pieper. Deze geeft precie.s aan hoeveel radioactieve straling je hebt opgelopen als je van binnen het lab weer naar buiten gaat. Bezoekers krijgen alleen in het radionuclidenlab een jas, wel moeten overal gele sloffen over de schoenen worden gedragen. Het aan- en uittrekken ervan vereist de nodige handigheid: het is uiteraard verboden om met de sloffen een stap te zetten in de 'veilige' zone. Een balk geeft de scheiding aan tussen het gevaarlijke en veilige gebied. Tussen de betonnen muren van elk anderhalve meter dik valt uiteindelijk niet veel te zien: het is een soort koperkleurig vat, volgens Mooij met een gewicht van 180 ton, dat verbonden is met een netwerk van buizen en gekleurde draden. Mooij vindt de ophef rond het mogelijke gevaar van dit apparaat wel eens overdreven. "Je loopt meer risico als je aan het verkeer deelneemt." Ook al lijkt het werk volgens Mooij niet zo riskant, toch blijft voorzichtigheid geboden. Want hoe dichter Van Leuffen met zijn pieper bij de machine komt, hoe hartverscheurender het apparaatje aan zijn riem gaat gillen. Voordat het werk in de 'veilige' zone weer mag worden voortgezet, moet iedereen, na de verkleedpartij, eerst op een soort weegschaal gaan staan. Dit apparaat meet, naast de pieper, ook precies hoeveel straling je hebt opgelopen. Wanneer Van Leuffen zijn handen laat controleren, begint het apparaat na vijf seconden groots alarm te slaan. Ook al is het een routineklus.

toch schrikt hij even op. Door het oppakken van loden kubussen, vlakbij de machine m het lab, zijn z'n handen smeng geworden. Van Leuffen wast zijn handen en is dan blijkbaar 'rein' verklaard voor de veilige zone. Bij het verlaten van het lab lijkt de dreiging toch niet geweken. In de hoek van de ruimte staat een grote glazen kooi met daarin een opgekrulde, reusachtige slang. Het dier knippert even met zijn ogen als Van Leuffen de kooi opent. En terwijl Van Leuffen hem zachtjes aait, vertelt hij lachend: "Japie is een zes meter lange wurgslang en het is mijn huisdier. Zo'n twintig jaar geleden heb ik hem gekocht bij een Zuidamerikaan aan de Amsterdamse haven; inmiddels zou zoiets illegaal zijn. Jarenlang stond de kooi bij mij thuis, maar toen het dier twee keer was uitgebroken, zei mijn vrouw: of de slang eruit of ik. Ik koos toch maar voor het eerste en bracht de slang naar mijn werk, waar hij nu vertroeteld wordt." Het voer voor de wurgslang staat een kamer verderop: in zes bakken krioelen zo'n dertig ratten. De reacties van zijn collega's op de nieuwe huisdieren lijken eensgezind. Mooij: "Ik vind het best gezellig, maar ik geef toe elke ochtend wel even om de hoek te kijken of het dier er nog in ligt." Twee keer was dat niet het geval. 'Japie' was toen uit de kooi gebroken en had zich verscholen in een van de hoeken van het cyclotron. Met een grote PTT-zak wist Van Leuffen de slang beide keren te vangen. Mooij, lachend: "De angst zat er toen echt in." En dan peinzend: "Misschien is het cyclotron toch gevaarlijker dan ik vaak denk."

De leer van Smit Kunt u mjjn JEDEICEENKRW

Vorige week woensdag verliet ik rond sluitingstijd, elf uur 's avonds, de vu. Van alle kanten waren de wegen verstopt met auto's. Zelfs in de kleinste straatjes in de wijde omtrek schuifelden ze bumper aan bumper. Claxonerend, want het voetbalstadion ging uit. Dat was geen fris gezicht. Op zulke momenten wil ik eigenlijk dood. Voor de angstaanjagende aanblik van deze soort in combinatie met het besef dat ik tot hetzelfde mensenras behoor, ben ik te gevoelig. In elke Fiesta, Scorpio, Colt of hoe die dinky-toys heten, zaten mannen van het vreselijkste type: grof, ongedtddig, schreeuwend, pet op met de klep naar achteren. En het waren er zoveel! Dit behoort voor mij tot de raadselen van God: waarom heeft-ie massa's van deze bruten geschapen en blijft hij dat door de eeuwen heen, generatie op generatie, doen; mensen die zulke brute lol zoeken, zo'n brute sfeer verspreiden? Het leven is toch veel mooier, vriendelijker, subtieler zónder voetbal? Zo bedreigd moet een eenvoudige plaatselijke boerin zich ook gevoeld hebben, aan 't begin van onze jaartelling, toen de Romeinse legers binnenmarcheerden. Voetbal is tenslotte oorlog. Ik wrong m e m e t m ' n fiets door het blik heen, wat nog een gevaarlijke vlucht bleek, want op een haar na werd ik tweemaal aangerand door zo'n opgewonden verbrandingsmotor. Laatstelijk stonden er berichten in de krant over autorijders die medeweggebruikers verminkt hebben, dus zo'n auto een verdiende dreun geven, durf ik niet. Daarom oefen ik nu het boze oog. Dat is het wapen der machtelozen. Ik kijk hem na m e t een zeer vuile blik en wens hem intussen een gruweUjk ongeluk toe. Dus pas m a a r op als jullie mij zien fietsen. Dat bUk waarin jij rijdt is dodelijk, m a a r mijn bUk is het ook. SELMA SCHEPEi.

De poëtische econometrist Professor Merkies, de nieuwe decaan van de economische faculteit, blijkt een poëtisch man te zijn. De econometrist verklapt in het jongste nummer van faculteitsblad Avenir niet alleen graag poëzie te lezen, maar ook zelf wel eens een gedichtje op poten te zetten. En hij heeft een boodschap voor de studenten die zijn faculteit bevolken: "Een student moet leren onafhankelijk te zijn en kritisch te denken (..) Ik wil de studenten graag aanzetten tot een actieve en niet-slaafse opstelling. Als studenten langer over hun studie doen omdat ze er dan fraaie dingen bij kunnen doen, dan is dat alleen maar aan te moedigen. Dan is het enige probleem dat ze het moeten kunnen betalen." Zelf deed Merkies zeven jaar over zijn economiestudie aan de Universiteit van Amsterdam, vooral omdat hij daarnaast de kost moest verdienen. Hij stond in zijn studiejaren dagelijks om zes uur 's avonds op het centraal station om tot half twaalf als sjouwer rond te struinen. Via computerbedrijf Buil en het Centraal Planbureau belandde de econometrist in 1973 op de vu, waar hij zijn zilveren jubileum waarschijnlijk net met gaat halen. Als over twee jaar het decanaat erop zit, heeft Merkies de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Of de huidige generatie economiestudenten zich de tijd zal gunnen zich, net als Merkies, in de poëzie te verdiepen of 'iets fraais' naast de studie te doen, is de vraag. Het ook op Internet verschenen economenblad telt welgeteld vijf paginagrote advertenties van grote multinationals die in de rij staan om de meest briljante vustudenten in te lijven. Hoe zal de poëzie daar ooit tegen op kunnen bieden? BLADLUIS

\

A

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 168

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's