Ad Valvas 1995-1996 - pagina 505
ADVALVAS 18 APRIL 1996
PAGINA 3
Onderzoek rechtenfaculteit is goed Het o n d e r z o e k v a n d e f a c u l t e i t rechten van de v u krijgt een 7,5 van de visitatieconiniissie van de VSNU. "Met elan e n o n d e r n e m i n g s l u s t uitgevoerd vtretenschappelijk o n derzoek", aldus het deze week v e r schenen rapport. De vijf beoordelaars, onder wie oudminister Hirsch Ballin, hebben op veel punten afgezien van gedetailleerde oordelen over de rechtenfaculteiten in Nederland. Wel vinden ze dat het onderzoekbeleid van de juristen in het algemeen nog in de kinderschoenen staat. Er zijn wel sterke kernen, maar ook veel zwakke groepen. Systematische kwaliteitszorg ontbreekt veelal. En zowel lokaal als landelijk is het onderzoek onnodig versnipperd. Relatief gunstig is de situatie aan
Criminologen positief over leerwerkstraf
de v u en in Tilburg en Nijmegen. Deze faculteiten krijgen lof voor hun duidelijke keuzes en serieuze interne kwaliteitsbeoordeling. Alledrie krijgen ook hoge cijfers per onderzoekprogramma, waarbij Tilburg de top is met bijna een acht gemiddeld. Van de grote faculteiten slaan Leiden en Groningen een redelijk figuur. In haar rapport beschrijft de visitatiecommissie, die werd geleid door de Leuvens/Maastrichtse hoogleraar dr W. van Gerven, haar mission impossible. D e universitaire juristen leverden lijsten van in totaal 11.000 publikaties, vaak zonder onderscheid tussen rijp en groen. Sommige faculteiten vermeldden zowel indrukwekkende handboeken als kranteartikelen of een stukje in Horeca-nieuws. Bij de weging van dit alles stuitte men er bovendien op dat er tussen
'Lening is geen lening' '^\'"A^ -^.
Projecten waarbij jeugdige delinquenten m o e t e n leren en werken, vormen een goed alternatief v o o r een gevangenisstraf. D a t c o n c l u deren twee v u - c r i m i n o l o g e n die een experiment m e t de z o g e n a a m de leerwerkstraf h e b b e n geëvalueerd. Mr. M . van der Steeg en m r E. Niemeijer evalueerden in opdracht van het ministerie van justitie en de reclassering een tweejarig expenment met de leerwerkstraf. D e leerwerkstraf, die vier tot zes m a a n d e n duurt, moet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes tot twaalf maanden vervangen en delinquenten van 17 tot 24 jaar een toekomstperspectief bieden. D e deelnemers leren in de eerste plaats sociale vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook koken, verzorging en solliciteren. Ze volgen lessen op het gebied van slachtoffers en van verkeer en met een stageplaats kunnen de jongeren werkervanng opdoen. Van de 44 jeugdige delinquenten die de leerwerkstraf kregen, sloot 43 procent het project met succes af Niet meer dan zes procent van de succesvolle deelnemers pleegde vlak daarna opnieuw een delict. Bij degenen die het project voortijdig afbraken was dat 45 procent. D e onderzoekers n o e m e n de score "hoopgevend". Dat 57 procent van de bestudeerde groep halverwege de brui gaf aan het project, vinden de criminologen niet verontrustend. Ze wijzen erop dat de deelnemers zware delicten hebben begaan en al een crimineel verleden bezaten voor ze aan het project begonnen. "En zes maanden is echt heel lang, zeker voor jongeren met een korte-termijnperspectief', verklaart Van der Steeg. Niemeijer: "De praktijk leert dat als het gaat om zo'n moeilijke groep, het volkomen irreëel is om te verwachten dat honderd procent succes heeft. Wij denken dat dit percentage al heel hoog is." De criminologen adviseren de selectiecriteria voor deelname aan het project te versoepelen, zodat een grotere groep jongeren eraan kan deelnemen. Maar dan moet er wel het een en ander worden verbeterd aan de uitvoering van het project. Volgens de onderzoekers ging het experiment van start zonder dat er sprake was van een uitgewerkt plan. Van der Steeg: "Het project was onvoldoende voorbereid. Officieren van justitie, rechters en advocaten was bijvoorbeeld niet duidelijk gemaakt in welk stadium een deelnemer kon begirmen." Van een likop-stukaanpak was geen sprake. In de praktijk zaten de deelnemers eerst zo'n tachtig dagen in voorlopige hechtenis. Het rapport van de criminologen dient mede als basis voor een beleidsnota over alternatieve straffen (taakstraffen), die binnenkort wordt besproken in het parlement. (MZ)
de faculteiten geen behoorlijke afspraken bestaan over de rapportage en beoordeling van hun onderzoek. Dat geldt zowel voor wat telt als wetenschappelijke output als bij de berekening van de onderzoekscapaciteit of input. Dit gebrek aan criteria hinderde de beoordelaars m h u n werk, maar volgens hen is het ook een rem op de kwaliteitszorg van de faculteiten zelf. De oordelen in het nu verschenen rapport zijn zeer bescheiden. T e n eerste zagen de experts ervan af apart te beoordelen op 'relevantie' en 'toekomstperspectief. Ze misten daarvoor de nodige informatie. Ook de beoordeling van de produktiviteit is in het water gevallen. Een bijlage vermeldt alleen ruwe scores per type publikatie. In plaats van vier rapportcijfers
Hooit meer te l«»9
Co»c«« Bes» " '
Donner wint kort geding
kregen de onderzoekprogramma's bij rechten dus alleen een cijfer voor kwaliteit. En zelfs met dat ene oordeel is de commissie heel voorzichtig: in 22 van de 128 gevallen onthoudt ze zich van een oordeel. Bij de 106 resterende oordelen zitten weinig uitschieters. Tienen deelt deze commissie niet uit, wel geeft ze zeven programma's een 9. Verder valt er één onvoldoende: een vijfje voor een klein strafrechtprogramma van de UVA (prof. Rüter). De overige 98 onderzoeken zijn 'redelijk' tot 'goed' van kwaliteit. De situatie bij rechten in Rotterdam is verreweg het slechtst. Van de grote faculteiten krijgt de UVA stevige kritiek. (FS, HOP)
%0^i^M^Miêi
beurs Vier [wf zes jaar bil ilipioiiitt in
•5^1^
.-vjiSL
, -^
Boor onderbrelten studio kon deadirne opsihuivca
„„ben
Ab ie éfai of m « t jorea ie jnjdte (en 3t«diel!nanacnng) ondefbmkt, heb K één B M aaa voor hel hofcd van ie diplojna Voor de meeste studies gaat dari op dat je bimiGn zeven jaar (m plaats van ws) je diploma moet halen om de prcstatiebettrs ovet bet tweede, dejxtc en vicrtJe jaar met terug tt lioevcD beialeo Je moet oveugcm zelFom d« ,aaf tuisKi vtageiv vóór
"We willen niets verdoezelen", zegt een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. Maar ook woorden die letterlijk in de wet voorkomen, kunnen "verwarrend" zijn. Een krant van de Informatie Beheer Groep waarin zo'n woord staat, kon daarom met het oud papier mee. Op maandag 1 april zou de 'informatiekrant' van de IBG verspreid worden. Maar op vrijdag 2 9 maart greep minister Ritzen zelf hoogstpersoonlijk in: de hele oplage van de krant ( 2 2 5 . 0 0 0 exemplaren) moest vernietigd worden. Steen des aanstoots voor Ritzen was de term "prestatielening" die in de krant gebezigd werd voor wat in de wandeling alom "prestatiebeurs" genoemd wordt. Het woord "lening" staat weliswaar in de wet, maar,
ZO oordeelde Ritzen, niemand kent het. En daarom is het verwarrend. Ritzen is bang dat studenten van de term "prestatielening" schrikken. Ze zouden kunnen denken dat basisbeurs en aanvullende beurs nu ook al zijn verdwenen. Wat volgens Ritzen niet waar is. Die beurs wordt weliswaar in eerste instantie als lening uitbetaald - vandaar de Juridisch Juiste term "prestatielening" - maar wordt omgezet in een beurs als de student genoeg studiepunten haalt. Ritzen kwam er slechts bij toeval achter dat de iBG-krant deze 'S^erwarrende" terminologie bevatte en had er 4 6 . 0 0 0 gulden voor over om een nieuwe krant te laten drukken. Die is deze week verspreid. (HO, HOP)
M r J. D o n n e r hoeft g e e n 70.000 gulden schadevergoeding te betalen aan de firma Medi Lease. D i t heeft het g e rechtshof in A m s t e r d a m b e paald. Medi Lease wilde Donner via een civiele procedure persoonlijk aansprakelijk stellen voor het verlies dat het leed door het faillissement van de Mobiele Medische Dienstverlening ( M M D ) , waarvan Donner tot 1990 directeur was. D o n n e r zou Medi Lease een te rooskleurig beeld hebben gegeven van de financiële situatie van de MMD. D e rechter oordeelde in 1994 dat Donner (sinds 1991 lid van het college van bestuur van de vu) niets te verwijten viel in deze kwestie. In hoger beroep bracht Medi Lease een rapport in van een business consultantsbureau dat stelde dat Donner als directeur van de M M D "incompetent beleid of zelfs zwaar wanbeleid had gevoerd". N a het verschijnen van dit rapport moest Donner vertrekken bij de MMD. Uit dit rapport bleek volgens de rechter echter niet dat Donner onzorgvuldig heeft gehandeld ten opzichte van Medi Lease. D e rechter raakte daarvan evenmin overtuigd door getuigenverhoren, en wees de claim van Medi Lease af. (FvK)
Kamerlijn houdt studenten aan het lijntje H e t k a m e r b u r e a u v a n de SRVU waarschuwt studenten ervoor niet de Kamerlijn te bellen. D e lijn, die een gulden per m i n u u t kost, claimt k a m e r s in het c e n t r u m (zonder h o s p i t a ) ) aan te k u n n e n b i e d e n voor 450 gulden. In werkelijkheid krijgen de studenten echter e e n bandje aan de lijn. "Studenten worden op die manier letterlijk aan het lijntje gehouden", vertelt Ingrid H o u t e p e n van het SRVU-kamerbureau. "Op het bandje kan de adverteerder zijn belofte nergens waarmaken." D e beheerder van de Kamerlijn adverteert op ParoolTV, maar ook regelmatig in de kranten onder de naam Woonwinkel. Hij is bekend bij de Stedelijke Woningdienst, die momenteel onderzoekt of er stappen tegen de man kunnen worden ondernomen. Hoeveel woningzoekenden de man inmiddels heeft gedupeerd, is niet te schatten. (PB)
Ook milieukunde zou 5 jaar nodig hebben H e t is niet mogelijk in vier jaar op e e n verantwoorde m a n i e r universitaire milieukundigen op te leiden. D a t concludeert de c o m m i s s i e die de ondervnjskwaliteit bij acht opleidingen heeft beoordeeld. Ze wil dat er stappen w o r d e n o n d e r n o m e n o m de studieduur op vijf jaar te b r e n g e n . Volgens de commissie, die werd voorgezeten door oud-minister dr L. Ginjaar (nu voorzitter van de gezondheidsraad), geldt voor milieukunde hetzelfde als voor ingenieursstudies. De studenten moeten zich zowel gedegen wetenschappelijke kennis in meer dan een discipline eigen maken als doorkneed zijn in de integratie van die kennis bij het oplossen van problemen. Samen kost dat in feite vijf jaar. Geen van de beoordeelde p r o g r a m m a ' s slaagt er dan ook in dit in vier jaar te bereiken. T o c h is het niveau van de afgestu-
deerden in praktijk wel voldoende. Dat komt doordat ze massaal h u n studie verlengen door extra studieonderdelen te volgen en meer tijd uit te trekken voor h u n afstudeerwerk. Deden ze dat niet, dan zouden ze in de ene opleiding te weinig diepgang meekrijgen en in de andere te weinig breedte. D e commissie vindt het niet juist om ook na invoering van de prestatiebeurs van studenten deze vrijwillige studieverlenging te blijven verwachten.
Rode draad O m de claim van vijf jaar te onderbouwen, zouden de universiteiten samen een onderzoek naar de behoefte van de arbeidsmarkt moeten doen. M e t dat onderzoek valt ook de heersende onzekerheid over de kwantitatieve vraag naar breed opgeleide milieukundigen weg te nemen. Die breedte, of beter: interdiscipltnanteit is een rode draad in het visitatierapport. Milieukundigen moeten
volgens de commissie bij het aanpakken van problemen verschillende bèta- of gamma-disciplines leren integreren. Niet elke opleiding hoeft daarbij even breed te zijn. Maar het vermogen tot interdisciplinair denken zou wel voor elke milieukundige een must zijn. D e acht opleidingen, met samen ruim 250 nieuwe studenten per jaar, vormen een bonte verzameling. Er zit een studie van de Open Universiteit bij en een gezamenlijke postdoctorale beroepsopleiding van vier universiteiten, waann ook de vu participeert. Verder zijn er drie opleidingen die pas in het derde jaar beginnen en twee 'bovenbouwstudies' die studenten al na de propaedeuse kurmen gaan volgen. Alleen milieuhygiëne in Wageningen is een volledig studie, al is de propaedeuse er voor een groot deel gemeenschappelijk met andere opleidingen. D e beoordelaars vinden dat al deze opleidingen h u n studenten genoeg
kennis van milieuvakken èn genoeg interdisciplinair denken moeten bijbrengen. Beoordeeld op hvm onderwijsprogramma komen alleen de gamma-milieukunde uit Nijmegen en de gezamenlijke postdoctorale cursus van de vier universiteiten dicht in de buurt van die eisen. Elke opleiding zonder eigen propaedeuse heeft hiaten in de bijgebrachte milieukermis, zoals over het kernvak ecologie. Bovendien is er zo geen goede 'oriëntatie' en selectie op milieuvakken mogelijk. Al met al krijgt de postdoctorale beroepsopleiding Milieukunde (Leiden/vu/uvA/Wageningen) verreweg de meeste lof. Zowel inhoudelijk als onderwijskundig zit zij goed in elkaar. (FS, HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's