Ad Valvas 1995-1996 - pagina 421
AD VALVAS 29 FEBRUARI 1996
PAGINA 1 1
Ritzen: 'Een man van distantie' Met Harry Brinkman verlaat een bijzonder mens een bijzondere universiteit. Bijna 25 jaar maakte hi) deel uit van het college van bestuur van de Vrije Universiteit van Amsterdam. De onderwijsministers van de afgelopen 25 jaar? Brinkman kende ze allemaal. Belangrijke ontwikkelingen in het hoger onderwijs? Brinkman heeft ze allemaal van zeer nabij meegemaakt: veranderingen m de universitaire bestuursstructuur, de onderwijsstructuur, de kwaliteitszorg; de grenzen aan de groei en niet te vergeten het planningdenken. Want vooral op het gebied van de bekostigingsystematiek was hij zeer actief. Hij zat in vnjwel alle commissies op dat gebied, kende iedereen, en ik weet dat hij de talloze bekostigingsmodellen, -varianten en -subvarianten van de afgelopen tijd nog tot in de details uit zijn hoofd kent. Dat Brinkman m het overleg tussen mstellingen en overheid meermalen voorzitter en woordvoerder voor alle instellingen is geweest, zegt veel over zijn gezag bij zijn collegabestuurders. Zijn opvattingen over de relatie tussen overheid en de instellingen heeft Brinkman nooit onder stoelen of banken gestoken. Als protestants-christelijk bestuurder had hij daar ook uitgesproken opvattingen over. Hij is een man van distantie; van besturen liefst op ruime afstand. Het pnncipe van soevereiniteit in eigen kring geldt voor hem niet alleen in de relatie tussen overheid en bijzondere instellingen, maar ook binnen 'zijn' instelling. De relatie universitair topniveau tot midden- en basisniveau kenmerkt zich bij de Vrije Universiteit door een meer dan gebruikelijke distantie. De relatie tussen overheid en instellingen heeft voor hem ook een zekere ambiguïteit. De universiteit en de overheid zijn tot elkaar veroordeeld: 'Van elkaar meugen ze niet, bij elkaar deugen ze niet', zo sprak hij bij de opening van het academisch jaar 1994-1995. De universiteiten kunnen in de visie van Brinkman niet bestaan zonder bescherming en bekostiging door de overheid. Hij benadrukt daarom bij voortduring het belang van de universiteiten dat de overheid goed functioneert: in kwaliteit van wetgeving, maar ook m betrouwbaarheid van de bekostiging. Naarmate de
Brinkman (in typerende houding) en Ritzen bij de presentatie van het rapport van de commissie Van der Zwan in december 1 9 9 1
overheid minder bekostigt, past volgens Brinkman meer terughoudendheid; zeker op onderwijsinhoudelijk gebied. Zij zou dan minder nationale bovenmeester moeten zijn. Die terughoudendheid neemt de overheid naar mijn mening zeker in acht. De overheid heeft de afgelopen jaren steeds meer autonomie gegund aan de instellingen. Ik spreek in dat verband altijd over een selectief sturende overheid. En dat is wellicht op een enkel punt een overheid die iets minder terughoudend is dan Brinkman dat wenst. Toch is het een rol die naar mijn
smaak de overheid past. Als complement van de zelfstandige instellingen moet de overheid op een aantal punten haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Bijvoorbeeld omdat zij grondwettelijk aanspreekbaar is op de kwaliteit van het onderwijs. Vandaar onder meer de gegroeide aandacht voor kwaliteitszorg in de afgelopen periode. Bijvoorbeeld omdat uit oogpunt van macro-doelmatigheid of ontwikkelingen op de arbeidsmarkt overheidsingrijpen soms nodig is. Als het gaat om de groei van opleidingen of om het instellen van numen fixi. Bijvoorbeeld ook, omdat universiteiten zich uitein-
delijk moeten kunnen verantwoorden over de bestedmg van gemeenschapsgeld. Ik denk dat Brinkman en ik op deze punten uiteindelijk ook niet zo veel van mening verschillen. En als we al van mening verschilden, had dat niet zijn weerslag op de prestaties van de vu. De vu heeft haar zaken doorgaans prima voor elkaar. Harry Brinkman heeft daaraan in hoge mate bijgedragen. Mijn dank daarvoor is groot.
Bram de Hollander
'<2i^.
Jo Ritzen IS sinds 1989 minister van Onderwijs
Deetman: 'Hij had grotere invloed op het beleid dan hij zelf dacht' W.J. Deetman
Als staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen en later als minister heb ik de heer Brinkman mee mogen maken in de periode 1981-1989. Die jaren waren hectisch: invoering van de Wet tweefasenstructuur, ingrijpende maatregelen als TVC ter realisering van bezuinigingen, verhoging van collegegelden, invoering van het nieuwe studiefinancieringsstelsel, de beleidsvorming rond autonomievergroting en kwaliteitsverbetering. In de onderscheiden overlegorganen zijn onder meer al deze zaken uit en te na aan de orde geweest. Bij de disBrinkman tijdens een bezetting van het Hoofdgebouw
in 1973
Deetman: 'Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik mij dat de eerste die daar minzaam over zal glimlachen Harry Brinkman zelf is' AVC/vu
cussies stelde Harry Brinkman zich aan de ene kant loyaal op, de belangen van de eigen universiteit niet vergetend, maar aan de andere kant het hij in toenemende mate blijken dat veel redeneringen en maatregelen hem uit een oogpunt van een volwassen omgang tussen overheid en universiteiten verbaasden. In zijn ogen gedroeg de overheid zich niet altijd correct door - om overigens respectabele redenen - gemaakte afspraken te nuanceren of aan te passen aan gewijzigde externe omstandigheden. Evenmin vond hij dat recht werd gedaan aan de professionele, bestuurskundige kwaliteiten van de colleges van bestuur. Door deze menging van loyaliteit en het onder woorden brengen van de zojuist aangeduide kritische toon, had hij grotere invloed op
het beleid dan hij wellicht zelf dacht. In de discussies over het wel en wee van de universiteiten had Harry Brinkman een vaste plaats. Het zal voor al degenen die het wel en wee van de universiteiten na aan het hart ligt even wennen zijn dat daarin zijn geluiden en opvattingen niet meer zullen doorklinken. Zo bezien is zijn vertrek een gemis. Terwijl ik dit schrijf, realiseer ik mij dat de eerste die daar minzaam over zal glimlachen Harry Brinkman zelf is, onder de gedachte dat ik het ongetwijfeld oprecht heb gemeend, maar het overigens bestuurlijk en ook misschien anderszins baarlijke nonsens is. Ik troost mij met de gedachte dat ook Harry er wel eens naast kan zitten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's