Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 221

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 221

9 minuten leestijd

AD VALVAS 23 NOVEMBER 1995

PAGINA 5

'Wat bleek, niemand kon mijn praatje navertellen' Cursus leert doc enten beter c ollege te geven Een goed hoorc ollege geven, blijkt niet mee te vallen. Daarom verzorgt het Onderwijs Advies­bureau (OAB) van de vu cursussen voor docenten. Met suc ­ ces: "Ik heb tijdens de cur­ sus 'hoorcollege geven' trucjes geleerd", zegt een cursist, "waarmee ik de stof zo kan overbrengen dat studenten wèl geboeid blijven luisteren."

'Ik zag er altijd vreselijk tegenop coUe­ e te moeten geven voor een grote oep. Ik wist niet goed orde te bewa­ en en kreeg mijn verhaal niet helder itgelegd", vertelt een tmiversitair ocent bij geneeskunde. Hij wil ano­ lem blijven om hoon en spot in de ollegezaal te vermijden. Voor het emak is zijn naam nu dr Jan Jansen, 'et zit hem niet lekker: "Tijdens een ollicitatieprocedure worden de didac ­ ische kwaliteiten van kandidaten niet etoetst. Er wordt van een universitair ocent gewoon verwacht dat hij voor ote groepen studenten een helder allege kan geven. Dat vind ik op z'n 'inst vreemd. Als je goed bent in je akgebied, zegt dat niets over je didac­ ische vaardigheden." ansen vond in ieder geval dat hij niet oed genoeg kon doceren en volgde aarom de cursus 'c ollege geven' bij et Onderwijs Advies Bureau (OAB). i)dens de cursus kreeg hij allerlei tips n leerde hij trucjes. "Ik hoop dat mijn olleges hierdoor duidelijker en over­ ichtelijker worden. Ik vind eigenlijk at elke universitair doc ent dit soort ursussen zou moeten volgen; lesgeven s ook op de universiteit een vak part." eze mening wordt gedeeld door ineke van Gelder, c ursusleidster bij et OAB. Zij geeft twee a drie keer per aar voor een groep van zes a acht eelnemers de cursus, die uit vier bij­ enkomsten bestaat. "Wij merken dat eel docenten een training nodig heb­ en in het geven van hoorcollege. "ant het valt ec ht nog niet mee om en helder en overzichtelijk betoog te ouden voor een grote, groep studen­ en."

ommelig oed onderwijs geven gaat dus niet anzelf. Afgezien van de natuurtalen­ en, moeten de meeste doc enten een antal vaardigheden aanleren om de ollegestof zo over te brengen, dat stu­ enten er iets van opsteken. "De pro­ lemen begiimen al met het feit dat eel docenten niet duidelijk voor ogen ebben wat ze met het hoorc ollege illen bereiken. Daardoor zijn c olleges aak rommelig en onoverzic htelijk, ovendien kurmen doc enten zic h nau­ elijks verplaatsen in de positie van de tudent, die nog betrekkelijk onbekend s met Jiet vakgebied. Tijdens het c ol­ ege veronderstellen ze een basiskennis ie niet reëel is, waardoor studenten iets van het c ollege begrijpen." r blijken meer, regelmatig terugke­ ende, 'missers' te zijn: "Doc enten raten tijdens een c ollege veel te lang n willen te veel stof doornemen. Ze rengen geen duidelijke lijn aan in het etoog en geven niet aan welke stof tij­ ens het college wordt behandeld, ocenten herhalen niet de vraag die anuit de zaal wordt gesteld, waardoor e rest van de toehoorders deze niet eekrijgt en dus ook het antwoord iet begrijpt. En ze hebben geen c on­ act met de zaal, zodat ze niet in de aten hebben of studenten het verhaal

Illustratie­ Berend Vonk

dragen. Bovendien maakte ik al aan het begm een grappige opmerking om het ijs te breken en lette goed op mijn intonatie. Ik heb een monotone stem, dat verveelt. Ik varieer nu meer met mijn stemgeluid. De c ursus is goed geweest. Ik heb gemerkt dat je met kleine trucjes je presentatie een stuk aantrekkelijker kunt maken."

Lachen

nog wel volgen. Van dit soort c olleges blijft maar weinig han­ gen bij de studenten. En dat is jam­ mer," aldus Van Gelder. Niet malse kritiek dus. Het blijkt ec h­ ter niet onoverkomelijk te zijn. Hoorcollege geven kan namelijk wel anders, beter. De c ursusleidster geeft aan dat een goed hoorcollege een gestructureerd verhaal moet zijn dat op een begrijpende en aantrekkelijke manier wordt verteld, zodat de aan­ dacht van de studenten wordt vastge­ houden. "Een referaat voor een grote groep moet aan een aantal voorwaar­ den voldoen, wil het nuttig zijn. Het moet motiveren, hoofdlijnen aange­ vuld met voorbeelden bieden en extra uitleg geven bij moeUijke stukken van de stof. Een goed c ollege maakt stu­ denten enthousiast."

of ze de belangrijkste punten hebben opgeschreven." De lijst van aandac htspunten houdt niet op. Dat beaamt Van Gelder. "Je kunt ook beter per docent bekijken waar het aan ligt dat een c ollege niet goed loopt. De verschillen zijn name­ lijk te groot om het alleen maar af te

'Ik had me nog nooit echt bezigge­ houden met de vraag of mijn wijze van collegegeven wel de juiste was'

Tips Om dit te bereiken heeft ze een groot aantal tips: "Je moet dus ac c epteren dat studenten maar een beperkte hoe­ veelheid stof kunnen bevatten. De meeste c ursisten geven aan dat ze tij­ dens een c ollege niet alle stof krijgen behandeld. Dat hoeft ook helemaal niet. Maak van tevoren een selectie. Behandel alleen onduidelijkheden of noem alleen de hoofdpimten en laat de bijzaken ac hterwege. Hoewel dan misschien maar de helft aan de orde komt van wat je had willen doen, bhjft het in elk geval wel beter hangen bij de student. Bovendien verslapt na tien a vijftien minuten de aandac ht. Accepteer dat. Las een pauze van een paar minuten in of stel een student een vraag. Het ontvangen van een brij aan informatie is erg vermoeiend. Om de zoveel minuten moet die spanning even worden verbroken. Geef ook regelmatig een samenvatting van de stof Studenten kunnen dan c hec ken

doen met algemene tips. Daarom dus de c ursus." Tijdens de bijeenkomsten moeten de docenten twee keer een presentatie geven van een kwartier. Deze worden op de video vastgelegd. De rest van de groep zit erbij alsof ze eerstejaars zijn en geven ac hteraf aan wat de slec hte en goede pimten waren in de manier waarop werd gedoc eerd. "Mijn eerste presentatie was dus een ramp", vertelt Jan Jansen. "Ik had zelf nog het idee dat het redelijk was gegaan, maar uit de reacties bleek dat niemand had begrepen waar mijn pre­ sentatie over ging. Ik moet toegeven dat ik het zelf ook nauwelijks begreep toen ik op de video mijn presentatie terugzag. Ik had de stof zo saai en ingewikkeld gebrac ht, dat de deelne­ mers hun aandac ht hadden verloren. Wat bleek nu, ik gaf te veel informatie en te weinig voorbeelden. Ik had van

tevoren niet duidelijk aangegeven waar het c ollege over ging en vatte de stof niet tussendoor samen, waardoor het een heel onoverzichtelijk geheel was geworden. Bovendien had ik alleen maar oogc ontac t met iemand die ook aan mijn fac ulteit is verbonden. Hij knikte steeds goedkeurend. Maar ik hield niet in de gaten of de anderen het begrepen."

Opbouwend Na die eerste bijeenkomst bleek dus dat Jansen nog heel wat kon bijsleute­ len aan zijn presentatietechnieken. En dat gebeurde ook. De tweede presen­ tatie ging een stuk beter. "Ik had de kritiek ter harte genomen en gepro­ beerd op basis van de tips een helder betoog te houden. Ik bereikte mijn doel toen uit de reacties bleek dat ik mijn kermis had overgedragen." Jansen vond het niet erg om kritiek over zich heen te krijgen. "Daar zaten we voor. Maar de sfeer was bovendien heel aan­ genaam. Het c ommentaar was gewoon opbouwend." Ook Michael Boelrijk, sinds ruim een jaar verbonden aan de faculteit rec h­ ten, volgde de c ursus en was er tevre­ den over. "Ik ben van menmg dat doceren altijd beter kan en dat je ook regelmatig je vaardigheden moet bij­ schaven. Hoewel ik overigens tot nu toe voornamelijk positieve reacties heb gekregen over de wijze waarop ik doceer. Ik probeer de stof zo te bren­ gen dat het bij de studenten blijft han­ gen. Desnoods verduidelijk ik mijn verhaal met levendige voorbeelden." Maar ook de docent strafrec ht bleek zijn presentatie nog te kunnen verfij­ nen: "De belangrijkste kritiek is dat ik losser moet worden. Ik kom te seneus en zakelijk over. Daar besteedde ik tij­ dens de tweede presentatie onder meer aandacht aan door een spijkerbroek te

"Ik had me nog nooit ec ht bezigge­ houden met de vraag of mijn wijze van coUegegeven wel de juiste was. Ik ging er altijd vanuit dat het wel goed was. Maar aangezien ik nu in mijn nieuwe functie als hoogleraar van de vakgroep orale functieleer binnen de fac ulteit tandheelkunde m de toekomst meer college ga geven, wilde ik toch eens meer inzicht krijgen in presentatietec h­ nieken", vertelt prof dr M. van Waas. En tijdens de c ursus bleek hij er veel van op te steken. "Tijdens c olleges laat ik altijd dia's zien om mijn verhaal te verduidelijken. Dat deed ik dus ook tijdens de presentatie. Maar wat bleek, niemand kon ac hteraf mijn praatje navertellen. Ik had te veel dia's laten zien, waardoor maar een klein deel van de informatie was blijven hangen. Bovendien gaf ik geen ruimte tot het stellen van vragen. Dat was ik gewoon niet gewend." Van Waas heeft de kritiek ter harte genomen. "Ik weet nu dat ik tijdens college duidelijk moet aangeven wat de studenten moeten bestuderen voor het tentamen, wat ik tijdens c ollege ga behandelen en wat ze thuis zelf moe­ ten doornemen. Ik ga bovendien min­ der stof behandelen en meer rustpun­ ten inbouwen. Vroeger dacht ik: 'Ik moet snel door, want we hebben nog maar tien minuten.' Nu zorg ik dat de stof zo gedoseerd wordt, dat ik me niet alleen minder hoef te haasten, maar bovendien rustpunten kan inbouwen in het c ollege." Een andere verandering die Van Waas gaat doorvoeren is dat hij studenten meer bij het c ollege gaat betrekken door ze direct vragen te stellen. "Het moet minder eenric htingverkeer wor­ den. Ik WTI meer in discussie gaan met mijn studenten, zodat ze ook echt gaan nadenken over de c ollegestof Wat ik ook belangrijk vind, is dat er tijdens c ollege meer wordt gelac hen. Er moet gewoon meer mogelijk zijn." Om dit te bereiken zal er nog hard gewerkt moeten worden: "Ik heb gezien waar ik tijdens mijn presentaties aandacht aan moet besteden. Nu moet ik ervoor zorgen dat ik de tips en truc s tijdens c olleges automatisch ga toepas­ sen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 221

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's