Ad Valvas 1995-1996 - pagina 439
AD VALVAS 14 MAART 1996
PAGINA 9
'Theologiestudie lean niet om geloof heen' Studenten nemen genuanceerd stelling in theologendebat Als je de media mag geloven, woedt er een ware richtingenstrijd onder theologen aan de vu. Prof.dr H. Vroom vindt dat theologen wetenschap moeten bedrijven vanuit hun geloof, terwijl dr J. Vos van mening is dat geloof juist buiten de wetenschap moet worden gelaten. Vooral docenten hebben zich in de discussie gemengd. Studenten zuchten als hun naar een standpunt wordt gevraagd. "Bij ons leven heel andere vragen dan bij docenten."
Ilustratie Aad Meijer
Frieda Pruim In een nota pleitte godsdienstfilosoof prof.dr H.M. Vroom ervoor dat de theologische opleiding weer echt christelijk wordt. "De secularisatie maakt dat geloof minder vanzelfsprekend is geworden", signaleert hij. "Meer nog dan vroeger komt het aan op de persoonlijke overtuiging van kerkelijke voorgangers en op hun vermogen om het geloof te verwoorden en enthousiasme te wekken." Daarom is het volgens hem noodzakelijk om meer aandacht te besteden aan de geestelijke vorming van studenten, juist in een tijd dat veel studenten niet meer kerkelijk actief zijn. "Kritisch leren denken is voor studenten absoluut noodzakelijk," benadrukt hij, "maar de vraag is binnen welk kader er kritisch wordt nagedacht." Hij wijst erop dat een kritische instelling de inspiratie kan bedreigen. "De docenten zouden allen vanuit hun geloof les moeten geven", zegt hij in dagblad Trouw. "Wie zijn geloof helemaal verliest, trekt de consequenties en vertrekt." Die visie gaat nieuw-testamenticus dr J.S. Vos "absoluut te ver". Hij vindt het juist een groot winstpunt dat de theologische faculteit van de vu in hoge mate is geseculariseerd. Net als Vroom vindt hij dat er tijdens de studie aandacht voor vorming moet zijn, maar hij is niet bang voor een eenzijdig accent op de kritische aspecten van de opleiding. Integendeel. "Waar het om gaat, is dat wij studenten zoveel materiaal aanbieden dat zij hun eigen geloof en ongeloof leren verantwoorden", reageert hij op Vroom in het novembernummer van het faculteitsblad Kabats. "Het aanbod mag zo • groot mogelijk zijn, niet alleen in de vakken en de wetenschappelijke invalshoeken, maar ook in existentiële benaderingswijzen. Studenten spreken soms de behoefte uit naar meer eenheid. Meer eenheid is meer veiligheid, maar niet altijd meer waarheid. Een van de belangrijkste taken van de vorming van studenten vind ik juist het leren leven met de gepluraliseerde en gefragmentariseerde situatie." Vooral docenten en predikanten reageerden in het februarinummer van
Kabats op de visies van Vroom en Vos. Op de vraag aan studenten of het Vroom-Vosdebat onder hen niet leeft, reageren de meesten met een diepe zucht. "Veel studenten vinden het wel erg opgeklopt en hoog gespeeld allemaal", verwoordt derdejaars studente Laura (21) het algemene gevoelen. "De docenten zijn er zelf ook helemaal niet blij mee dat hun artikelen zijn uitgegroeid tot een richtingenstrijd, terwijl het dat helemaal niet is. De een legt alleen meer nadruk op het een dan de ander." "De discussie Vroom-Vos is in de media gepresenteerd als een gepolemiseerd geheel", vult de onlangs afgestudeerde Dirk van Keulen aan, "maar dat is nogal overtrokken. Hier zijn wat mensen aan het brainstormen. Laat ze dat lekker doen." "Bij studenten leven heel andere vragen dan bij docenten", signaleert vijfdejaars student Marcel (23). Volgens
'Bij studenten leven heel andere vragen dan bij docenten'
hem is de generatiekloof tussen docenten en studenten een van de redenen dat studenten zich nauwelijks hebben gemengd in het debat. "Onze docenten hebben het in de jaren zeventig allemaal als heel bevrijdend ervaren dat ze het nadrukkelijk gereformeerde karakter een beetje achter zich konden laten. Toen is het allemaal wat vrijer geworden. Wij, als studenten, komen vanuit een samenleving waarin het allemaal juist heel erg vrij is, dus wij zitten met omgekeerde vragen: wij zijn juist op zoek naar een kader. Sommige docenten hebben daar wel oog voor. Vroom is daar bij-
voorbeeld duidelijk naar op zoek. Ook Vos heeft er denk ik wel oog voor, maar ik proef bij hem de angst dat we de vanaf de jaren zeventig bevochten wetenschappelijke vrijheid weer kwijtraken als we voor Vroom kiezen."
Gereformeerd bolwerk Geen enkele student kiest desgevraagd simpelweg partij voor Vroom of Vos. Petra (25), zesdejaars, vindt zowel de visie van Vroom als van Vos te extreem. "Ik wil kritisch opgeleid worden", legt ze uit. "Ik wil alle vragen kunnen stellen, ook de vraag óf God wel of niet bestaat en wat we wel en niet met de bijbel kunnen, maar het is voor mij niet genoeg om verschillende academische meningen tegenover elkaar te zetten en die met elkaar te meten: Ik wil ook gestimuleerd worden om me daar zelf een mening over te vormen." "Als Vos gelijk zou hebben, waarom zijn er dan zo weinig ongelovige theologiestudenten?", vraagt negendejaars student Ole (28) zich af. "De interesse voor theologie komt vaak voort uit een eigen betrokkenheid, dus de theologiestudent is volgens mij over het algemeen wel gelovig. Het geloof kan dus wel betrokken worden bij het onderwijs." "Ik neig meer naar professor Vroom dan naar Vos," zegt Laura op haar beurt, "in die zin dat ik het belangrijk vind om niet alleen maar puur wetenschappelijk bezig te zijn. Je krijgt hier kennis naar je kop geslingerd die je ook persoonlijk raakt. Daar moet je wat mee doen. Als je later predikant wilt worden, moet je een bepaalde helderheid hebben in je geloof. Ik denk dat dat een deel van je vorming is die in deze jaren thuishoort. Volgens mij kun je daar tijdens je studie niet omheen." "Ik vind het te gortig om te zeggen dat iemand die zijn geloof kwijtraakt, geen hoogleraar meer mag zijn", reageert Jerke (25) op professor Vroom. "Ik geef Vos gelijk dat hij dat te ver vindt gaan. De universiteit hoeft geen gereformeerd bolwerk te worden of zoiets. Aan de andere kant vraag ik me af of je via historisch onderzoek van het nieuwe testament, waar Vos zo'n voorstander van is, achter de
waarheid kunt komen. De geschriften die we bij theologie bestuderen, gaan over de zin van het leven, dus je kunt je geloof daar niet buiten laten. Maar je kunt geen eisen stellen aan wat voor levensbeschouwing iemand moet hebben die die teksten bestudeert. Ik vind niet dat je van iemand kunt eisen dat hij deze teksten op een gereformeerde manier leest." "Het punt is dat er twee discussies zijn", maakt derdejaars student Martijn (21) de problematiek nog een graadje ingewikkelder. "De docenten
'Colleges moeten geen catechisaties of een bijbelschool -worden*
zijn met een eigen discussie bezig en de studenten ook. Op 15 maart hebben we een bezinningsmiddag over waar de studenten nu eigenlijk mee bezig zijn. Ongetwijfeld komen daar elementen uit de Vroom-Vosdiscussie in terug, maar het gaat veel meer over de vraag in hoeverre vorming binnen het onderwijs nodig is." De 'studentendiscussie' is aangezwengeld door de commissie studentenbegeleiding van de theologische faculteit. Deze commissie houdt zich sinds 1992 bezig met de integratie van wetenschappelijke en persoonlijke vorming tijdens de opleiding, die volgens een aantal studenten destijds te wensen overliet. De commissie heeft de verschillende 'jaargroepen' onlangs gevraagd op papier te zetten of zij vinden dat persoonlijke vorming binnen de studie een plaats heeft en zou moeten hebben. Alle jaren hebben aan deze oproep gehoor gegeven. Dat heeft een aantal stukken opgeleverd met uiteen-
lopende visies, waarover studenten en docenten op 15 maart met elkaar in gesprek gaan. "Dat gebeurt aan de hand van een aantal dubbelstellingen die voortkomen uit de stukken van de verschillende groepen", legt commissievoorzitter Dirk van Keulen uit. "Sommige studenten zeggen bijvoorbeeld: val met vorming de faculteit niet lastig; studenten vormen zich wel buiten hun studie met hun vrienden en in de kerk. Anderen vinden dat vorming wel degelijk een taak is van de faculteit." Zo schrijven tweedejaars dat de docent oog moet hebben voor "wat de stof met de mensen doet" en mist een aantal derdejaars een "leermeester". Een andere opvatting is dat docenten studenten niet lastig moeten vaUen met hun eigen visies. Daar tegenover staat de stelling dat docenten hun persoonlijke opvattingen niet onder stoelen of banken moeten steken. "Zij moeten iets meer van hun eigen zieleroerselen laten zien", menen de vierdejaars. Eerstejaars studenten onderschrijven de stelling dat er een duidelijke scheiding moet zijn tussen geloof en wetenschap. "Docenten mogen niet aannemen dat htm studenten christelijk zijn", vinden zij. Naar aanleiding van de gewoonte van sommige docenten om hun college met gebed te openen, waarschuwen vierdejaars ervoor dat "colleges geen catechisaties of een bijbelschool moeten worden". Tweedejaars vinden daarentegen dat christelijk geloof op een christelijke universiteit centraal moet staan. "Er is een duidelijke behoefte de zaak vanuit christelijk perspectief te bekijken", schrijven zij. "We zitten als gelovigen in de bank." Alleen de zesdejaars zijn tevreden met de situatie zoals die is. "De vu is vroom zat", menen zij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's