Ad Valvas 1995-1996 - pagina 48
AD VALVAS 7 SEPTEMBER 1995
PAGINA S
Nieuw computersysteem voor boekhouding VU Eerste cursussen voor gebruikers van programmatuur gaan van start der, komen tezamen op 1,7 miljoen gulden. Minder dan de helft daarvan is aanschaf." De levensduur van het pakket wordt op tien jaar geschat. "Rekening houdend met renteverlies schrijven we tweeëneenhalf ton per jaar af Omdat ook het FAS ons geld kostte, komt er uiteindelijk 190.000 gulden jaarlijks in de boeken terecht."
De vu kreeg honderdvijftig aanbiedingen van bedrijven die een volledig nieuw financieel systeem aan de universiteit willen leveren. Eén leverancier bleef er over. Vorige week donderdag werd het contract van aankoop ondertekend. Kosten van de nieuwe programmatuur: zo'n twee ton per jaar. Op 1 januari 1997 zal het systeem in gebruik worden genomen.
Veranderingen
Peter Boerman
"De organisatie en omgeving zijn aan voortdurende veranderingen onderhevig", weet hoofd van de dienst financieel economische zaken van de vu, P. van Wijngaarden RA. "Ons huidige financiële systeem stamt uit 1983. JVlet allerlei lapmiddelen hebben we dat op peil weten te houden, maar op een gegeven moment wordt het tijd om aan iets nieuws te denken. Anders dreigt het zo'n lappendeken te worden." De vu werkte sinds 1983 met het zogenaamde FAS. Dat staat voor: Financial Accounting System; een softwarepakket dat de universiteit toentertijd net als een aantal andere universiteiten van de overheid gratis ter beschikking kreeg gesteld. Destijds een prachtig pakket, maar de tijden zijn veranderd, weet Van Wijngaarden. "De autonomie van de universiteiten is de laatste vijf jaar behoorlijk toegenomen. De universiteit mag nu meer dingen zelf regelen. We zijn nu bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor de kosten van de gebouwen. Ook de scheiding tussen personele en materiële kosten is minder strikt geworden." En binnen de universiteit hebben de faculteiten steeds meer financiële verantwoordelijkheid gekregen. "Je kunt je voorstellen dat een softwarepakket uit '83 dat steeds moeilijker aankan", zegt Van Wijngaarden.
Vorige week donderdag werd een contract met het Duitse bedrijf SAP getekend. Het bedrijf gaat een eigentijds boekhoudkundig systeem leveren. Peter woiters - AVC/VU
Een andere ontwikkeling waardoor het FAS niet meer up to date is, is de toename van de derde-geldstroomactiviteiten. De Rekenkamer maakte de universiteiten vorig jaar al op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de administratie van de scheiding in de diverse geldstromen beneden alle peil lag, een conclusie die niet zonder gevolgen kon blijven. "De mteractie tussen de eerste en de derde geldstroom wmt steeds meer aan belang", aldus het hoofd FEZ. "Die stromen moeten beter gemanaged worden."
Stabiel Ander punt dat de introductie van een nieuw systeem noodzaakte, is het toegenomen belang van cash management, nu de universiteiten hun rente mogen houden. "We hebben nu de flexibiliteit en de speelruimte om vooruit te lopen op tijden van neergang. De balansposi-
tie is steeds belangrijker geworden, net als de vermogenspositie, vanwege de verantwoordelijkheid ten opzichte van de huisvesting. Het FAS is daarvoor niet geschikt. Het is een boekhoudkundig pakket, geen pakket voor informatievoorziening." Een van de dingen die het FAS mist, is de mogelijkheid over de jaargrenzen heen te kijken. Ook aansluiting op andere informatiesystemen binnen de universiteit, zoals de personeels- en de studentenadministratie, stuit steevast op problemen. Bovendien is het bijna onmogelijk met het FAS vlotjes en efficiënt jaarrekeningen te produceren. "De headline is eigenlijk: het FAS schiet op steeds meer punten te kort", aldus Van Wijngaarden. Anderhalf jaar geleden ging bij FEZ de projectgroep 'Opvolging FAS' van start. Een eerste aanschrijving leverde honderdvijftig aanbiedingen van bedrijven
op. Honderd daarvan vielen snel af. Ze waren niet geschikt. Na nog drie testen bleven slechts twee mogelijke leveranciers over: Oracle Financials en het Duitse SAP R/3. De eerste was de goedkoopste, maar het programma van dit bedrijf bleek in een proefopstelling, die de vu een aantal maanden in huis had, toch tegen te vallen. Het programma van SAP R/3 beviel beter. "Begin juli is op collegeniveau besloten dit pakket aan te schaffen", aldus Van Wijngaarden. "De leverancier is een groot, stabiel bedrijf met vijfduizend man personeel in dienst en twee miljard gulden omzet. Daar mogen we dus wel iets van verwachten." Hoewel Van Wijngaarden liever niet in de krant heeft hoeveel het systeem de vu precies kost, wil hij wel een tipje van de sluier oplichten. "De aanschaf en de kosten van de implementatie, zoals de kosten van cursussen en de projectlei-
De implementatiefase van het nieuwe systeem, dat pas op 1 januari 1997 operationeel wordt, is deze week al begonnen. "Een zware klus", meent het hoofd FEZ. "Een paar honderd mensen zullen met het systeem moeten leren werken: de financiële administraties, secretarissen van faculteiten, diensthoofden, accountants en ook de projectleiders van faculteiten." In december '96 hoopt Van Wijngaarden alle opleidingsprogramma's achter de rug te hebben. Om dan verder alles m goede banen te leiden, zijn er zeven key users benoemd, die in 1997 een periode vrijgemaakt worden om eventuele problemen uit de weg te ruimen. "Er gaat in deze universiteit vierhonderd miljoen per jaar om. Dan kun je het natuurlijk niet hebben als de boel in de soep loopt. De kosten van de implementatie verdien je gemakkelijk terug, als je het systeem geruisloos weet in te voeren." Van Wijngaarden verwacht dat de omschakelmg niet zonder slag of stoot zal plaatsvinden. "Ik heb m '83 ook de invoering van het FAS meegemaakt. Toen moesten de mensen voor het eerst achter de beeldschermen. Nu is er geen sprake van een soortgelijke revolutie, maar de veranderingen zullen toch groot zijn. Het nieuwe pakket is meer Windows-dLchx\%. Je moet meer met de muis doen. Daar is een inwerkperiode voor nodig." "In eerste instantie zal SAP wel tegenvallen", denkt Van Wijngaarden. "Dat weet ik zeker. Ons oude systeem, FAS, was op maat gemaakt voor universiteiten. Bovendien is men het gewend. Toch denk ik dat de voordelen van het nieuwe systeem opwegen tegen wat we kwijtraken. Daar ben ik van overtuigd."
Loonmatiging sleclit voor innovatie Het midden- en kleinbedrijf in Nederland heeft een technologische achterstand op andere landen. Met name de échte innovatie schiet duidelijk te kort. Schuld daaraan is de jarenlange loonmatiging. Dat is althans de stelling van prof.dr A.H. Kleinknecht, die voor het ministerie van economische zaken de technologische positie van de Nederlandse bedrijven onderzocht. Peter Boerman
"Ik ben hier directeur van het Economisch en Sociaal instituut. Maar ik kijk ook wel uit als ik iemand aanneem. Daar moeten wel voldoende opdrachten tegenover staan." Volgens prof.dr A.H. Kleinknecht, hoogleraar aan de economische faculteit, kan zijn verhaal met duidelijk genoeg zijn. Als een bedrijf omzet wil maken, is er koopkracht bij de afnemers nodig. En juist daar loopt het op het ogenblik mjs in Nederland. Door het beleid van loonmatiging is de laatste tien a vijftien jaar de vraag naar produkten immers sterk tegengevallen. "De vakbonden moeten daarom maar eens met aardige looneisen komen. Alleen dat zou kunnen helpen", aldus de vu-hoogleraar. Klemknecht onderzocht de innovatie en de samenwerking op het gebied van research en development (R D) in Nederland in opdracht van Economische Zaken. Opmerkelijk, daar juist dit ministerie loonmatiging nog altijd hoog in het vaandel heeft staan. De vu-hoogleraar vergeleek de Nederlandse situatie met die van vijf andere landen: Denemarken, Duitsland, Oos-
tenrijk, Ierland en Noorwegen. Nederland komt daarbij op diverse punten als laatste uit de bus. "De technologische achterstand manifesteert zich vooral bij de échte innovaties: produkten die nieuw zijn voor de bedrijfstak", aldus het rapport dat deze week verscheen naar aanleiding van Kleinknechts bevindmgen. "Nederland heeft relatief minder bedrijven die dergelijke produkten voortbrengen en onder de bedrijven die dit wel doen, is het aandeel van innovatieve produkten in de omzet systematisch lager." De Nederlandse achterstand valt relatief mee bij vernieuwingen met een meer imitatief karakter; innovaties die nieuw zijn voor het bedrijf, maar met voor de bedrijfstak. Vermoedelijk hangt dit samen met de relatief grote samenwerking op R D-gebied hier. Andere opvallende conclusie is dat het vooral de klemere bedrijven zijn die te kampen hebben met een achterstand ten opzichte van hun collega's over de grenzen. Kleinknecht is ervan overtuigd dat dit te maken heeft met het gebrek aan binnenlandse koopkracht als gevolg van het jarenlange beleid van loonmatiging. De exportgerichtheid van de Ne-
Prof .dr A.H. Kleinknecht: 'De vakbonden moeten maar eens met aardige looneisen komen' NICO Bomk - AVC/VU
derlandse bedrijven, waar vaak zo lovend over gesproken wordt, kan dit volgens Kleinknecht maar gedeeltelijk compenseren. "We weten dat grote bedrijven relatief veel meer exporteren dan kleinere. Die laatste hebben dan ook meer last van binnenlandse onderbesteding en innoveren dus ook minder. Precies dat vinden we terug in dit onderzoek." Een nieuwe ondersteuning dus voor Kleinknechts eerdere pleidooi voor het loslaten van de loonmatiging, waarmee hij een jaar geleden de voorpagina's van alle landelijke kranten haalde. "Recent
onderzoek toont aan dat de groei van de afzet een belangrijke mvloed heeft op het innovatieproces. Als de afzet niet groeit, wordt er ook minder geïnnoveerd. Dat noemen we het demand pull-effect. Juist bij de kleine bedrijven blijft die afzet achter, omdat zij het veel minder van hun export moeten hebben." Gelukkig is het pleit echter nog niet beslecht. Kleinknecht ziet hoop aan de horizon gloren. "Het overheidsbeleid is nu wel aardig op dreef. Ze hebben duidelijk gemaakt de term 'Nederland kartelparadijs' nu echt aan te willen pak-
ken. En ook op het terrein van het technologiebeleid klinken uit het kabinet bemoedigende geluiden. De randvoorwaarden zijn sterk aan het verbeteren. Nu moet het bedrijfsleven zelf aan de bak." De universiteiten valt volgens de hoogleraar in ieder geval weinig te verwijten. "Die vormen voor mij zeker geen bottleneck. Ze zijn voor het midden- en klein- (> | bedrijf na klanten en afnemers zelfs de meest belangrijke bron van innovatie. Anders zou het nog veel slechter gaan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's