Ad Valvas 1995-1996 - pagina 312
AD VALVAS 18 JANUARI 1996
PAGINA 6
'De techniek is voor elke fotograaf hetzelfde' Foto's van Bert Nienhuis en Hester Doove in het Exposorium Youp van 't Hek en Bisschop Bar, Suzanne Vega en Ray Davies: de komende maand hangen ze met vijfentwintig andere beroemdheden in het Exposorium van de VU. Afgelopen maandag werd de tentoonstelling geopend. In een openbaar interview vertelden fotografen Bert Nienhuis en Hester Doove over hun manier van werken.
Als Doove voor een platenmaatschappij fotografeert, krijgt ze wel eens een hele dag, maar voor Oor moet het binnen tien minuten gebeurd zijn, want sterren hebben het erg druk. "Daar raak je op getraind. Ik moet vaak in hotel Americain zijn. Daar ken ik alle plekken. En vaak vinden ze het leuk om even naar buiten te gaan. Die foto van Seal is genomen met een kast die toevallig op straat stond. Hester Doove verbaast zich erover dat Nederlandse artiesten vaak niet van tevoren bedenken hoe ze op de foto willen. "Dat moet ik voor ze verzinMartin Ros gefotografeerd door Bert Nienhuis
Dick Roodenburg
Het kan de toevallige voorbijganger in de hal van het hoofdgebouw niet ontgaan: de op doek afgedrukte foto van zanger Haddaway met de wel zeer forse afmetingen van drie bij drie meter. Een medewerker van de vugebouwendienst belde vorige week al naar het Exposorium, om te vragen of de foto echt bij de tentoonstelling hoorde. Waarschijnlijk vreesde hij een illegale verkoop van pop-posters. Haddaway is de binnenlokker voor de tentoonstelling met werk van Bert Nienhuis en Hester Doove. Nienhuis fotografeert sinds 1975 voor het weekblad Vnj Nederland. Naast portretten maakte hij ook een grote verscheidenheid aan fotoreportages, onder meer over de Beurs van Berlage, de Amsterdamse wijk De Pijp, de stacaravan en de pont van kwart over zeven. Doove is sinds 1989 werkzaam voor muziekblad Oor. Zij fotografeert daarnaast voor "onder meer Elk, Rolling Stone en in opdracht van platenmaatschappijen. Beiden bewegen zich voornamelijk op het gebied van de portretfotografie en daarmee lijkt de overeenkomst wel zo'n beetje op te houden. De foto's van Hester Doove neigen naar abstractie. Het beroep van de geportretteerde doet eigenlijk nauwelijks ter zake, Doove presenteert hem of haar meer als mens dan als muzikant. Ray Davies is niet de zanger van de Kinks, maar gewoon een doorleefde, al oudere man. Lenny Kravitz heeft geen gitaar, maar wel heel veel haar. De
jongetjes van Shine staan in zwemoutfit en dat heeft waarschijnlijk heel weinig met hun muziek te maken. De foto's van Doove verbeelden eerder een imago dan dat ze iets concreets over de geportretteerden vertellen. De portretten van Bert Nienhuis zijn meer documentair van karakter en de omgeving geeft vaak aanwijzingen over het beroep van de persoon op de foto. Bisschop Bar wordt geflankeerd door twee meisjes-misdienaars, Jeroen Krabbé ligt op een ondergrond van knipsels over de films waarin hij meespeelt, uitgever Martin Ros is bijna niet terug te vinden tussen de hoge stapels boeken en Freek de Jonge heeft een clownshoedje over zijn schoen. Ondanks de verschillen tussen de twee fotografen komt uit de tentoonstelling toch iets gemeenschappelijks naar voren. Van sommige foto's - en
dat zijn waarschijnlijk de beste - krijg je als kijker de indruk dat je meer te weten komt over de persoonlijkheid van de geportretteerde. Suzanne Vega wordt door Hester Doove net zo gefragmenteerd gefotografeerd als zij zichzelf in haar teksten laat kennen. Het is een trucje, maar het werkt wel. En Bert Nienhuis laat ons een verrassend kwetsbare Shere Hite zien. Is dat nu die vrouw van al die gedegen en onthullende rapporten? Tijdens het openbaar interview met exposoriummedewerkster Hendriekje Bosma vertellen zowel Nienhuis als Doove min of meer toevallig bij de portretfotografie terechtgekomen te zijn. Bert Nienhuis vsdlde van jongsaf aan fotograaf worden en kreeg de kans toen hij bij Vrij Nederland Willem Diepraam opvolgde. Omdat in Vrij Nederland veel interviews staan, moest hij ook veel portretten leveren. "Ik
vind het heerlijk om plaatjes te maken en met mensen om te gaan." Hester Doove studeerde aanvankelijk theaterwetenschappen, maar vond de studie na anderhalf jaar saai en te theoretisch. Via een stage bij Erwin Olaf en Wim van de Hulst kwam ze bij Oor terecht. "Een kwestie van toeval: de juiste foto op de juiste tijd op de juiste plaats." Over hun werkwijze zijn beide fotografen vrij nuchter. "De techniek is voor elke fotograaf hetzelfde", aldus Doove. En volgens Nienhuis blijft het toch vaak een kwestie van improviseren. Nienhuis leest het liefst eerst het interview, zodat hij een beeld krijgt van de betrokkene. Voor het nemen van de foto's heeft hij meestal maximaal een uiu-. "Soms krijg je het wanhopige gevoel dat het niets wordt, maar je kunt na een uur niet zeggen: we proberen het nog eens."
nen. Dat is vreemd, ze hebben een produkt te verkopen, dan moet je toch over je image nadenken. Buitenlandse artiesten zijn meestal veel professioneler". Bert Nienhuis kan zich maar van een keer herinneren dat hij wat dat betreft een duidelijke opdracht kreeg: "Tijdens de verkiezingen. Wim Kok wilde per se vaderlijk en als een groot staatsman overkomen. Ik heb toen foto's bij hem thuis genomen". De Oor-foto's van Doove vallen op door hun prachtige kleurgebruik, maar ze werkt ook in zwart-wit. Dat laat ze afhangen van de personen en de locaties. De foto van de Red Hot Chili Peppers was oorspronkelijk m kleur, maar is in zwart-wit afgedrukt. Nienhuis staat te boek als zwart-witfotograaf, maar hij blijkt erg te spreken over zijn kleurenfoto's op de tentoonstelling. "Dat verraste mij. Dit zou wel eens een kentering ktmnen zijn." De slotvraag van het interview heeft betrekking op de presentatie van de foto's op de tentoonstelling. Hester Doove lijstte ze in, die van Bert Nienhuis zijn opgeplakt. "Daar heb ik wel over nagedacht", zegt Doove. "Ik wilde een krachtige uitstraling en daarom moest er een Ujst omheen." Nienhuis houdt niet van lijsten: "Ze mogen van mij ook aan knijpers hangen. Met zo'n extra kadrering wordt het gelijk kunst." Doove vindt dat onzin: "Het is gewoon mooi, dat heeft verder niets met een kimststatus te maken."
'Honderden plaatjes uit je hoofd leren'
Drs IVIarina Nijenhuis: 'Ik heb een scriptie geschreven over een aantal vertrekken waar ik nooit ben geweest'
Terwijl politici roepen om stelselherziening en studeerbaarheid, roemen universiteiten de kwaliteit van het eigen onderwijs. Maar wat vinden studenten eigenlijk zélf van hun studie? In deze serie leggen recent afgestudeerden hun studie op de weegschaal. Deze week: Marina Nijenhuis (28) over kunstgeschiedenis en archeologie. ^^ ^ ^ ^ y
Op een gegeven moment kwam ik erachter dat je de hele studie kunt doen zonder ooit een schilderij in het echt te hebben gezien. Dat vond ik wel raar. Dat je moet bestuderen wat iemand heeft geschreven naar aanleiding van wat weer iemand anders heeft geschreven over een bepaald kunstwerk. Het leek het of de schilderijen er nauwelijks toe deden, of het alleen ging over meningen en theorieën over schilderijen. Kunstgeschiedenis is een boekenstudie. Voor veel tentamens moet je honderden plaatjes uit je hoofd leren, weten wie het gemaakt heeft en wanneer. Dan ben je alleen nog maar literatuur aan het bestuderen. Je verliest het contact met de kunstwerken. Terwijl ik vind dat je een schilderij niet echt kent, totdat je het met eigen
ogen geeft weer Mijn
bekeken hebt. Een reproduktie bijvoorbeeld nooit de kleuren zoals ze werkelijk zijn. scriptie ging over studeerkamer-
KLAAR
AF symboliek bij vorsten in de Italiaanse renaissance. Vorsten lieten wandschilderingen en portretten aanbrengen in hun studeerkamers om te laten zien hoe erudiet ze'waren, hoezeer ze een
..^,.
man van hun tijd waren. Het was praktisch niet haalbaar om die kunst met eigen ogen te bekijken. Ik heb dus een scriptie geschreven over een aantal vertrekken waar ik nog nooit ben geweest. In m'n derde jaar besloot ik te stoppen. Ik wist niet meer hoe ik verder moest. Na het tweede jaar kun je drie richtingen op: bouwkunst, architectuur of beeldende kunst. Binnen die richtingen heb je een aantal verplichte vakken, maar vooral een hoop vrije ruimte. Ik moest met behulp van allerlei studiegidsen proberen die vrije ruimte op te vullen. Je moet het opeens helemaal zelf doen. Je hebt geen gemeenschappelijke colleges meer, je hebt niet meer de band met andere studenten. Mij lag dat niet zo.
Toen ben ik een HBO-opleiding voor kunstzinnig therapeut gaan doen. Ik wilde een vak leren. Een kunstziimig therapeut schildert en tekent met patiënten om het genezingsproces te bevorderen. Dat is heel iets anders dan met je neus in de boeken zitten. Uiteindelijk heb ik die opleiding niet afgemaakt. Het zat me de hele tijd dwars dat ik dat papiertje van de universiteit nog niet had. Ik ben teruggegaan naar de vu en vanaf dat moment was mijn doel alleen nog maar: afstuderen. Vanaf dat ik heel klein was, had ik veel belangstelling voor Egyptische kunst. De studie begon echter met de Grieken en de Romeinen en Egypte werd gewoon overgeslagen. Dat was m'n grootste teleurstelling in het eer-
Bram de Hollander
ste jaar. Maar achteraf vind ik dat ik heel veel heb geleerd. Het is niet wezenlijk dat je weet wanneer de Nachtwacht geschilderd is, maar het is wel boeiend om een overzicht te hebben van tweeduizend jaar kunstgeschiedenis. Kunst is een mooie kapstok. Het zegt veel over de tijd waarin het gemaakt is en de mensen die het gemaakt hebben. En toch wil ik toekomstige studenten waarschuwen dat ze beginnen aan een studie waar je niet direct iets mee kunt. Je moet de studie op eigen houtje invullen en dan daarna ook je carrière zelf zien vorm te geven. Je bedje is niet bepaald gespreid.
5
(MZ)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's