Ad Valvas 1995-1996 - pagina 142
AD VALVAS 1 2 OKTOBER 1995
PAGINA 1 8
Wonen
Blinde studiebegeleider Joop Overstegen: 'Het gehoor wordt onderschat'
Bram de Hollan der
'Ik ga af op Stemmen' ;Yerx«rs en ai •fts^n een eige lum verte ] defiac
E sbeth Vernout "U hebt wel gemerkt dat ik blind ben", was één van de huishoudelijke medede Imgen waarmee Joop Overstegen tot voor kort zijn colleges voor eerstejaars studenten filosofie begon. "Dat is vervelend, maar niet uw zorg", vervolgde hij zijn introductie. "Als u me ergens op de gang tegenkomt, kunt u me gerust aanspreken en zeggen wie u bent." Op deze manier brak Overstegen het ijs tussen de ziende wereld en hemzelf. "Studenten keken H
HHB HMH H^M » ^ B
MRH ) a W |
' territorium' aanvankelijk toch wat gek naar zo'n blinde man. Ze hadden de neiging om me heen te lopen als ze me tegen kwamen, in plaats van te groeten. Door mijn blindheid te benoemen, kwamen ze wél naar me toe. Dat ijs moest ik zelf breken, dat doet een ander niet." Vrijdag 13 oktober neemt de, volgens zijn collega's, "bijzondere man met wonderbaarlijke veerkracht" op 6 1 jarige leeftijd afscheid van de vu. Vanaf de geboorte van de faculteit wijsbegeerte, dertig jaar geleden, was hij als studiebegeleider en vanaf 1974 ook als universitair docent bij de opleiding betrokken. "Ik kwam als studiebegeleider terecht op een piepkleine faculteit. In het begin waren er maar drie studenten. Omdat er nog niets vasdag, kon ik lekker mijn eigen gang gaan." Overstegen verruilde enkele jaren geleden zijn werkkamer op de v u voor een ruim kantooraanhuis in AmsterdamZuid. Een werkkamer op de vu was problematisch, want "hier staan al mijn apparaten, die te kostbaar zijn om er twee van aan te schaffen." Terwijl hij vertelt, manoeuvreert hij behendig langs de bureaus, stoelen en kasten in de ruimte. Een pril najaarszonnetje verlicht de kamer en het 'geurbalkon', waar Overstegen in de zomer graag zit. Kruiden in bloembakken verspreiden er een heerlijk aroma. Overstegen heeft nooit veel nadruk gelegd op z'n visuele
handicap. "Ik heb nooit geleefd als een blinde man. Het belemmert me, maar ik voel me niet zielig. Zo heb ik het nooit ervaren en mijn omgeving ook niet." Hij beschouwt het als een voordeel dat hij het grootste deel van zijn leven wèl heeft gezien. "De mensen waarmee ik werkte hebben het proces geleidelijk meegemaakt, ze hebben er aan kunnen wennen." Overstegen heeft de helft van zijn loopbaan aan de vu nog wel kun nen zien, daarna n a m zijn gezichtsver mogen af. "Ik ben geboren met een erfelijke oogafwijking, waarbij het net vlies degenereert. Ik wist dus dat ik steeds minder zou gaan zien en dat ik vroeg of laat blind zou worden. Ik heb vier blinde ooms, die me reeds als kind spelenderwijs de brailleletters leer den." Overstegen kan zich nog herinneren dat hij vijftien jaar geleden met moeite de afspraken in zijn agenda kon lezen met een hoofdloep. " N u zie ik nog een restje licht, maar ik kan geen mensen onderscheiden." Door zijn afiiemende gezichtsvermogen moest Overstegen zijn wetenschappelijke ambitie als filosoof enigszins bijstellen. "Filosofie is een echte boekenstudie en veel lezen ligt niet binnen mijn bereik. Lezen in brailleschrift gaat wel, maar het kost veel tijd. Het aanbod van wijsgerige literatuur in brailleschrift of in gesproken woord is gering. Collega's
hebben me soms boeken voorgelezen, of ik leende gesproken boeken via de Studie en Vakbibliotheek. D e grote sprong vooruit kwam zes jaar geleden, toen ik een computer aanschafte waarmee ik teksten in braille èn nu zelfs ook in gesproken woord kan weergeven." Overstegen toont zijn tekstverwerker met brailleleesregel, die de ingetypte letters omzet in met de vingertoppen voelbare braillepuntjes. "Ik kan het brailleschrift ook uitprinten. Zo heb ik mijn colleges voor kunnen bereiden. Deze computer bevat ook synthetische spraak: de tekst die m de computer staat, kan ik ook laten horen." T e r demonstratie laat Overstegen enkele robotachtige woorden door zijn kamer schallen, die voor een minder getraind gehoor moeilijk zijn te onderscheiden. O m d a t hij niet zo veel kan lezen, beperkte Overstegen zich in zijn colleges tot de nauwkeurige analyse van korte, markante tekstfragmenten van de grote filosofen. T wintig jaar lang gaf hij samen les met collega Atie Brüggeman Kruijff, waarbij hij een toneelmatige aanpak niet schuwde. "Ik leefde me m de teksten in om ze beeldend te kunnen vertellen." D e docent stond niet alleen bekend als levendig verteller, maar ook als specialist op het gebied van onderwijs wetgeving. Vanaf de jaren zestig is hij doorgedrongen tot in het overleg met verschillende onderwijsministers. Hij stelde zich teweer tegen wat hij de "permanente revolutie vanuit Den H a a g " noemt. Als afgevaardigde voor de sectie wijsbegeerte van de toen malige Academische Raad, leverde hij een bijdrage tot de adviezen aan de regering. Hij liet zich niet makkelijk met een kluitje in het riet sturen. "Als ze op mijn terrein kwamen, ging ik grommen. Ik ben gewend aan tegen wind. Het daagt me uit te vechten." Zelf is Overstegen bescheiden over wat
hij met zijn vechdustige instelling in de politiek heeft bereikt, maar zijn collega's schrijven het extra studiejaar dat de vakvariant van filosofie heeft gekregen, aan hem toe. Het waren vaak zijn stukken waarover werd gediscus sieerd, omdat hij zorgde dat hij anderen een slag voor was. "De meeste studen ten filosofie zijn bovenbouwstudenten. Voor hen zou een verkorting van de studieduur niet kunnen. Dit standpunt heb ik tot het eind toe volgehouden, en met succes. Het extra studiejaar bestaat nog steeds." In alle jaren dat Overstegen op de v u heeft gewerkt, heeft hij geleerd de studenten van elkaar te kunnen onderscheiden. "Ik ga af op stemmen en op unieke verhalen van personen. Waar komt iemand vandaan, waarom wil iemand filosofie studeren. Die verhalen probeer ik te onthouden. H e t gehoor wordt onderschat. Het kan veel meer dan je denkt. D e manier waarop mensen praten, him aarzelingen en formuleringen zeggen al veel over de persoon. Verder kan ik iemand ook plaatsen door bijvoorbeeld een klamme hand bij binnenkomst." Volgens Overstegen kan blind zijn als studiebegeleider in sommige gevallen ook voordelen bieden. "Ik word niet afgeleid door het uiterlijk van iemand. Studenten kunnen zich veilig voelen bij me, ze weten zich onbespied." E n dan toont hij zich een ware filosoof. "Ik vermoed dat iets vertellen aan een blind persoon wat weg heeft van praten in een biechtstoel. Daarin kan de pastoor ook niet zien dat de ander een rood hoofd krijgt." Drs J B Overstegen neemt vrijdagmiddag 13 oktober afscheid in de kerkzaal van het hoofdgebouw op de zestiende verdieping Aanvang 14 00 uur.
w»ini sier, hoe Wolmt u daar
yifeis
è.Q^^"^^
Er is w o n i n g n o o d , m a a r dat zoveel studenten m o e i t e hebben w o o n r u i m t e te v i n d e n en dat ze, als ze die v i n d e n , vaak slecht en veel te duur w o n e n , i s m e e r een gevolg van onwetendheid. Je hoeft geen vr iendjes te h e b b e n of r ijke ouders o m i n A m s t e r d a m e e n goedkoop eigen huis te vinden, alleen de w e g w e t e n e n e r op tijd bij zijn. D r i e voor beelden van succesvol w o n e n d e studenten: t o e n mijn nichtje n a a r de laatste klas van 't v w o ging, schr eef z e z i c h in bij Studentenhuisvesting. E e n jaar later, e e n paar weken n a haar e i n d e x a m e n , kr eeg z e keur ig een k a m e r in e e n studentenhuis aangeboden. Niks onder huur , kraakpand, woeker pr ijzen. Over twee jaar zal z e e e n eigen h u i s h e b b e n , net als mijn dochter n u . D i e kr eeg v o o r h a a r zestiende verjaardag een l i d m a a t s c h a p van een Woningbouwver eniging. Kost dertig gulden p e r jaar . B i n n e n drie jaar had ze legaal e e n t w e e kamerwoning, in het centr um, a ƒ300,-. O m daarvan lid te w o r den, h o e f j e geen A m s t e r d a m m e r te zijn. Voor e e n urgentiebewijs dat recht geeft z o ' n w o n i n g te betrekken, m o e t je wèl twee jaar hier wonen, werken o f studeren. E n heb je e e n m a a l z o ' n h u i s , d a n kun je er r u i m en gemakkelijk de kost m e e verdienen. E e n student zonder verdere aanduiding - wat hij doet, m a g natuurlijk niet van de g e m e e n t e è n van Groningen w o o n t bij z'n vriendin en verhuurt zijn w o n i n g p e r d a g o f per week. O m de paar dagen gaat hij even naar e s o m rugzaktoeristen aan te spreken. D i e zoeken logies waar z e ongestoord stikkies k u n n e n paffen. Hij vangt 25 gulden p e r p e r s o o n per dag, wat h e m maandelijks m e e r d a n duizend gulden n e t t o aanvulling o p z'n beurs oplevert. Hij heeft de b o o d s c h a p van Ritzen goed opgepikt: studenten m o e t e n leren voor zichzelf te zorgen. SELMA SCHEPEL
Hoogleraar-monarch In het jubileumnummer van de Vnje Ambtenaar, het blad van de vakbond AbvaKabo aan de v u , doet Harry van den Berg verslag van zijn ervaringen met het vakbondswerk. Jaren geleden werd hij te hulp geroepen door een medewerker bij de medische faculteit die door zijn hoogleraar ontslagen was. Van den Berg moest met de hoogleraar gaan praten. "Het gesprek vond plaats in de imposante kamer van de hoogleraar. Bij binnenkomst werd ik ijzig begroet door de hoogleraar: een kleine gedrongen man, die de kunst verstond om mij vanuit de hoogte neerbuigend te bezien, ook al was hij een kop kleiner dan ik. Hij werd vergezeld door zijn secretaresse die zich overduidelijk niet op haar gemak voelde: een hoogleraarmonarch in driedelig kostuum, een kaderlid van een 'rooie bond' in een leren jasje en zijzelf in keurige plissérok. Het paste van geen kant. Tijdens het gesprek werd al snel duidelijk dat niet alleen de aanwezigheid van een vakbondsvertegenwoordiger de hoogleraar-monarch mateloos ergerde, maar dat ook de bemoeienis van Personeelszaken met zijn beslissing hem niet aanstond: een soort ongewenste intimiteit in zaken die hij klaarblijkelijk als privé-aangelegenheid zag." Uiteindelijk werd het ontslag van de betrokken medewerker mede door ingrijpen van de vakbond ongedaan gemaakt. Het verhaal illustreert de ontwikkeling van het personeelsbeleid. Zo zei een vertegenwoordiger van het college van bestuur eind jaren zeventig over een reorganisatie bij de restauratieve dienst nog "dat arbeidstijdverkorting voor die vrouwen geen probleem is, want die werken toch alleen maar voor een extraatje". D e v u is gaan inzien dat een sterke vakbond voor de werkgever 'niet alleen maar lastig, maar ook nuttig is'. "Als werkgever slaat de v u beslist geen slecht figuur. En daar heeft ons vakbondswerk een stevige bijdrage aan geleverd", aldus de jarige bond. BLADLUIS
\
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995
Ad Valvas | 674 Pagina's