Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 273

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 273

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 4 DECEMBER

PAGINA 5

1995

De schaats voor de 21ste eeuw Eerste wetenschappelijk onderzoek naar de klapschaats van start De klapschaats, ontwikkeld naar een idee van vu-hoogleraar Gerrit Jan van ingen Schenau, lijkt na tien jaar eindelijk te gaan aanslaan bij wedstrijdschaatsers. Deze week begon de vakgroep functionele anatomie van de faculteit bewegingswetenschappen van de vu op de ijsbaan in Assen een onderzoek naar de schaats.

Frank van Kolfschooten Deze week verscheen op de schaatsbaan in Assen een vreemd uitgedost gezelschap op het ijs. Twee groepen van twaalf schaatsers draaiden hun rondjes met een knijper op de neus en een pijpje in de mond, via een slangetje verbonden met een rugzak. Eenmaal van het ijs werd hun bloed afgetapt. De schaatsers namen deel aan een onderzoek naar de zogenaamde klapschaats. Deze schaats is in 1985 bedacht door prof.dr ir Gerrit Jan van Ingen Schenau, hoogleraar biomechanica aan de faculteit bewegingswetenschappen van de vu. Het ijzer zit alleen aan de voorkant vast aan de schoen, met een veer en een scharnier. Daardoor zouden schaatsers theoretisch sneller vooruit moeten kunnen komen dan op èen gewone schaats, omdat ze him enkel op de natuurlijke manier kunnen strekken bij het afzetten. Op een conventionele schaats moet die strekking worden onderdrukt, waardoor schaatsers de spierkracht in hun benen niet optimaal kunnen benutten. Tot voor kort hebben de topschaatsers zich niet gewaagd aan een overstap naar de klapschaats, uit vrees voor een terugval in prestaties. Vorige winter echter kwam de doorbraak voor de klapschaats. Tien schaatsers uit de gewestelijke jimiorenselectie van Zuid-

Holland stapten over op de schaats, die is genoemd naar het geluid dat hij maakt bij het afzetten. Twee jimioren werden zelfs Nederlands kampioen en ook de seizoensranglijsten werden aangevoerd door klapschaatsers.

Jong Oranje Dit zorgde voor de nodige beroering in de schaatswereld en bij de schaatsproducenten. De trainer van Jong Oranje, die twee van de winnende klapschaatsers in zijn ploeg kreeg, vroeg zich af welke technische aanwijzingen hij hun moest geven. En de Nederlandse schaatsproducenten wilden graag goed voorbereid zijn om de klapschaats op grote schaal te gaan produceren, want dat zou een flinke

investering betekenen. Kortom, de tijd was rijp voor gedegen wetenschappelijk onderzoek. Dit voorjaar heeft de vakgroep functionele anatomie van Van Ingen Schenau in samenwerking met een aantal schaatsproducenten een aanvraag ingediend bij STW (Stichtmg Techniek en Wetenschap), die inmiddels is gehonoreerd. Een oio (onderzoeker in opleiding) zal een produktgericht onderzoek gaan doen naar de klapschaats, waarbij onder meer duidelijk moet worden wat nu de beste plek is voor het scharnierpunt op de klapschaats. Ook gaat de oio uitzoeken of en welke imphcaties de klapschaats heeft voor de schaatstechniek. De oio is nog niet aangesteld, maar

de bewegingswetenschappers zijn deze week alvast begonnen met een vooranalyse, onder leiding van dr Jos de Koning. "We gaan twaalf schaatsers die al een jaar ervaring hebben op klapschaatsen en daarop goede prestaties behalen, vergelijken met twaalf schaatsers van ongeveer hetzelfde niveau op conventionele schaatsen."

Sneller

een conventionele schaatser. "Die vermogensproduktie meten we af aan de zuurstofopname tijdens het schaatsen op volle snelheid. Die waarde vergelijken we met de hoeveelheid zuurstof die dezelfde schaatsers opnamen tijdens een tijdrit op de fiets in het laboratorium. Bij fietsen kun je meer vermogen produceren omdat je daar in een handiger houding zit", zegt De Koning. Hij liet de klapschaatsers in Assen behalve op volle snelheid, ook op dezelfde snelheid schaatsen als de gewone schatsers om de hypothese te toetsen dat klapschaatsers minder zuurstof opnemen omdat ze makkelijker glijden. De Koning heeft weinig twijfel dat het onderzoek zal uitwijzen dat klapschaatsers meer vermogen produceren. Dat ze snellere tijden maken, heeft hij met Van Ingen Schenau al bewezen in een publikatie die binnenkort zal verschijnen. Elf mannelijke junioren op klapschaats bleken in een jaar tijd hun persoonlijke records significant meer te hebben aangescherpt dan leeftijdsgenoten op gewone schaatsen. Van Ingen Schenau maakt daar wel een relativerende opmerking over: "Als wetenschapper moet ik de mogelijkheid openhouden dat ze sneller zijn gaan schaatsen omdat ze op de klapschaats meer vertrouwen hadden. Een soort placebo-effect." Maar de vader van de klapschaats moet zelf lachen om deze relativering. Hij is ervan overtuigd dat een mechanische verklaring volstaat. Niets lijkt dus te kunnen voorkomen dat de klapschaats de schaats van de 21ste eeuw wordt, of het moet een reglementswijziging zijn. Tot nu toe bestaan er geen voorschriften hoe een schaats eruit moet zien. "Je mag op de Friese doorlopers van je grootvader meedoen aan de wereldkampioenschappen, als je denkt dat je daar het hardst op gaat", zegt De Koning. "Ik zou niet weten waarom de schaalsunie de reglementen zou moeten wijzigen, want het staat iedereen vrij om op klapschaatsen over te stappen."

Het onderzoek richt zich onder meer op de vermogensproduktie van de schaatsers. Op de klapschaats gebruik je extra spieren, waardoor je mmder diep hoeft te zitten, met minder gebogen knieën. De verwachting is dat de vermogensproduktie van een klapschaatser daardoor groter is dan van

Verwarring rond invaliditeitsverzekering Verzekeringsmaatschappij Ohra biedt het personeel van de vu de mogelijkheid om collectief een aanvullende invaliditeitsverzekering af te sluiten. Maar of die verzekering voor iedereen even noodzakelijk is, daarover bestaat veel onduidelijkheid. Na twee ingewikkelde brieven, deed de Ohra deze week op een aantal bijeenkomsten voor het personeel opnieuw een poging om alle vraagtekens weg te werken.

Peter Boerman Doe ik het wel, of doe ik het niet? Dat was de vraag die veel werknemers van de vu zich stelden toen zij in oktober een brief in de bus vonden van de dienst personeelszaken. De vu bood aan om met verzekeraar Ohra, ooit specifiek voor ambtenaren begonnen, een collectief contract af te sluiten om het personeel een aanvulling op een eventuele uitkering bij invaliditeit te geven. Daarmee zou het verlies aan inkomen dat mensen lijden als ze invalide worden, voor een deel kunnen worden gecompenseerd. En dat voor lage premies, want de vu als geheel zou natuurlijk een flinke korting kunnen bedingen. Nu, twee maanden later, is het voor veel werknemers nog steeds niet duidelijk of ze er verstandig aan doen om de

verzekering aan te gaan. Ohra, voor wie de materie ook nieuw was, had in eerste instantie namelijk een paar kleinigheden over het hoofd gezien. Zo kreeg iedereen die minder dan veertig mille per jaar verdient - en dat doen aan de vu zo'n veertienhonderd mensen - m een eerste brief te horen dat men zich niet bij hoefde te verzekeren. Bij invaliditeit krijgt men in dat geval de uitkering aangevuld tot zeventig procent van het laatstverdiende loon en daarmee komt men nog altijd niet boven het bijstandsniveau uit. Weggegooid geld dus om daarvoor premie te betalen. Maar wat ontdekte Ohra later? Er zijn ook mensen met een mkomen onder de veertigduizend bruto waarvan de partner werkt, of die een eigen vermogen hebben. En die komen niet in aanmerkmg voor bijstand. Toch maar bijverzekeren dus.

Ook de door Ohra in haar eerste brief gehanteerde vuistregel voor het wachtgeldhiaat bleek niet te kloppen. Wie aan de vu werkt, valt namelijk onder de Bwoo, het Besluit Werkloosheid Onderwijs- en Onderzoekspersoneel. En dat had de verzekeraar even over het hoofd gezien. Alle verwarring was voor Ohra niet alleen reden om alle personeelsleden een nieuwe brief te sturen, maar ook om een viertal informatiebijeenkomsten te houden waar mensen een antwoord konden krijgen op hun meest prangende vragen. Dinsdag waren de laatste twee. In de ochtendsessie waren zo'n twintig zorgelijke gezichten samengekomen in een bedompte collegezaal in het provisonum. Zij wilden nu eindelijk wel eens weten of ze het moesten doen of niet. Het antwoord van de vertegenwoordiger die de verzekeraar op pad had gestuurd, liet zich raden: bijverzekeren. Tenminste, als je onder de vijftig bent, of boven de vijftig maar minder dan negen dienstjaren hebt, of tussen de vijftig en 58 bent en meer dan een ton per jaar verdient. Dat men er in die gevallen verstandig aan doet om bij te verzekeren, is te wijten aan de wet TBA. Terugdringing van het Beroep op Arbeidsongeschiktheidsregelingen, zo legde de Ohra-vertegenwoordiger uit. Met die wet is, op verzoek van de overheid, vooral de wijze van keuren strenger geworden. In de toekomst zullen steeds meer mensen niet volledig invalide verklaard worden, maar slechts gedeeltelijk, bij-

voorbeeld voor vijftig procent. In zo'n geval krijgt men dus ook maar een halve invaliditeitsuitkeruig: die andere helft wordt men geacht zelf te verdienen. Wie daar geen zin in heeft, kan zich maar beter bijverzekeren. Doet men dat via de vu bij Ohra, dan heeft dat een aantal voordelen. Niet alleen betaalt men een lage premie en

'Niet onbelangrijk is verder dat de premie op het salaris wordt ingehouden. De Jïscus betaalt dus mee'

wordt iedereen waarschijnlijk zondermeer geaccepteerd, men kan bijvoorbeeld ook een keer per twee jaar gratis een fitheidstest ondergaan. Wie binnen een jaar nieuw werk vindt, kan bovendien een bonus van tien mille tegemoet zien plus een vergoeding in de verhuiskosten. Niet onbelangrijk is verder dat de premie op het salaris wordt inge-

houden. De fiscus betaalt dus mee. Enige punt is, dat inmiddels haast is geboden. Eigenlijk moeten voor 15 december alle aanvragen bij Ohra binnen zijn. Alleen als dan meer dan de helft van alle personeelsleden blijk van belangstelling heeft gegeven, zou de bij dit soort verzekeringen gebruikelijke medische selectie achterwege blijven. Iedereen wordt dan automatisch geaccepteerd, ongeacht zijn of haar gezondheid nu. Maar hoe nu, na de gerezen verwarring, met die datum zal worden omgegaan, durfde de Ohravertegenwoordiger niet te zeggen. "Als na de sluitingsdatum de deelnamenorm van vijftig procent niet gehaald is, wordt gekeken naar wie wel mee wil doen en wat dan het totale risico voor Ohra is. Dan zal er ad hoc een nieuw voorstel gedaan worden, eventueel met een hogere premie." Met een veelbetekenende glimlach voegde hij daar echter aan toe dat Ohra er wel rekening mee houdt dat de PTT in deze periode niet altijd even snel werkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1995-1996 - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1995

Ad Valvas | 674 Pagina's